LAW

Jeremiah 31: (KJV)
33 But this shall be the covenant that I will make with the house of Israel (NOT today called JEWS); After those days, saith the LORD, I will put my law in their inward partsand write it in their hearts; and will be their God, and they shall be my people.

 

The KJV translates Strong's G1849 in the following manner: power (69x), authority (29x), right (2x), liberty (1x), jurisdiction (1x), strength (1x).

 

The KJV translates Strong's H3581 in the following manner: strength (58x), power (47x), might (7x), force (3x), ability (2x), able (2x), able (with H6113) (1x), chameleon (1x), fruits (1x), powerful (1x), substance (1x), wealth (1x), weary (with H3019) (1x).

 

The KJV translates Strong's H8633 in the following manner: power (1x), strength (1x), authority (1x).

 

Revelation 13:

And the beast which I saw was like unto a leopard, and his feet were as the feet of a bear, and his mouth as the mouth of a lion: and the dragon gave him his power, and his seat, and great authority.

 

The KJV translates Strong's G1849 in the following manner: power (69x), authority (29x), right (2x), liberty (1x), jurisdiction (1x), strength (1x).

  1. power of choice, liberty of doing as one pleases

    1. leave or permission

  2. physical and mental power

    1. the ability or strength with which one is endued, which he either possesses or exercises

  3. the power of authority (influence) and of right (privilege)

  4. the power of rule or government (the power of him whose will and commands must be submitted to by others and obeyed)

    1. universally

      1. authority over mankind

    2. specifically

      1. the power of judicial decisions

      2. of authority to manage domestic affairs

    3. metonymically

      1. a thing subject to authority or rule

        1. jurisdiction

      2. one who possesses authority

        1. a ruler, a human magistrate

        2. the leading and more powerful among created beings superior to man, spiritual potentates

    4. a sign of the husband's authority over his wife

      1. the veil with which propriety required a women to cover herself

    5. the sign of regal authority, a crown

 

Matthew 20:

25 But Jesus called them unto him, and said, Ye know that the princes of the Gentiles (Nations) exercise dominion over them, and they that are great exercise authority upon them.

26 But it shall not be so among you: but whosoever will be great among you, let him be your minister;

27 And whosoever will be chief among you, let him be your servant:

28 Even as the Son of man came not to be ministered unto, but to minister, and to give his life a ransom for many.

 

The KJV translates Strong's G1484 in the following manner: Gentiles (93x), nation (64x), heathen (5x), people (2x)

  1. a tribe, nation, people group

  2. in the OT, foreign nations not worshipping the true God, pagans, Gentiles

 

"The attorney remained silent the court remained silent nobody wants to talk to me about jurisdiction and contract law."

  • Onder welke JURISDICTIE valt het
  • Waar is het CONTRACT
  • Vi coactus (onder dwang getekend)
  • 4 corner rule

 

Contract

Zowel de particulier als de ondernemer komt er zeer regelmatig mee in aanraking: het contract. In dit artikel wordt het contract besproken en wordt ook gekeken wanneer een contract geldig en wanneer ongeldig is.

Contract

Het woord ‘contract’ wordt in het juridisch taalgebruik niet of nauwelijks gebruikt. Een contract wordt in de wet overeenkomstgenoemd, omdat de essentie het overeenkomen van iets is.

Hoewel er vaak bij een contract wordt gedacht aan enorme stapels papier, is dat dus niet correct. Er is meestal al sprake van een contract als dat achterop een bierviltje wordt overeengekomen. Ook kan een contract mondeling overeen worden gekomen.

Ondanks het bovenstaande zijn er wel enkele regels voor het rechtsgeldige contract. Deze zullen hierna worden besproken.

Aanbod en aanvaarding = rechtsgeldig contract

Zo geeft de wet simpelweg aan dat er voor een rechtsgeldig contract een aanbod moet worden gedaan door de ene partij, terwijl de andere partij dat aanbod aanvaardt.

Een aanbod om een contract te sluiten kan in de meeste gevallen op elke manier gebeuren. Zo is het een aanbod als het rechtuit gezegd wordt: “Ik bied 10 euro voor deze kist appels, ga je akkoord?”. Toch kan een aanbod ook zonder iets te zeggen tot stand komen: het neerzetten van de prijs voor een rol Fruitella bij een snoepautomaat is ook een aanbod om tot een contract te komen.

Wanneer het aanbod is gedaan, moet de andere partij het aanbod aanvaarden om tot een rechtsgeldig contract te komen. Deze aanvaarding kan plaatsvinden door bevestigend te antwoorden op het aanbod, door een schriftelijk contract te ondertekenen of stilzwijgend, door een euro in de snoepautomaat te gooien en een rol Fruitella eruit te halen.

Wil en wilsverklaring bij het contract

Niet altijd leidt een aanbod en de aanvaarding daarvan tot een contract. Zo zal de grappende collega die voorstelt zijn BMW sportwagen te ruilen tegen jouw Toyota Starlet niet aan dat aanbod gehouden kunnen worden als jij het aanbod zou aanvaarden.

Het gaat er bij een rechtsgeldig gesloten contract namelijk om dat wil en wilsverklaring in overeenstemming zijn, zowel bij het aanbod als bij de aanvaarding.

De wil is wat iemand daadwerkelijk wil, de wilsverklaring is hoe hij die wil uit naar de buitenwereld. De wil en wilsverklaring van hierboven zijn niet in overeenstemming: de collega wil namelijk niet écht zijn BMW sportwagen ruilen tegen de Toyota Starlet. Daarom kan er bij aanvaarding van het aanbod geen contract ontstaan, het aanbod is namelijk niet rechtsgeldig.

Dat werkt ook de andere kant op: Wanneer jijzelf hebt voorgesteld om je Toyota Starlet te ruilen tegen de sportwagen van de collega en de collega gaat lachend akkoord, is het contract ook niet rechtsgeldig. Het aanbod is dan wellicht wel rechtsgeldig, maar de aanvaarding niet. De collega heeft namelijk een andere wil (niet ruilen) dan wat zijn wilsverklaring uitdraagt. Wil en wilsverklaring stemmen dan niet overeen en dus is er geen rechtsgeldig gesloten contract of overeenkomst. Dit kan bijvoorbeeld ook gelden bij typfouten of versprekingen.

Gerechtvaardigd vertrouwen, toch een rechtsgeldig contract?

Hierboven is het duidelijk dat er geen rechtsgeldig contract kan ontstaan: het is niet realistisch dat iemand zijn BMW sportauto wil ruilen tegen een auto die veel minder waard is. Wat als het niet zo duidelijk is? Kan de wederpartij dan nog steeds een beroep doen op het feit dat wil en wilsverklaring niet overeenstemmen en dat daarom geen rechtsgeldig contract tot stand is gekomen?

Nee: wanneer iemand gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat de wilsverklaring ook daadwerkelijk de wil van diegene is (zowel aan de kant van het aanbod als aan de kant van de aanvaarding), is een beroep op het ontbreken van wilsovereenstemming niet meer zinvol. Het contract komt dan toch tot stand én zal moeten worden nageleefd.

Bij typfouten of versprekingen geldt hetzelfde: is de fout te groot om gerechtvaardigd te vertrouwen (200 euro vraagt de autodealer voor een nieuwe BMW in plaats van 20.000 euro), dan kan er niet gerechtvaardigd vertrouwd worden. Is de fout klein genoeg (19.000 euro in plaats van 20.000 euro), dan kan dat wel en kan een rechtsgeldig contract ontstaan.

Contract – Conclusie

Een contract is niet aan een bepaalde vorm gebonden en kan dus ook bijvoorbeeld mondeling of zonder woorden tot stand komen. Wel is belangrijk dat er een aanbod wordt gedaan en dat dat aanbod wordt aanvaard. Daarnaast moet bij zowel het aanbod als bij de aanvaarding wilsovereenstemming zijn: wil en wilsverklaring moeten overeen stemmen voor een rechtsgeldig gesloten contract. Mocht er echter gerechtvaardigd worden vertrouwd dat wil en wilsverklaring overeen stemmen, dan ontstaat er een contract, ongeacht of dat ook wel daadwerkelijk zo was.

Heeft u een contract gesloten, maar wil de wederpartij niet meewerken? Overweeg dan om een jurist in te schakelen. Dit geldt ook wanneer u van mening bent dat er geen contract tot stand is gekomen, maar de wederpartij u probeert te dwingen tot het nakomen van dat zogenaamde contract. Schakel de juridische hulp zo snel mogelijk in, want hoe eerder u dat doet, hoe groter uw kansen op een gunstige afloop.

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels
handels- en ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht

b.g.n.gubbels@wetrecht.nl

  

DISCLAIMER: De informatie op deze website is enkel bestemd voor algemene informatiedoeleinden. Hoewel de versterkte informatie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid door onze juristen is samengesteld kunnen wij, o.a. vanwege de gecompliceerde en veranderlijke aard van wet- en regelgeving, niet garanderen dat deze informatie compleet, actueel en/of accuraat is op het moment van raadpleging en dat deze toepasbaar is in een specifieke situatie. Wij raden u dan ook aan contact op te nemen met een van onze juristen of met uw eigen jurist voordat u handelt of beslist.

 

Source: 

http://www.wetrecht.nl/contract/

 

Rechtswezen

 

Het rechtswezen is alles wat met het recht en de rechtspraak in verband staat. Een synoniem is: justitie.

Inhoud van deze pagina:

 

 


God is de oorsprong van àlle recht. Alle rechtsorde op èlk gebied wortelt in Hem. Alle recht, wat het ook zij, heeft zijn laatste en diepste grond in Zijn wil.

Bij Israël gaf God Zelf uitdrukking aan de eis, die krachtens Zijn recht moet gelden voor heel het leven. Door Mozes, als orgaan van Zijn wil, werden onder de rechtstreekse en onfeilbare leiding van de Heilige Geest ook de burgerlijke en maatschappelijke verhoudingen bepaald en geregeld. Niet in die zin, dat nu ook “alle rechten en inzettingen” nieuw waren. Het bestaande gewoonterecht werd slechts in zoverre afgeschaft, als het in strijd was met de bestemming van Israël tot volk van God, maar verder gehandhaafd, na in overeenstemming met de nieuwe levensbetrekkingen te zijn gewijzigd en aangevuld.

Ook gaf de Wet geen uitspraak met betrekking tot alle mogelijke en denkbare gevallen, maar alleen ten opzichte van de belangrijkste en de meest voorkomende. Dikwijls moest de rechter naar eigen inzicht uit de algemene rechtsbeginselen de speciale toepassing afleiden.

Privaatrecht

Grondbezit

Onder Jozua werd het gehele land gelijkmatig onder de stammen en geslachten van Israël verdeeld, zodat ieder geslacht en ieder stamhuis voor zichzelf en zijn nakomelingen een erfdeel kreeg dat evenredig was naar het aantal leden dat de stam of geslacht had.

Niet alle stammen en gedeelten van stammen kwamen direct in het daadwerkelijk bezit van de aan hen toebedeelde grond, omdat de Kanaänieten nog niet helemaal waren uitgeroeid.

Zowel het verkrijgen als het behouden van het volledig bezit hing af van het al of niet wandelen in de weg van Gods verbond, Lev. 26 :32 v.; Deut. 4 :26 v.; 11 :9 v.

Het land bleef eigendom van YHWH. Vandaar de rust van de bodem in het sabbatsjaar, en de terugkeer van de vervreemde grondbezitting tot de familie in het Jubeljaar. Van een “verkocht worden ten eeuwige dage” was dus geen sprake; ook kon het verkochte te allen tijde worden ingelost, Lev. 25 :3. Alle koop van grond was dus feitelijk niets anders dan pacht.

Erfopvolging en erfrecht

De vaderlijke bezitting ging over op de zonen; de eerstgeborene erfde een dubbel aandeel, de overige zonen ontvingen gelijke delen. Waren er bijvoorbeeld vijf zonen, dan kreeg de eerstgeborene 1/3 of 2/6 deel, de overigen ieder 1/6 van het vaderlijk vermogen.

Stierf iemand zonder zoon na te laten, dan gingen zijn bezittingen over op zijn dochters, Num. 27 :4; had hij ook geen dochters, dan ging de erfenis over op zijn broeder; had hij geen broeder, dan ging het over op de broeders van zijn vader; als ook die ontbraken, moest zijn erfdeel worden gegeven aan de bloedverwant die het dichtst bij hem stond, Num. 27 : 7-11.

Vaderlijk erfgoed mocht niet overgaan van de ene stam in de andere stam; daarom mochten erfdochters niet buiten hun stam trouwen.

Van testamenten is in de Wet en in heel het Oude Testament geen sprake.

Leen- en pandrecht

Van geleend geld mocht geen rente worden geheven, en geleende voedingsmiddelen mochten niet met winst teruggenomen worden; deze bepaling gold alleen voor de Israëlieten, niet voor de vreemdelingen en bijwoners, en had uitsluitend betrekking op gevallen van verarming.

Van geld lenen, niet uit nood, maar bijvoorbeeld om zijn bedrijf uit te breiden, wordt in de wet niet gesproken; het nemen van rente in een dergelijk geval kan niet met een beroep op de wet worden bestreden, Ex. 22; Deut. 15 :6; 23 :20.

Het van de verarmde naaste te pand genomen kleed moest weer teruggegeven worden, voordat de zon onderging, Ex. 22 :26 v. Het kleed van de weduwe, alsmede de beide molenstenen of de bovenste steen, onmisbaar voor de bereiding van het dagelijks brood, mochten niet te pand worden genomen, Deut. 24:6. Het was verboden zelf het huis van de schuldenaar binnen te gaan, om van hem te pand te nemen; men moest buiten blijven staan en wachten tot hij het pand naar buiten bracht.

Van borgstelling spreekt de wet niet; evenmin van verpanding van de bodem; alleen, zoals we zagen, van verkoop van het grondbezit, en ook van zelfverkoop.

Het recht van de armen

Een bedelaar mocht er onder Israël niet zijn. De arme had recht op de nalezing bij de graan- en de wijnoogst, Lev. 19 :9 v., Deut. 24 :19 v.; in het sabbatsjaar vrij gebruik van wat vanzelf groeide, Lev. 25 :5 v.; een plaats aan de offermaaltijden, Deut. 16 :10 v.; 26:12 v. In het jubeljaar kwam het verloren gegaan bezit aan de verarmde Israëlieten terug.

Publiek recht

Rechters en rechterlijke macht

In de tijd van de aartsvaders oefende de huisvader de rechterlijke macht uit over allen, die tot zijn huis behoorden, ook het recht over leven en dood, Gen. 38 :24.

Later, toen de huisgezinnen vermenigvuldigden, ging deze macht op natuurlijke wijze over op de hoofden van de stammen en geslachten, die deze macht uitoefenden voor zover dit mogelijke was bij de staat waarin de Israëlieten in Egypte verkeerden.

Nadat Mozes het volk uit het diensthuis had uitgeleid, wendden allen, die het recht zochten, zich tot hem, de redder van het volk, die God op zo’n wonderbare wijze volmacht had gegeven om als Zijn gezant en vertegenwoordiger op te treden, Ex. 14 :31; 18 :13.

Omdat Mozes echter niet in staat was om alle rechtszaken alleen te behandelen, verkoos hij, op aanraden van zijn schoonvader Jetro, uit de hoofden van de stammen oversten der duizenden, der honderden, der vijftigen en der tienen, om “in alle kleine zaken” te richten, en “alle grote zaken” voor hem te brengen, Ex. 18 :19-26, Deut. 1 :13-18.

Deze algemene bepaling bleef ook van kracht, toen het land Kanaän in bezit genomen was. Voor deze tijd in het beloofde land wordt slechts in het algemeen voorgeschreven:

“Rechters en ambtlieden (Hebr. schoterim)  zult gij u stellen in al uw poorten (steden) die de HEERE uw God u geven zal onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid”,
Deut. 16 :18, Statenvertaling.

De ambtlieden (schoterim) hielden en bewaarden de geslachtslijsten, en stonden de rechters bij, niet alleen als schrijvers, maar ook als raadslieden, voor zover eigendomsrecht en andere rechtsbetrekkingen verband hielden met de afkomst en de opvolging van de geslachten.

Dit plaatselijk  gericht had alleen over de geringere zaken te oordelen, en de schuldigen te straffen. Voor moeilijke gevallen was een hogere rechtbank ingesteld, die haar zetel moest hebben ter plaatse van het heiligdom, en bestond uit priesters en rechters, met de hogepriester aan het hoofd, Deut. 17 :8; 19 :16 v.

Na de instelling van het koningsschap berustte de hoogste rechterlijke macht bij de koning, tot wie men zich rechtstreeks kon wenden, en waarop men zich beroepen kon, indien men zich door een lager gericht verongelijkt achtte.

De koning droeg soms een deel van die macht aan anderen over. David benoemde 6.000 Levieten tot rechters en schoterim, 1 Kron. 23 :4, vergelijk 26 :29, en Josafat stelde niet alleen in de vaste steden rechters aan, 2 Kron. 19 :5-7, maar richtte ook te Jeruzalem een gerechtshof in, bestaande uit Levieten, priesters en stamhoofden, waarvan de hogepriester “in alle zaak des Heeren” (het geestelijk recht) en de vorst van het huis van Juda “in alle zaak des konings” (het burgerlijk recht) voorzitters waren, 2 Kron. 19 :8-11.

Tijdens de ballingschap berustte de rechterlijke macht bij de oudsten des volks.

Na de terugkeer in het voorvaderlijk land – de precieze tijd is niet bekend – werd het Sanhedrin gevormd, de Grote Raad, die te Jeruzalem zetelde en uit 70 leden bestond: overpriesters, oudsten en schriftgeleerden, zowel Farizeeën als Sadduceeën, Matth. 26 :57,59, Mark. 14:43,53; 15 :1, Luk. 22 :66, Hand. 5 :21,34; 22 :30; 23 :6. De Talmoed zoekt de oorsprong van het Sanhedrin in de door Mozes ingestelde raad van 70 oudsten, Num. 11 :16. De voorzitter van het Sanhedrin was de hogepriester. Het Sanhedrin hield dagelijks zitting, uitgezonderd op de sabbat en op de grote feesten, en oordeelde niet alleen over godsdienstige, maar ook over burgerlijke en staatkundige aangelegenheden. In godsdienstzaken schijnt zijn invloed zich tot buiten de grenzen van Israël, zelfs tot in Syrië toe, te hebben uitgestrekt, Hand. 9 :2. 

De rechtspleging

De vorm van de rechtspleging was heel eenvoudig. De rechters in de steden hielden zitting bij de poort, Deut. 21 :19; 22 :15, Spr. 22 :22, Am. 5 :12,15. Zelfs de hoogste rechters hielden in het openbaar gericht, Richt. 4 :5; 2 Sam. 15 :2,6, vergelijk 14 :4 v.; 1 Kon. 3 :28.

Aanklager en aangeklaagde verschenen in eigen persoon.

Voor bewijzen golden de bewijsstukken zelf, Ex. 22 :13, vergelijk Deut. 22 :15, Am. 3 :12, of het woord van de aanklager, dat echter door twee of drie getuigen moest worden bevestigd, Deut. 19 :15, vooral in zaken waarin sprake was van doodschuld, Deut. 17 :6, Num. 35 :30.

Wie bevonden werd, een vals getuigenis te hebben gegeven, moest dezelfde straf ondergaan, die de aangeklaagde zou zijn opgelegd, Deut. 19 :18 v.

Bij gebrek aan getuigen moest de zaak door een eed worden uitgemaakt, Ex. 22 :6-11.

Had een man zijn vrouw van echtbreuk beschuldigd, dan moest een Godsoordeel uitspraak doen, Num. 5 :11-31.

Twee gevallen worden vermeld, waarin de schuldige werd aangewezen door het lot, Joz. 7 :14 en 1 Sam. 14 :40 v.

Het vonnis werd, terstond na de uitspraak, voor de ogen van de rechter voltrokken, Deut. 25 :2 v. De doodstraf door steniging werd uitgeoefend door de gehele gemeente, Num. 15 :36, of door de lieden van de stad, Deut. 22 :21 vergelijk Deut. 13 :9; 17 :7, waarbij de aanklagende getuigen de eerste steen moesten werpen, om de misdadiger te doden.

Het strafrecht

De wet gaat uit van het beginsel, dat de straf handhaving is van de goddelijke gerechtigheid.

Haar strafrecht is in hoofdzaak wedervergelding, en eist leven voor leven, oog voor oog, wond voor wond, enz., Ex. 21 :23-25, Lev. 24 :17-23, Deut. 19 :21, en bij benadeling in bezittingen, volledige vergoeding. (Over het lossen, in verband met de wedervergelding, zie Lev. 25, Num. 5 :8; 35 :19, 2 Sam. 14 :7).

Naast de handhaving van het recht was ook de uitroeiing van het kwaad het doel van de straf.

De straffen waren eenvoudig en streng, niet wreed of onterend.

Misdrijven, die de grondslagen van de Theocratie aantasten, werden met de dood gestraft:

  • moord, Ex. 21 :12,14, Lev. 24 :17;
  • tegennatuurlijke ontucht, Lev. 20 :13;
  • bloedschande, Lev. 20 :14;
  • weerspannigheid of opstaan tegen de ouders, Ex. 21 :15,17, Lev. 20 :9, Deut. 21 :18-21;
  • lastering van Gods Naam, Lev. 24 :13-16,23;
  • sabbatschending, Num. 15 :32-36;
  • het niet-houden van het Pascha, Num. 9 :13;
  • waarzeggerij en toverij, Lev. 20 :27;
  • het vals profeteren, Deut. 18 :20.

De doodstraf werd uitgevoerd door steniging of doodsteken met het zwaard, Deut. 13 :9; 20:13.

De doodstraf werd verzwaard of vermeerderd, deels door het verbranden van het lijk, Lev. 20 :14; 21 :9, deels door het ophangen ervan aan een boom of paal, Deut. 21 :22. De opgehangen persoon was een vervloekte, Gal. 3 :13, en mocht geen nacht over blijven hangen, Deut. 21 :23.

De 21:22 Voorts, wanneer in iemand een zonde zal zijn, die het oordeel des doods [waardig] [is], dat hij gedood zal worden, en gij hem aan het hout zult opgehangen hebben; 
De 21:23 Zo zal zijn dood lichaam aan het hout niet overnachten; maar gij zult het zekerlijk ten zelven dage begraven; want een opgehangene is Gode een vloek. Alzo zult gij uw land niet verontreinigen, dat u de HEERE, uw God, ten erve geeft.
(SV)

In dit Schriftwoord wordt niet de doodstraf door ophanging bedoeld. Deze was onder Israël, tenminste toen, niet bekend. Wel werd tot verzwaring of vermeerdering van de straf het lijk van een ter dood gebrachte aan een boom opgehangen, én om daarmee aan te duiden, dat hij een eerlijke begrafenis onwaardig was, én om ook nog een tijd na zijn dood hem tot een schouwspel te doen strekken voor de mensen tot afschrik. Dat tentoonstellen moest echter ook zijn grenzen hebben, opdat het land niet werd verontreinigd door het dode lichaam van de misdadiger.

Bij doodslag gold de regel: “Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door de mens vergoten worden; want God heeft de mens naar Zijn beeld gemaakt”, Gen. 9 :6. De naaste bloedverwant van de verslagene was geroepen om als bloedwreker op te treden, Deut. 19 :6. De wet beperkte de bloedwraak door te onderscheiden tussen moedwillige en onopzettelijke doodslag, Ex. 21 :12-14. Wie bij vergissing iemand gedood had, kon de doodstraf ontgaan, door in één van de zes vrijsteden te vluchten, Num. 35 :11-16, en daar te blijven tot de dood van de hogepriester, Num. 35 :25. Ook het altaar beveiligde tegen de bloedwraak, Ex. 21 :14, Deut. 19 :11-13, 1 Kon. 1 :50.

De lijfstraffen bestonden, bij lichamelijke kwetsing in wedervergelding aan hetzelfde lichaamsdeel, Ex. 21 :23 v., Lev. 24 :19 v., Deut. 19 :21, en verder in stokslagen, die de 40 niet te boven mochten gaan, Deut. 25 :2,3; waarvan de rabbijnen later maakten 40 –1, opdat vergissing geen wetsovertreding zou zijn, 2 Kor. 11 :24.

Geldboetes mochten niet meer dan honderd sikkelen bedragen. Ze werden toegepast bij diefstal, waarbij ook het gestolen goed moest worden gerestitueerd, Ex. 22:3, of bij eerroof. Het bedrag was wettelijk vastgesteld, Deut. 22 :19, 29, of werd door de rechters bepaald, Ex. 21 :22. In een enkel geval, Ex. 21 :30, kon de doodstraf door een boete worden vervangen.

Gevangenisstraf komt in de wet niet voor. Zij werd pas opgelegd in de tijd van de koningen, 2 Kron. 16 :10; Jer. 20 :2; 32 :2; 38 :6.

Bronnen

Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie, jaar 2000, s.v. ‘Rechtswezen’.

C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009; bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929), blz. 245-251. Hieruit is, onder toestemming, op 14 nov. 2014 tekst gebruikt.

Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Deut. 21:22. Enige tekst hiervan is verwerkt. 

 

Source:

http://www.christipedia.nl/Artikelen/R/Rechtswezen

 

What is Contracts Law?

Created by FindLaw's team of legal writers and editors.

 

A contract is a legally enforceable agreement between two or more parties where each assumes a legal obligation that must be completed. Many aspects of daily life involve contracts, including buying property, applying for a car loan, signing employment-related paperwork, and agreeing to terms and conditions when buying products and services or using computer software.

Legal issues involving contracts arise most often when one party fails to perform the legal obligation it has agreed to do. When a party breaches a contract by failing to perform, the other party can often sue for money damages, or, in some limited cases, can ask the court to force the other party to perform as promised.

Contracts can also be the source of legal disputes when they are not written clearly. Parties who misunderstand the terms of their agreement may sue each other and have a court settle the argument. Additionally, when a company signs a contract and later goes out of business or is unable to fulfill its promises, the other party may have to pursue legal action in civil or bankruptcy court to obtain relief.

Terms to Know

  • Contract – An agreement between two or more parties that creates in each party a duty to do or not do something, and the right to performance of the other party’s duty or a remedy for a breach
  • Breach – Failure to perform an obligation created by a promise or contract, without justification or excuse
  • Performance – The action or omission required to fulfill a promise or obligation
  • Specific Performance – An equitable remedy that requires a breaching party to fulfill the exact terms of the contract; used when monetary damages are insufficient or inadequate, such as for the breach of a sale of real estate
  • Offer – A proposal for an agreement that another party may accept upon receipt to form a legally binding contract
  • Acceptance – An approval, often required to be in writing, of an offer that forms a legally binding contract
  • Statute of Frauds – A state law that does not allow certain contracts to be enforced unless they are in writing

Other Considerations When Hiring a Contracts Lawyer

Many people believe that all contracts have to be in writing. Every state has a statute of frauds, which does indeed require certain types of contracts, such as contracts for the sale of real property, to be in writing. However, all states still allow some legally binding contracts to be oral. These contracts usually involve the sales of goods under a certain dollar amount, usually $500, or the purchase of services that can be completed in less than a year. When disputes arise regarding oral contracts, the parties should seek legal advice right away to ensure that their contract is valid under state law.

 

In some instances of breach of contract, the court may award specific performance, which requires the breaching party to do what it promised. However, this option is available only in limited circumstances. Specific performance is usually reserved for real estate transactions and agreements to purchase a one-of-a-kind products, such as works of art. With most contracts, a non-breaching party can only sue for money damages. The court will determine an amount of money to compensate the non-breaching party for the failed performance of the contract. An attorney can help you determine an acceptable dollar amount for a breach and ensure that your financial interests are protected.

 

If you are facing a legal issue related to a contract, consult a contracts lawyer immediately to explore your legal rights.

Related Practice Areas

 

Source:

https://hirealawyer.findlaw.com/choosing-the-right-lawyer/contracts-law.html

 

Four corners (law)

The Four Corners Rule is a legal doctrine that courts use to determine the meaning of a written instrument such as a contractwill, or deed as represented solely by its textual content. The doctrine states that where there is an ambiguity of terms, the Court must rely on the written instrument solely and cannot consider extraneous evidence.

 

In contract interpretation, the Four Corners Rule refers to a common law doctrine dating back to old English courts that requires the court to resolve contractual disputes based on the words contained in the disputed contract. The four corners doctrine is similar to the parol evidence rule, which prohibits a contracting party from introducing evidence separate from the contract that would change fundamentally the intended understanding as written in the contract. However, the Four Corners Doctrine prohibits a party from introducing evidence to interpret an unambiguous term.[1] The doctrine also requires a court to discern what the contracting parties intended by using the whole document; no cherry picking. Most commercial contracts contain a clause entitled either "Merger", "Integration", or "Entire Agreement". In this clause, there would usually be language indicating that the parties' understanding of the other provisions of the contract are contained within the four corners of the same. Many modern contracts have taken it further to state that the entire agreement is contained within the agreement and that the agreement supersedes all prior understandings.

Source: 

https://en.wikipedia.org/wiki/Four_corners_(law)

 

Four Corners Rule Contract Law: Everything You Need to Know

The four corners rule stipulates that if two parties enter into a written agreement, they cannot use oral or implied agreements to contradict the terms.3 min read

 

The four corners rule contract law, also known as the patrol evidence rule, stipulates that if two parties enter into a written agreement, they cannot use oral or implied agreements in court to contradict the terms of the written agreement.

The term "four corners" refers to the four corners of a document. Basically, it implies that the only legal parts of the contract are within the four corners of a page or online document. If there is evidence that exists outside of these four corners, they cannot be used in court if they directly contradict the terms of the written contract.

Types of evidence not valid in court due to the four corners rule include:

  • Conversations about the signing of the contract
  • Written evidence that is not part of the original written contract
  • Comments from the defendant or plaintiff who are in a breach of contract case

The Four Corners of a Contract

Because of the four corners rule, it is vital to include all promise and expectations you have of the other party in the original written contract. If you fail to do so and rely on spoken promises or guarantees made outside of the contract, enforcing them may prove problematic. Any judge looking at your case will look only at the four corners, not whatever verbal agreements you made.

To protect yourself from this type of situation, it is a great idea to speak with a contract dispute attorney. They can look at the contract and make sure it is fair to both parties before you sign it.

Never trust the other party if they say that you shouldn't worry about a particular clause or statement. While you might be in agreement now, if things go south, you will have no legal support for making that party adhere to your wishes.

There are certain times when outside evidence is useful for supporting a contract, but these are mostly limited to instances of fraud or other problems. If you are in trouble and think this might apply to you, contact a contract dispute attorney for assistance. They can determine whether or not you can use outside evidence in a courtroom to defend your case.

Times When Outside Evidence Can Be Used

There are only a few instances when outside evidence is permissible for supporting a written contract. These might include:

  • To correct a mistake in the original contract.
  • To clear up ambiguous language in the contract and help determine the original meaning.
  • To assist the judge or jury understand the contract better.
  • To clarify a transcription error in the original contract.
  • To prove that the original contract is invalid.
  • To prove that consideration was never offered for the two parties.
  • To show that one party committed fraud, interference, unconscionable behavior, or was under duress when creating the contract.
  • To make changes to the original contract if there is a clause that states oral amendments are permissible.
  • To name the parties involved in cases of changing names.

Using the Four Corners Rule in Contract Disputes

If your contract is in dispute in court, the judge will definitely rely on the four corners rule to keep things as simple as possible. They will use your written documents to discover each party's original intention and decide based off that unless you qualify for one of the exceptions listed above.

The court will only use external evidence as much as it needs to clear up the ambiguity or discover the original intent of the contract.

Generally, the procedure for using the four corners rule is as follows:

  1. The judge will read the written contract and decide if extrinsic evidence is necessary.
  2. The court will enforce the contract as written without extrinsic evidence if not required.
  3. If extrinsic evidence is necessary the judge will use the entirety of the contract in addition to the new evidence to make a ruling that is fair.

Overall, a judge will not try to discover hidden meanings or obscure definitions. Instead, they'll use the ordinary and straightforward meaning of words and clauses to determine how certain statements fit into the agreement as a whole.

If you need help with the four corners rule contract law, you can post your legal need on UpCounsel's marketplace. UpCounsel accepts only the top 5 percent of lawyers to its site. Lawyers on UpCounsel come from law schools such as Harvard Law and Yale Law and average 14 years of legal experience, including work with or on behalf of companies like Google, Menlo Ventures, and Airbnb.

 

Source:

https://www.upcounsel.com/four-corners-rule-contract-law