Proove

Corporation:

Corp(se): Definition: the dead body of a human being

Oration: a formal speech, especially one given on a ceremonial occasion.

Unidroit Netherlands: https://www.unidroit.org/meetings/142-instruments/security-interests/cape-town-convention-mobile-equipment-2001/depositary/declarations-by-contracting-state/478-declarations-lodged-by-the-kingdom-of-the-netherlands-under-the-cape-town-convention-at-the-time-of-the-deposit-of-its-instrument-of-accession

 

What is DE FACTO GOVERNMENT?

This term is applied to a government that has not been elected to the laws of the country.
Law Dictionary:
What is DE FACTO GOVERNMENT? definition of DE FACTO GOVERNMENT (Black's Law Dictionary)

 

Source: http://michiganassembly.info/

Source: https://www.utrechtjournal.org/articles/abstract/10.5334/ujiel.ay/

PDF: https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=2&ved=0ahUKEwjM193ZvPDYAhULWsAKHdzRBJEQFggyMAE&url=https%3A%2F%2Futrechtjournal.org%2Farticles%2F10.5334%2Fujiel.ay%2Fgalley%2F25%2Fdownload%2F&usg=AOvVaw30xXgZAh-WJoABw5Ksr5PN

 

De Facto:

[Latin, In fact.] In fact, in deed, actually.

This phrase is used to characterize an officer, a government, a past action, or a state of affairs that must be accepted for all practical purposes, but is illegal or illegitimate. Thus, an office, position, or status existing under a claim or color of right, such as a de facto corporation. In this sense it is the contrary of de jure, which means rightful, legitimate, just, or constitutional. Thus, an officer, king, or government de facto is one that is in actual possession of the office or supreme power, but by usurpation, or without lawful title; while an officer, king, or governor de jure is one who has just claim and rightful title to the office or power, but has never had plenary possession of it, or is not in actual possession. A wife de facto is one whose marriage is Voidable by decree, as distinguished from a wife de jure, or lawful wife. But the term is also frequently used independently of any distinction from de jure; thus a blockade de facto is a blockade that is actually maintained, as distinguished from a mere paper blockade.

A de facto corporation is one that has been given legal status despite the fact that it has not complied with all the statutory formalities required for corporate existence. Only the state may challenge the validity of the existence of a de facto corporation.

De facto Segregation is the separation of members of different races by various social and economic factors, not by virtue of any government action or statute.

West's Encyclopedia of American Law, edition 2. Copyright 2008 The Gale Group, Inc. All rights reserved.

de facto

adj. Latin for "in fact." Often used in place of "actual" to show that the court will treat as a fact authority being exercised or an entity acting as if it had authority, even though the legal requirements have not been met. (See: de facto corporation, de jure)

Copyright © 1981-2005 by Gerald N. Hill and Kathleen T. Hill. All Right reserved.

https://legal-dictionary.thefreedictionary.com/de+facto

 

First of all, it is essential to understand that a person (mensch, human, human being, man) and a person are not the same. A human being is a natural being, whereas a person is meant to be a legal entity. In order to increase the possible confusion even further and unnecessarily, this legal entity in the legal texts is referred to as natural person. This is done to give the misleading impression that a human being of flesh and blood would be like a natural person. However, there is nothing natural about a "natural" person, as this person only exists on paper (including digital "paper"). And it is called a straw man.

The meaning of the word A persona: (plural personae or personas), in the word's everyday usage, is a social role or a character played by an actor. The word is derived from Latin, where it originally referred to a theatrical mask.

 

Rome Statute of the International Criminal Court: https://en.wikipedia.org/wiki/Rome_Statute_of_the_International_Criminal_Court

http://hetuurvandewaarheid.info/2010/11/13/hoe-staat-het-met-het-dna-van-de-oranjes/comment-page-1/

 

The so called ‘Koninkrijk der Nederlanden’ does not exist.

It is a corporation and I will not submit to it and I do not consent.

Education is a lie

 
Van Dijk Educatie is een van de grootste schoolboekendistributeurs van Nederland. Eind vorig jaar werkte het bedrijf aan de nieuwste overname, die van de UP Groep uit Wageningen.
UP is actief op de onderwijsmarkt, met een studenteninformatiesysteem waarop 400.000 studenten in het middelbaar beroepsonderwijs zijn aangesloten. Op de zakelijke markt biedt het online opleidingen aan klanten als Shell, KLM en Aegon Achmea. Het bedrijf is voor driekwart in handen van Rabo Private Equity en boekte vorig jaar een omzet van 12 miljoen euro.
 

Erik van de Merwe

2012-2016 Commissaris (voorzitter), Achmea
 
 

 

This is not Prophecy just common sence:

Nostradamus Effect Episode 1 - The Third 

https://youtu.be/FlY1m0qOJ-I

Look at 22:16 minutes:

Nostradamus Effect The Third Anti Christ Ep 1 Part 3 5 (gevonden op 14-12-2012)

Liberty will not be regained
Liberty = USA, New York (Washington D.C.)
it will be occupied by a black: President
proud, villainous and unjust man: 
Barack Obama
when the matter of the Pontiff is opened, 
(Christendom / Rooms Katholieke Kerkeen voormalig titel van de heidense hogepriester in Rome
The republic of VENICE will, 
Bankwezen 
Republiek van Venetië
be vexed by D'Ister much debated and discussed (Hölderlin's Hymn "The Ister")

"The Ister" (2004), dir. by David Barison and Daniel Ross, 1 of 2
"The Ister" (2004), dir. by David Barison and Daniel Ross, 2 of 2

Baraq Obama met de Paus

Black, Proud, villainous and unjust man = Barack Obama

pon · tiff (p n t f)
n.
1.
een. De paus.
b. Een bisschop.
2. Een Pontifex.
[Frans pontife , van de oude Franse pontif , uit het Latijn pontifex , pontifex , zie opgekropte in 
Indo-Europese wortels.]
paus [pɒntɪf]
n
(Christendom / Rooms Katholieke Kerkeen voormalig titel van de heidense hogepriester in Rome, later gebruikt van pausen en af ​​en toe van andere bisschoppen, en nu uitsluitend beperkt tot de paus
[Van Frans pontife, uit het Latijn Pontifex ]

Republiek van Venetië

De Republiek Venetië was een staat in het noordoosten van Italië rondom de stad Venetië die bestond van de negende tot de achttiende eeuw. De staat Venetië werd bestuurd door dogen.
In de Middeleeuwen was de republiek een belangrijke zeemacht in de Middellandse Zee en speelde het een belangrijke rol in het heropenen van de handel daar voor de rest van Europa. Het maakte op land deel uit van de vijf grootmachten die het grondgebied van het huidige Italië bestuurden, en was de meest succesvolle en rijkste van de Repubbliche Marinare.
Venetië bracht Europa wissel- en kredietbanken, boekhouding en obligatiemarkten en belangrijke verbeteringen in de scheepsbouw. Technieken voor de bewerking van suikerriet werden overgenomen vanuit Azië en Egypte en ook de bewerking van zijde, glasblazen en sieraden vonden zo hun weg naar Europa. Tot de Nederlanders deze positie overnamen in de zeventiende eeuw bleef het een van de rijkste delen van Europa.

dogen:
Heersers en belangrijke magistraten in de voormalige republieken Venetië en Genua.

magistraten:
Overheidspersonen die toezicht houden op de uitvoering van wetten.

Paus Benedictus XVI, geboren als Joseph Aloisius Ratzinger (Marktl am Inn (Beieren), 16 april 1927), is de 265e paus van de Katholieke Kerk. De Duitse rooms-katholieke geestelijke werd op 19 april 2005 - drie dagen na zijn 78e verjaardag - verkozen tijdens het conclaaf van april 2005, dat werd gehouden na de dood van zijn voorganger, paus Johannes Paulus II. Als paus staat Benedictus XVI aan het hoofd van de Kerk en is hij als het soeverein Staatshoofd van Vaticaanstad. Wereldwijd geldt de paus als een van de meest invloedrijke wereldleiders.In tegenstelling tot het pontificaat van zijn voorganger paus Johannes Paulus II hebben staatssecretarissen, bisschoppen en ministers van alle landen ter wereld niet meer automatisch recht om door de paus in privé-audiëntie te worden ontvangen. Om de werkdruk van de paus niet over te belasten komt dit voorrecht onder Benedictus XVI enkel nog toe aan staatshoofden en regeringsleiders.

Antigone (Sophocles)
Antigone (Grieks: Ἀντιγόνη) is een klassieke tragedie van de dichter/tragicus Sophocles over Antigone uit de Griekse mythologie. Het motto van het stuk: om gelukkig te worden moet je verstandig handelen (maar wat is verstandig handelen...) en de goden niet tarten (maar wat is de goden tarten...). Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.


vexed (vkst)
adj.
1. Irritated, distressed, or annoyed: greatly vexed by their behavior; the vexed parents of an unruly teenager.
2. Much discussed or debated: a vexed question.

vexed [vɛkst]
adj
1. annoyed, confused, or agitated
2. much debated and discussed (esp in the phrase a vexed question)
vexedly [ˈvɛksɪdlɪ] adv
vexedness n

Thesaurus Legend: Synonyms Related Words Antonyms
Adj. 1. vexed - troubled persistently especially with petty annoyances; "harassed working mothers"; "a harried expression"; "her poor pestered father had to endure her constant interruptions"; "the vexed parents of an unruly teenager"
harassed, harried, pestered, annoyed
troubled - characterized by or indicative of distress or affliction or danger or need; "troubled areas"; "fell into a troubled sleep"; "a troubled expression"; "troubled teenagers"
2. vexed - causing difficulty in finding an answer or solution; much disputed; "the vexed issue of priorities"; "we live in vexed and troubled times"
difficult, hard - not easy; requiring great physical or mental effort to accomplish or comprehend or endure; "a difficult task"; "nesting places on the cliffs are difficult of access"; "difficult times"; "why is it so hard for you to keep a secret?"
Based on WordNet 3.0, Farlex clipart collection. © 2003-2012 Princeton University, Farlex Inc.

vexed
adjective
1. annoyed, upset, irritated, worried, troubled, bothered, confused, disturbed, distressed, provoked, put out, fed up, tormented, pissed (Brit, Austral., & N.Z. slang), harassed, aggravated (informal), afflicted, agitated, ruffled, exasperated, perplexed, nettled, pissed off (taboo slang), miffed (informal), displeased, riled, peeved (informal), hacked off (U.S. slang), out of countenance He was vexed by the art establishment's rejection of his work.
2. controversial, disputed, contested, moot, much debated, hot-button (informal) Later the minister raised the vexed question of refugees.
Collins Thesaurus of the English Language – Complete and Unabridged 2nd Edition. 2002 © HarperCollins Publishers 1995, 2002



De Venetiaanse Republiek

Venetië speelde een belangrijke rol in de heropening van de Middellandse Zee economie West-Europese handel en het ontwikkelen van banden met Noord-Europa. Het creëerde een institutionele basis voor commerciële kapitalisme, grote vooruitgang geboekt in de scheepvaart-technologie, en hielp de overdracht Aziatische en Egyptische technologie in rietsuiker productie en verwerking, zijde textiel, glasblazen en sieraden naar het Westen.

Venetië was de meest succesvolle van de Noord-Italiaanse stadstaten in het creëren en onderhouden van een republiek gedomineerd door een handelaar kapitalistische elite. Dankzij de geografische ligging en de bereidheid om zich te verdedigen, het was in staat om zijn autonomie en vrijheid te garanderen van afpersingen door feodale landheren en vorsten.

Het creëerde politieke en juridische instellingen die eigendomsrechten en de afdwingbaarheid van contracten gegarandeerd. Het was een pionier in de ontwikkeling van valuta-en kredietmarkten, het bankwezen en accountancy. Het creëerde wat was effectief een markt voor staatsobligaties, te beginnen met de verplichte leningen waarover rente regelmatig werd betaald. Het fiscale stelsel is efficiënt en gunstig voor handelaar winst en de accumulatie van kapitaal. De opbrengsten kwamen uit accijnzen heffingen en onroerende voorheffing op basis van kadastrale enquêtes.

Het was een tolerant en vrij seculiere staat, waar buitenlandse kooplieden (Armeniërs, Grieken en joden) konden zo vrij als de lokale bevolking te bedienen. Hoewel het theoretisch deel van de katholieke wereld, het bevoorrechte betrekkingen genoten met het Byzantijnse rijk. Het geschraagd haar kerkelijke onafhankelijkheid door de overname van de relieken van St. Marcus uit Alexandrië in 828. Het was daadwerkelijk onafhankelijk van zowel de Paus en Patriarch.

Venetiaanse diplomatie was zeer professioneel, pragmatisch, opportunistisch en gewijd aan het nastreven van haar commerciële belangen. Het verbazend goed aangepast aan politieke veranderingen. In de negende en tiende eeuw de belangrijkste handel was bepalingen Constantinopel met graan en wijn uit Italië, hout en slaven uit Dalmatië en zout uit de lagunes, met zijde en specerijen voor terug. Tegen het einde van de elfde eeuw, Byzantium was onder druk van de Seltsjoeken, die Anatolië, en Frankische invallen in beslag genomen in zijn Zuid-Italiaanse gebieden. Venetië commerciële privileges (vrijstelling van accijnzen) beveiligd tegen Byzantium in 1082 in ruil voor hulp bij de versterking van de marine defensie. In 1204, daarentegen, is een belangrijke rol gespeeld in het overtuigen van de leiders van de vierde kruistocht om Constantinopel in plaats van de islam richten. Als gevolg van Venetië verworven bases in Dalmatië en een rijk in de Egeïsche Zee. Het kostte de zuidelijke helft van de Peloponnesos, Corfu en Kreta. Het bezette bijna de helft van Constantinopel en kreeg toegang tot de handel in de Zwarte Zee en de Zee van Azov. In 1261, de Byzantijnse keizer heroverd Constantinopel en handelspreferenties en een territoriale basis gaf aan rivaal van Venetië, Genua. Echter, Venetië behield haar Griekse kolonies en Venetiaanse verschepen was snel in staat om opnieuw in te voeren de Zwarte Zee waar de handel werd booming als gevolg van de Mongoolse heropening van de zijderoute door Centraal-Azië.

West-Europese kruisvaarders met succes een aanval op de Syrische en Palestijnse kust en gevestigde kleine christelijke staten in Antiochië, Acre en Jeruzalem tussen 1099 en 1291. Ze commerciële privileges gaf aan Pisan en Genoan handelaren die hadden geholpen de financiering van hun verovering. De Venetianen hadden niet geholpen, maar toch in geslaagd om een ​​trading basis in Tyrus vast te stellen.

De Turkse Mameluke regime heroverd Syrië en Palestina in 1291 en regeerde Egypte tot 1517. Ook hier, Venetië in geslaagd om een ​​bevoorrechte handelsrelatie vast te stellen, het kopen van een groot deel van de Aziatische kruiden die de Karimi kooplieden van Alexandrië in Egypte meegenomen uit Azië via de Rode Zee. In ruil de Venetianen verkocht metalen, armor, wol en slaven. De slaven kwamen uit de Balkan en Rusland: mannetjes waren bestemd voor de dienst in de Mameluke leger, vrouwen voor hun harems.

Toen de Ottomaanse Turken Constantinopel veroverd in 1453, Venetië snel onderhandelde over het onderhoud van haar handelspartners rechten, maar in 1479, de Ottomanen sloten hun toegang tot de Zwarte Zee. In 1517 namen ze over Egypte en beëindigd het grootste deel van de Venetiaanse handel in specerijen.

Venetië belangrijke connecties had met Noord-Europa. De handel met Vlaanderen is voornamelijk uitgevoerd in de Champagne beurzen waar Italiaanse kooplieden gekocht wollen goederen en verkocht zijde, specerijen, aluin, suiker en lacquer8. Wanneer de route over zee geopend tussen de westerse Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan, werd de handel met Vlaanderen die rechtstreeks per schip.

Een tweede route gekoppeld Venetië met Augsburg, Neurenberg, Praag en Wenen via de Brennerpas. Duitse kooplieden brachten metalen en metalen producten (waaronder zilver). Venetianen deze metalen verhandeld tot de Po-vallei en in de Middellandse Zee. In 1318 de Fondaco dei Tedeschi werd opgericht in Venetië te voorzien in de handel behoeften en onderdak van de Duitse kooplieden.

In de opbouw van zijn handel, Venetië creëerde een politiek rijk. In 1171, had de stad ongeveer 66 000 inwoners, en was een van de drie grootste in West-Europa tot de zestiende eeuw, toen de bevolking een piek rond 170 000. Venetië ervaren drie demografische catastrofes. In 1347-48, bijna 40 procent van de bevolking stierf toen een kombuis bracht de pest van de Zwarte Zee haven van Caffa. Twee andere aanvallen vond plaats in 1575-1577 en 1630, elk doden ongeveer een derde van de bevolking van de stad.

Het Empire overzeese (dominio da mar) inbegrepen ongeveer een half miljoen mensen. Tussen 1388 en 1499, Venetië verworven grondgebied op het Italiaanse vasteland (Terraferma) die Udine, Friuli, Vicenza, Padua, Verona, Bergamo, Rovigo en Cremona inbegrepen. In 1557 de bevolking van deze gebieden was ongeveer 1,5 miljoen euro.

De Venetiaanse staat een leidende rol gespeeld in de commerciële activiteit, zijnde de grote scheepsbouwer, leasing staatsbedrijven galeien voor particuliere ondernemingen, het regelen van de organisatie en de timing van de konvooien. Het ontwikkelde soorten schepen die geschikt zijn voor Venetiaanse handel en de voorwaarden van de handel in de Middellandse Zee. Deze toestand activiteit kosten voor particuliere handelaren verminderd door het maken van handel veiliger tegen vijandelijke aanvallen. Ook toegestaan ​​kleinere handelaren, met een beperkt kapitaal, om deel te nemen in de internationale handel.

De grootste onderneming in Venetië was het Arsenaal, een openbare scheepswerf opgericht in 1104. Het was van kracht voor eeuwen, en in dienst duizenden arbeiders.

Er waren grote veranderingen in scheepsbouw en navigatie technieken tussen de tiende en veertiende eeuw. Romeinse schepen waren romp eerst gebouwd, bij elkaar gehouden door een zorgvuldige waterdichte schrijnwerk van insteeksloten en pen, de tweede fase was het inbrengen van ribben en bretels. In de elfde eeuw was er een schakelaar die een belangrijke daling van de kosten gemaakt. De kiel en de ribben zijn gemaakt eerste en een romp van genageld planken werd toegevoegd, met behulp van glasvezel en de toonhoogte van de schepen waterdicht te maken. Een latere ontwikkeling was de achtersteven roer die slepend riemen vervangen als een meer effectieve manier voor het sturen van schepen. De kracht van de roeren werd versterkt door het gebruik van krukken en katrollen. Er verbeteringen in zeilen name de invoering van een driehoekige lateen rig onder een hoek aan de mast plaats van een rechthoekige vierkante zeil aan de mast. Er was een lange termijn toename van de omvang van schepen.

Kort na 1270, het kompas in gebruik genomen in de Middellandse Zee. Dit, samen met verbeterde grafieken, maakte het mogelijk om het hele jaar door varen. Eerder schepen handel met Egypte was niet waagde tussen oktober en april. Met het kompas hetzelfde schip zou kunnen maken twee retourvluchten per jaar van Venetië naar Alexandrië in plaats van een.

Er waren twee belangrijke soorten van Venetiaanse schip. Algemeen gebruik vrachtschepen ("radertjes") werden gebouwd in een eigen scheepswerven. Hun lengte was ongeveer drie keer hun breedte, en ze vertrouwde volledig op zeilen. Galeien voor passagiers, hoogwaardige vracht-en marine-rechten werden gebouwd in het Arsenaal. Dit waren langer, had een brede bundel en een bemanning van 200 de meeste van hen waren roeiers. Galeien waren sneller, wendbaarder voor het invoeren en het verlaten van de haven, en voor het geval dat er geen wind was. De algemene Venetiaanse praktijk was tot 25 banken aan elke kant van de kombuis, elk bankje met drie roeiers hebben. De banken werden vastgesteld op een hoek en de riemen waren van verschillende lengte, zodat de roeiers zou niet interfereren met elkaar. Op zo'n schip zou er 150 roeiers en ongeveer 30 kruisboogschutters voor de verdediging en aanval, die ook bochten nemen op roeien. Galeien waren eigendom van de staat en verhuurd voor elke onderneming aan de hoogste bieder in de openbare veilingen. Galeien fungeerde ook als openbare vervoerders, als degenen die het geleasde schepen moesten goederen te accepteren van andere handelaren als ze reservecapaciteit.

In 1291, de Genuese versloeg een Marokkaanse vloot het regelen van de Straat van Gibraltar, en opende de weg voor de Europese handel van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan. Daarna Venetiaanse galeien gebruikt deze route voor de handel met Londen en Brugge.

Hoewel de internationale handel, het bankwezen, de scheepsbouw en de bijbehorende handel in hout, houtbewerking, touw en zeilmakerij enz. waren de grootste sectoren van de Venetiaanse economie, waren er ook grote productie-activiteiten de productie van goederen voor lokaal gebruik en export. Een van de eerste was de glasindustrie die reeds was begonnen in de tiende eeuw. Venetië was een pionier in het glasblazen technologie in Europa en maakte glazen, bekers, kannen, borden, flessen, vazen, spiegels, sieraden, kandelaars en decoratieve producten van zeer hoge kwaliteit. Vanaf de dertiende eeuw Venetianen delicate, zorgvuldig geblazen zand-bril geproduceerd als een tijdwaarneming apparaat voor zeelieden. Vanaf de veertiende eeuw begonnen ze een bril - een Italiaanse uitvinding die sterk gegroeid in de productiviteit van de ambachtslieden en geleerden. Angelo Barovier, de beroemdste glasblazer van de vijftiende eeuw, geperfectioneerd het proces voor het maken van kristal. Tegen die tijd, polychrome, gegraveerd, filigraan, geëmailleerd en goud-doorbladerde glaswerk beschikbaar was in een overvloedige verscheidenheid van ontwerpen. In 1291 al glasblazen werd verschoven naar het eiland Murano bij besluit van de Maggior Consilio. Dit stelde Venetië naar strakkere controle van de handel en technologische geheimen te bewaren.

Even vroegrijp waren de vaardigheden en producten van Venetiaanse goudsmeden, mozaïekbewerkers, houtsnijders en decoratieve kunstenaars die in grote vraag was in het draaien van de binnenkant van kerken, maatschappelijke monumenten en prive-paleizen in kunstwerken. Venetiaanse stijl werd beïnvloed door het werk van de vorige generaties van mozaïekbewerkers en iconografen in Ravenna en de dertiende eeuw instroom van voorwerpen geroofd uit Constantinopel.

De handel met Azië in ruwe zijde en zijde producten leidde uiteindelijk tot substitutie te importeren in Europa. Productie van zijde was al verspreid van China naar India en Syrië, en kwam naar Italië in de twaalfde eeuw - in eerste instantie naar Lucca, vervolgens naar Venetië, Florence, Genua, Milaan en Bologna, en later naar Lyon in Frankrijk. Binnen de Arabische wereld, zijde productie kwam naar Spanje uit Syrië. Venetiaanse productie van zijde is gedocumenteerd al in de dertiende eeuw. De Venetiaanse overheid gereguleerde productie de kwaliteit te waarborgen, houden concurrenten en vermindert het risico van industriële spionage. De zijde, satijn en fluweel producten van Venetië waren van de hoogste kwaliteit, en ontwerpen waren een onderscheidend mix van inheemse creativiteit en oosterse invloed. Multicoloured fluweel brokaat, vaak uitgevoerd met goud-en zilverdraad, werden geproduceerd als punten van ceremoniële kleding voor bestuurlijke elite van Venetië, voor meubels, wandkleden, tafel bekledingen, decoratieve objecten voor gondels etc. Deze producten een wezenlijke bijdrage aan Venetiaanse uitgevoerde goederen.

Een ander belangrijk gebied was de productie van boeken. In de negende en tiende eeuw, schriftgeleerden en verluchters waren vooral actief op de heilige boeken in de scriptoria van kloosters. Later waren er maatschappelijke records, geschiedenis, vertalingen van Aristoteles en andere Griekse teksten die bestemd zijn voor de bibliotheken van San Marco, hertogelijke, maatschappelijke en particuliere verzamelaars. Dit gaf werkgelegenheid aan professionele schrijvers, boekbinders, specialisten in versierde kalligrafie en illustratie. Minder dan 15 jaar na uitvinding van Gutenberg's van de boekdrukkunst, een Duitse immigrant bracht de techniek naar Venetië in 1469. Het leidde tot een enorme verbetering van de productiviteit van de industrie, met oplagen tot 4 500 exemplaren. Een zeer veel groter deel van de productie was bestemd voor de export dan het geval was geweest voor manuscript boeken. Venetië werd al snel de belangrijkste Italiaanse typografische centrum, en een van de grootste in Europa. Tegen het midden van de zestiende eeuw, had ongeveer 20 000 edities verschenen. Venetiaanse publiceren hielp stimuleren de culturele en intellectuele leven van Europa door het verstrekken van partituren, kaarten, boeken over medische zaken en vertalingen van de Griekse klassieken. De Aldine Press (opgericht in 1494) bewerkt en gepubliceerd originele Griekse teksten, en Venetië werd de belangrijkste uitgever van boeken voor de Grieks-sprekende wereld.

Suiker was een ander belangrijk product. Venetië gemaakt plantage landbouw en verwerking faciliteiten met slavenarbeid op Kreta en Cyprus, met behulp van technieken geleend van Syrië. Venetiaanse praktijk werd later overgenomen door de Portugezen in Madeira en in Brazilië.

De Venetiaanse rol in de specerijenhandel was sterk verminderd in het begin van de zestiende eeuw als gevolg van beperkingen op de handel met Syrië en Egypte opgelegd door de nieuwe Ottomaanse autoriteiten, en de concurrentie van directe Portugese zendingen uit Azië. Lane suggereert dat Venetiaanse specerij invoer daalde van ongeveer 1 600 ton per jaar tegen het einde van de vijftiende eeuw tot minder dan 500 ton door het eerste decennium van de zestiende eeuw. Lane dacht dat de absolute omvang van de peper component van deze zendingen had hersteld door de jaren 1560, maar leidende rol van Venetië in deze handel was duidelijk verdampt.

Venetiaanse verzendkosten ook te maken met de toegenomen concurrentie op West-routes naar Engeland en Vlaanderen, en de suikerindustrie in Kreta en Cyprus daalde als gevolg van de concurrentie van de Portugese productie op Madeira en later in Brazilië.

Er waren ook veranderingen in de scheepsbouw-technologie in de Atlantische economie die snel de verleende met roeispanen Venetiaanse galei achterhaald. De twee belangrijkste veranderingen waren in de tuigage van ronde schepen en de ontwikkeling van vuurwapens tijdens de vijftiende eeuw. Lane (1966, pp 15-16) deze wijzigingen als volgt omschreven: " De transformatie van de een-mast radertje in een full-opgetuigd, driemaster in het bezit van sprietzeil, topzeil en bezaan lateen plaatsgevonden over het midden van de eeuw - de zeilschepen van 1485 verschilden minder in het uiterlijk van de zeilschepen van 1785 dan zij van die van 1425 - even belangrijk in het beroven van de handelaar kombuis van de bijzondere veiligheidsmaatregelen, die alleen had gerechtvaardigd zijn bestaan ​​was de toename van het gebruik van wapens in zeeoorlog . "

Als gevolg daarvan was er een sterke daling van het belangrijkste product van het Arsenaal en een stijging van het aandeel van de radertjes in de Venetiaanse handelsvloot. Er was een toename aankoop door Venetiaanse kooplieden van schepen uit het buitenland, aangezien de problemen van aanpassing aan technologische veranderingen werden nog verergerd door veel armer Venetiaanse toegang tot goedkope hout dan scheepsbouwers in de Atlantische Oceaan economieën.

Vanaf 1500, werd een aanzienlijk deel van de Venetiaanse hoofdstad geheroriënteerd naar agrarische ontginning en ontwikkeling en creatie van Palladio villa's en landgoederen in de Terraferma .

In de loop der zestiende, zeventiende en achttiende eeuw, was Venetië niet veel uit te breiden in de bevolking of het inkomen per hoofd, maar het bleef een van de rijkste delen van Italië en Europa tot ingehaald door de Nederlanders in de zeventiende eeuw.

 

Roman Curia of the holy see

From Wikipedia, the free encyclopedia
This article is about the Roman Curia of the Holy See.

For a governing body of a particular Church, see Curia (Catholic Church).

For the building that housed the Roman Senate, see Curia Julia.

For other Roman curiae, see Curia.


Emblem of the Papacy SE.svg
Part of a series on the
Roman Curia
of the Catholic Church


Coat of arms Holy See.svg


The Roman Curia is the administrative apparatus of the Holy See [a] and the central body through which the Roman Pontiff conducts the affairs of the universal Catholic Church. It acts in his name and with his authority for the good and for the service of the particular Churches and provides the necessary central organization for the correct functioning of the Church and the achievement of its goals.

The structure and organization of responsibilities within the Curia are at present regulated by the apostolic constitution Pastor bonus issued by Pope John Paul II on 28 June 1988,  which Pope Francis has decided to revise.

Other bodies that play an administrative or consulting role in Church affairs are sometimes mistakenly identified with the Curia, though they are not in fact part of it, such as the Synod of Bishops and regional conferences of bishops. Cardinal Gerhard Müller, former prefect of the Congregation for the Doctrine of the Faith, wrote in 2015 that "the Synod of Bishops is not a part of the Roman Curia in the strict sense: it is the expression of the collegiality of bishops in communion with the Pope and under his direction. The Roman Curia instead aids the Pope in the exercise of his primacy over all the Churches."

Curia in medieval and later Latin usage means "court" in the sense of "royal court" rather than "court of law". The Roman Curia is sometimes anglicized as the Court of Rome, as in the 1534 Act of Parliament that forbade appeals to it from England. It is the papal court and assists the Pope in carrying out his functions. The Roman Curia can be loosely compared to cabinets in governments of countries with a Western form of governance, but only the Second Section of the Secretariat of State, known also as the Section for Relations with States, the Pontifical Commission for Vatican City State (established in 1939 by Pius XII) and the Congregation for Catholic Education, can be directly compared with specific ministries of a civil government.

It is normal for every Latin Catholic diocese to have its own curia for its administration. For the Diocese of Rome, these functions are not handled by the Roman Curia, but by the Vicariate General of His Holiness for the City of Rome, as provided by the apostolic constitution Ecclesia in Urbe. The Vicar General of Rome, traditionally a cardinal, and his deputy the vicegerent, who holds the personal title of archbishop, supervise the governance of the diocese by reference to the Pope himself, but with no more dependence on the Roman Curia, as such, than other Catholic dioceses throughout the world. A distinct office, the Vicar General for Vatican City, administers the portion of the Diocese of Rome in Vatican City.

Until recently, there still existed hereditary officers of the Roman Curia, holding titles denominating functions that had ceased to be a reality when the Papal States were lost to the papacy. A reorganization, ordered by Pope Pius X, was incorporated into the 1917 Code of Canon Law. Further steps toward reorganization were begun by Pope Paul VI in the 1960s. Among the goals of this curial reform were the modernization of procedures and the internationalization of the curial staff. These reforms are reflected in the 1983 Code of Canon Law.[11] The offices of the Vatican City State are not part of the Roman Curia, which is composed only of offices of the Holy See. The following organs or charges, according to the official website of the Holy See, comprise the Curia.[12] All members of the Curia except the Cardinal Camerlengo and the Major Penitentiary resign their office immediately after a papal death or resignation. See sede vacante.

Sr. Luzia Premoli, superior general of the Combonian Missionary Sisters, was appointed a member of the Congregation for the Evangelization of Peoples in 2014, becoming the first woman to be appointed a member of a Vatican congregation.[13]

 

Terminology[edit]
The principal departments of the Roman Curia are called dicasteries. The most recent comprehensive constitution of the church, Pastor bonus (1988), provides this definition: "By the word "dicasteries" are understood the Secretariat of State, Congregations, Tribunals, Councils and Offices".[14] Those remain the five principal categories of departments, with the noteworthy change in that there is now more than a single Secretariate. Two new departments announced to begin functioning on 1 August 2016 and 1 January 2017 have been identified only as dicasteries–Dicastery for the Laity, Family, and Life and Dicastery for Promoting Integral Human Development. Both are headed by a prefect.

 

The Secretariats[edit]
Secretariat of State[edit]


Main article: Secretariat of State (Holy See)
The Secretariat of State is the oldest dicastery in the Roman Curia, the government of the Roman Catholic Church. It is headed by the Secretary of State, since 15 October 2013 Cardinal Pietro Parolin, who is responsible for all the political and diplomatic functions of the Holy See. The Secretariat is divided into two sections, the Section for General Affairs and the Section for Relations with States, known as the First Section and Second Section, respectively. The Secretariat of State was created in the 15th century[15] and is now the department of the curia most involved in coordinating the Holy See's activities.

 

Secretariat for the Economy[edit]
Main article: Secretariat for the Economy
The Secretariat for the Economy was established by Pope Francis in 2014, with the Australian Cardinal George Pell, formerly the Archbishop of the Roman Catholic Archdiocese of Sydney, as its Cardinal Prefect.

 

Secretariat for Communications[edit]
Main article: Secretariat for Communications
On 27 June 2015 Pope Francis established the Secretariat for Communications, incorporating under one governing body the following: the Pontifical Council for Social Communications; the Press Office of the Holy See (Vatican Press Office); the Vatican Internet Service (VIS); Vatican Radio; Vatican Television Center; the L'Osservatore Romano newspaper; Tipografia Vaticana; Servizio Fotografico; and the Libreria Editrice Vaticana. Named the first Prefect of the Secretariat was Monsignor Dario Edoardo Viganò, formerly the Director of the Vatican Television Center.[16][17]

The Dicasteries[edit]
Two departments of the Roman Curia established by Pope Francis in 2016 have been identified as "dicasteries" rather than as one of the traditional department types.

 

Dicastery for the Laity, Family and Life[edit]
Main article: Dicastery for the Laity, Family and Life
Pope Francis announced on 15 August 2016 the creation of the Dicastery for the Laity, Family and Life, effective 1 September 2016. It took over the responsibilities of the Pontifical Council for the Laity and the Pontifical Council for the Family.[18] As its first Prefect, Francis named Bishop Kevin Farrell of Dallas, Texas,[19]

 

Dicastery for Promoting Integral Human Development[edit]
Main article: Dicastery for Promoting Integral Human Development
Pope Francis announced the erection of the Dicastery for Promoting Integral Human Development on 31 August 2016, effective 1 January 2017. He named Cardinal Peter Turkson its first prefect. Combining the work of four Pontifical Councils established following the Second Vatican Council.[20] Pope Francis gave it responsibility for "issues regarding migrants, those in need, the sick, the excluded and marginalized, the imprisoned and the unemployed, as well as victims of armed conflict, natural disasters, and all forms of slavery and torture".[21] The Pope announced that "temporarily" he would personally direct the department's work on behalf of migrants and refugees.[22]

 

The Congregations[edit]
Main article: Congregation (Roman Curia)
The Roman Congregations[23] are a type of dicastery (department with a jurisdiction) of the Roman Curia, the central administrative organism of the Catholic Church. Each Congregation is led by a prefect, who is a cardinal.

 

The Congregation for the Doctrine of the Faith[edit]
Main article: Congregation for the Doctrine of the Faith
The Congregation for the Doctrine of the Faith (CDF), previously known as the Supreme Sacred Congregation of the Roman and Universal Inquisition, and sometimes simply called the Holy Office, is the oldest of the nine congregations of the Roman Curia. Among the most active of these major Curial departments, it oversees Catholic doctrine.[24] Its most familiar name for most of its history was the Holy Office of the Inquisition. Archbishop Luis Ladaria Ferrer has served as its prefect since 1 July 2017.

The Congregation for the Oriental Churches[edit]
Main article: Congregation for the Oriental Churches

The Church of the Annunciation is the largest Christian church building in the Middle East under the supervision of the Congregation for the Oriental Churches
The Congregation for the Oriental Churches, established by Pope Benedict XV on 1 May 1917, is responsible for contact with the Eastern Catholic Churches for the sake of assisting their development, protecting their rights and also maintaining whole and entire in the one Catholic Church, alongside the liturgical, disciplinary and spiritual patrimony of the Latin Church, the heritage of the various Oriental Christian traditions. It has exclusive authority over the following regions: Egypt and the Sinai Peninsula, Eritrea and northern Ethiopia, southern Albania and Bulgaria, Cyprus, Greece, Israel, Iran, Iraq, Lebanon, Palestine, Syria, Jordan, Turkey, and Ukraine.[25] Its members include all Eastern Catholic patriarchs and major archbishops, as well as the President of the Pontifical Council for Promoting Christian Unity.[26] Cardinal Leonardo Sandri has served as its prefect since his appointment on 9 June 2007.

The Congregation for Divine Worship and the Discipline of the Sacraments[edit]
Main article: Congregation for Divine Worship and the Discipline of the Sacraments
The Congregation for Divine Worship and the Discipline of the Sacraments handles most affairs relating to liturgical practices of the Latin Catholic Church as distinct from the Eastern Catholic Churches and also some technical matters relating to the Sacraments.[27] It has been headed by Cardinal Robert Sarah as prefect since his appointment on 23 November 2014.

The Congregation for the Causes of Saints[edit]
Main article: Congregation for the Causes of Saints
The Congregation for the Causes of Saints oversees the process that leads to the canonization of saints, passing through the steps of a declaration of "heroic virtues" and beatification. After preparing a case, including the approval of miracles, the case is presented to the pope, who decides whether or not to proceed with beatification or canonization.[28] The current prefect is Cardinal Angelo Amato, who has served since 2008.

The Congregation for the Evangelization of Peoples[edit]
Main article: Congregation for the Evangelization of Peoples

The headquarters of the Propaganda fide in Rome, North facade on Piazza di Spagna by architect Bernini, the southwest facade seen here by Borromini: etching by Giuseppe Vasi, 1761[29]
The Congregation for the Evangelization of Peoples is responsible for missionary work and related activities. It is perhaps better known by its former title, the Congregation for the Propagation of the Faith. Pope John Paul II renamed it in 1982 without altering its mission. Its prefect is Fernando Filoni, who has held the office since 2011.

The Congregation for the Clergy[edit]
Main article: Congregation for the Clergy
The Congregation for the Clergy[30] is the department of the Roman Curia responsible for overseeing matters regarding priests and deacons not belonging to institutes of consecrated life or societies of apostolic life, as well as for the seminaries (except those regulated by the Congregations for the Evangelization of Peoples and for the Oriental Churches), and houses of formation of religious and secular institutes. The Congregation for the Clergy handles requests for dispensation from active priestly ministry, as well as the legislation governing presbyteral councils and other organizations of priests around the world. The Congregation does not deal with clerical sexual abuse cases, as those are handled exclusively by the Congregation for the Doctrine of the Faith.

Beniamino Stella of Italy has served as its prefect since 2013.

The Congregation for Institutes of Consecrated Life and Societies of Apostolic Life[edit]
Main article: Congregation for Institutes of Consecrated Life and Societies of Apostolic Life
The Congregation for Institutes of Consecrated Life and Societies of Apostolic Life[31] is the congregation of the Roman Curia responsible for everything which concerns institutes of consecrated life (religious institutes and secular institutes) and societies of apostolic life, both of men and of women, regarding their government, discipline, studies, goods, rights, and privileges. João Braz de Aviz of Brazil has served as its prefect since 2011.

The Congregation for Catholic Education (Institutes of Study)[edit]
Main article: Congregation for Catholic Education
The Congregation for Catholic Education is responsible for:[32]

universities, faculties, institutes and Catholic institutions of higher education, either
Ecclesiastical, which are governed by the apostolic constitution Sapientia christiana and which are tasked "to explore more profoundly the various areas of the sacred disciplines [e.g., Theology Ecclesiastical Philosophy, Canon Law] so that day by day a deeper understanding of sacred revelation will be developed" (cf. Sapientia christiana, Preamble, III); or
Non-ecclesiastical (offering secular sciences) dependent on ecclesiastical persons, which are governed by the apostolic constitution Ex corde Ecclesiae, as well as by the existing pertinent civil laws of countries in which they are collocated; and
schools and educational institutes depending on ecclesiastical authorities.
Giuseppe Versaldi has headed it since 2015.

The Congregation for Bishops[edit]
Main article: Congregation for Bishops
The Congregation for Bishops[33] oversees the selection of new bishops that are not in mission territories or those areas that come under the jurisdiction of the Congregation for the Oriental Churches who deal with the Eastern Catholics, pending papal approval. It consequently holds considerable sway over the evolution of the church. It also schedules the papal audiences required for bishops every five years and arranges the creation of new dioceses. This office is headed by Cardinal Marc Ouellet, PSS.

The Tribunals[edit]

A depiction of Pope Gregory IX excommunicating
The Apostolic Penitentiary[edit]
Main article: Apostolic Penitentiary
The Apostolic Penitentiary,[34] more formally the Supreme Tribunal of the Apostolic Penitentiary, is one of the three tribunals of the Roman Curia. The Apostolic Penitentiary is responsible for issues relating to the forgiveness of sins in the Roman Catholic Church. The Apostolic Penitentiary has jurisdiction only over matters in the internal forum. Its work falls mainly into these categories:

the absolution of excommunications latæ sententiæ reserved to the Holy See,
the dispensation of sacramental impediments reserved to the Holy See, and
the issuance and governance of indulgences.
The Tribunal of the Rota Romana[edit]
Main article: Roman Rota
The Tribunal of the Roman Rota is the highest appellate tribunal.[35] While usually trying cases in appeal in third instance (as is normally the case in the Eastern Catholic Churches),[36] or even in second instance if appeal is made to it directly from the sentence of a tribunal of first instance, it is also a court of first instance for cases specified in the law and for others committed to the Rota by the Roman Pontiff.[35][37] It fosters the unity of jurisprudence and, through its own sentences, is a help to lower tribunals.[35]

The greater Part of its decisions concern the nullity of marriage. In such cases its competence includes marriages between two Catholics, between a Catholic and non-Catholic, and between two non-Catholic parties whether one or both of the baptized parties belongs to the Latin or an Eastern Rite.[38]

The court is named Rota (Latin for: wheel) because the judges, called auditors, originally met in a round room to hear cases.[39]

The Supreme Tribunal of the Apostolic Signatura[edit]
Main article: Apostolic Signatura
The Supreme Tribunal of the Apostolic Signatura[40] is the highest judicial authority in the Catholic Church besides the Pope himself, who is the supreme ecclesiastical judge. In addition, it is an administrative office for matters pertaining to the judicial activity of the whole Church.

Appeals in standard judicial processes, if appealed to the Apostolic See, normally are not handled by the Signatura. Those go to the Roman Rota, which is the ordinary appellate tribunal of the Apostolic See. The Supreme Tribunal handles some of the more specialized kinds of cases, including the following:

Petitions for a declaration of nullity against a Rotal decision;
Conflicts of jurisdiction between two or more tribunals or dicasteries,
Recourse against administrative acts of ordinaries and dicasteries (including some penal cases decided without using a court),
Although a Rotal decision can be appealed, if not res judicata, to a different panel (turnus) of the Rota, there is no right of appeal from a decision of the Signatura,[41] although a complaint of nullity on formal grounds is possible.[42] As an administrative office, it exercises jurisdiction (vigilance) over all the tribunals of the Catholic Church. It can also extend the jurisdiction of tribunals, grant dispensations for procedural laws, establish interdiocesan tribunals, and correct advocates.

The Pontifical Councils[edit]
The Pontifical Council for Promoting Christian Unity[edit]
Main article: Pontifical Council for Promoting Christian Unity
The Pontifical Council for Promoting Christian Unity[43] is dedicated chiefly to the promotion of dialogue and unity with other Christian churches and ecclesial communities, but also, through a closely linked specific commission, to advancing religious relations with Jews.

The Pontifical Council for Legislative Texts[edit]
Main article: Pontifical Council for Legislative Texts
The Pontifical Council for Legislative Texts has responsibility for interpreting Church law.[44][45]

The Pontifical Council for Interreligious Dialogue[edit]
Main article: Pontifical Council for Interreligious Dialogue
The Pontifical Council for Interreligious Dialogueis the central office of the Catholic Church for promoting of interreligious dialogue in accordance with the spirit of the Second Vatican Council, in particular the declaration Nostra aetate. It has the following responsibilities:[46]

to promote mutual understanding, respect and collaboration between Catholics and the followers of other religious traditions;
to encourage the study of religions;
to promote the formation of persons dedicated to dialogue.
The Pontifical Council for Culture[edit]
Main article: Pontifical Council for Culture
The Pontifical Council for Culture[47] (Latin: Pontificium Consilium de Cultura) has as its mission oversight of the relationship of the Catholic Church with different cultures. The Pontifical Council for Dialogue with Non-Believers was merged with the Pontifical Council for Culture in 1993. On 30 July 2012, Pope Benedict XVI united the Council with the Pontifical Commission for the Cultural Goods of the Church.[47]

The Pontifical Council for Promoting the New Evangelization[edit]
Main article: Pontifical Council for Promoting the New Evangelization
The Pontifical Council for Promoting the New Evangelization is a pontifical council of the Roman Curia dedicated to catechetics and promoting the faith in parts of the world ("the West") where Christianity is well-established but is being affected by secularism.[48]

The offices[edit]
The Holy See's financial authorities comprise three offices.

The Apostolic Camera[edit]
Main article: Apostolic Camera
The Apostolic Camera,[49] was the central board of finance in the Papal administrative system, which at one time was of great importance in the government of the States of the Church, and in the administration of justice, led by the Camerlengo of the Holy Roman Church.

The Administration of the Patrimony of the Apostolic See[edit]
Main article: Administration of the Patrimony of the Apostolic See
The Administration of the Patrimony of the Apostolic See[50] deals with the "properties owned by the Holy See in order to provide the funds necessary for the Roman Curia to function".[51] It was established by Pope Paul VI on 15 August 1967 and composed of two sections. The Ordinary Section continued the work of the Administration of the Property of the Holy See, a commission to which Pope Leo XIII entrusted the administration of the property remaining to the Holy See after the complete loss of the Papal States in 1870. On 8 July 2014, the Ordinary Section was transferred to the newly established Secretariat for the Economy. The Extraordinary Section administers the funds given by the Italian government to implement the Financial Convention attached to the Lateran Treaty of 1929. These funds were previously managed by the Special Administration of the Holy See.[52]

The Prefecture for the Economic Affairs of the Holy See[edit]
Main article: Prefecture for the Economic Affairs of the Holy See
The Prefecture for the Economic Affairs of the Holy See,[53] was erected on 15 August 1967 and entrusted with overseeing all the offices of the Holy See that manage finances, regardless of their degree of autonomy. It does not manage finances itself, but instead audits the balance sheets and budgets of the offices that do. It then prepares and publishes annually a general financial report. It must be consulted on all projects of major importance undertaken by the offices in question.[52]

The Pontifical commissions[edit]
The Pontifical Commission for the Cultural Heritage of the Church[edit]
Main article: Pontifical Commission for the Cultural Heritage of the Church

Laocoön and his Sons in the Vatican which is among the works under the care of the Pontifical Commission for the Cultural Heritage of the Church
The Pontifical Commission for the Cultural Heritage of the Church[54] guards the historical and artistic patrimony of the entire Church which includes works of art, historical documents, books, everything kept in museums as well as the libraries and archives. The commission was established in 1988 by Pope John Paul II.

The Pontifical Commission Ecclesia Dei[edit]
Main article: Pontifical Commission Ecclesia Dei
The Pontifical Commission Ecclesia Dei[55] was established by Pope John Paul II on 2 July 1988 for the care of those former followers of Archbishop Marcel Lefebvre who broke with him as a result of his consecration of four priests of his Society of St. Pius X as bishops on 30 June 1988, an act the Holy See deemed illicit and schismatic. On 2 July 2009 this commission was closely linked with the Congregation for the Doctrine of the Faith, whose Prefect is now ex officio President of the commission, which however maintains its separate identity.[56]

The Pontifical Commission for Sacred Archaeology[edit]
Main article: Pontifical Commission for Sacred Archaeology

Good Shepherd fresco from the Catacombs of San Callisto under the care of the Pontifical Commission for Sacred Archeology
The Pontifical Commission for Sacred Archaeology[57] was created by Pius IX on 6 January 1852 "to take care of the ancient sacred cemeteries, look after their preventive preservation, further explorations, research and study, and also safeguard the oldest mementos of the early Christian centuries, the outstanding monuments and venerable Basilicas in Rome, in the Roman suburbs and soil, and in the other Dioceses in agreement with the respective Ordinaries". Pius XI made the Commission pontifical and expanded its powers.[58]

The Pontifical Biblical Commission[edit]
Main article: Pontifical Biblical Commission
The Pontifical Biblical Commission,[59] established 30 October 1902 by Pope Leo XIII, is a consultative body of scholars placed under the authority of the Congregation for the Doctrine of the Faith.[26] The commission's duties include:

to protect and defend the integrity of the Catholic Faith in Biblical matters
to further the progress of exposition of the Sacred Books, taking account of all recent discoveries
to decide controversies on grave questions which may arise among Catholic scholars
to give answers to Catholics throughout the world who may consult the Commission
to see that the Vatican Library is properly furnished with codices and necessary books
to publish studies on Scripture as occasion may demand.[60]
The International Theological Commission[edit]
Main article: International Theological Commission
The International Theological Commission[61] (ITC) consists of 30 Catholic theologians from around the world. Its function is to advise the Congregation for the Doctrine of the Faith (CDF) of the Roman Catholic Church. The Prefect of the CDF is ex officio the president of the ITC, which is based in Rome.

Interdicasterial Commissions[edit]
A temporary commission is sometimes established to deal with a matter involving the work of several departments of the Roman Curia.

The Interdicasterial Commission for the Catechism of the Catholic Church was created in 1993 to prepare the definitive text in Latin of the Catechism of the Catholic Church.[62] It produced the authoritative Latin text (editio typica) of the Catechism in 1997.

Others exist for longer periods. The Standing Interdicasterial Commission for the Church in Eastern Europe, set up by Pope John Paul II on 15 January 1993, as of 2012 is presided over by the Cardinal Secretary of State. Its membership includes the Secretary and the Undersecretary for Relations with States, and the Secretaries of the Congregations for the Eastern Churches, for the Clergy, and for Institutes of Consecrated Life and Societies of Apostolic Life, and of the Pontifical Council for Promoting Christian Unity.[63]

 

The Pontifical Commission for Latin America[edit]
Main article: Pontifical Commission for Latin America
The Pontifical Commission for Latin America[64] is a dicastery of the Roman Curia. Established by Pope Pius XII on 19 April 1958, it is charged with providing assistance to and examining matters pertaining to the Church in Latin America. The Commission operates under the auspices of the Congregation for Bishops.

The Pontifical Commission for the Protection of Minors[edit]
Main article: Pontifical Commission for the Protection of Minors
The Pontifical Commission for the Protection of Minors (Italian: Pontificia Commissione per la Tutela dei Minori) was instituted by Pope Francis on 22 March 2014 for the safeguarding of minors.[65] It is headed by Boston's Cardinal Archbishop, Seán Patrick O'Malley.

 

The Swiss Guard[edit]
Main article: Pontifical Swiss Guard

Members of the Pontifical Swiss Guard at the Prefettura della casa pontificia in Vatican City
Since 1506, the "Corps of the Pontifical Swiss Guard" or "Swiss Guard", a small armed force, has been responsible for the safety of the Pope, including the security of the Apostolic Palace and access to Vatican City. It originated as a military combat unit and quickly evolved into a police force with responsibility for border control. Its official language is Swiss German. As of 2003, it consisted of 134 professional soldiers.[66]

 

The Labour Office of the Apostolic See[edit]
Main article: Labour Office of the Apostolic See
The Labour Office of the Apostolic See[67] is responsible for labor relations of the Holy See with its employees. The office also settles labor issues which arise. It was instituted by Pope John Paul II on 1 January 1989 by an apostolic letter in the form of a motu proprio.[68]

 

See also[edit]
Index of Vatican City-related articles
Legal systems of the world
List of popes
Papal court
Politics of Vatican City
Pope Paul VI's reform of the Roman Curia
Notes[edit]
Jump up ^ The Holy See is often referred to as "the Vatican", a word of many meanings, since it can refer to the geographical area, known by that name even before Christianity, to the residence of the Pope, to the Holy See, and to the State of Vatican City, which was created in 1929.
Jump up ^ "In exercising supreme, full, and immediate power in the universal Church, the Roman pontiff makes use of the departments of the Roman Curia which, therefore, perform their duties in his name and with his authority for the good of the churches and in the service of the sacred pastors."

 

Hölderlin's Hymn "The Ister"
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Hölderlin's Hymn "The Ister" ( Duits : Hölderlins Hymne »Der Ister« ) is de titel gegeven aan een college geleverd door de Duitse filosoof Martin Heidegger aan de Universiteit van Freiburg in 1942. Het werd voor het eerst gepubliceerd in 1984 als volume 53 van Heideggers Gesamtausgabe . De vertaling van William McNeill en Julia Davis werd gepubliceerd in 1996 door Indiana University Press . Der Ister is een gedicht van Friedrich Hölderlin , waarvan de titel verwijst naar een oude naam voor een deel van de Donau .
Inhoud [ hide ] 
1 Overzicht
2 Deel een: Poetising de essentie van de rivieren
2,1 De Ister hymne
2,2 De metafysische interpretatie van de kunst
2,3 Plaats en zwerftocht
2,4 Rätsel
2,5 Ruimte en tijd
2,6 Moderne technologie
2,7 Dialoog
3 Deel twee: De Griekse interpretatie van de mens in Sophocles ' Antigone
3,1 Het koor ode
3,2 Deinon
3,3 Poros
3,4 Polis
3,5 Menselijke wezen
3,6 Antigone
3,7 De haard
3,8 De zuiverste gedicht
4 Deel drie: Hölderlin's poetising van de essentie van de dichter als halfgod
4,1 De eigen en de buitenlandse
4,2 Spirit
4,3 Grieken en Duitsers
4,4 Gedicht, rivier, halfgod
4,5 Historisch, a-historisch, onhistorisch
4,6 Een teken is nodig
4,7 De trap waarop de hemelse dalen
4,8 Is er een maatregel op aarde?
5 Cinema
6 Referenties
6,1 Bibliografie
[ bewerken ] Overzicht

In 1942, in de donkerste diepten van de Tweede Wereldoorlog en de nationaal-socialistische periode, Heidegger koos ervoor om een college te leveren op een gedicht van Friedrich Hölderlin: " Der Ister , "over de rivier de Donau. De cursus onderzocht de betekenis van poëzie, de aard van de technologie, de relatie tussen het oude Griekenland en moderne Duitsland , de essentie van de politiek, en de menselijke woning. De centrale deel van het college is een lezing van Sophocles ' Antigone . Heidegger verbindt deze lezing van Antigone schijnbaar vanwege het belang van deze tekst voor het vastgrijpen van de betekenis van poëzie Hölderlin, maar daarmee herhaalt hij en strekt zich uit een lezing die hij had uitgevoerd in een andere context in 1935. In termen van Heideggers oeuvre , de 1942 college is belangrijk omdat het het meest aanhoudende discussie over Heideggers van de essentie van de politiek. Heidegger was alleen in staat om twee derde te leveren van de geschreven tekst van de lezing cursus. [ 1 ]
Het college is opgedeeld in drie delen.
Deel een introduceert de manier waarop Heidegger acht het noodzakelijk te benaderen Hölderlin's poëzie, met als argument tegen de 'metafysische interpretatie van de kunst. " Hij stelt verder dat Hölderlin de poëzie moet worden begrepen in termen van haar wezenlijke verwantschap met het werk van Sophocles.
Deel twee schetst de interpretatie van Sophocles ' Antigone die Heidegger uitgevoerd in de 1935 college, An Introduction to metafysica . Hij breidt deze lezing en wijzigt deze op subtiele manieren.
Deel drie , die in feite nooit geleverd, keert terug naar poëzie Hölderlin's, met het argument dat de figuur van de rivier in het gedicht is in feite de dichter, en vice versa.
[ bewerken ] Deel een: Poetising de essentie van de rivieren

[ bewerken ] De Ister hymne
De college begint met een reflectie op de Griekse oorsprong van het woord ' hymne ", wat betekent loflied, in het bijzonder ter ere van de goden, de helden, of wedstrijd overwinnaars, ter voorbereiding van het festival.Heidegger citeert een lijn van Sophocles ' Antigone aansluiten van het zelfstandig naamwoord en het werkwoord vormen van het woord, en geeft dan aan dat de zin waarin Hölderlin's werken zijn hymnen in eerste instantie moet blijven een open vraag. [ 2 ]
Heidegger gaat zijn aandacht op de eerste regel van ' Der Ister "-"! Kom nu, vuur " Wat zou dit kunnen betekenen, als 'vuur' hier geeft de zon of de dageraad? Wat zou het betekenen om te bellen, of om de roeping hebben voor een dergelijke roeping, gezien het feit dat de dageraad zal komen of is het wel of niet? En wat wordt bedoeld met "Nu," door het benoemen van de tijd van een dergelijke roeping? Van deze vragen Heidegger wordt getrokken om te vragen wat het betekent om "poetise," de beantwoording van deze poetising altijd inauguratie van iets, dat echte poetising altijd poetising "opnieuw." Dus de "Nu" van de eerste regel spreekt niet alleen van het heden, maar naar de toekomst. [ 3 ]
Heidegger volgende richt zich op het feit dat het duidelijk is dat "de rivieren komen taal" in de poëzie Hölderlin's. Aan de ene kant worden de rivieren los van de mens, met hun eigen "geest", aan de andere kant, de rivieren zijn een locale waarop mensen vinden hun woonplaats. De vraag is dus, dat van de poëtische essentie van de rivier. [ 4 ]
[ bewerken ] De metafysische interpretatie van de kunst
In plaats van zich te verdiepen onmiddellijk in deze vraag, Heidegger maakt een omweg, de uitwerking van de 'metafysische interpretatie van de kunst. " Hij stelt dat metafysische interpretaties niet in staat zijn te begrijpen Hölderlin's poëzie.
Volgens de metafysische interpretatie, kunst presenteert voorwerpen in de natuur, zoals rivieren, maar deze presentatie staat in dienst van iets anders, van hun 'betekenis' in het kunstwerk. Heidegger spreekt in dit verband van de etymologie van de woorden " allegorie "en" metafoor ". De metafysische interpretatie van kunst is gebaseerd op het onderscheid tussen de sensuele en de niet-zinnelijke, de esthetische en de noëtische, de verstandige en de begrijpelijke. En volgens deze interpretatie het kunstwerk bestaat niet voor zichzelf, niet als een sensuele object, maar voor de nonsensuous en suprasensuous, die wordt ook wel "geest." Op deze manier de superieure en de werkelijkheid te identificeren met het spirituele. [ 5 ]
Tegen de metafysische interpretatie van de kunst, Heidegger beweert dat de rivieren in de poëzie Hölderlin's zijn op geen enkele wijze symbolische beelden van een hogere of diepere inhoud. Hij vestigt de aandacht op de laatste regels van het gedicht-"Maar wat dat men doet, die rivier, / Niemand weet"-om aan te geven dat, ongeacht de rivieren zijn, of wat dan ook de rivier is, blijft een raadsel. Zelfs de dichter weet alleen dat de rivier stroomt, maar niet wat is besloten in die stromen. [ 6 ]
[ bewerken ] Plaats en zwerftocht
Heidegger draait dan tot een afweging van de rivier als de woonplaats van de mens. Als zodanig, de rivier is wat brengt de mens in hun eigen en onderhoudt ze daar. Nog wat hun vaak nog vreemd mens lang en kan worden afgezien door hen omdat het dreigt te overweldigen. Het is niet iets dat zelf produceert, maar moet komen te staan ​​van toepassing, en moet worden toegeëigend. De rivier is van bijstand in de steeds-huiselijke van de mens, maar dit "bijstand" is niet een incidentele steun, maar een standvastige paraat. [ 7 ]
Om te begrijpen wat dit betekent, Heidegger sommige lijnen van een andere Hölderlin gedicht beschouwt, "Stem van het Volk ', waarin de rivieren worden aangeduid als" vanishing "en als" vol van aanduiding. " Dat de rivieren verdwijnen betekent dat zij de menselijke landschap te verlaten, zonder daardoor ontrouw in de richting van dat landschap. Maar als vol aanduiding, de rivieren te gaan naar wat komen gaat. Zo Heidegger ziet Hölderlin zo bezig met de tijdelijkheid van de rivier ten opzichte van de mens, maar ook met zijn ruimtelijkheid-dus "de rivier is de terugkeer." De rivier is, zegt hij, de terugkeer van het worden huiselijke of, beter gezegd, de zeer plaats bereikt in en door de terugkeer. [ 8 ] Zijn bewering is dat de rivier is de plaats van de woning van de mens als historische op de aarde. [ 9 ]
[ bewerken ] Rätsel
De rivier is een raadsel ( Rätsel ). Maar Heidegger relateert dit aan Raten , het geven van raad, en aan Rat , raad, maar ook "zorg." Om raad betekent om rekening te houden zorg. Dat de rivier is een raadsel betekent niet dat het is een puzzel moeten we willen "op te lossen." Integendeel, het betekent dat het is iets wat we moeten dichter bij ons te brengen als een raadsel. [ 10 ] We moeten deze poëzie dan ook te begrijpen, in iets anders dan een berekenende, technische manier. [ 11 ]
[ bewerken ] Ruimte en tijd
Plaats en zwerftocht: ". Ruimte en tijd" dit klinkt als Opeenvolging neemt zijn verloop in de tijd, als een opeenvolging van momenten als "vloeiend". Maar dit is in feite slechts een begrip van ruimte en tijd als een geordende, berekenbare, relationaliteit. Wat geldt order moet worden opgevat, vooraf zodanig dat het toegankelijk wordt voor orde en controle. Dus bijvoorbeeld de reductie tot coördinaten. Maar voor berekenend observatie, iets is wat het alleen door wat hij presteert. Alle moderne denken denkt in termen van orde en prestaties. Menselijke activiteit wordt gedacht als arbeid, gelijkgesteld met mechanische energie, en beoordeeld op basis van de performatieve principe. Door deze manier van denken ruimte en tijd gekomen om te worden beschouwd als zo vanzelfsprekend als geen verdere denken vereisen. [ 12 ]
[ bewerken ] Moderne technologie
Dergelijke moderne denken over ruimte en tijd is in wezen technologische. Moderne technologie is anders dan elk gereedschap. Overwegende dat de tool is een middel, wat kenmerkend is voor de moderne technologie is dat dit niet langer het geval is, en dat het in plaats daarvan ontvouwt een overheersing van zijn eigen. Het vraagt ​​zijn eigen soort van discipline en verovering. Zo bijvoorbeeld de gefaseerde voltooiing van fabrieken gebouwd voor de vervaardigen van gereedschapsmachines voor andere fabrieken. Moderne machine-technologie is een specifieke vorm van 'waarheid'. Wij geloven, dat technologie als controle van ruimte en tijd, niet plaatsvindt zonder doel en is daarom geen doel op zich. Dit is echter een misverstand geaard in een niet de essentie van moderne technologie te begrijpen. En dit het gevolg is van het niet op de vraag wat ten grondslag ligt aan het-de orde en de eenheid van "ruimte en tijd". [ 13 ]
Heidegger deconstrueert vervolgens de begrippen ruimte en tijd, met als argument in de eerste plaats dat deze niet kan worden alleen maar "objecten", alsof ze waren een aantal gigantische containers waarin alles is opgenomen. Maar noch kunnen we concluderen dat ze alleen maar subjectief. Is de ruimte, waarover oorlogen uitbreken, alleen maar denkbeeldig? En is de tijd, dat de tranen ons langs en ​​tranen ons weg, alleen maar subjectief? Dergelijke metafysische interpretaties van ruimte en tijd zal helpen niet bij het ​​begrijpen van de plaats en reizen in het hart van Hölderlin niet-metafysische poetising. Ruimte en tijd omvatten het kader voor onze berekenend overheersing en bestellen van de "wereld" door middel van technologie. Maar het blijft onbeslist of dit proces is de mens verandert in slechts planetaire avonturiers, of dat het het begin van een tendens, in de richting van nieuwe vormen van afwikkeling en hervestiging. [ 14 ]
[ bewerken ] Dialoog
Volgens Heidegger, dat poëzie van Hölderlin's in de vorm van de 'lofzang' heeft onder haar hoede dit steeds huiselijke in de eigen. Hij beweert dat "de eigen" is in dit geval de Duitse vaderland, maar meteen voegt eraan toe dat "komen thuis te zijn is dus een passage door de buitenlandse." Dit is de reden waarom deze poëzie per se in de vorm van een dialoog met buitenlandse dichters, in het bijzonder, Pindarus en Sophocles. Wat moet zorgvuldig worden in de gezangboek poëzie van Hölderlin geluisterd is deze "resonantie" van de Griekse poëzie, op basis waarvan Heidegger wendt zich tot de interpretatie van Antigone . [ 15 ]
[ bewerken ] Deel twee: De Griekse interpretatie van de mens in Sophocles ' Antigone

[ bewerken ] Het koor ode
Het koor ode uit de Antigone van Sophocles is volgens Heidegger het enkelvoud werk straalt de hele poëzie van Hölderlin. [ 16 ] Heidegger had eerder geïnterpreteerd deze ode in zijn 1935 college, Een inleiding aan Metafysica , en in 1942 werd hij zowel recapituleert en strekt zich uit deze interpretatie.
Net als " Der Ister , "de ode begint met een oproep aan de dagende zon, maar het is duidelijk dat de ode is evenzeer bezorgd met duisternis. Hoewel de ode houdt zich bezig met het licht en de duisternis van de mens, mag dit niet worden uitgelegd, dat de twee belangrijkste figuren, Creon en Antigone, een oppositieformulier betekenen. Elk van deze cijfers gaan uit van de eenheid van essentie en nonessence, maar anders in ieder geval. [ 17 ]
[ bewerken ] Deinon
De beslissende woord, volgens Heidegger, gebeurt aan het begin van de ode: deinon . Heidegger vertaalt dit als das Unheimliche , het griezelige. Heidegger benadrukt wat hij noemt de "counterturning" karakter van het woord. Deinon , zegt hij, de angstige, de krachtige, en de inhabitual betekent. Maar geen van deze definities elementen is een-dimensionaal. Als de angstige, de deinon is ook dat die, als waardig van eer, kan ontwaken ontzag. De krachtig kan het wat weefgetouwen over ons of wat slechts gewelddadig. Zoals de inhabitual, de buitengewone, het buitengewone van vaardigheid, het groter is dan de gewone, maar het kan doen als dat wat het gewone en het gewone regelt. Zoals das Unheimliche , deinon noemt de eenheid van al deze betekenissen. [ 18 ]
De ode noemt de mens als deinon op veelvuldige wijze, inderdaad als de meest mysterieuze wezen, das Unheimlichste . Heidegger bindt dit aan zijn eerdere stelling dat de mens als poetised door Hölderlin zijn "ongezellig" (" unheimische "), dat wil zeggen, op de weg naar het worden van huiselijk. De buitengewone van het menselijk wezen is dit het niet te huiselijk, dat is ook een steeds huiselijk. Heidegger maakt duidelijk dat dit is ongezellig niet alleen dak-en thuisloosheid bedoel, zwerven rond, avontuurlijkheid, of gebrek aan geworteld. Integendeel, het betekent dat de zee en het land zijn die rijken die de mens transformeren door behendigheid en gebruik. De huiselijke is dat wat wordt nagestreefd in de gewelddadige activiteit van die door de inhabitual. Maar zelfs zo is, wordt de huiselijke niet bereikt in deze activiteit: als de ode zegt, man "komt tot niets." [ 19 ]
[ bewerken ] Poros
Mens is dus het wezen dat doorgang vindt door alles heen, maar komt altijd te kort, uitgedrukt in het paar pantoporos aporos , waar Poros betekent dat inval van de macht die zijn weg vindt door. Oneindig bekwaam en kunstzinnig, mensen toch nooit kan omzeilen dood. Dit is iets wat bekend is bij de mensen, maar vooral in de vorm van ontwijken deze kennis. De mens is in feite de wezens die zich compoort aan wezens als zodanig, en omdat ze begrijpen dat de mens alleen kan ook vergeten zijn. De uncanniness van de mens is dat zij alleen in staat zijn om "catastrofe", in de zin van een omkering draaien ze weg van hun eigen essentie. [ 20 ]
[ bewerken ] Polis
Heidegger naast wendt zich tot het paar hypsipolis apolis , "torent hoog boven de site," en "verspelen de site." Dit paar is gevestigd in het woord polis , en Heidegger wijst erop dat, als dit de oorsprong van het woord "politiek", dan is het een vergissing om de voormalige begrijpen aan de hand van de laatste-de polis is juist niet een politiek concept . De "politieke" wordt conventioneel begrepen in termen van bewustzijn, in een "technische" wijze, zoals de manier waarop de geschiedenis wordt bereikt. Het wordt dus gekenmerkt door een gebrek aan zichzelf twijfelen. [ 21 ]
Heidegger vraagt ​​of de polis misschien niet de naam van dat gebied die voortdurend wordt twijfelachtig opnieuw en blijft waardig vraag. Misschien is de polis is dat waar alles om vraag-waardig en griezelige bochten op een uitzonderlijke manier. Heidegger gebruikt het woord Wirbel , kolken, in deze context, en spreekt van de polis als in wezen "polar." De pre-politieke essentie van de polis , dat die het mogelijk maakt alles wat we noemen politieke, is de open plaats van waaruit alle menselijke relaties in de richting van wezens worden bepaald. [ 22 ]
[ bewerken ] De mens
Het is dus de essentie van de mens zowel opstijgen binnen hun site en zonder site. Mens beren in het dit potentieel voor omkering, een potentiële wezen geworteld in de mogelijkheid van vergis, van het nemen van nonbeings voor wezens en wezens voor nonbeings. Zo menselijke wezens zijn wezens van risico's. Ze proberen te worden huiselijke binnen een site, plaatst u alles op het spel in deze, en de ontmoeting met het feit dat de huiselijke zelf weigert om hen. [ 23 ]
Dit is de uncanniness van de mens, en dit is de reden waarom deinon betekent niet alleen macht en geweld. De mens op zichzelf niet zelf de meest griezelige ding, het is niet een kwestie van zelfbewustzijn hier. Alleen omdat de mens kan zeggen: "het is", zegt Heidegger, kunnen ze zeggen: "Ik ben." En alleen omdat ze een relatie met zijn hebben kunnen ze "zeggen" helemaal niet, dat wil zeggen, kunnen ze Aristoteles ' zoon logon echon . Het is het onderscheid van de mens, met andere woorden, "zien" de open. [ 24 ]
[ bewerken ] Antigone
De slotwoorden van de ode spreken van de verdrijving van de meest griezelige uit de haard. Als we dit interpreteren als een afwijzing van Creon, volgens Heidegger, dan is de koor-ode zou niet een "hoge lied van de cultuur" zo veel als een lied ter ere van middelmatigheid, van haat tegen de uitzondering. Anders interpreteren dan betekent vragen waar zich Antigone zich verhoudt tot de deinon . [ 25 ]
In de inleidende dialoog tussen Antigone en Ismene, Ismene probeert haar zus ervan te weerhouden haar besluit tot hun broer te begraven. Antigone "achtervolging" is, zegt ze, die zich met dat waartegen niets kan maken. Antigone, met andere woorden, neemt het onmogelijke als haar uitgangspunt. Ze zegt zelf dat ze wil om te lijden of de griezelige dragen. In dit zij wordt verwijderd uit alle menselijke mogelijkheden, en is de hoogste griezelige. [ 26 ]
[ bewerken ] De haard
Wat dan van de haard? Het koor spreekt niet alleen van uitzetting, maar van "niet het delen van hun waan met dat ik het wist. ' Alle kennis van de deinon wordt ondersteund en geleid door dat te weten welke kent de haard. De inhoud van deze kennis niet rechtstreeks genoemd, maar het is wel aangeduid als een phronein een meditating van het hart. Als deze kennis in de vorm van aanduiding is niet slechts mening. [ 27 ]
Als mythologie is niet zomaar een "onvolwassen" uitvinding, dan denken staat in een essentiële relatie tot poetising. Denken is niet het sediment overblijft na de demythologising van de mythe. [ 28 ] Dergelijke reflecties zijn bedoeld door Heidegger om te helpen bij de volgende gebaar: de bewering dat de haard, genoemd door het koor, wordt wezen. "Being is de haard. ' [ 29 ] Hij citeert Plato op Hestia , de godin vernoemd naar de haard. De verwijdering volgens de afsluitende woorden van de koor-ode is geen afwijzing van de ongezellig, zo veel als een impuls om aandachtig naar de huiselijke, om het risico behorende. Als ongezellig is een nog niet ontwaakt, nog niet besloten, potentieel om huiselijk. Dit is van Antigone opperste actie. [ 30 ]
[ bewerken ] De zuiverste gedicht
In de vertaling van Heidegger, bepaalt welke deze actie wordt aangegeven door Antigone worden als buiten zowel de bovenste als onderste goden, voorbij Zeus en Dike , maar geen van beide kan het elke menselijke instelling. Vandaar dat op het spel staat in haar actie is de meest griezelige risico. Het slot van de ode oproep in de richting van een kennis van de juiste essentie van de ongezellig is. In dit meest raadselachtige deel van zijn interpretatie, Heidegger spreekt van "het risico te onderscheiden en kiezen tussen dat wezen ongezellig eigen aan de mens en een wezen ongezellig dat ongepast is." Om dit risico is Antigone de essentie. [ 31 ]
Zo Heidegger tot de conclusie dat het begrijpen van de waarheid van Antigone , is het noodzakelijk verder te denken dan de cultus van de dood of de cultus van bloed-verwantschap, die lijken op het eerste gezicht te zijn van de motoren van de tragedie. Antigone, zegt hij, is zelf de zuiverste gedicht. [ 32 ] Poetising is niet het vinden van of uitvinden, maar een veelzeggende conclusie van zijn, waaruit blijkt dat die altijd al onthuld, de dichtstbijzijnde van alles wat in de buurt. Het menselijk potentieel voor het zijn, en het ongezellig zijn huiselijke van de mens op de aarde, is poëtisch. Wat wordt gesproken in het koor ode blijft onbepaald, maar noch vage noch willekeurig. Het onbepaald is, integendeel, dat wat besluiteloos nog eerste worden beslist. Als dit het geval is, de tragedie poetises hetgeen in de hoogste betekenis waardig poetising. En dit kan de reden zijn waarom deze ode kwam om steeds opnieuw te spreken met de dichter Hölderlin. [ 33 ]
[ bewerken ] Deel drie: Hölderlin's poetising van de essentie van de dichter als halfgod

De eigen en de buitenlandse
Sophocles 'ode en Hölderlin's River hymnen poetise hetzelfde, maar ze zijn niet identiek. Om dit te begrijpen, Heidegger zich tot beroemde brief Hölderlin aan Casimir Böhlendorff , die de relaties tussen Duitsland en Griekenland thematiseert. Volgens het lezen van Heidegger, wat voor de Grieken is hun eigen is wat vreemd is aan de Duitsers, en wat is vreemd aan de Duitsers is wat eigen is aan de Grieken. Hölderlin is de eerste die poëtisch ervaren dat steeds huiselijke betekent dat ongezellig, dus de noodzaak van het zijn ongezellig, dat doet hij door venturing in een ontmoeting met de (Griekse) buitenlandse begrijpen. [ 34 ]
[ bewerken ] Geest
Heidegger citeert dan Hölderlin: "namelijk thuis is, is geest / niet bij het ​​begin, niet aan de bron." Hij vraagt: wie is 'geest'? Ondanks de invloed van de Duitse metafysica, Heidegger stelt dat Hölderlin het gebruik van dit woord enkelvoud was, als dat wat is, naast zich in het denken zelf, en altijd als "gemeenschappelijke" geest. Wat de geest denkt, is dat die passend is bestemd voor de mens, maar dit is altijd dat wat futural, nooit iets dat is besloten, het is iets "niet-echte" die al is "handelt." Poetising is het vertellen van de gedachten van de geest. [ 35 ]
Geest is nooit "thuis" in het begin. Aan het begin van de geschiedenis van een volk, is hun lot toegewezen, maar wat is toegekend is in de komende, het is nog steeds gesluierde en dubbelzinnig. In het begin, de mogelijkheid om zich te passen aan je lot is nog ongeordend, unpracticed. Zo in de geest heerst het verlangen naar zijn eigen essentie. Maar 'geest houdt kolonie, "dat wil zeggen, in de buitenlandse hij wil de moeder die moeilijk te bereiken is. En het houdt "bold vergeten", waar vergeten betekent de bereidheid om van de buitenlandse leren omwille van wat is een eigen is, om uit te stellen wat is een eigen is tot het tijd is. Het is op deze manier dat de wet van het zijn ongezellig is de wet van het worden huiselijk. [ 36 ]
[ bewerken ] Grieken en Duitsers
De Grieken, had ook om door de buitenlandse. Wat was eigen aan de Grieken was "het vuur uit de hemel", wat vreemd was was de "duidelijkheid van de presentatie." Door middel van wat was vreemd voor hen waren ze in staat om voort te bouwen op de essentiële grond van de polis . Voor de Duitsers, aan de andere kant, de duidelijkheid van de presentatie is natuurlijk de vorming van projecten, raamwerken, enz. Wat vreemd is is het vuur uit de hemel, en dus moeten ze leren te worden getroffen door deze brand, en daardoor gedwongen om de juiste bestemming van hun gift voor de presentatie. Anders moeten zij worden blootgesteld aan de zwakte van het onderdrukken van elke brand, van het nastreven van afbakening en de instelling alleen voor het doel op zich. Hölderlin is degene die is getroffen door deze brand, maar waarom moet dit poëtisch gezegd worden? [ 37 ]
 
Gedicht, rivier, halfgod
Heidegger citeert Hölderlin om een antwoord op deze vraag te zoeken. "Vol van verdienste, maar toch poëtisch / Mensen op de aarde wonen." "Vol van verdienste" verwijst, volgens Heidegger, naar alles, wat de mens bereiken door middel van de kunsten, door middel van tekhne , maar alles wat wordt bereikt op deze manier bedraagt ​​alleen om cultuur. Het kan alleen worden bereikt op basis van een "woning" waarop vertrouwd kan worden in beslag genomen door het maken van of het bereiken van binnen het domein van de werkelijke. Woning, de steeds huiselijke van een wezen ongezellig, is gebaseerd op de poëtische. [ 38 ]
Maar wat is poëzie? Er moet een dichter die poetises vooraf de essentie van poëzie. Dit zal de dichter die ventures in het buitenland, te laten het vuur komen naar hem toe zijn. Dit is wat er gebeurt in Hölderlin's gezangboek poëzie. Deze rivier poëzie vergeet nooit de bron, in de uitgifte en vloeit voort uit de bron. Wat het zegt is de heilige, die, buiten de goden, is bepalend voor de goden. De dichter staat tussen mensen en goden. De dichter, en de rivier, zijn halfgoden. [ 39 ]
Heidegger spreekt van de lijnen van de hymne betreffende de uitnodiging aan Hercules . We kunnen weten niets van de Ister of de hymne als we niet weten wie deze gast is. De verwerking van de eigen is alleen als de ontmoeting en gast-achtige dialoog met de buitenlandse. De rivier moet in het gebied van de bron blijven zodanig dat stroomt naar het vanuit de vreemde, daarom is "blijkt echter bijna / achteruit." Heidegger gebruikt nogmaals het woord Wirbeln om aan te geven deze wervelende in de buurt van de bron. [ 40 ]
 
Historisch, a-historisch, onhistorisch
Dit met betrekking tot de buitenlandse is nooit een bevestiging van de "natuurlijke" of de "organische". Dit zijn vreemd aan de wet van de geschiedenis. Deze wet legt historische mensheid op de moeilijke weg naar de essentie. Als de mensheid verlaat de wet van de geschiedenis, het valt in het onhistorisch. De natuur is a-historisch, maar omdat un historische, als een breuk met de historische, is een bepaald soort catastrofe. Heidegger het voorbeeld van de onhistorisch is Amerikanisme . [ 41 ]
De Ister blijft raadselachtig, maar historische, in de vreemde manier waarop het stroomt, maar ook blijft dicht bij de bron. Het is de rivier waarin de buitenlandse reeds aanwezig als gast bij de bron, de rivier in wiens stroomt er spreekt voortdurend de dialoog tussen de eigen en de buitenlandse. [ 42 ] De rivieren zijn de dichters die vond het poëtische, op wiens grond menselijke wezens wonen. Zo is de poëtische geest van de rivier maakt akkerbouw het land-het legt de basis voor de haard van het huis van de geschiedenis, het openen van de tijd-ruimte waarbinnen een deel uitmaken van de haard is mogelijk. [ 43 ]
[ bewerken ] Een teken is nodig
"Een teken is nodig": Hölderlin spreekt van het teken als het hebben van een geest ( Gemüt ), waar geest is de basis van alle bewust moed ( Mut ). Het is de dichter die hier wordt genoemd als het teken. Wat nodig is, is de dichter het woord. Heidegger citeert het gedicht " Andenken ":" Maar wat blijft, de dichters gevonden. " Heidegger gaat het teken met de pijn, om dat te weten die eigen zijn aan zijn onderscheiden. [ 44 ] Het teken, de halfgod, de rivier, de dichter: al deze naam poëtisch het enkelvoud grond van de steeds huiselijke van de mens als historische, en de de oprichting van dit middel door de dichter. Op het spel is een "deel te nemen in het gevoel" met de goden, waarop de zon en de maan, het delen van de heilige. Dit is in het belang niet alleen van de mens, maar van de goden zelf, die anders zonder gevoel, zonder eenheid. [ 45 ]
[ bewerken ] De trap waarop de hemelse dalen
Door middel van het teken, door de rivieren, de hemelse vinden hun eenheid met elkaar, een eenheid die niet af aan hun eigenheid. De rivieren zijn hun "vreugde." Hölderlin spreekt van trappen, waarop de hemelse kunt afdalen. Indien er trappen, is een woning ook opengesteld poëtisch voor de mens. Poetising oprichting bouwt de trap voor deze afdaling van de hemelse. De rivieren zijn de kinderen van de hemel, tekenen die beer zon en de maan in het achterhoofd, maar tegelijkertijd de zonen van de aarde. [ 46 ]
De hymne eindigt op een raadselachtige opmerking: "Maar wat dat men doet, die rivier, / Niemand weet het." Wat de roeping van de Ister is, weet het goed, maar de Rijn , die niet blijven hangen bij de bron, maar vertrekt zijwaarts, wordt helemaal weggewerkt. Toch is de Ister hymne te afbreekt-toont, maakt het manifesteren, maar het ook verbergt. [ 47 ]
[ bewerken ] Is er een maatregel op aarde?
Heidegger voegt een afsluitende opmerking aan zijn lezing van het gedicht. Zijn opmerkingen over de hymne waren bedoeld om ons aandacht voor de poetising van de rivieren. Maar omdat dit de poetising van de essentie van de poëzie, verborgen relaties prevaleren. Dergelijke poëzie kan helemaal niet worden genoemd ego van de dichter, of op "subjectiviteit." De dichter is de rivier, en vice versa. De eenheid van plaats en reizen hier niet kan worden opgevat in termen van "ruimte" en "tijd", want deze zijn zelf de nakomelingen van het rijk waarmee hun openheid ontspringen. [ 48 ]
Deze poëzie vraagt ​​om een transformatie in onze manier van denken en ervaren, en we moeten verder denken dan voorstellingen, symbolen en beelden. Maar als we moeten een nieuwe maatregel te vinden, moet men zich afvragen of we in staat zijn het. Hölderlin vraagt ​​over deze maatregel, en met name dat er geen dergelijke maatregel op aarde. Dit klinkt als wanhoop. Maar wat Hölderlin betekent is dat we poëtisch moeten heersen op deze aarde, dragen en lijden het eerder dan te forceren en grijpen het. Als we sterk genoeg om te denken, kan het voldoende zijn voor ons om na te denken vanuit de verte de waarheid van deze poëzie en wat het poetises, zodat we kunnen plotseling worden getroffen door het. [ 49 ] Heidegger eindigt met een citaat van nog een andere Hölderlin hymne, "The Journey":
" Een droom wordt het voor hem die zou 
het te benaderen door stealth, en straft hem 
wie zou het gelijk met geweld. 
Vaak verrast een 
die inderdaad nauwelijks is gedacht. "
[ bewerken ] Cinema

De college vormde de basis van de film van 2004 De Ister .
[ bewerken ] Referenties

^ De Ister : Een film van David Barison en Daniel Ross en Gesamtausgabe 53, redacteur epiloog.
^ Heidegger (1996) , blz 1-167.

Bibliografie
Martin Heidegger (vert. William McNeill & Julia Davis) (1996). Hölderlin's Hymn "The Ister" . Bloomington & Indianapolis: Indiana University Press . ISBN 978-0-253-33064-2 .
[ hide ] v t e
Martin Heidegger
Filosofie
Aletheia Dasein Gestell Hermeneutiek Taal spreekt Terminologie Wereld openbaarmaking
Werken
Zijn en tijd (1927) Inleiding tot de metafysica (1935) Bijdragen aan Filosofie (Van Enowning) (1936-1938) Hölderlin's Hymn "The Ister" (1942) De vraag naar de techniek (1949) De oorsprong van het kunstwerk (1950) Heidegger Gesamtausgabe
Ander
Opvattingen over het nazisme
 
 
Antigone (Sophocles)
Antigone bij het lijk van haar broer Polynices
Schilderij uit 1865 van Nikiforos Lytras
Antigone (Grieks: Ἀντιγόνη) is een klassieke tragedie van de dichter/tragicus Sophocles over Antigone uit de Griekse mythologie. Het motto van het stuk: om gelukkig te worden moet je verstandig handelen (maar wat is verstandig handelen...) en de goden niet tarten (maar wat is de goden tarten...). Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.


Proloog
 
(vss. 1-99: Antigone & Ismene)
Antigone en Ismene komen uit het paleis naar buiten en beginnen te praten. Antigone vertelt Ismene dat Creon besloten heeft het lijk van Eteokles plechtig te begraven, maar dat het lijk van Polyneikes, die als landverrader wordt beschouwd, onbegraven moet blijven als prooi voor de roofvogels. Het is niemand toegestaan om hem te treuren en degene die deze regels toch overtreedt, zal worden gestenigd. Antigone wil Polyneikes toch begraven, omdat ze dat als haar plicht beschouwt, en vraagt Ismene om haar te helpen. Ismene schrikt, weigert en probeert Antigone van haar besluit af te brengen. Dat lukt haar echter niet. Antigone en Ismene gaan van het toneel.

Parodos
(vss. 100-161: koor) Het koor komt de orchestra binnen. Het bezingt de strijd tussen Eteokles en Polyneikes en bezingt Zeus die aan de kant van de Thebanen stond tijdens de strijd. Daarna komt Creon op om zijn inaugurale troonrede te houden voor de oude mannen van de stad die ook het koor vormen.
[bewerken]Eerste epeisodion

(vss. 162-331: Creon, koor & wachtpost)
Creon komt, vergezeld door twee dienaren, het paleis uit. Hij prijst het koor om zijn trouw aan zijn voorgangers en vraagt het om hem nu ook trouw te zijn. Omdat hij van die trouw uit gaat, vertelt Creon het koor dat hij besloten heeft het lijk van Eteocles wel en het lijk van Polynices niet te begraven. Polynices is namelijk een landverrader en bij diens lijk staan wachtposten opgesteld. Van het koor verlangt Creon dat het erop toeziet dat zijn wil geschiedt. Dit sluit aan bij zijn principes: volgens hem kan een heerser alleen goed zijn wanneer hij besluiten durft te nemen en een vriend of familielid durft te doden omwille van het vaderland. Op dat moment komt de wachter op, die een onheilspellend bericht met zich meebrengt. Iemand heeft het namelijk gewaagd het lijk van Polynices te begraven, maar niemand van de wachters heeft iets gemerkt. Creon gelooft niet dat de wachters er niets mee te maken hebben en dreigt hen allen te vermoorden als de echte dader niet gevonden wordt.

Eerste stasimon
(vss. 332-383: koor)
Het koor zingt over een vreemd wezen: de mens. De mens is vindingrijk en weet veel, maar moet ervoor zorgen dat hij zijn kennis op de goede manier gebruikt. Wanneer hij dat niet doet, richt hij zichzelf (en zijn stad) te gronde, door de wil van de goden. Naast de prestaties van de mens als 'geweldig wezen', heeft hij dus te kampen met 2 gebreken. Enerzijds dat hij niet kan ontsnappen aan de Hades (Ook al is de mens op het vlak van genezing steeds grensverleggend, toch blijft hij sterfelijk). Anderzijds dat zijn goede prestaties hubris (overmoed) tot gevolg kunnen hebben.

Tweede epeisodion
(vss. 384-581: wachtpost, Antigone, Creon & koor)
De wachter komt op, Antigone als gevangene met zich meevoerend. Dan komt Creon vergezeld door twee dienaren het paleis uit en vraagt wat er aan de hand is. De wachter antwoordt dat hij de schuldige gevonden heeft: Antigone. Creon is erg verbaasd. Antigone wordt door de twee dienaren bij Creon gebracht en de wachter gaat weg. Creon vraagt Antigone waarom ze zijn besluit genegeerd heeft. Antigone antwoordt simpel dat het geen verbod van de goden was en dat ze trots is op wat ze gedaan heeft. Bovendien is ze niet bang om te sterven. Vervolgens laat Creon Ismene halen, die hij van medeplichtigheid verdenkt. Ismene wil haar zus helpen of anders met haar sterven, maar Antigone zegt dat Ismene er niets mee te maken heeft. Creon blijft stug bij zijn besluit om Antigone ter dood te brengen, ondanks dat ze zijn nicht is en de verloofde van zijn zoon Haemon.

Tweede stasimon
(vss. 582-630: koor)
Het koor zingt over de vroegere en huidige rampen die het Thebaanse koningshuis teisteren.

Derde epeisodion
(vss. 631-780: Creon, Haemon & koor)
Haemon komt het toneel op. Creon is bang dat zijn zoon zijn besluit om Antigone te doden zal afkeuren. Hij vindt namelijk dat een zoon altijd achter de besluiten van zijn vader hoort te staan. Bovendien vindt hij dat een heerser altijd en door iedereen gehoorzaamd moet worden. Haemon stelt zijn vader gerust. Hij beschouwt Creon als zijn voorbeeld en zal al zijn besluiten accepteren. Toch is hij het nu niet eens met zijn vader en hij wijst hem erop dat ook het volk Antigone betreurt. Creon wordt boos omdat hij zich niet de les wil laten voorschrijven door iemand die jonger is dan hijzelf of door de stad. Het draait uit op een ruzie en Creon wil Antigone meteen voor de ogen van zijn zoon ter dood brengen. Haemon rent daarop weg en het koor vraagt Creon wat hij nu met Antigone gaat doen. Creon antwoordt dat hij haar zal laten opsluiten in een soort grot met genoeg voedsel om van te leven. Zo kan hij niet beschuldigd worden van moord.
[bewerken]Derde stasimon

(vss. 781-805: koor)
Het koor bezingt de macht van Eros. Eros heeft namelijk de ruzie tussen Haemon en zijn vader op zijn geweten.

Vierde epeisodion
(vss. 806-943: Antigone, Creon & koor)
Antigone komt het paleis uit, begeleid door de twee dienaren van Creon. Antigone beklaagt zich en vergelijkt zichzelf met Niobe, die tot rots versteende als straf voor het beledigen van de moeder van Apollo en Artemis. Het koor vindt het juist een eer om hetzelfde lot te hebben ondergaan als een godin. Dan komt Creon uit het paleis naar buiten. Hij beveelt Antigone weg te brengen naar haar graf. Ondertussen gaat Antigone door met zichzelf beklagen. Ook legt ze Polynices uit waarom ze hem begraven heeft, namelijk omdat hij haar broer is en ze nooit meer een andere broer zou kunnen krijgen. Antigone wordt door de wachters van Creon weggebracht naar haar graf. Creon blijft op het toneel.

Vierde stasimon
(vss. 944-987: koor)
Het koor bezingt de mythe van Danaë en de gouden regen, de mythe van Dryas en de mythe van Phineus.

Vijfde epeisodion
(vss. 988-1114: Tiresias, Creon & koor)
De blinde ziener Tiresias komt het toneel op, geleid door een jongen. Hij vertelt dat de voortekenen van de brandoffers slecht zijn. Volgens hem zijn de goden boos omdat Polynices niet begraven en Antigone levend opgesloten is. Creon zal door de goden hiervoor gestraft worden. Creon wil dit niet geloven en denkt dat Tiresias het alleen zegt om er geld uit te slaan. Tiresias is beledigd door deze woorden en verlaat met de jongen het toneel. Toch missen de woorden van Tiresias hun werking niet: Creon is in de war en vraagt aan het koor wat hij moet doen. Het koor antwoordt dat hij Antigone moet bevrijden en voor Polynices een graf moet bouwen. Creon gehoorzaamt en verlaat met zijn dienaren het toneel.

Vijfde stasimon
(vss. 1115-1154: koor)
Het koor bezingt Bacchus, de god van de wijn. Bacchus zorgt voor het tragische lot.

Exodos
(vss. 1155-1352: boodschapper, koor, Eurydice & Creon)
De bode komt op. Hij beklaagt Creon. Het koor wil weten wat voor onheilspellend bericht hij komt brengen. De bode zegt dat Haemon dood is. Dan komt Eurydice, Creons vrouw, nieuwsgierig geworden naar buiten. De bode vertelt haar dat hij en Creon eerst het lijk van Polynices verbrand en begraven hebben en dat ze daarna naar de grot gingen waar Antigone is opgesloten. Daar aangekomen, horen ze het wanhopige geschreeuw van Haemon. Ze gaan kijken en zien dat Antigone zichzelf opgehangen heeft. Op dat moment doet Haemon een poging om zijn vader te vermoorden en wanneer dat niet lukt, laat hij zichzelf in zijn eigen zwaard vallen. Stervende slaat hij zijn armen om Antigone heen. Eurydice gaat zonder iets te zeggen het paleis binnen, gevolgd door de bode. Dan komt Creon op, gevolgd door twee dienaren, die het lijk van Haemon dragen. Creon beklaagt zijn zoon en verwijt zichzelf veel. Het koor geeft hem gelijk. De bode komt uit het paleis naar buiten om te zeggen dat Eurydice zelfmoord heeft gepleegd. Haar lijk wordt naar buiten gebracht. Creon blijft zichzelf verwijten maken en beklaagt het ongelukkige lot van hem en zijn familie. Uiteindelijk vraagt Creon zijn bedienden om hem naar binnen te nemen.

Epiloog
In de epiloog staat de moraal van dit verhaal: om gelukkig te worden moet je verstandig handelen en de goden niet tarten.
 
Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.
 
http://ommekeer-nederland.nl/aangifte-tegen-de-staat/
 

Regeringen die je land en goederen stelen

onder het mom van crisis (oorlog) of nood.

Binnenkort mogen ze nood of crisis (oorlog)  mogen ze een boerderij of land in Duitsland beslag nemen hier de link> http://www.welt.de/politik/deutschland/article157877470/Im-Notfall-sollen-Bauernhoefe-beschlagnahmt-werden.html  

http://www.br.de/nachrichten/bauernhoefe-ernaehrung-notfall-vorsorge-100.html 

Wie geen Duits kan, die kan het laten vertalen met Google … 

Dus ook al heb je geld of een landgoed ze kunnen of mogen je alles afpikken!!  

Dus alles gaat in vervulling wat toen ook Ellen White had geschreven, ons enig zekerheid is ons geloof in Jezus en niet goederen in deze wereld!! 

Maranatha!

Must See Secret Agenda To EXTERMINATE

Black People Real Israelites

 

Source: https://youtu.be/lPC7ueA3TwY

5 Privacies You Didn't Know You Lost

Source: 5 Privacies You Didn't Know You Lost

 
Greetings!
 
This is the best piece by the James Corbett I've seen in a while. It's an étude on government surveillance that starts out mundane and crescendoes into the "science fiction-esque".
 
1. Privacy of Garbage - Programs like WM's "Waste Watch Driver Training Program" are training garbage men to spy on customers.
 
2. Privacy of Location - The ubiquity of cellphones or what Corbett calls "Personal Tracking Devices" has long been eroding users' privacy of location, due to the nature of how cellular signals are sent and received by local towers. Turning on your GPS merely pinpoints your location down to the square foot.
 
Privacy of location is being further eroded by a ubiquity of CCTV cameras in public spaces. In China, which Corbett calls the testing ground for "Any New World Order social experiment", CCTV cameras are being connected to facial recognition technologies, which the government proudly claims will be able to match every one of China's 1.3 billion citizens with their government ID photos.
 
3. Privacy of Thought - Person-to-person mind messaging via digital brain connection, machines that can decode and process what someone is looking at in real time and computers that can translate thoughts into words are just a few of the new technologies that could enable Big Brother to read your thoughts and arrest you for thought crimes.
 
4. Privacy of Transaction - Credit cards have long been eroding this right and the war on cash would demolish this completely.
 
5. Privacy of DNA - Every newborn in the US, Canada, Australia and numerous other countries has blood collected from a heel prick at the time of birth and that sample is stored in government archives. Corbett says, "This is the genetic database that no one ever talks about and is already decades old." Who owns this data? Why, the private companies contracted to collect and store it do.
 
Corbett warns that we're giving up not just our privacy but our humanity and we're gradually losing our ability to fight back against whatever automated dictatorship emerges in the future.
 
Running Time: 23 mins
 

Source: http://www.stichtingargus.nl/vrijmetselarij/frame_en.html

 

TARTARIA, Mud Floods, Ancient Maps, Hidden History With Barnabas Nagy

Source: https://youtu.be/c5-I6R6CLes

 

Fake History of Spain: Hotel Built in 53 DAYS "Colonial Style"

Source: https://youtu.be/vnC5tvsmm-0

 

Coen, Cornelis Janszoon: 

Reize van Maarten Gerritsz. Vries in 1643 naar het Noorden en Oosten ... , 1858

 

Tartarië of genoemd Tartaria

Tartaischischen oceaan

https://digital-beta.staatsbibliothek-berlin.de/werkansicht?PPN=PPN663379652&PHYSID=PHYS_0021&DMDID=DMDLOG_0004&view=picture-download