Peoples's law

Dit klopt volgens iemand die ik ken niet helemaal.

Ik zelf heb hier geen kennis genoeg voor het lijkt volgens mij wel een soort van wel te kloppen????

http://www.expertinalllegalmatters.com/cestui-que-vie-trusts

https://www.investopedia.com/terms/m/maritime-law.asp

http://www.legislation.gov.uk/aep/Cha2/18-19/11

 

Tweede Boek. Misdrijven

Titel XXVIII. Ambtsmisdrijven

Artikel 365 De ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie
.

Titel XVIII. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid

1.Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft:
1°. hij die een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden;
2°. hij die een ander door bedreiging met smaad of smaadschrift dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden.
2.In het geval onder 2° omschreven wordt het misdrijf niet vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het gepleegd is.

Tweede Boek. Misdrijven

Titel XVIII. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid

1.Als schuldig aan mensenhandel wordt met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie gestraft:
1°. degene die een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen;
2°. degene die een ander werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
3°. degene die een ander aanwerft, medeneemt of ontvoert met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling;
4°. degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt of beweegt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar te stellen dan wel onder de onder 1° genoemde omstandigheden enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van arbeid of diensten of zijn organen beschikbaar stelt;
5°. degene die een ander ertoe brengt zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling of zijn organen tegen betaling beschikbaar te stellen dan wel ten aanzien van een ander enige handeling onderneemt waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar stelt tot het verrichten van die handelingen of zijn organen tegen betaling beschikbaar stelt, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
6°. degene die opzettelijk voordeel trekt uit de uitbuiting van een ander;
7°. degene die opzettelijk voordeel trekt uit de verwijdering van organen van een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat diens organen onder de onder 1° bedoelde omstandigheden zijn verwijderd;
8°. degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met of voor een derde tegen betaling of de verwijdering van diens organen tegen betaling, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt;
9°. degene die een ander met een van de onder 1° genoemde middelen dwingt dan wel beweegt hem te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handelingen met of voor een derde of van de verwijdering van diens organen.
2.Uitbuiting omvat ten minste uitbuiting van een ander in de prostitutie, andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen of verplichte arbeid of diensten, met inbegrip van bedelarij, slavernij en met slavernij te vergelijken praktijken, dienstbaarheid en uitbuiting van strafbare activiteiten.
3.De schuldige wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien:
1°. de feiten, omschreven in het eerste lid, worden gepleegd door twee of meer verenigde personen;
2°. degene ten aanzien van wie de in het eerste lid omschreven feiten worden gepleegd een persoon is die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt dan wel een ander persoon is bij wie misbruik van een kwetsbare positie wordt gemaakt;
3°. de feiten, omschreven in het eerste lid, zijn voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld.
4.Indien een van de in het eerste lid omschreven feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, wordt gevangenisstraf van ten hoogste achttien jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.
5.Indien een van de in het eerste lid omschreven feiten de dood ten gevolge heeft, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd.
6.Onder kwetsbare positie wordt mede begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan.
7.Artikel 251 is van overeenkomstige toepassing.
 
[De ambtenaar die door misbruik van gezag iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie
 
Misbruik van gezag is wat hier van belang is. Als de ambtenaar gewoon de wet volgt dan is dit geen misbruik van gezag, maar dan is dit een (eenzijdige) rechtshandeling die volgt uit de wet.
Bestuursrecht, is ook wet. Als we het strafrecht van Nederland aanvaarden, dan moeten we ook al haar andere wetten aanvaarden.
 

Deuteronomium 24:

10 Wanneer gij aan uw naaste iets zult geleend hebben, zo zult gij tot zijn huis niet ingaan, om zijn pand te pand te nemen;

11 Buiten zult gij staan, en de man, dien gij geleend hebt, zal het pand naar buiten tot u uitbrengen.

12 Doch indien hij een arm man is, zo zult gij met zijn pand niet nederliggen.

13 Gij zult hem dat pand zekerlijk wedergeven, als de zon ondergaat, dat hij in zijn kleed nederligge, en u zegene; en het zal u gerechtigheid zijn voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods.

14 Gij zult den armen en nooddruftigen dagloner niet verdrukken, die uit uw broederen is, of uit uw vreemdelingen, die in uw land en in uw poorten zijn.

15 Op zijn dag zult gij zijn loon geven, en de zon zal daarover niet ondergaan; want hij is arm, en zijn ziel verlangt daarnaar; dat hij tegen u niet roepe tot den HEERE, en zonde in u zij.

 

Deuteronomy 24:

10 When thou dost lend thy brother any thing, thou shalt not go into his house to fetch his pledge.

11 Thou shalt stand abroad, and the man to whom thou dost lend shall bring out the pledge abroad unto thee.

12 And if the man be poor, thou shalt not sleep with his pledge:

13 In any case thou shalt deliver him the pledge again when the sun goeth down, that he may sleep in his own raiment, and bless thee: and it shall be righteousness unto thee before the LORD thy God.

14 Thou shalt not oppress an hired servant that is poor and needy, whether he be of thy brethren, or of thy strangers that are in thy land within thy gates:

15 At his day thou shalt give him his hire, neither shall the sun go down upon it; for he is poor, and setteth his heart upon it: lest he cry against thee unto the LORD, and it be sin unto thee.

 
Stemmen is volmacht geven aan vertegenwoordiger uit jouw naam te mogen handelen het is een vrije keus van JOUW burgerrecht art 3:60 BW
Boek 3. Vermogensrecht in het algemeen
Titel 3. Volmacht
Artikel 60
1.
Volmacht is de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten.
2.
Waar in deze titel van rechtshandeling wordt gesproken, is daaronder het in ontvangst nemen van een verklaring begrepen.
 
Ondanks dat ik NIET ga stemmen, zo laat ik mijn stem horen. 

 

Bible Law: http://www.biblelaw101.com/

Wake Up: https://www.youarelaw.org/

https://nl.wikipedia.org/wiki/Staat_der_Nederlanden

http://familievanegdom.123website.nl/422788869

https://www.europa-nu.nl/id/vh7dovyjhuzi/handvest_van_de_grondrechten

 

Sanhedrin (gerechtshof)

The Sanhedrin is NOT keeping YHWH His Torah/instructions/law that He gave to Moses.

They do NOT use the 10 commandments.

They make Oral laws that YHWH did NOT give to them.

 

 

Jeremiah 1:

5 Before I formed thee in the belly I knew thee; and before thou camest forth out of the womb I sanctified thee, and I ordained thee a prophet unto the nations.
 
Ezekiel 18:
30 Therefore I will judge you, O house of Israel, every one according to his ways, saith the Lord GOD. Repent, and turn yourselves from all your transgressions; so iniquity shall not be your ruin.

 

https://www.merriam-webster.com/

https://www.law.cornell.edu/ucc

https://en.oxforddictionaries.com/

https://www.1215.org/lawnotes/index.html

https://uknowledge.uky.edu/cgi/viewcontent.cgi?article=1296&context=law_facpub

https://law.duke.edu/lib/researchguides/ucc/

https://www2.deloitte.com/content/dam/Deloitte/nl/Documents/tax/deloitte-nl-tax-in-2016-the-european-union-will-have-a-new-customs-code.pdf

https://www.robert-schuman.eu/en/doc/questions-d-europe/qe-418-en.pdf

http://www.republicsg.info/Dictionaries/2004_Black%27s-Law-Dictionary-Edition-8.pdf

https://www.nederlandrechtsstaat.nl/

https://www.digitaleoverheid.nl/dossiers/basisregistraties/

http://www.boetejuristen.nl/contact

https://www.telefoonboek.nl/bedrijven/t3323921/leeuwarden/centraal-justitieel-incasso-bureau/

https://search.justice.gov/search?query=netherlands&op=Search&affiliate=justice

 

http://i-uv.com/hatj-rkb-pacer-1-22-18-praecipe-declaration-of-due-cause-and-judgment-and-order-of-dismissal-doc-98/

 

 

Definition of person:
1 : human, individual —sometimes used in combination especially by those who prefer to avoid man in compounds applicable to both sexes chairperson spokesperson
2 : a character or part in or as if in a play : guise
3 a : one of the three modes of being in the Trinitarian Godhead as understood by Christians
b : the unitary personality of Christ that unites the divine and human natures
4 a archaic : bodily appearance
b : the body of a human being; also : the body and clothing unlawful search of the person
5 : the personality of a human being : self
6 : one (such as a human being, a partnership, or a corporation) that is recognized by law as the subject of rights and duties
7 : reference of a segment of discourse to the speaker, to one spoken to, or to one spoken of as indicated by means of certain pronouns or in many languages by verb inflection
— personhood play \ˈpər-sᵊn-ˌhu̇d\ noun
— in person
: in one's bodily presence the movie star appeared in person

 

Person:

1. A human being
2. An entity (such as acorporation) that is recognized by law as
having the rights and duties of a human being
3. The living body of a human being {contraband found on the smuggler's person}

 

Artificial person:
An entity, such as a corporation, created by law and given certain
legal right and duties of a human being, a being, real or imaginary, who for the purpose
of legal reasoning is treated more or less as a human being.
Also termed fictitious person; juristic person; legal person; moral person.

 

Natural person:
A human being, as distinguished from an artificial person created by law.
Een mens, onderscheiden van een door de wet geschapen kunstmatig persoon. 

The lie of romans 13

that self called governments

use for their advantage:

For rulers are the ministers of God NOT man. Ye have to pay tribute to ministers of God.

cijns:
1 schatting, belasting

2 grondrente of erfpacht.

 

Romans 13:
1 Let every soul be subject unto the higher powers. For there is no power but of God: the powers that be are ordained of God.
2 Whosoever therefore resisteth the power, resisteth the ordinance of God: and they that resist shall receive to themselves damnation.
3 For rulers are not a terror to good works, but to the evil. Wilt thou then not be afraid of the power? do that which is good, and thou shalt have praise of the same:
4 For he is the minister of God to thee for good. But if thou do that which is evil, be afraid; for he beareth not the sword in vain: for he is the minister of God, a revenger to execute wrath upon him that doeth evil.
5 Wherefore ye must needs be subject, not only for wrath, but also for conscience sake.
6 For for this cause pay ye tribute also: for they are God's ministers, attending continually upon this very thing.
7 Render therefore to all their dues: tribute to whom tribute is due; custom to whom custom; fear to whom fear; honour to whom honour.
8 Owe no man any thing, but to love one another: for he that loveth another hath fulfilled the law.
9 For this, Thou shalt not commit adultery, Thou shalt not kill, Thou shalt not steal, Thou shalt not bear false witness, Thou shalt not covet; and if there be any other commandment, it is briefly comprehended in this saying, namely, Thou shalt love thy neighbour as thyself.
10 Love worketh no ill to his neighbour: therefore love is the fulfilling of the law.
11 And that, knowing the time, that now it is high time to awake out of sleep: for now is our salvation nearer than when we believed.
12 The night is far spent, the day is at hand: let us therefore cast off the works of darkness, and let us put on the armour of light.
13 Let us walk honestly, as in the day; not in rioting and drunkenness, not in chambering and wantonness, not in strife and envying.
14 But put ye on the Lord Jesus Christ, and make not provision for the flesh, to fulfil the lusts thereof.

 

  • What HIGHER POWERS we have to be subject unto

 

Romans 13:

13 Let every soul be subject unto the higher powers. For there is no power but of God: the powers that be are ordained of God.

Whosoever therefore resisteth the power, resisteth the ordinance of God: and they that resist shall receive to themselves damnation.

For rulers are not a terror to good works, but to the evil. Wilt thou then not be afraid of the power? do that which is good, and thou shalt have praise of the same:

For he is the minister of God to thee for good. But if thou do that which is evil, be afraid; for he beareth not the sword in vain: for he is the minister of God, a revenger to execute wrath upon him that doeth evil.

5 Wherefore ye must needs be subject, not only for wrath, but also for conscience sake.

 

[

Acts 10:
42 And he commanded us to preach unto the people, and to testify that it is he which was ordained of God to be the Judge of quick and dead.
 
Romans 13:
1 Let every soul be subject unto the higher powers. For there is no power but of God: the powers that be are ordained of God.
 
1 Corinthians 2:
7 But we speak the wisdom of God in a mystery, even the hidden wisdom, which God ordained before the world unto our glory:
 
Hebrews 5:
1 For every high priest taken from among men is ordained for men in things pertaining to God, that he may offer both gifts and sacrifices for sins:
 
Hebrews 9:
6 Now when these things were thus ordained, the priests went always into the first tabernacle, accomplishing the service of God.
 
For there are certain men crept in unawares, who were before of old ordained to this condemnation, ungodly men, turning the grace of our God into lasciviousness, and denying the only Lord God, and our Lord Jesus Christ.

]

 

Higher powers:

{

The KJV translates Strong's G5242 in the following manner: higher (1x), better (1x), excellency (1x), pass (1x), supreme (1x).

 

  1. to have or hold over one

  2. to stand out, rise above, overtop

    1. to be above, be superior in rank, authority, power

      1. the prominent men, rulers

    2. to excel, to be superior, better than, to surpass

}

 

The KJV translates Strong's G1849 in the following manner: power (69x), authority (29x), right (2x), liberty (1x), jurisdiction (1x), strength (1x).

{

  1. power of choice, liberty of doing as one pleases

    1. leave or permission

  2. physical and mental power

    1. the ability or strength with which one is endued, which he either possesses or exercises

  3. the power of authority (influence) and of right (privilege)

  4. the power of rule or government (the power of him whose will and commands must be submitted to by others and obeyed)

    1. universally

      1. authority over mankind

    2. specifically

      1. the power of judicial decisions

      2. of authority to manage domestic affairs

    3. metonymically

      1. a thing subject to authority or rule

        1. jurisdiction

      2. one who possesses authority

        1. a ruler, a human magistrate

        2. the leading and more powerful among created beings superior to man, spiritual potentates

    4. a sign of the husband's authority over his wife

      1. the veil with which propriety required a women to cover herself

    5. the sign of regal authority, a crown

}

 

  • Who are the powers ordained by God

 

Acts 10:
38 “how God anointed Jesus of Nazareth with the Holy Spirit and with power, who went about doing good and healing all who were oppressed by the devil, for God was with Him.
39 “And we are witnesses of all things which He did both in the land of the Jews and in Jerusalem, whom they[fn] killed by hanging on a tree.
40 “Him God raised up on the third day, and showed Him openly,
41 “not to all the people, but to witnesses chosen before by God, even to us who ate and drank with Him after He arose from the dead.
42 “And He commanded us to preach to the people, and to testify that it is He (Yahushua called Jezus) who was ordained by God to be Judge of the living and the dead.
43 “To Him all the prophets witness that, through His name, whoever believes in Him will receive remission of sins.”
44 While Peter was still speaking these words, the Holy Spirit fell upon all those who heard the word.
45 And those of the circumcision who believed were astonished, as many as came with Peter, because the gift of the Holy Spirit had been poured out on the Gentiles also.
46 For they heard them speak with tongues and magnify God. Then Peter answered,
47 “Can anyone forbid water, that these should not be baptized who have received the Holy Spirit just as we have?”

 

John 15: (KJV)

16 Ye have not chosen me, but I have chosen you, and ordained you, that ye should go and bring forth fruit, and that your fruit should remain: that whatsoever ye shall ask of the Father in my (YAHUSHUA) name, he may give it you.

  

  • Who are the real MINISTERS of God

 

2 Corinthians 3: (KJV)

6 Who also hath made us able ministers of the new testament (Covenant); not of the letter, but of the spirit: for the letter killeth, but the spirit giveth life.

 

Acts 16:

17 The same followed Paul and us, and cried, saying, These men are the servants (ministers) of the most high God, which shew unto us the way of salvation.

 

1 Corinthians 7:

23 Ye are bought with a price; be not ye the servants (minister) of men.

24 Brethren, let every man, wherein he is called, therein abide with God.

 

  • Where do we have to pay ye tribute to

 

Ezra 7:

24 Also we inform you that it shall not be lawful to impose tax, tribute, or custom on any of the priests, Levites, singers, gatekeepers, Nethinim, or servants (ministers) of this house of God.

 

Matthew 17:
24 And when they were come to Capernaum, they that received tribute money came to Peter, and said, Doth not your master pay tribute?
25 He saith, Yes. And when he was come into the house, Jesus prevented him, saying, What thinkest thou, Simon? of whom do the kings of the earth take custom or tribute? of their own children, or of strangers?
26 Peter saith unto him, Of strangers. Jesus saith unto him, Then are the children free.
27 Notwithstanding, lest we should offend them, go thou to the sea, and cast an hook, and take up the fish that first cometh up; and when thou hast opened his mouth, thou shalt find a piece of money: that take, and give unto them for me and thee.

 

Sovereigns can change their mind – Sue and be sued – Chap. LXII Feb 21 1871 Sec 1

Usery is a sin but not for foreign countries in Washington D.C.

We are all foreigners of THE STATE OF THE NETHERLANDS in WASCHINGTON D.C. (D.C. = "District of Columbia)

 

COMPANY DATA:

COMPANY CONFORMED NAME: STATE OF THE NETHERLANDS

CENTRAL INDEX KEY: 0001008288

IRS NUMBER: 000000000

Registered at: 444 North Capitol St NW, Washington, DC 20001, USA (North Capitol Street North west)

Question: (Read the certifications) With what federal law am I authorised to be in Washington DC under. I have no idea.

Do not alter forms and answer with yes when they ask: "Is everything on this form true and correct".

It is their form and you have to agree on every piece of information that is on that application for a drivers license or other licenses.

 

Bewijs:

https://www.sec.gov/cgi-bin/cik_lookup

https://www.sec.gov/cgi-bin/browse-edgar?company=state+of+the+netherlands&match=contains&CIK=&filenum=&State=&Country=&SIC=&owner=exclude&Find=Find+Companies&action=getcompany

 

"De Staat" is dus een bedrijf dat een bedrijfsnummer heeft in Washington DC. "STATE OF THE NETHERLANDS" CIK:0001008288 en betaald geen belasting IRS NUMBER: 000000000

 

www.sec.gov.

The U.S. Securities and Exchange Commission (SEC) is an independent agency of the United States federal government.

 

What is 'Schedule 13G'

Schedule 13G is an SEC form similar to the Schedule 13D used to report a party's ownership of stock that is over 5% of the company. Schedule 13G is shorter and requires less information from the filing party. Ownership of over 5% in a publicly traded stock is considered significant ownership, and therefore must be reported to the public.

BREAKING DOWN 'Schedule 13G'

To be able to file 13G instead of 13D, the party must own between 5 and 20% in the company. It must also be clearly understood that the party acquiring the stake in the company is only a passive investor and does not intend to exert control. If these criteria are not met, and if the size in the stake exceeds 20%, a 13D must be filed.

 

Any investor with over a 20% stake must automatically file 13D, regardless of whether the intention to exert control exists. Additionally, institutional investors may be subject to stricter requirements than individual investors. Such requirements may include certification that the shares were acquired as part of normal business operations while also confirming the intent is not to exert control.

Ownership of 5%

A schedule 13G may also be used in situations where the security holder owns over 5%, a Form 10 has recently been registered and no other securities in that class have been acquired. In this situation, the securities holder is not required to declare the shares were acquired without the intent to effect change. If any additional acquisitions have been made since the filing of Form 10, then a Schedule 13D is required.

If any pertinent information changes, the investor has 45 days after the closing of the calendar year to amend the information. The only expectation is if someone comes in possession of the securities due to being named a beneficiary, and with that action, is in possession of over a 10% stake or there is an increase of over 5%.

Beneficiaries

In the event a person acquires beneficial ownership of a 5 to 20% stake of a particular stock, he must file either Form 13D or 13G within 10 days of the acquisition. If multiple parties obtain ownership over the same securities, they can file jointly, providing all parties involved are eligible to file on the specified schedule. All parties must be properly identified and file in a timely fashion. Though joint filing is an option, individual filing is also permitted.

Read more: Schedule 13G https://www.investopedia.com/terms/s/schedule13g.asp#ixzz55uxk3lS2 

 

UNITED STATES. SECURITIES AND EXCHANGE COMMISSION. Washington, D.C. 20549. SCHEDULE 13G. Under the Securities Exchange Act of 1934. (Amendment No. 2). Infocus Corp.

Source: https://www.sec.gov/Archives/edgar/data/72971/000119312506254328/dsc13ga.htm

 

STAATSMACHT

"Staatsmacht is volgens de driemachtenleer te onderscheiden in:

Daarnaast hebben staten de macht om verdragen te sluiten met andere staten."

De rechtsprekende macht moet in handen liggen van onafhankelijke rechters. 

 

By order of De Nederlandsche Bank (with respect to all Paragraphs except
Paragraphs 3-5), the Board of Governors of the Federal Reserve System, the Illinois Department
of Financial and Professional Regulation and the New York State Banking Department, effective
this 19th day of December 2005.

 

 

  • WAKE UP from what sleep

The Empire of "The City" - Three City States:

London, Vatican, District of Columbia

 

The Empire of "The City" - Three City States - London, the Vatican, and the District of Columbia. The Empire of "the City" consists of three cities, which belong to no nation or state and pay no taxes: Vatican City, the City of London (inside London), and Washington DC.

  1. Vatican City controls the world through religion,
  2. the City of London controls the world through currency,
  3. and Washington DC controls the world through force.

 

The City of London (or the Square Mile) is a plot of land approximately a square mile in London. It is independent from England and is ruled by the City of London Corporation.

 

Located in the center of each city is an Egyptian obelisk erect. They are: the obelisk in St. Peter’s Square, the Washington Monument, and Cleopatra’s Needle in the City of London. One question that immediately springs to mind is why is there an Egyptian obelisk, which is a tribute to the Egyptian sun god Amen-Ra, in the middle of Vatican City? Contained within these three cities is more than 80% of the world’s wealth.

 

The Empire of “the City” is essentially the British Empire, or more accurately, the forces behind the British Empire of the past. The Empire asserts its control over its colonies (such as the US, Canada, Australia, the European Union) through complicated means.

 

One of their means of control is to have agents of their cause in high places of influence. This cabal of powerful manipulators is known collectively as the Illuminati, the Shadow Government, the Omega Agency, the Government within the Government, and so on. It does not matter what they are called. They are there and have been actively and legislatively writing away our freedoms and also have been working towards the "New World Order". Examples of this is the Patriot Acts, H. R. Bill 1955, the European Union Constitution, and the Security and Prosperity Partnership.

 

Source: https://youtu.be/ZFZnwl1x8gc

 

Isaiah 29:
18 And in that day shall the deaf hear the words of the book, and the eyes of the blind shall see out of obscurity, and out of darkness.

 

Jeremiah 5:
21 Hear now this, O foolish people, and without understanding; which have eyes, and see not; which have ears, and hear not:

 

Matthew 13:
13 Therefore speak I to them in parables: because they seeing see not; and hearing they hear not, neither do they understand.

 

Luke 24:
45 Then opened he their understanding, that they might understand the scriptures,

 

Ephesians 1:
17 That the God of our Lord Jesus Christ, the Father of glory, may give unto you the spirit of wisdom and revelation in the knowledge of him:
18 The eyes of your understanding being enlightened; that ye may know what is the hope of his calling, and what the riches of the glory of his inheritance in the saints,

 

  • Cast off the works of darkness

 

Matthew 18:
15 “Moreover if your brother sins against you, go and tell him his fault between you and him alone. If he hears you, you have gained your brother.
16 “But if he will not hear, take with you one or two more, that ‘by the mouth of two or three witnesses every word may be established.’[fn]
17 “And if he refuses to hear them, tell it to the church. But if he refuses even to hear the church, let him be to you like a heathen and a tax collector.
18 “Assuredly, I say to you, whatever you bind on earth will be bound in heaven, and whatever you loose on earth will be loosed in heaven.
19 “Again I say[fn] to you that if two of you agree on earth concerning anything that they ask, it will be done for them by My Father in heaven.
20 “For where two or three are gathered together in My name, I am there in the midst of them.”

 

The Law Dictionary: http://thelawdictionary.org/letter/a/

(Featuring Black's Law Dictionary Free Online Legal Dictionary 2nd Ed.)

Bouvier's 1856 Law Dictionary: http://www.constitution.org/bouv/bouvier.htm

The 1828 Webster's Online Dictionary: http://webstersdictionary1828.com/Dictionary/american

Source: http://georgegordon.net/index.html

https://www.cyndislist.com/law/dictionaries/

https://repository.library.georgetown.edu/handle/10822/707612

https://legal-dictionary.thefreedictionary.com/nation

http://www.law.georgetown.edu/library/collections/legal-dictionaries/index.cfm

https://www.youarelaw.org/

https://www.merriam-webster.com/dictionary/sovereignty

http://www.businessdictionary.com/definition/person.html

 

https://europa.eu/youreurope/citizens/vehicles/registration/formalities/index_nl.htm

 

https://www.tweedekamer.nl/kamerleden_en_commissies/commissies

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/wetgeving/hoe-komt-een-wet-tot-stand

 

District Of Columbia Organic Act Of 1871 original document:

https://archive.org/stream/DistrictOfColumbiaOrganicActOf1871/District-of-Columbia-Organic-Act-of-1871#page/n5/mode/2up/search/consent

 

Source: http://ruleoflawradio.com/

 

PRIVACY ACT OF 1974

The Privacy Act of 1974, 5 U.S.C. § 552a, establishes a code of fair information practices that governs the collection, maintenance, use, and dissemination of information about individuals that is maintained in systems of records by federal agencies. A system of records is a group of records under the control of an agency from which information is retrieved by the name of the individual or by some identifier assigned to the individual.

The Privacy Act requires that agencies give the public notice of their systems of records by publication in the Federal Register. Click here to see a list of DOJ systems of records and their Federal Register citations. The Privacy Act prohibits the disclosure of a record about an individual from a system of records absent the written consent of the individual, unless the disclosure is pursuant to one of twelve statutory exceptions. The Act also provides individuals with a means by which to seek access to and amendment of their records, and sets forth various agency record-keeping requirements.

OVERVIEW OF THE PRIVACY ACT

The "Overview of the Privacy Act of 1974, 2015 Edition" is a comprehensive treatise of existing Privacy Act case law. Any questions regarding the Overview may be directed to the Office of Privacy and Civil Liberties staff.

Updated July 17, 2015

 

Source: https://www.justice.gov/opcl/privacy-act-1974

 

  1. U.S. Code  Title 18  Part I  Chapter 13 › § 242

18 U.S. Code § 242 - Deprivation of rights under color of law

Whoever, under color of any law, statute, ordinance, regulation, or custom, willfully subjects any person in any State, Territory, Commonwealth, Possession, or District to the deprivation of any rights, privileges, or immunities secured or protected by the Constitution or laws of the United States, or to different punishments, pains, or penalties, on account of such person being an alien, or by reason of his color, or race, than are prescribed for the punishment of citizens, shall be fined under this title or imprisoned not more than one year, or both; and if bodily injury results from the acts committed in violation of this section or if such acts include the use, attempted use, or threatened use of a dangerous weapon, explosives, or fire, shall be fined under this title or imprisoned not more than ten years, or both; and if death results from the acts committed in violation of this section or if such acts include kidnapping or an attempt to kidnap, aggravated sexual abuse, or an attempt to commit aggravated sexual abuse, or an attempt to kill, shall be fined under this title, or imprisoned for any term of years or for life, or both, or may be sentenced to death.

(June 25, 1948, ch. 645, 62 Stat. 696; Pub. L. 90–284, title I, § 103(b), Apr. 11, 1968, 82 Stat. 75; Pub. L. 100–690, title VII, § 7019, Nov. 18, 1988, 102 Stat. 4396; Pub. L. 103–322, title VI, § 60006(b), title XXXII, §§ 320103(b), 320201(b), title XXXIII, § 330016(1)(H), Sept. 13, 1994, 108 Stat. 1970, 2109, 2113, 2147; Pub. L. 104–294, title VI, §§ 604(b)(14)(B), 607(a), Oct. 11, 1996, 110 Stat. 3507, 3511.)

 

LII has no control over and does not endorse any external Internet site that contains links to or references LII.

 

Source: https://www.law.cornell.edu/uscode/text/18/242

 

  1. U.S. Code  Title 42  Chapter 21  Subchapter I › § 1983

42 U.S. Code § 1983 - Civil action for deprivation of rights

Every person who, under color of any statute, ordinance, regulation, custom, or usage, of any State or Territory or the District of Columbia, subjects, or causes to be subjected, any citizen of the United States or other person within the jurisdiction thereof to the deprivation of any rights, privileges, or immunities secured by the Constitution and laws, shall be liable to the party injured in an action at law, suit in equity, or other proper proceeding for redress, except that in any action brought against a judicial officer for an act or omission taken in such officer’s judicial capacity, injunctive relief shall not be granted unless a declaratory decree was violated or declaratory relief was unavailable. For the purposes of this section, any Act of Congress applicable exclusively to the District of Columbia shall be considered to be a statute of the District of Columbia.

(R.S. § 1979; Pub. L. 96–170, § 1, Dec. 29, 1979, 93 Stat. 1284; Pub. L. 104–317, title III, § 309(c), Oct. 19, 1996, 110 Stat. 3853.)
 

LII has no control over and does not endorse any external Internet site that contains links to or references LII.

Source: https://www.law.cornell.edu/uscode/text/42/1983

 

Every person who, under color (= cover) of any statute, ordinance, regulation, custom, or usage, of any State or Territory or the District of Columbia, subjects, or causes to be subjected, any citizen of the United States or other person within the jurisdiction thereof to the deprivation of any rights, privileges, or immunities secured by the Constitution and laws,

 
Use these words look them up in the black laws dictionary.

 

Translation into DUTCH:

Elke persoon die, (Under color/the pretext of any statute) onder het voorwendsel (dekmantel) van een statuut, verordening, reglementering, gebruik of gebruik, van een Staat of Gebied of het District of Columbia, onderwerpen of oorzaken ondergaat, elke burger van de Verenigde Staten of andere persoon binnen het rechtsgebied daarvan aan de ontneming van rechten, voorrechten of immuniteiten gewaarborgd door de Grondwet en wetten, is aansprakelijk voor de partij die gewond is geraakt in een rechtsgeding, rechtszaak in billijkheid, of een andere gepaste procedure voor verhaal, behalve dat in een actie tegen een gerechtsdeurwaarder voor een handeling of nalatigheid genomen in de hoedanigheid van officier van justitie, zal geen voorlopige voorziening worden toegestaan ​​tenzij een declaratoir besluit is geschonden of declaratoire vrijstelling niet beschikbaar was. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt een congreswet die uitsluitend van toepassing is op het District of Columbia, beschouwd als een statuut van het District of Columbia.

(RS §1979; Pub. L. 96-170, § 1, 29 december 1979, 93 Stat. 1284; Pub. L. 104-317, titel III, §309 (c), 19 oktober 1996, 110 Stat. 3853.)

 

Source: http://eur-lex.europa.eu/homepage.html

Compilation of social security laws:
http://eur-lex.europa.eu/search.html?qid=1514815658096&text=Compilation%20of%20social%20security%20laws&scope=EURLEX&type=quick&lang=en
 

Treaty on the Functioning of the European Union

The TFEU originated as the treaty establishing the European Economic Community (the EEC treaty), signed in Rome on 25 March 1957. On 7 February 1992, the Maastricht treaty, which led to the formation of the European Union, saw the EEC Treaty renamed as the Treaty establishing the European Community (TEC) and renumbered. The Maastricht reforms also saw the creation of the European Union's three pillar structure, of which the European Community was the major constituent part.

Following the 2005 referenda, which saw the failed attempt at launching a European Constitution, on 13 December 2007 the Lisbon treaty was signed. This saw the 'TEC' renamed as the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU) and, once again, renumbered. The Lisbon reforms resulted in the merging of the three pillars into the reformed European Union.

 
The Treaty on the Functioning of the European Union (2007) is one of two primary Treaties of the European Union, alongside the Treaty on European Union (TEU). Originating as the Treaty of Rome, the TFEU forms the detailed basis of EU law, by setting out the scope of the EU's authority to legislate and the principles of law in those areas where EU law operates.
 
 

Treaty on European Union

 While the current version of the TEU entered into force in 2009, following the Treaty of Lisbon (2007), the older form of the same document was implemented by the Treaty of Maastricht (1992).

 

The Treaty on European Union (2007) is one of the primary Treaties of the European Union, alongside the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU). The TEU forms the basis of EU law, by setting out general principles of the EU's purpose, the governance of its central institutions (such as the Commission, Parliament, and Council), as well as the rules on external, foreign and security policy.

 

Debts in the Netherlands EU Rules and regulations:

 

Privacy:

Luke 12:2-3 ESV

Nothing is covered up that will not be revealed, or hidden that will not be known. Therefore whatever you have said in the dark shall be heard in the light, and what you have whispered in private rooms shall be proclaimed on the housetops.

1 Thessalonians 4:11 ESV 

And to aspire to live quietly, and to mind your own affairs, and to work with your hands, as we instructed you,

Jeremiah 23:24 ESV 

Can a man hide himself in secret places so that I cannot see him? declares the Lord. Do I not fill heaven and earth? declares the Lord.

Isaiah 29:15 ESV

Ah, you who hide deep from the Lord your counsel, whose deeds are in the dark, and who say, “Who sees us? Who knows us?”

Hebrews 4:12-13 ESV 

For the word of God is living and active, sharper than any two-edged sword, piercing to the division of soul and of spirit, of joints and of marrow, and discerning the thoughts and intentions of the heart. And no creature is hidden from his sight, but all are naked and exposed to the eyes of him to whom we must give account.

 
 
 

General Data Protection Regulation

The General Data Protection Regulation (GDPR) (Regulation (EU) 2016/679) is a regulation by which the European Parliament, the Council of the European Union and the European Commission intend to strengthen and unify data protection for all individuals within the European Union (EU). It also addresses the export of personal data outside the EU. The GDPR aims primarily to give control back to citizens and residents over their personal data and to simplify the regulatory environment for international business by unifying the regulation within the EU.[1] When the GDPR takes effect, it will replace the data protection directive (officially Directive 95/46/EC)[2] of 1995.The regulation was adopted on 27 April 2016. It becomes enforceable from 25 May 2018 after a two-year transition period and, unlike a directive, it does not require national governments to pass any enabling legislation, and is thus directly binding and applicable.[3]
 

Data Protection Directive

The General Data Protection Regulation, adopted in April 2016, will supersede the Data Protection Directive and will be enforceable starting on 25 May 2018.[1]

 

Article 45 - Freedom of movement and of residence

1. Every citizen of the Union has the right to move and reside freely within the territory of the Member States.
2. Freedom of movement and residence may be granted, in accordance with the Treaty establishing the European Community,
to nationals of third countries legally resident in the territory of a Member State.

Source: http://fra.europa.eu/en/charterpedia/article/45-freedom-movement-and-residence

 

28   U.S.C.   § 453.   Oaths  of  Justices  and  Judges

         Each justice or judge of the United States shall take the following oath or          affirmation before performing the duties of this office: “I, ________, do solemnly          swear (or affirm) that I will administer justice without respect to persons, and do          equal right to the poor and to the rich, and that I will faithfully and impartially          discharge and perform all the duties incumbent upon me as ________ under the          Constitution and laws of the United States. So help me God.”

 

Source: http://rommellaw.com/

 

De eed of belofte van een rechter

De rechter is een rechterlijk ambtenaar, maar er zijn ook andere rechterlijke ambtenaren. Voordat zij in dienst kunnen treden, dienen zij op grond van artikel 1g van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (hierna: Wrra) een eed of belofte af te leggen. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de vraag wie rechterlijk ambtenaar zijn en hoe de eed of belofte luidt.

Een rechterlijk ambtenaar

Rechterlijke ambtenaren in de zin van de Wrra zijn de in artikel 1 onder b van de Wet op de rechterlijke organisatie aangeduide rechterlijke ambtenaren (Art. 1 lid 1 onder b Wrra jo. art. 1 onder b Wet op de rechterlijke organisatie). Dat is een flinke lijst:
- de president van de Hoge Raad,
- de coördinerend vice-presidenten van de gerechten,
- de vice-presidenten van de gerechten,
- de raadsheren in de gerechten,
- de raadsheren in buitengewone dienst bij de gerechten,
- de raadsheren-plaatsvervangers in de gerechten,
- de rechters in de gerechten,
- de rechter-plaatsvervangers in de gerechten,
- de procureur-generaal bij de Hoge Raad,
- de plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad,
- de advocaten-generaal,
- de advocaten-generaal in buitengewone dienst,
- de procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal vormen, bedoeld in artikel 130 van de Wet op de rechterlijke organisatie,
- de advocaten-generaal bij de ressortspakketten,
- de plaatsvervangende advocaten-generaal bij de ressortspakketten,
- de officieren van justitie en de plaatsvervangende officieren van justitie bij de arrondissementsparketten, het landelijk parket en het functioneel parket,
- de gerechtsauditeurs bij de gerechten,
- de griffier en substituut-griffiers van de Hoge Raad.

 

De eed of de belofte

Voordat een rechterlijk ambtenaar in dienst kan treden, moet hij de eed of de belofte afleggen. Welke hij kiest is om het even; beiden hebben dezelfde rechtsgevolgen. Op requisitoir van het openbaar ministerie dan wel van de procureur-generaal bij de Hoge Raad legt de rechterlijk ambtenaar ten overstaan van een gerecht, de minister van justitie of de Koning, mondeling de eed of de belofte af (Art. 9a Besluit rechtspositie rechtelijke ambtenaren). De tekst van de eed of de belofte is niet vrij, maar is vastgelegd in de eerste bijlage van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen.

Ik zweer/verklaar dat ik middellijk noch onmiddellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, tot het verkrijgen van een benoeming aan iemand iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven.

Ik zweer/verklaar dat ik nimmer enige giften of geschenken hoegenaamd zal aannemen of ontvangen van enig persoon van wie ik weet of vermoed dat hij een rechtsgeding heeft of zal krijgen waarin mijn ambtsverrichtingen te pas zouden kunnen komen.

Ik zweer/beloof dat ik mijn ambt met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdigheid, zonder aanzien van personen, zal uitoefenen en mij in deze uitoefening zal gedragen zoals een goed rechterlijk ambtenaar betaamt.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!/Dat verklaar en beloof ik!

Nadat de rechterlijk ambtenaar de eed of de belofte heeft afgelegd, dient hij een formulier te ondertekenen waarop bovenstaande tekst is afgedrukt. Naast de rechterlijk ambtenaar, zet ook de rechter die zitting heeft in een enkelvoudige kamer dan wel de voorzitter van de meervoudige kamer, dan wel de president van de Hoge Raad dan wel de Koning of de minister van Justitie - afhankelijk van de vraag tegenover wie de eed of belofte is afgelegd - zijn handtekening op het formulier (Art. 9a lid 3 Besluit rechtspositie rechtelijke ambtenaren). Onder de ondertekening staat nog een aanvullende tekst, die concreter maakt waartoe de rechterlijk ambtenaar zich door het afleggen van de eed of de belofte heeft verbonden. De tekst luidt als volgt:

Krachtens de wet is de rechterlijk ambtenaar verplicht tot geheimhouding van de gegevens waarover hij bij de uitoefening van zijn taak de beschikking krijgt en waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, behoudens zover enig wettelijk voorschrift tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. Daarbij is de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast verplicht tot geheimhouding van hetgeen in de raadkamer over aanhangige zaken is geuit. De rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast mag zich niet op enige wijze inlaten met partijen of hun advocaten, procureurs of gemachtigden over enige voor hem aanhangig geschil of een geschil waarvan hij weet of vermoedt dat deze voor hem aanhangig wordt.

Het afleggen van de eed of de belofte door een rechter als sluitstuk van zijn benoemingsprocedure tot rechter, is dus niet slechts een mooi ritueel, maar heeft ook daadwerkelijk betekenis. Door de eed of de belofte af te leggen geeft de rechter ten overstaan van het publiek te kennen in volstrekte onafhankelijkheid recht te zullen spreken. (???LEUGEN) Ontbreekt dit sluitstuk dan is de rechter in kwestie onbevoegd.

Bron: http://www.edwardbruheim.nl/nl/blog/2009/10/15/de_eed_of_belofte_van_een_rechter.htm

 

Politie Nederland: 

De eerste belofte die wordt afgenomen is de zuiveringseed. Op basis van je geloof kies je voor de eed, of de belofte. Voor mij werd het de belofte.

Daar gaan we dan, de spreker spreekt de volgende zin uit:
- Ik verklaar, dat ik middellijk of onmiddellijk, in welke vorm dan ook, tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb gegeven of beloofd.
Ik beloof, dat ik, om iets in mijn betrekking te doen of te laten, van niemand, middellijk of onmiddellijk, enige beloften of geschenken zal aannemen. -
Terwijl de politiechef me persoonlijk en indringend aan kijkt antwoord ik: “Dat verklaar en beloof ik!”

Als alle aspiranten de zuiveringseed hebben afgelegd volgt de ambtseed.
- Ik beloof trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de wetten van ons land.
Ik beloof dat ik de krachtens de wet uitgevaardigde voorschriften en verordeningen zal nakomen en handhaven, dat ik de aan mij verstrekte opdrachten plichtsgetrouw en nauwgezet zal volbrengen en de zaken, waarvan ik door mijn ambt kennis draag en die mij als geheim zijn toevertrouwd, of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik volgens de wet of ambtshalve tot mededeling verplicht ben. Ik beloof dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden. –

Wederom antwoord ik, als ik aan de beurt ben:’Dat beloof ik!’

Bron: http://kombijdepolitie.blogspot.nl/2013/05/de-beediging.html

 

Politie eed: https://www.politie.nl/binaries/content/assets/politie/wob/11-landelijke-eenheid/aktes-van-beediging/vcode6001-7000/6599/eedformulier-04-04-2013.pdf

 

Law of the Netherlands

The Netherlands is a civil law country. Its laws are written and the application of customary law is exceptional. The role of case law is small in theory, although in practice it is impossible to understand the law in many fields without also taking into account the relevant case law. The Dutch system of law is based on the French Civil Code with influences from Roman Law and traditional Dutch customary law. The new civil law books (which went into force in 1992) were heavily influenced by the German Bürgerliches Gesetzbuch.

The primary law making body is formed by the Dutch parliament in cooperation with the government. When operating jointly to create laws they are commonly referred to as the legislature (Dutch: wetgever). The power to make new laws can be delegated to lower governments or specific organs of the State, but only for a prescribed purpose. A trend in recent years has been for parliament and the government to create "framework laws" and delegate the creation of detailed rules to ministers or lower governments. (e.g. a province or municipality)

The Ministry of Security and Justice is the main institution when it comes to Dutch law.

 

The domain of Dutch law is commonly divided in the following areas:

 

Affidatvit in Nederland

Source: http://birdbuzz.nl/wp-content/uploads/2014/03/affidavit-in-the-netherlands.pdf

 

Staten-Generaal (Nederland) = Volksvertegenwoordiging sinds 1814

Wetgevende macht = Staatsmacht = Trias politica (driemachtenleer)

 

Wetgevende macht

De wetgevende macht is een grootheid uit het staatsrecht. Deze staatsmacht bepaalt de inhoud van de wetten en het recht in een land.

Er zijn in een staatsbestel formeel drie verschillende machten:

In een democratie worden deze machten gescheiden, volgens het principe van de Trias politica. Dat betekent dat niet één persoon of één orgaan deze machten tegelijk kan uitoefenen. Ook wordt in een democratie de wetgevende macht door het volk in vrije verkiezingen gekozen. In een dictatuur zijn de drie machten veelal in handen van één persoon of één orgaan. Deze scheiding der machten is bedacht door de Fransman Montesquieu.

De wetgevende macht in een land maakt de wet. De wet bestaat uit regels waar iedereen zich in dit land aan dient te houden. Zo is er in Nederland het Wetboek van Strafrecht. Verder zijn er nog bestuurlijke wetten.

In de meeste westerse democratieën worden de wetten gemaakt in het parlement, al dan niet op voordracht van de regering.
In Nederland moeten alle wetten door een meerderheid in de Eerste en Tweede Kamer aangenomen worden, wijzigingen in de Grondwet door een meerderheid van ten minste twee derde.

In België geldt hetzelfde voor de wetten waarvoor de federale staat bevoegd is: Kamer en Senaat moeten de wet goedkeuren. Een grondwetswijziging moet met een 2/3e meerderheid gestemd worden; sommige wetten vereisen een "gekwalificeerde" meerderheid, dus een meerderheid in elke taalgroep. Wetten waarvoor het Vlaams gewest of de Vlaamse gemeenschap bevoegd zijn, moeten alleen een meerderheid in het Vlaams parlement halen.

Naast de wetgevende macht zijn er formeel nog de twee machten: namelijk de rechterlijke macht en de uitvoerende macht. Daarnaast is er ook feitelijk nog sprake van macht door de media en de ambtenaren. De controlerende macht, de politie en justitie controleren of mensen zich aan de door de wetgevende macht gestelde wetten houden. De rechterlijke macht spreekt recht aan de hand van de wet. Wanneer iemand zich niet aan de wet houdt, wordt hij aangeklaagd. Een rechter bepaalt of de persoon de wet overtreden heeft en bepaalt, indien nodig, de straf.

In Nederland vormen de Eerste Kamer der Staten-Generaal (Eerste kamer) en de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Tweede kamer) en de regering samen de wetgevende macht. De uitvoerende macht wordt gevormd door de koning en zijn ministers met hun ambtenaren. Toch is er geen strikte scheiding tussen wetgevende en uitvoerende macht. De rechterlijke macht is wel onafhankelijk.

 

Staatsmacht

Staatsmacht is de macht die een staat kan uitoefenen over zijn staatsvolk en zijn staatsgebied.

Staatsmacht is volgens de driemachtenleer te onderscheiden in een wetgevende macht, een uitvoerende macht en een rechtsprekende macht. Daarnaast hebben staten de macht om verdragen te sluiten met andere staten.

De wetgevende en rechtsprekende macht wordt uitgeoefend door het uitvaardigen van akten zoals wetten en vonnissen. De uitvoerende macht wordt fysiek uitgeoefend met als uiterste verschijningsvorm het uitoefenen van geweld door politie en leger.

Kenmerk van staatsmacht is het oorspronkelijke karakter. Staatsmacht komt van het niveau van de staat zelf en is niet door een andere (hogere of lagere) overheid aan de staat toegekend. De staat kan staatsmacht overdragen aan overheidslichamen die zelf geen staat zijn. Zo hebben Franse departementen hun macht te danken aan de Franse staat en heeft de Europese Unie zijn macht te danken aan de 28 lidstaten.

 

In een democratische staat geldt het staatsvolk als de legitimatiebron van de staatsmacht. Het volk geldt dan als de soeverein en heeft meestal zichzelf ooit via een grondwetgevende vergadering een grondwet gegeven om de staatsmacht van de staat in te stellen en te reguleren. Als de staatsmacht door een grondwet is ingesteld, dan spreekt men in het Frans van pouvoir constitué, de door de grondwet ingestelde macht.

 

De trias politicadriemachtenleer of scheiding der macht(en) is een theorie van de staatsinrichting waarin de staat opgedeeld is in drie organen die elkaars functioneren bewaken. De oorspronkelijke verdeling, voorgesteld door John Locke, is die in wetgevende, uitvoerende en federatieve macht, waarvan de laatste de landsverdediging beoogt. De tegenwoordig meer gebruikelijke verdeling kent een wetgevende macht die wetten opstelt, een uitvoerende macht die het dagelijks bestuur van de staat uitoefent en een rechterlijke macht die deze uitvoering toetst aan de wet. Deze verdeling gaat terug op het werk van de Franse verlichtingsfilosoof Charles de Montesquieu, die met deze staatsinrichting een alternatief formuleerde voor het Franse absolutisme.

 

Trias politica

De trias politica (de scheiding der machten) is een belangrijk principe van de democratische staatsorganisatie. Het gaat terug op het oud-Griekse concept inzake de maatschappelijke organisatie, en vooral inzake de verdeling van de uitoefening van macht.

In de vroege middeleeuwen (na de val van het Romeinse Rijk) werd Noordwest-Europa tijdens de Grote Volksverhuizing overstroomd door voornamelijk Germaanse stammen. De Germanen hadden een tribale organisatie van hun samenleving, waarbij zowat elk dorp een dorpshoofd had. In het tribale systeem werden beslissingen genomen door het dorpshoofd en een raad van dorpswijzen. Die beslissingen waren zowel wetgevend, uitvoerend als rechterlijk. Dat tribale systeem evolueerde vrij vlug tot het feodale systeem waarbij de edellieden alle macht uitoefenden; macht die zij zich in eerste plaats toe-eigenden maar die later in hun adelbrieven werd vastgelegd. In tegenstelling tot de Griekse en Romeinse formele rechtstraditie hadden de Germanen een gewoonterecht.[bron?]

Vrij snel in deze evolutie werd de rechtspraak (op enkele belangrijke onderwerpen na) door de edelen overgedragen aan vertrouwelingen. Met de ontwikkeling van de steden in Europa ontstonden ook zogenaamde "vrijheden", gebieden die niet aan de macht van de heren onderworpen waren. Steden kregen eigen besturen, vaardigden regels uit en er ontwikkelde zich rechtspraak.

In Engeland kregen de Edelen via het Magna Carta inspraak in het wetgevende deel van de macht en kreeg ze toezicht op de uitgaven van het koninkrijk. De koning werd vooral de uitvoerende macht toebedeeld, maar bleef een belangrijke speler in het uitvaardigen van wetten. Juist door het gewoonterecht was de wetgevende macht omgeven met een flou artistique.

In de Lage Landen ontwikkelden zich de Staten-Generaal, die eigenlijk een uitvoerend orgaan waren, maar die gerust de voorloper van het parlement in continentaal Europa genoemd kunnen worden.

Tot aan de Verlichting werd er eigenlijk nooit over de wijze waarop macht werd uitgeoefend gefilosofeerd. Bij de verlichtingsfilosofen was het vooral Charles Montesquieu die zich liet inspireren door de Staten-Generaal in de Nederlanden en de consulaire periode in het Romeinse Rijk. Na de Franse Revolutie van 1789 drong het concept van Montesquieu door, men installeerde een driemanschap dat de uitvoerende macht (defensie, openbare orde en belastingen) verzekerde en een decretale raad die allerlei beschikkingen trof en te boek stelde. Toen Napoléon Bonaparte aan de macht kwam eigende hij zich de uitvoerende macht toe (vooral defensie), en liet hij al die losse wetgeving bundelen in de Code Napoléon, verder hield hij de senaat bezig om boekhouder te spelen. Hij maakte van zijn staatsbestel een soort piramide van dorpen, steden, prefecturen en departementen met daarnaast een gelijke piramide van de rechterlijke macht.

 

Nadat de Amerikaanse staten hun onafhankelijkheid hadden bevochten in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de kruitdampen van de Burgeroorlog waren vervlogen, stelde men ook in Europa vast dat er in de VS een getrapt systeem van drie machten was ontstaan:

  • de wetgevende macht, met op het federale niveau een tweekamerparlement, een gekozen volksvertegenwoordiging en een senaat van vertegenwoordigers van staten, en ook in veruit de meeste staten is er een tweekamerparlement;
  • de uitvoerende macht, bestaande uit een president met een kabinet van ministers en staatssecretarissen op het federale niveau, en gouverneurs op het vlak van de staten;
  • de rechterlijke macht, die piramidaal georganiseerd is met aan de top een grondwettelijk hof.

Na de napoleontische periode begint in Europa de periode van de vorming van de zogenaamde natiestaten. In dat proces voltrekken zich gelijktijdig twee fenomenen:

  • de burgerij (de kapitaalkrachtige industriëlen) neemt definitief de macht over van de verarmde adelstand en dringt gelijktijdig de clerus uit het staatsapparaat, de rationele benadering van het uitoefenen van macht leidt onvermijdelijk tot de zogenaamde instrumentalisering: het staatsapparaat wordt een hiërarchie van klerken, het wispelturige gewoonterecht wordt vervangen door een formeel geacteerde wetgeving (het statutair recht).
  • de verdringing van de clerus heeft ook een secularisering tot gevolg: het parlement (dus de mens) wordt de bron van het recht, Gods rol is in deze materie uitgespeeld.

De scheiding van kerk en staat en de scheiding der machten worden de twee filosofische pijlers van de moderne staatorganisatie.

De meeste natiestaten kiezen voor dezelfde verdeling van de macht: de drie piramiden van de macht worden nationaal vertegenwoordigd door:

  • de wetgevende macht met tweekamerparlement;
  • de uitvoerende macht met een koning (waarbij de eerste minister meestal de macht uitoefent) of een gekozen president;
  • de rechterlijke macht met aan de top een grondwettelijk hof.

Die drie piramiden dupliceren deze structuur naar verschillende lagere overheden: in Nederland en België zijn dat de provincies en lager de gemeenten of andere lokale eenheden (na de federalisering van België is daar een niveau aan toegevoegd: de gewesten en gemeenschappen tussen de nationale en provinciale overheden).

Het staatsgezag vindt sindsdien zijn beslag bij de verschillende organen die hiertoe gemachtigd zijn. Men wilde voorkomen dat de ene macht inwerkte op de andere en voerde daarom de scheiding der machten in waarbij de rechterlijke macht ook conflicten, enerzijds tussen de wetgevende en uitvoerende macht, en anderzijds tussen de verschillende echelons arbitreert.

 

Hiermee bedoelt men een verdeling van de macht volgens Montesquieu in wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, die nooit bij één en dezelfde persoon of instantie mogen berusten.

De machten hebben ieder hun eigen bevoegdheden en zelfstandigheid. Bovendien is er geen macht die hiërarchisch duidelijk boven de andere machten staat. Al deze machten afzonderlijk hebben ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de burger verantwoordelijkheden door middel van ingebouwde controlemechanismen.

De uitvoerende macht is verantwoording schuldig aan de wetgevende macht, de wetgevende macht is vervolgens verantwoording verschuldigd aan de burgers. De burgers hebben invloed op de wetgevende macht door middel van verkiezingen.

De rechterlijke macht controleert vervolgens de uitvoering van wetten en regelgeving, en arbitreert bij conflicten tussen de machten. De rechterlijke macht zelf zou volgens de grondprincipes van de Trias kunnen worden gecontroleerd door middel van openbaarheid van zittingen, openbaarheid van uitspraken, goed klachtrecht en zicht op belangenverstrengeling (nevenfunctieregisters), maar in de praktijk wordt de rechterlijke macht gecontroleerd door de uitvoerende macht die rechterlijke macht organiseert, de nodige infrastructuur en middelen ter beschikking stelt.

De wetgevende macht heeft ook een gerechtelijk wapen in de zin dat zij middels onderzoekscommissies toezicht kan uitoefenen op de uitvoering van de andere macht(en).

Ook de ambtenarij, media en externe adviseurs worden soms als macht onderkend, dit wordt wel omschreven als schaduwmacht.

 

Tegenover de horizontale scheiding der machten staat ook een verticale scheiding, dit is de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende overheden op nationaal, regionaal en lokaal niveau.

Deze verticale scheiding vloeit niet direct voort uit de theorie van Montesquieu, maar volgt deze wel.

Zij houdt in dat de spreiding van bevoegdheden over de hogere en lagere overheden (zie decentralisatie) ook volgens de regels van de trias politica geschiedt. De regelende bevoegdheid van de overheid is bijvoorbeeld overgedragen aan provincies, waterschappen en gemeentes omdat niet alles door de centrale overheid tot in detail geregeld kan worden. In het verleden werd de autonomie van de verschillende bestuurslagen vooropgesteld. Dit noemt men de driekringenleer. Tegenwoordig is de scheiding van de horizontale bestuurslagen minder streng en is er dikwijls sprake van samenwerking.[1]

De theorie van verdeling van bevoegdheden tussen de hogere en lagere overheden heet subsidiariteit, waarbij de verantwoordelijkheid inzake regelgeving uitvoering op het meest geschikte niveau komt te liggen. Zo heeft het geen zin om een gemeente verantwoordelijkheid te geven over een autosnelweg op zijn grondgebied, zoals het niet nuttig is de nationale overheid te laten beslissen over een doodlopend straatje in een lokaal woonerf.

 

In theorie is het systeem van de trias politica een van de basisprincipes van de westerse democratie. In de praktijk is een aantal fundamentele beginselen als openbaarheid van uitspraken en verbod op vermenging van functies, hoewel vastgelegd in de Nederlandse Grondwet en in verdragen als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het EU-verdrag al dan niet terecht, minder van toepassing geworden. Zo zijn er rechters die tevens volksvertegenwoordiger zijn (zie hieronder). Met de uitspraak in de zaak B&P versus het Verenigd Koninkrijk[2] heeft Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de openbaarheid van uitspraken als absoluut principe verlaten.

 

Belgie

De huidige organisatie van de horizontale en verticale machtenscheiding is uiteengezet in dit schema. De federale wetgevende macht maakt de wetten en controleert de uitvoerende macht. Ze wordt uitgeoefend door het parlement. Het parlement bestaat uit twee kamers, de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers. Het parlement oefent ook enkele rechterlijke bevoegdheden uit zoals het opheffen van de Parlementaire onschendbaarheid en het instellen van parlementaire onderzoekscommissies. Het parlement wordt in zijn controlerende functie bijgestaan door het Rekenhof. Tevens is de Kamer betrokken bij de benoemingen of de voordracht van kandidaten voor sommige functies (raadsheer bij de Raad van State en rechter bij het Grondwettelijk Hof).

De federale uitvoerende macht bestuurt het land. Ze zorgt ervoor dat de wetten in concrete gevallen worden toegepast en nageleefd. De uitvoerende macht wordt uitgeoefend door de regering van ministers en staatssecretarissen die worden benoemd door de Koning. De uitvoerende macht heeft echter ook wetgevend initiatiefrecht, het kan wetgeving voorbereiden die dan door het parlement besproken, aangepast en gestemd wordt, vooral toepasselijk voor moeilijke technische materies, en wordt dikwijls door de wetgevende macht belast met regelgevende taken om de wet uit te voeren. De Koning kondigt de gestemde wetten af.

De rechterlijke macht controleert/adviseert over de wetgeving en mogelijke tegenstrijdigheden met de Grondwet, arbitreert in conflicten tussen de verschillende machten (zowel hortizontaal als verticaal), doet uitspraak over geschillen en beoordeelt wetsovertredingen en misdrijven, ze wordt uitgeoefend door verschillende Hoven en Rechtbanken. Ze controleert ook de wettelijkheid van de daden van de uitvoerende macht. De scheiding der machten geldt ook op het niveau van de gemeenschappen en de gewesten. Ze hebben elk een aparte wetgevende en uitvoerende macht. De rechterlijke macht wordt echter voor de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten door dezelfde instanties uitgeoefend.

Ter bescherming van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, is er sinds 2002 de Hoge Raad voor de Justitie, die kandidaten voor een benoeming in de magistratuur objectief selecteren en instaat voor een optimale opleiding van de magistraten.

De scheiding der machten, die toch een basisprincipe is van de Belgische rechtsstaat, is echter niet uitdrukkelijk bevestigd in de Belgische grondwet van 1831. Men moet het als het ware afleiden uit de "geest" van de Belgische grondwet, aldus Hendrik Vuye, voormalig hoogleraar grondwettelijk recht aan de Universiteit Hasselt en thans hoogleraar constitutioneel recht aan de Facultés universitaires Notre-Dame de la Paix (FUNDP).[3] In feite is er meer sprake van een samenwerking tussen de verschillende Machten dan van een scheiding, zoals men kan zien in een aantal artikels uit de grondwet:

  • art. 36: de federale wetgevende macht wordt gezamenlijk uitgeoefend door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat (wetgevende macht) en de Koning (wetgevende macht, art. 36 G.W. en uitvoerende macht; art. 37 G.W.)
  • art. 151 §4: de Koning (uitvoerende macht) benoemt de rechters (rechterlijke macht)
  • art. 40, lid 1: vonnissen en arresten (rechterlijke macht) worden ten uitvoer gelegd in de naam des Konings (uitvoerende macht).

Men kan zelfs spreken van een mogelijke vermenging der machten:

  • Magistraten (rechterlijke macht) worden gedetacheerd naar ministeriële kabinetten (= uitvoerende macht) of naar werkgroepen opgericht door de uitvoerende macht (hoewel die activiteiten dan vooral te maken hebben met modernisering van de werking van de rechterlijke macht)

 

Nederland

De kiesgerechtigden kiezen de leden van parlement tijdens de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De uitvoerende macht, de regering, is verantwoording schuldig aan de wetgevende macht, door middel van ministeriële verantwoordelijkheid. De rechterlijke macht (Raad van State, rechtbanken, gerechtshoven en Hoge Raad) controleert de toepassing van wetten en regelgeving.

De trias politica is in Nederland niet volledig aanwezig. Dat Nederland de machtenscheiding volgens Montesquieu niet strikt heeft toegepast blijkt onder andere uit de procedure van formele wetgeving. Een formele wet komt niet tot stand door het parlement alleen, ook de instemming van de uitvoerende macht is hiervoor vereist (zie artikel 81 Grondwet[4]). Bovendien heeft de regering als uitvoerende macht een zelfstandige bevoegdheid tot materiële wet- en regelgeving met behulp van Algemene Maatregelen van Bestuur (zie artikel 89 Grondwet). Men noemt dit de omkering van de triasleer: formele wetgever geeft slechts heel algemeen de beleidsrichting aan in een kader of raamwet, terwijl de eigenlijke normstelling plaatsvindt door de regering in de vorm van een gedelegeerde Algemene Maatregel van Bestuur. Dit heeft te maken met de verzorgingsstaat waar snel overheidsoptreden op het juiste overheidsniveau van groot belang is.

Een belangrijk handvat waarmee het parlement invloed kan uitoefenen op de regering is de (ongeschreven) vertrouwensregel. Dit wil zeggen dat als het parlement geen vertrouwen meer heeft in de regering het parlement de mogelijkheid heeft een motie van wantrouwenin te dienen en zo de regering te dwingen om op te stappen als de motie wordt aangenomen. Verder bestaat deze vertrouwensregel ook tussen de regering en de Eerste Kamer.

In Nederland is het principe van de openbaarheid van uitspraken leidend. In zaken minderjarigen betreffende kan de privacy (8.1 EVRM) conform bovengenoemde uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) boven de openbaarheid gesteld.

Verder kan er kritiek uitgeoefend worden op de scheiding van machten binnen instituties in Nederland. Een voorbeeld is de functie van de Nederlandse Raad van State, die zowel in de wetgevende macht als rechtsprekende macht ingedeeld kan worden. Na een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zag de Nederlandse staat zich gedwongen om binnen de Raad van State een Afdeling bestuursrechtspraak in het leven te roepen aangezien de Raad van State zich bezighield met rechtspraak én advies gaf bij de totstandkoming van wetten. Luxemburg werd in deze uitspraak (Procola-arrest) op de vingers getikt omdat het eenzelfde indeling had voor zijn Raad van State.

 

De niet-gouvernementele invloeden

Bij de oprichting van de Verenigde Naties (1945) kreeg het (abstract lijkende) begrip NGO (niet-gouvernementele organisatie) een tastbaardere betekenis door de vermelding ervan in het handvest (Hoofdstuk 10, Artikel 71). Daarin werd gesteld dat niet-gouvernementele organisaties ook gesprekspartner kunnen zijn van de VN. Wereldwijd is vervolgens op lokaal, landelijk en ook mondiaal niveau te bezien dat deze zogenaamde NGO's een telkens grotere betekenis hebben gekregen in maatschappelijke ontwikkelingen en politieke besluitvormingen.

 

Gewoonterecht

Gewoonterecht is recht dat gebaseerd is op gewoonten. Een belangrijk kenmerk van gewoonterecht is dat het van generatie op generatie mondeling wordt doorgegeven. Daarom wordt gewoonterecht ook wel ongeschreven recht en costumier recht genoemd. Synoniemen die stammen uit het Middelnederlands zijn costume of costuijme en usantie. Aangezien gewoonterecht ontstaat vanuit de samenleving is het de tegenhanger van wettenrecht, dat door de wetgever aan de samenleving wordt opgelegd. Het gewoonterecht is eeuwenlang de dominante rechtsbron geweest in West-Europa, maar is vrijwel geheel verdrongen door het wettenrecht.

 

Democratische rechtsstaat
Nederland is een democratische rechtsstaat. Democratisch, omdat de burgers kiezen wie het land regeert. Een rechtsstaat, omdat iedereen zich aan het Nederlandse recht moet houden: burgers, organisaties en overheid.

(Bron:https://www.rechtspraak.nl/Uw-Situatie/Onderwerpen/Rechtspraak-in-Nederland/Democratische-rechtsstaat)

 

Waar is het bewijs dat wij BURGERS kiezen? Owh die POEP verkiezingen die NEP zijn.

Wij zijn een Democratie? De volkssoevereiniteit is niet vastgelegd sinds 1814.

Bovendien is Nederland onder de macht van het Vaticaan sinds 1815.

 

(Bron: Copy / insert: (they removed it from their website)

It is under the supervision of the Holy See the “Vatican” since 1815.

https://www.government.nl/topics/international-relations/overview-countries-and-regions/holy-see-vatican-city

They changed it into this https://www.government.nl/latest/news/2013/11/20/200-years-the-kingdom-of-the-netherlands after I told a lawyer about it.


Relations between the Netherlands and Vatican City, the residence of the Pope, are good. Politically and culturally speaking, the Vatican is not unimportant for the Netherlands. Relations are based on efforts to promote world peace.

 

News item | 20-11-2013 | 10:23

 

Political relations

In 2015, the Netherlands and the Holy See celebrate 200 years of diplomatic relations.

The Holy See is recognised as a major player in international diplomacy. The Vatican can be instrumental in persuading countries to act on matters of importance to the Netherlands. These include certain aspects of sexual and reproductive health and rights and human rights as well as issues relating to poverty reduction, raw materials, energy and climate.

In the recent past, contacts between the Netherlands and the Vatican regularly revolved around questions such as abortion, assisted suicide and new marriage legislation/wetgeving: subjects on which the Netherlands and the Vatican hold conflicting views.

The Netherlands is represented to the Holy See by an ambassador. In The Hague, the diplomatic interests of the Holy See are looked after by a papal nuncio.

Cultural relations

There is a great deal of interest in the Vatican’s art treasures. Dutch museums and archives regularly apply for the loan of works of art for exhibitions.

 

Bilateral treaties

Up-to-date information on bilateral treaties can be found in the Ministry of Foreign Affairs Treaty Database.

 https://www.law.cornell.edu/ucc

 

De Grondwet

De belangrijkste wet van een staat
Lang konden de Oranjes niet van hun nieuwe koninklijke macht genieten. In 1848 ondertekende Willem II een grondwet die zijn invloed sterk beperkte. Minder macht voor de koning en meer voor kabinet en parlement: de
grondwet van 1848 wordt het begin van onze democratie genoemd.
De Grondwet is de belangrijkste wet van een staat. (Je spreekt over een ‘staat’ wanneer er macht wordt uitgeoefend over een volk dat op een grondgebied woont.)
De Grondwet bepaalt wie de macht in de praktijk uitoefenen in zo’n staat en hoe dat gebeurt. De Nederlandse Grondwet regelt bijvoorbeeld wat de rol is van de koning(in) en van de ministers. Ook bepaalt de Grondwet hoe de andere wetten moeten worden gemaakt, wat de rechters doen, en wat het werk is van gemeenten en provincies. Bovendien stelt de Grondwet vast welke invloed en macht het Nederlandse volk heeft in de staat.

Helemaal aan het begin van de Grondwet staan de rechten die burgers hebben tegenover de staat: de grondrechten. Bij die grondrechten gaat het dus niet om rechten die de burgers onderling – ‘tegenover elkaar’ – hebben, maar om het recht van burgers op hun eigen leven zonder dat de staat zich met hun opvattingen en levenskeuzes bemoeit.

Het allereerste artikel van de Grondwet belooft dat alle mensen, hoe verschillend ze ook zijn en welke verschillende opvattingen ze ook hebben, door de staat gelijk worden behandeld. In de artikelen daarna zegt de Grondwet, onder andere, dat burgers het recht hebben om hun eigen godsdienst te beoefenen, het recht om vrij met elkaar van gedachten te wisselen en het recht om hun mening in het openbaar te verkondigen.

De staat mag zulke vrijheden – zoals vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting - alleen beperken als het echt nodig is. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn iemands vrijheid te beperken als hij een bedreiging vormt voor anderen. In zo’n geval mag de staat ingrijpen, maar dat moet dan wel volgens de wet gebeuren.
In de Middeleeuwen was er nog geen Grondwet. De vorst had de macht en hoefde zich zelf niet aan de wet te houden. In de tijd daarna kregen sommige groepen mensen wel rechten tegenover hun vorst, maar pas sinds de achttiende eeuw heeft iedereen rechten en moet iedere instantie die de macht uitoefent zich aan de wet houden. In 1798 werd dit in Nederland vastgelegd in een Grondwet; de ‘Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden’, die nog steeds geldt, werd opgesteld in 1815.
De Grondwet kan minder gemakkelijk worden gewijzigd dan andere wetten. Toch zijn er wel grote grondwetsherzieningen geweest. In 1848 stemde Koning Willem II ermee in de Grondwet zo te wijzigen dat de koning minder macht kreeg en het volk meer. De verandering was zo ingrijpend dat de ‘Grondwet van 1848’, opgesteld door de staatsrechtgeleerde Thorbecke, wel wordt gezien als het begin van de democratie. Niettemin werd pas in 1917 het kiesrecht ingevoerd voor alle mannen; vrouwen kregen toen voor het eerst passief kiesrecht. In 1922 werd eindelijk ook het actief vrouwenkiesrecht - dat in 1919 was ingevoerd - in de Grondwet opgenomen.

Source: https://www.entoen.nu/nl/grondwet

 

 
200 years the Kingdom of the Netherlands

News item | 20-11-2013 | 10:23

The Kingdom of the Netherlands is 200 years old. Celebrations marking the bicentenary will be held from 2013 to 2015.

From November 2013 to September 2015 the National Committee for the Bicentenary of the Kingdom will be arranging events and festivities that involve as many people and organisations as possible. The celebrations marking the bicentenary are for everyone, both in the European and Caribbean parts of the Kingdom.

The foundation for the democratic legal order was laid in 1813, and it evolved slowly but surely from there. In 1848 freedom of assembly and association and the freedom of education were added to the fundamental rights enshrined in the Dutch Constitution, and freedom of the press was expanded. However, slavery was not abolished in the Antilles and Suriname until 1863.

Since 1815 the Kingdom has become much smaller. Belgium, Luxembourg, Indonesia, Suriname and New Guinea have gone their own way. For a long time, three countries remained: the Netherlands, the Netherlands Antilles and Aruba. Since the constitutional changes of 2010, there are now four countries in the Kingdom (the Netherlands, Curaçao, Aruba and St Maarten) and three special municipalities of the Netherlands (Bonaire, St Eustatius and Saba).

Several other events will also be commemorated in the Caribbean part of the Kingdom in the period 2013-2015, such as the abolition of slavery 150 years ago (1863), the 75th anniversary of the first parliament of the Netherlands Antilles on Curaçao (1938) and the 60th anniversary of the Charter for the Kingdom of the Netherlands  (1954). The theme running through all these historical events is the development of the democratic legal order.

 

Volkssoevereiniteit is het principe dat het volk (als geheel) het hoogste gezag van de staat vormt.

De uitoefening van staatsmacht wordt bij dit principe gelegitimeerd doordat alle macht die regering, parlement en rechters hebben, geacht wordt vooraf (via een grondwet) te zijn toegekend door het volk. In een staat met volkssoevereiniteit wordt het volk dan ook geacht zichzelf een grondwet te hebben gegeven (het volk als grondwetgever).

In veel landen is het principe van volkssoevereiniteit in de grondwet vastgelegd. In Duitsland stelt de preambule van de Duitse grondwet dat het Duitse volk zichzelf via zijn grondwetgevende macht een grondwet heeft gegeven. Artikel 20, tweede lid, van de Duitse grondwet bepaalt dat de staatsmacht vanuit het volk komt ('Alle Staatsgewalt geht vom Volke aus'). In Frankrijk bepaalt artikel 3 van de grondwet dat de nationale soevereiniteit aan het volk toebehoort.

Een tegenhanger van volkssoevereiniteit is godssoevereiniteit. Bij dit principe wordt de macht van de staat gelegitimeerd door God.

 

Volkssoevereiniteit

In Nederland is het principe van volkssoevereiniteit niet vastgelegd. De Nederlandse koning regeert volgens de afkondigingsformulieren van Nederlandse wetten 'bij de gratie Gods'. Omdat Nederland sinds de stichting in 1815 vreedzaam is geëvolueerd tot een democratische rechtsstaat lijkt er weinig behoefte te zijn om het volkssoevereiniteitsprincipe alsnog in de grondwet te verankeren.

In de 'Acte van Staatsregeling' (1798) van de Bataafse Republiek was het principe van volkssoevereiniteit wel opgenomen: "De oppermagt berust in de gezamenlijke leden der Maatschappij, Burgers genoemd." (art. 2)

 

Gewoonterecht

Gewoonterecht is recht dat gebaseerd is op gewoonten. Een belangrijk kenmerk van gewoonterecht is dat het van generatie op generatie mondeling wordt doorgegeven. Daarom wordt gewoonterecht ook wel ongeschreven recht en costumier recht genoemd. Synoniemen die stammen uit het Middelnederlands zijn costume of costuijme en usantie. Aangezien gewoonterecht ontstaat vanuit de samenleving is het de tegenhanger van wettenrecht, dat door de wetgever aan de samenleving wordt opgelegd. Het gewoonterecht is eeuwenlang de dominante rechtsbron geweest in West-Europa, maar is vrijwel geheel verdrongen door het wettenrecht.

 

In algemene zin is een gewoonte een gebruikelijke wijze van doen van een individu of een groep mensen. Niet iedere gewoonte leidt tot gewoonterecht. Om als grondslag voor gewoonterecht in aanmerking te komen moet een gewoonte aan een aantal voorwaarden voldoen [1] :

  • het moet een maatschappelijke gewoonte zijn. De gewoonte mag niet beperkt zijn tot enkele individuen, maar moet worden gedeeld door de samenleving in haar geheel, of in ieder geval door een grote maatschappelijke groep.
  • er moet sprake zijn van keuzevrijheid, het moet mogelijk zijn van de gewoonte af te wijken.
  • de gewoonte moet betrekking hebben op rechtshandelingen.
  • de gewoonte moet door de samenleving worden ervaren als bindend. De overtuiging moet bestaan dat de gewoonte rechtens noodzakelijk is. In juridische termen: er moet sprake zijn van opinio juris sive necessitatis.
  • de gewoonte moet bekrachtigd zijn door de persoon of groep die gezag uitoefent over de andere leden van de samenleving. Volgens de middeleeuwse doctrine is aan deze voorwaarde voldaan als de gewoonte in twee vonnissen als rechtsgrond is aanvaard.[2]

Typerend voor gewoonterecht zijn de soepelheid en de snelheid waarmee een gewoonte en daarmee het gewoonterecht ontstaat, erkend wordt, verandert en soms ook verdwijnt. Als gevolg van deze eigenschappen is het gewoonterecht erg plaatselijk en daarmee een bron van rechtsongelijkheid. Bovendien is het gewoonterecht niet alomvattend, het biedt geen houvast voor geheel nieuwe zaken.

Gewoonterecht kan betrekking hebben op diverse gebieden, zoals rechten en plichten van het huwelijk, erfenissen, opvolging, relaties tussen mensen in het algemeen, eigendom en gebruik van onroerende goederen, maten en gewichten, heerlijke rechten, rechten en privileges op burgerlijk en strafrechtelijk gebied, benoemingen en juridische procedures. Voorbeelden van gewoonterecht dat gold in de Lage Landen zijn het recht van naasting en het devolutierecht.

 

West-Europa

Vroege middeleeuwen

Aan het begin van de vroege middeleeuwen was het gewoonterecht de enige rechtsbron van de Germanen, die woonden in het noorden van Europa. Er bestond geen eenvormig Germaans recht, elke stam kende zijn eigen ongeschreven rechtsgewoonten. In de zuidelijke gebieden, die door de Romeinen bezet waren, gold het geschreven Romeins recht. Na de ineenstorting van het West-Romeinse Rijk werd het gehele grondgebied van dat rijk door Germanen in bezit genomen. Het Romeins recht werd op den duur uit vrijwel het gehele gebied verdrongen door het versnipperde Germaanse gewoonterecht.[3]

 

Hoge middeleeuwen

Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen bestond in de hoge middeleeuwen in West-Europa een gewoonterechtscultuur met een sterk gewestelijk karakter. Er bestonden duizenden gewoonterechtsgebieden. Veel costumen die van kracht waren in dat tijdvak stammen uit het Germaans recht. Daarnaast waren ook talrijke nieuwe gewoonterechtsregels ontstaan, gedeeltelijk afgeleid van het Romeins recht. De meeste nieuwe regels ontstonden in de periode van de 10e tot de 12e eeuw, als gevolg van de opkomst van het hofstelsel.[4][5]

 

In de 12e eeuw werd in de opkomende universiteiten het Romeins recht herontdekt en gemoderniseerd. Al snel won dit recht in het noorden van Italië terrein op het gewoonterecht. Het Romeins recht was schriftelijk vastgelegd, overal gelijk en samenhangend. Voor de in belang toenemende handel was het Romeins recht daarom aantrekkelijker dan het gewoonterecht, dat per streek verschilde en lacunes vertoonde. Langzaamaan breidde het gebied met Romeins recht zich uit over geheel Zuid-Europa. De grens tussen de gebieden met gewoonterecht en Romeins recht kwam uiteindelijk te liggen in het midden van Frankrijk, ter hoogte van de rivier de Loire. De provincies ten noorden van de grens werden in Frankrijk aangeduid met de term pays de droit coutumier (gewoonterechtsgebieden), de provincies ten zuiden ervan met pays de droit écrit (landen met ius commune).

In de West-Europese landen bleef het gewoonterecht van kracht. Omdat gewoonterecht ongeschreven is en plaatselijk erg verschillend kan zijn, was dat recht vaak moeilijk te bewijzen. Aanvankelijk werd geen onderscheid gemaakt tussen het bewijs van de geldigheid van de rechtsregel en het bewijs van de betwiste feiten. In de 10e tot de 12e eeuw onderwierpen de rechters de beklaagden in geval van een geschil aan een godsoordeel. Ze waren ervan overtuigd dat iedereen die onschuldig was door God geholpen zou worden de proef te doorstaan. Vanaf de 13e eeuw werd het bewijsstelsel rationeler, de rechters trachtten de waarheid te achterhalen door getuigen te horen en bewijsstukken te bestuderen. Daarbij werd voortaan onderscheid gemaakt tussen de rechtsregel en de feiten. Als een gewoonterechtsregel werd betwist, werd een afzonderlijk onderzoek ingesteld naar de geldigheid van de costume, de zogeheten turbe.[6]

Late middeleeuwen

Tijdens de late middeleeuwen probeerden verscheidene landsheren een einde te maken aan de rechtsverscheidenheid door het regionale gewoonterecht te codificeren en vervolgens te uniformeren en te centraliseren. De eerste poging tot deze zogeheten homologatie werd in 1454 ondernomen door de Franse koning Karel VII. Aanvankelijk verliep het beschrijven van het gewoonterecht zeer traag. In 1497 werd de procedure van optekening gewijzigd, waarna in enkele decennia de costumen van ongeveer 600 gewoonterechtsgebieden werden beschreven. De opzet de costumen te homologeren slaagde niet. Wel vond in de tweede helft van de 16e eeuw een ingrijpende hervorming van de costumen plaats. Als gevolg van deze ingreep verwierf het rechtsboek Coutume de Paris, gecodificeerd in 1510, een overheersende positie in die gewoonterechtsprovincies.[2][7]

 

In het Heilige Roomse Rijk nam de invloed van het wettenrecht in dit tijdvak sterk toe. Deze ontwikkeling, die zich afspeelde in twee fasen, staat bekend als de receptie van het Romeins recht. In de eerste fase groeide vooral het belang van het canoniek recht, onder invloed van kloosters en kerkelijke rechtbanken. De instelling in 1495 van het Rijkskamergerecht door keizer Maximiliaan I wordt gezien als het begin van de tweede fase van de receptie, waarin met name de invloed van het Romeins recht zich sterk uitbreidde. Het Rijkskamergerecht was de hoogste beroepsinstantie, onder andere op het gebied van burgerlijk recht. Oordeelden de lagere instanties nog op grond van gewoonterecht, de rechters van het Rijkskamergerecht pasten in beroepszaken het ius commune toe, zoals het Romeins-canonieke recht ook genoemd wordt. Daardoor ontstond een dualistisch rechtssysteem, met het Romeins-canoniek recht als subsidiair recht. Uiteindelijk leidde de receptie tot massale overgang naar het ius commune, hoewel het gewoonterecht in sommige Duitse landen van enige betekenis bleef.[8]

Het dualistisch rechtssysteem van het Heilige Roomse Rijk vond in veel West-Europese landen ingang, onder andere in de Lage Landen en in Schotland. In Noord-Frankrijk en de Lage Landen nam de invloed van het Romeins-canoniek recht wel voortdurend toe, maar het gewoonterecht bleef daar de voornaamste rechtsbron, vooral op het gebied van burgerlijk recht.

 

Nieuwe tijd

In de nieuwe tijd poogde Keizer Karel V naar het Franse voorbeeld het gewoonterecht te homologeren. Hij verplichtte in 1531 alle plaatselijke overheden in de Lage Landen hun gewoonterecht op schrift te stellen. Bij het optekenen van de costumen werd in twijfelgevallen soms een turbe afgenomen. De beschreven lokale costumen werden vervolgens getoetst door de betreffende gewestelijke rechtsorganen en ten slotte gereviseerd door de Geheime Raad te Brussel, de hoofdstad van de gezamenlijke Nederlanden. De aldus gehomologeerde costumen werden door de vorst bekrachtigd en afgekondigd. Het bevel werd moeizaam opgevolgd en zowel Karels zoon koning Filips II als de latere aartshertogen Albrecht en Isabella zagen zich meermalen gedwongen de opdracht te herhalen. Uiteindelijk werden van 832 gewoonterechtsgebieden de costumen opgetekend, voornamelijk in de zuidelijke gewesten. Slechts 96 costumen konden de toets der kritiek doorstaan en werden gehomologeerd.[9]

 

Als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog ontsnapten de Noordelijke Nederlanden grotendeels aan de druk tot homologatie van de costumen. Na de stichting van de Republiek der Verenigde Nederlanden in 1588 herleefde het gewoonterecht er in al zijn gewestelijke en lokale verscheidenheid. Er bestonden in de republiek ruim 100 min of meer verschillende gewoonterechtsgebieden. Omdat de costumen zeer versnipperd waren, was het veld er vrij voor een grotere invloed van het Romeins recht. In het belangrijke gewest Holland werd door enkele rechtsgeleerden, onder wie Hugo de Groot, het bestaande dualistisch rechtssysteem verder ontwikkeld. Dit resulteerde in een synthese van Romeins recht en Hollands gewoonterecht, met een sterke nadruk op het Romeins recht. Het Rooms-Hollands recht dat zo ontstond heeft in de republiek een belangrijke rol gespeeld en werd ook van kracht in de koloniën.[7][10]

In de Zuidelijke Nederlanden werd het recht gewestelijk vorm gegeven, wat leidde tot het ontstaan van Vlaemsch recht, Brabandts recht, enzovoorts. Hierbij werd voortgebouwd op de lokale costumen die in opdracht van Karel V waren beschreven. In enkele gewesten, zoals Namen en Luxemburg, werden alle lokale costumen afgeschaft en werd één provinciaal gewoonterecht gedecreteerd. In andere, zoals Henegouwen en Artesië, bestond één provinciaal gewoonterecht boven de lokale costumen. In Vlaanderen en Brabantbleef echter een grote diversiteit aan costumen bestaan. Het Vlaams recht kende opgetekende costumen van 227 gewoonterechtsgebieden waarvan er 37 gehomologeerd waren. Voor Brabants recht waren deze cijfers respectievelijk 124 en 8. In sommige gewoonterechtsgebieden hadden de costumen het karakter van een echt wetboek, de costume van Antwerpen bijvoorbeeld (niet gehomologeerd) telde 3832 artikelen. De meeste waren echter veel bescheidener van opzet. Een gevolg van het vastleggen van het gewoonterecht was dat de rechtszekerheid weliswaar toenam, maar dat de rechtsregels niet langer evolueerden, waardoor het gewoonterecht een zeer conservatief karakter kreeg.[9]

Moderne tijd

In de moderne tijd werd het versnipperde en onvolledige gewoonterecht in de landen van het West-Europese vasteland afgeschaft. Na de val van het ancien régime voerde elk land een voor het gehele land geldende wetgeving in, voornamelijk gebaseerd op Romeins recht. Het zo ontstane rechtssysteem, met de wet als belangrijkste rechtsbron, wordt Continentaal recht genoemd.

Engeland 

In Engeland verliep de ontwikkeling geheel anders. Na de slag bij Hastings slaagden de Engelse koningen er in hun machtspositie te bestendigen door de gewesten tot een eenheid om te vormen. Een belangrijk element daarin was homologatie van de lokale costumen (local customs), een proces dat in Engeland wel slaagde. In opdracht van de koninklijke hofraad (curia regis) creëerden rechters in de loop der eeuwen met succes een gemeenschappelijk rechtsstelsel voor geheel Engeland, het Common law-systeem. Dit stelsel, dat is gebaseerd op gewoonterecht (customary law) en algemene rechtsbeginselen, kent ook aanvullend wettenrecht (statute law). De belangrijkste rechtsbron in het Common law-systeem is de rechtspraak (case law) en daarmee domineert de casuïstiek de gerechtelijke procedure. Bij de vorming van het Verenigd Koninkrijk werd dit rechtssysteem van kracht voor het gehele grondgebied.

Huidige situatie

In een aantal landen komt gewoonterecht nog steeds voor, met name in ontwikkelingslanden. Ook in de Scandinavische landen is gewoonterecht nog steeds een belangrijke rechtsbron. Het Common law-systeem van het Verenigd Koninkrijk is door de andere Angelsaksische landen overgenomen, veelal vermengd met elementen uit het Continentaal recht. Het Rooms-Hollands recht wordt nog steeds toegepast door de rechtbanken van Zuid-Afrika (en de buurlanden Lesotho, Swaziland en Namibië), Zimbabwe, Guyana, Indonesië en Sri Lanka, zij het dat het Common law-systeem er grote invloed op uitoefent.

Een hedendaagse vorm van gewoonterecht vindt men in het internationaal recht, waar gewoonterecht behoort tot de hoofdbronnen van het recht, samen met het verdrag. Gewoonterechtelijke regels worden daarbij gevormd doordat staten en andere volkenrechtelijke verbanden zich in de praktijk naar die regel gedragen vanuit een gemeenschappelijke rechtsovertuiging. In het internationaal recht wordt deze overtuiging opinio juris genoemd.

 

NuNS

PRIESTS

JUDGES

 

What is the DIFFERENCE:

NONE

What are they?

They are ALL BAAL PRIEST

 

2Kings 23:
5 And he put down the idolatrous priests, whom the kings of Judah had ordained to burn incense in the high places in the cities of Judah, and in the places round about Jerusalem; them also that burned incense UNTO BAAL, to the sun, and to the moon, and to the PLANETS, and to all the host of heaven.


James 2:
5 Hearken, my beloved brethren, Hath not God chosen the poor of this world rich in faith, and heirs of the kingdom which he hath promised to them that love him?
6 But ye have despised the poor. Do not rich men oppress you, and draw you before the judgment seats?
7 Do not they blaspheme that worthy name by the which ye are called?
8 If ye fulfil the royal law according to the scripture, Thou shalt love thy neighbour as thyself, ye do well:
9 But if ye have respect to persons, ye commit sin, and are convinced of the law as transgressors.
10 For whosoever shall keep the whole law, and yet offend in one point, he is guilty of all.
11 For he that said, Do not commit adultery, said also, Do not kill. Now if thou commit no adultery, yet if thou kill, thou art become a transgressor of the law.

 

Isaiah 1:
And the destruction of the transgressors and of the sinners shall be together, and they that forsake the LORD (YHWH) shall be CONSUMED.

 

Ezekiel 44:
23 And they shall teach my people the difference between the holy and profane, and cause them to discern between the unclean and the clean.
24 And in controversy they shall stand in judgment; and they shall judge it according to MY JUDGMENTS: and they shall keep MY LAWS and MY STATUTES in all mine assemblies; and they shall hallow MY SABBATHS.
25 And they shall come at NO DEAD PERSON to defile themselves: but for father, or for mother, or for son, or for daughter, for brother, or for sister that hath had no husband, they may defile themselves.

 

Exodus 19:
5 Now therefore, if ye will obey MY VOICE indeed, and keep MY COVENANT, then ye shall be a peculiar treasure unto me above all people: FOR ALL THE EARTH IS MINE:
6 And ye shall be unto me A KINGDOM OF PRIESTS, and AN HOLY NATION. These are the words which thou shalt speak unto THE CHILDREN OF ISRAEL.

 

Genesis 26:
5 Because that Abraham obeyed MY VOICE, and kept MY CHARGE, MY COMMANDMENTS, MY STATUTES, and MY LAWS.

 

Matthew 18:6 (KJV)

6 But whoso shall offend one of these little ones which believe in me, it were better for him that a millstone were hanged about his neck, and that he were drowned in the depth of the sea.

 

Deuteronomy 4:
1 Now therefore hearken, O Israel, unto the statutes and unto the judgments, which I teach you, for to do them, that ye may live, and go in and possess the land which the LORD God of your fathers giveth you.
2 Ye shall not add unto the word which I command you, neither shall ye diminish ought from it, that ye may keep the commandments of the LORD your God which I command you.
3 Your eyes have seen what the LORD (YHWH) did because of Baalpeor: for all the men that followed Baalpeor, the LORD (YHWH) thy God hath destroyed them from among you.

De grootste problemen van Nederland worden niet niet opgelost omdat we een midden kabinet hebben (dit helpt natuurlijk ook niet), maar veel erger de belangrijkste machten zoals de ambtenarij, op afstand geplaatste semi-overheden en natuurlijk de rechterlijke macht worden volledig beheerst door links Nederland.
 
Op de dag dat Nederland zichzelf Internationaal weer eens belachelijk maakt  omdat politieke moordenaar Volkert van der Graaf na bijna twaalf jaar gevangenis straf op vrije voeten terwijl heel Nederland en de politiek daar niet achter staat komt is het misschien eens goed om stil te staan bij de laatste groep:
De rechterlijke macht.

Ook de uitspraak drie jaar geleden dat het openbaar ministerie vond dat er niets strafbaars door Wilders was gezegd, ondanks dat de politieke meerderheid tegen vervolging was besloot het gerechtshof, niet alleen dat Wilders vervolgt moest worden, maar deden met een "veroordelende beschikking", waarin Wilders reeds schuldig werd verklaard, in plaats van slechts de (onjuiste) conclusie te trekken dat vervolging gewenst was.

Over de achtergronden van deze (onafhankelijke) rechters is al geschreven, maar hoe zit het nu met de benoeming van rechters in het algemeen?

We hebben de trias politica, deze dient ervoor te zorgen dat de rechterlijke macht onafhankelijk recht kan spreken. Dat heeft Montesquieu destijds wel leuk bedacht, maar dit werkt alleen, zoals hij ook beoogde, wanneer de rechter niet meer is dan een wetstoepasser.
Helaas is dit station in Nederland allang gepasseerd. Doordat meer en meer rechterlijke vrijheid wordt gegeven aan de uitvoering door rechters is de rechterlijke macht door o.a. jurisprudentie verworden tot een wetgevende macht.

En wanneer de tweede kamer zich duidelijk uitspreekt voor hogere straffen bij geweldsdelicten tegen agenten, lappen de rechters dit aan hun laars en vinden € 500,- euro boete wel genoeg voor het verwonden van een agent. "Dan hadden ze maar een ander vak moeten kiezen".
En in plaats van uit te voeren van de wet valt President Hoge Raad Geert Corstens de politiek aan en vindt hij dat rechters gelijk zijn aan de politiek: "Soms lijken zij niet te beseffen dat de rechterlijke macht de derde macht is in ons staatsbestel, niet onder- maar nevengeschikt aan de wetgevende en de uitvoerende macht." 

Neen weledelachtbare heer Corstens, u bent verre van democratisch gekozen en dient de wet toe te passen. Indien de politiek wenst dat er zwaarder wordt gestraft en dit is niet onwettig, dan dient u dit uit te voeren. U lijkt zich niet te beseffen dat U slechts een onafhankelijke macht bent om oneerlijke processen te voorkomen. De hoogte van de gemiddelde strafmaat is aan de politiek, niet aan u. U moet toepassen.

Hoe worden de heer Corstens en kornuiten nou wel benoemd? Wie bepaald dat?
Nou dat zit zo:
De Leden van de Raad voor de Rechtspraak (een groepje van 5 waarvan 4 babyboomers) worden benoemd bij Koninklijk besluit. Zij op hun beurt benoemen de leden van de Selectiecommissie rechterlijke macht. Deze commissie bestaat uit mensen uit de rechterlijke macht, het bedrijfsleven het openbaar en het onderwijs, aldus de brochure van de rechtbank.

Klinkt nog aardig (ondanks dat deze commissie ook weer niet democratisch is gekozen) en dat blijkt dan weer wanneer je de lijst bestudeerd.

Het eerste lid uit "het bedrijfsleven" dat ik zie op de lijst is ir. S. Benayad, oud-vz. Islamitische Scholenkoepel ISBO, zijn naam prijkt ook op de deelnemerslijst van "Benoemen en bouwen" het speeltje van Doekle Tepstra tegen Wilders. Hoezo onafhankelijk?

Een verder greepje uit de lijst die overigens grotendeels uit rechters bestaat:

-Mevrouw Annelies Freriks, hoogleraar Dier & Recht (geen onbelangrijk onderwerp, maar 1 die in de regel wordt vervuld door onze linkse medemens), vindt dat het verhogen van gevangenisstraf bij verwaarlozing van dieren, zoals voorgesteld door minister Verburg geen zin heeft want:"rechters leggen deze straf toch niet op". Goed geselecteerd dan Annelies!

-Mevrouw mr. D. Ghidei, lid Commissie Gelijke Behandeling, tevens ambassadeur van het Forum Democratische ontwikkeling, een gesubsidieerd groepje dat discussieavonden organiseert met thema's zoals "wie is er bang voor Geert Wilders". Mevrouw Ghidei: "Hoe democratisch is onze rechterlijke macht" misschien een leuk thema voor de volgende bijeenkomst?

- prof. Dr. C.A. Groenendijk, emeritus hoogleraar rechtssociologie en vz Centrum voor Migratierecht Radboud Universiteit Nijmegen, ook bekend als 1 van de 18 hoogleraren die per open brief bezwaar heeft gemaakt tegen de inburgeringswet van Verdonk.

-mw. mr. M.L. Haimé, directeur inburgering en integratie ministerie VROM, groot voorstander van de verplichte contradictie "positieve discriminatie" en (voormalig) bestuurslid Stichting Meander: "‘Wilders zet in zijn nieuwe film een aantal fragmenten achter elkaar om het gevaar van de Islam aan te tonen. Dat is pure haatzaaierij’, aldus Said Bouddouft. Hij is directeur van Stichting Meander, de organisatie in Zuid-Holland"

-mw. mr. C.L. Knijff, Advocaat. lid werkgroep Juridische aspecten van klimaatverandering van Vereniging voor Milieurecht. Een van de vele milieuclubjes, gesubsidieerd door het ministerie van Vrom.

-mr. H. Ouled Ali, Advocaat, voorzitter en oprichter Nederlands Ma­rok­kaans Ju­ris­ten­netwerk: "We willen het aantal Marokkaanse juristen dat in de juridische markt werkzaam is, minimaal vertienvoudigen". Tja, daar zou hij bij de selectie dan ook mogelijk wel rekening mee houden...
Gezien de Ramadandinertjes die ze regelmatig organiseren twijfel ik ook hier aan de "schijn van belangenverstrengeling"

- drs. D. Ramlal directeur Stichting MEE. "MEE is onafhankelijk van zorgaanbieders en andere instanties en dus alleen gericht op uw belang. De diensten van MEE worden door de overheid betaald. Voor u is het daarom gratis." 
Nee stichting Mee, de belastingbetaler betaalt en daarom betalen ook mensen die niets met uw clubje te doen hebben daar onvrijwillig aan MEE. Dat is niet gratis. Dat deze zin op de hoofdpagina staat zegt genoeg over uw politieke gevoel: De overheid moet voor ons allen zorgen, het inzetten van belastinggeld waar burgers hard voor hebben gewerkt noemt u gratis.
Daarnaast prominent CDA'er, voorzitter Stichting Hindoe Omroep Nederland (medeoprichter), secretaris Raad van Toezicht MTNL (Multiculturele Televisie Nederland), voorzitter Surinaams Regionaal Steunpunt voor Surinamers, lid bestuur Bedrijfsfonds voor de pers u weet wel, het clubje dat het nodig vond om ondermeer marokko.nl € 150.000,- belastinggeld toe te schuiven

- mr. W.L.F.C. ridder van Rappard, burgemeester te Noordoostpolder, gelukkig een liberaal. Maar wel al 30 jaar burgemeester en afkomstig uit een adelijke regentenfamilie. (??? LEUGEN)

-drs. Ehsan Turabaz, manager International Sales van Inter Ikea Systems BV, behalve mede-oprichter en voorzitter van de Foundation Friends of Afghanistan is hij sinds 2003 President van de Netherlands-Afghanistan Business Council als onderdeel van het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering (NCH). Hij is tevens Honorair Consul van Afghanistan in Nederland. Lid raad van Advies Plan Nederland. Ontwikkelorganisatie Plan, welke jaarlijks zo'n 14,5 miljoen euro subsidie opstrijkt.

mr. N. Türkkol, advocaat. Sinds 1993 werkt hij als advocaat. Zowel tijdens zijn studie als daarna heeft hij bij verschillende organisaties bestuurlijke ervaring opgedaan o.a. Turkse studentenvereniging (TSV-Landelijk) en Meldpunt Discriminatie Amsterdam. 
Op dit moment is hij bestuurslid van Netherlands Turkey Business Association (NETUBA) en is hij voorzitter van de Raad van Toezicht van de Stichting TEMA-Nederland (TEMA-NL),welke een subsidie van bijna € 200.000,- heeft losgepeuterd voor de groene moskee....

mw. mr. P.G.H. Westerhof, zelfstandig adviseur, tevens voorzitter van Stichting Ien Dales. Samen met wat andere PVDA'ers. Voormalig bestuurslid Nederlandse Vereniging van Vrouwen met Academische Opleiding.

mr. M.A.P. van Haersma Buma, dijkgraaf Hoogheemraadschap van Delfland, nog een liberaal maar ook deze vastgeroest: al sinds de jaren '80 burgemeester van niet noemenswaardige gemeenten en nu troostbaantje als Hans Brinker. Naast dijkgraaf voormalig lid van Burgemeesters voor Vrede.

Over mevrouw mw. drs. A.M. van Wagenberg, Manager Special Projects bij DSM Food Specialties, is buiten dat zij ook lid raad van toezicht van de Open universiteit is weinig te vinden.
In het rijtje "niet rechter" prijkt verder nog een kantoordirecteurtje ING.

Samengevat: Onze rechters bepalen grotendeels zelf wie onze nieuwe rechters worden, alleen wanneer je een duidelijk links, bij voorkeur allochtoon of milieuprofiel hebt mag je als niet rechter meedoen. Of je moet een oude regent zijn die ja knikt wanneer dit nodig is.

Nederlandse rechters en hun organisatie achten zichzelf niet onder, niet naast maar boven de wetgevende macht.

Rechters horen, al dan niet door de tweede kamer, verkozen te worden. Dit tast de onafhankelijkheid geenszins aan. Immers zegt een democratische benoeming niets over het ontslag.
 
 

Baal On Capital Hill (from message 'The Harbinger of Baal' #2067)

 

Habeas corpus

From Wikipedia, the free encyclopedia
 
This article is about the legal term. For other uses, see Habeas corpus (disambiguation).
 

Habeas corpus (/ˈhbiəs ˈkɔːrpəs/; Medieval Latin meaning literally "that you have the body")[1] is a recourse in law through which a person can report an unlawful detention or imprisonment to a court and request that the court order the custodian of the person, usually a prison official, to bring the prisoner to court, to determine whether the detention is lawful.[2]

The writ of habeas corpus is known as "the great and efficacious writ in all manner of illegal confinement",[Note 1] being a remedy available to the meanest against the mightiest. It is a summons with the force of a court order; it is addressed to the custodian (a prison official, for example) and demands that a prisoner be taken before the court, and that the custodian present proof of authority, allowing the court to determine whether the custodian has lawful authority to detain the prisoner. If the custodian is acting beyond his or her authority, then the prisoner must be released. Any prisoner, or another person acting on his or her behalf, may petition the court, or a judge, for a writ of habeas corpus. One reason for the writ to be sought by a person other than the prisoner is that the detainee might be held incommunicado. Most civil law jurisdictions provide a similar remedy for those unlawfully detained, but this is not always called habeas corpus.[3] For example, in some Spanish-speaking nations, the equivalent remedy for unlawful imprisonment is the amparo de libertad ("protection of freedom").

Habeas corpus has certain limitations. Though a writ of right, it is not a writ of course.[Note 2] It is technically only a procedural remedy; it is a guarantee against any detention that is forbidden by law, but it does not necessarily protect other rights, such as the entitlement to a fair trial. So if an imposition such as internment without trial is permitted by the law, then habeas corpus may not be a useful remedy. In some countries, the writ has been temporarily or permanently suspended under the pretext of war or state of emergency.[further explanation needed]

The right to petition for a writ of habeas corpus has nonetheless long been celebrated as the most efficient safeguard of the liberty of the subject. The jurist Albert Venn Dicey wrote that the British Habeas Corpus Acts "declare no principle and define no rights, but they are for practical purposes worth a hundred constitutional articles guaranteeing individual liberty".[4]

The writ of habeas corpus is one of what are called the "extraordinary", "common law", or "prerogative writs", which were historically issued by the English courts in the name of the monarch to control inferior courts and public authorities within the kingdom. The most common of the other such prerogative writs are quo warranto, prohibito, mandamus, procedendo, and certiorari. The due process for such petitions is not simply civil or criminal, because they incorporate the presumption of non-authority. The official who is the respondent must prove his authority to do or not do something. Failing this, the court must decide for the petitioner, who may be any person, not just an interested party. This differs from a motion in a civil process in which the movant must have standing, and bears the burden of proof.

 

Social security in the Netherlands: Your Dutch social security benefits

Foreign workers are obliged to pay social security in the Netherlands but what Dutch social security benefits can you claim – without affecting your Dutch residency?

The Dutch social security system is one of the most comprehensive (uitgebreid) in Europe although access to the welfare system has become more restrictive in recent years, limiting access for some temporary, self-employed and fixed-term contract workers in the Netherlands. Social security benefits are also paid out based on the value of your assets and savings, such as a car or house, and owning assets over the threshold amount can nullify your right to claim benefits.

In general, however, all foreigners who live and work in the Netherlands are required to pay into the Dutch social security system and in return can claim various government benefits, including family benefits, maternity and paternity leave, unemployment benefits, long-term care, sick leave and disability benefits. Healthcare in the Netherlands is not covered under Dutch social security, however, and all residents in the Netherlands are required to enrol with a health insurance provider on their own.

Specific conditions apply to each benefit under social security in the Netherlands and your official documents will need to be in good order before making any claim. It's also important to check first that your Dutch residence permit rights are not affected if you apply for benefits.

Find out if you need to pay Dutch social security and how to claim your benefits:

 

Who has to pay Dutch social security?

Everyone who lives in the Netherlands must pay into the Dutch social security system, regardless of employment, although a number of exceptions exist, such as working as a civil servant at an embassy or short-term contract workers. The exceptions for the Netherlands' social security are outlined on the SVB website.

Some foreigners may be subject to pay social security in both the Netherlands and their home country, unless a social security bilateral agreement exists that enables an exemption from paying taxes in your home country. Certain bilateral agreements also make it possible to transfer or combine social security benefits, particularly if you are a European Union citizen or were an official resident in another EU state; for example, when calculating your social security benefits, time worked abroad can count towards calculating a higher benefit rate.

The Netherlands has agreements with all countries in the European Economic Area (EEA – EU plus Iceland, Liechtenstein and Norway) plus more than 30 countries, including Australia, Canada, Chile, Israel, Croatia, Macedonia, Morocco, New Zealand, Serbia, Montenegro, Tunisia, Turkey, United States of America and Switzerland. See the full list here.

Who can claim social security benefits?

EEA citizens typically have the same rights to social security benefits as Dutch nationals, although no claims can be made within the first three months of moving to the Netherlands or before being hired if you came to work. Up until five years of residence in the Netherlands, however, claiming social security benefits as an EU citizen can result in the withdrawal of your right to reside in the Netherlands, which is determined on a case-by-case basis. After five years of residence in the Netherlands, social security benefits can be claimed with no risk to residence rights.

Non-EU nationals who have a regular residency permit for a definite or an indefinite period of time also generally have the same rights to claim social security benefits as Dutch nationals. However, if your Dutch residence permit includes a condition that you do not qualify to apply to any public funds, which include social security, then claiming social security benefits could mean your residence permit is withdrawn. You can seek advice from the social security office (SVB).

In any case, social security benefits are determined based on your income and assets, which includes everything you own such as a car, bank savings, jewellery, antiques, a holiday home or a caravan. The threshold is EUR 5,920 for single households or EUR 11,840 for family households (2016), with limits revised every six months. Owning a home also counts as an asset, although an extra limit of EUR 49,900 is allowed, which must not be exceeded by the value of your home minus the mortgage paid. If it does, in certain situations you can instead take out an equitable mortgage, where you receive benefits as a loan with your home as collateral.

If the total value of your assets exceeds the threshold levels set by the government, you can still ask the government (SVB) to assess whether you can claim any benefits. In some cases, you may be required to use such assets (ie. selling your car) before being granted social security benefits.

There are other conditions you will have to satisfy, depending on which social security benefit you want to claim (explained below).

The Netherlands' social security system

Social security in the Netherlands is divided into two strands:

  • National insurance (volksverzekeringen) is required for all those living in the Netherlands and covers social benefits.
  • Employee insurance (werknemersverzekeringen) is required for those that work in the Netherlands and provides employment-related benefits.


The Social Insurance Bank (Sociale Verzekeringsbank, or SVB) oversees the implementation of the national insurance system, while the Institute for Employee Insurance (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, or UWV) handles unemployment benefits in the Netherlands and other work-related insurance programs.

Residents in the Netherlands must use DigiD, an online identification system, to arrange employee and social insurance in the Netherlands and to claim benefits. To get DigiD, Dutch residents must register with their Dutch social security number (or citizen service number, burgerservicenummer or BSN) at the DigiD website.

Residents in the Netherlands: Social insurance

Dutch national insurance covers four areas:


Social insurance is funded through various means, including contributions from residents and taxes. Employees in the Netherlands in salaried positions will have their contributions deducted automatically from their wage, while unemployed workers must pay separately.

The amount you pay for Dutch social security is calculated on your income, up to a maximum contribution amount (EUR 9,490 in 2016). In 2016, rates for each particular benefit were:

  • state pension fund – 17.90 percent
  • survivor benefits – 0.60 percent
  • long-term care – 9.65 percent.

Employees in the Netherlands: Employment social security

When you work in a salaried position in the Netherlands, social security payments for employee insurance — required for all employed persons — are automatically deducted from your income by your employer.

Employee benefits in the Netherlands cover three areas:


Self-employment in the Netherlands

With more than one million self-employed individuals (zelfstandigen zonder personeel, or ZZP) in the Netherlands, social security has become a hot topic for freelancers. Self-employed individuals are not required to be insured against sickness, unemployment or disability like salaried employees, but they do have the choice to enrol in a social security fund to cover these areas.

Self-employed individuals can enrol with one of several insurance companies to receive employee benefits, to which they must pay individual social security contributions. Read about taxes for self-employed workers.

 

Family benefits and child allowance in the Netherlands

Each family with at least one child under the age of 18, including adopted and stepchildren, can receive the AKW child allowance. As of July 2016, the family allowance rates amount to:

  • EUR 197.51 for children ages 0–5
  • EUR 239.84 for children ages 6–11
  • EUR 282.16 for children up to 17 years old


Family allowance payments are paid out each quarter.

In addition to the Dutch child allowance, there is an additional child benefit dependent on income for low salary households. Children that do not live at home because of sickness, handicap or to follow a study program may be eligible to request double family benefits.

Parents of children born inside the Netherlands will automatically receive a form, while expats with children born outside of the Netherlands should contact the SVB to request an application form and family allowance number.

Maternity leave in the Netherlands

Maternity and paternity leave in the Netherlands is handled by the Dutch social security contact UWV. Maternity leave is paid out for at least 16 weeks, though it can be extended if there are complications, while paternity leave is paid out for two days only. Those that currently receive unemployment, sickness or disability benefits may also obtain maternity leave. Read more about maternity and paternity leave in our guide to having a baby in the Netherlands.

During maternity leave you will receive your full salary, calculated on your Dutch social security income (SV-loon) over the last 12 months, although there is a maximum daily payout of EUR 203.85. The employer generally requests paternity and maternity benefits on your behalf, although there are some exceptions such as the end of your contract during leave.

Self-employed individuals can receive maternity leave benefits under the ZEZ regulation, with the same benefits as salaried employees. You can apply for self-employed maternity benefits at the UWV website.

Pensions in the Netherlands

If you have lived or worked in the Netherlands and have contributed to the social security system, you may be entitled to the AOW pension fund. How much of the state pension fund you receive depends on a number of factors, including how long you have lived and been insured in the Netherlands as well as your living arrangements. The SVB outlines pension rates on its website.

To claim pension benefits, you must complete the form you that you will receive several months before you reach retirement age and return it to the SVB. Supplementary and private pension schemes must be claimed with the specific insurance company or pension provider. Read more in our guide to the Dutch pension system.

Survivor benefits in the Netherlands

The death of your partner — married or cohabitating — may entitle you to Anw survivor benefits from the Dutch government, provided your partner lived or worked in the Netherlands and you meet conditions. These benefits may also be available to children aged 21 and younger of deceased parents.

There are some exceptions to eligibility, such as an existing terminal illness. You can check your eligibility for Dutch survivor benefits on the SVB website.

If you were married or had a registered partnership, the SVB will automatically send a letter, along with an application form, with which you can apply for survivor benefits in the Netherlands. Cohabitating partners must request an application form for survivor benefits with DigiD.  

Long-term care in the Netherlands

The Long-Term Care Act (Wlz) replaced the Exceptional Medical Expenses Act (AWBZ) in 2015. This benefit entitles recipients to reimbursement for care for the elderly, handicapped or those with chronic illnesses. The type of Dutch long-term medical care depends on your personal needs but can include:

  • short- or long-term stay in an care institute
  • personal care eg. help with washing or dressing
  • medical care eg. the treatment of your illness
  • supportive care eg. help with activities such as voluntary work or sports
  • transport eg. to the hospital.


The Care Needs Assessment Centre (Centrum Indicatiestelling Zorg, or CIZ) reviews each individual case to determine whether the person qualifies for long-term medical care in the Netherlands. Individuals may fill in an application at the CIZ website, though help with the application form can be requested at the municipality free of charge.

Because this falls under the national Dutch social security system, long-term care in the Netherlands is covered by the contributions you already pay. However, individual contributions are also often made via the Central Administration Office (Centraal Administratie Kantoor, or CAK) in the form of a low or high contribution. The low contribution is made, for the most part, for the first six months; it amounts to a minimum of EUR 159.80 and a maximum of 838.60 per month (2016). The high contribution is set at a maximum of EUR 2,301.40 (2016) per month for long-term illness. You can calculate your approximate individual contribution at the CAK website.

 

Unemployment benefits Netherlands

Employees are entitled to unemployment benefits in the Netherlands if they partially or completely lose their jobs. Your employment history will determine the amount and duration of payments and certain conditions must be met, such as your availability to work and having worked for a minimum amount of time. A full list of conditions can be found on the EU website.

If you satisfy the 'week requirement' – you have worked at least 26 of the last 36 weeks (or less in certain cases such as you are an artist or musician or not in regular employement) – you will receive three months of unemployment benefits. You may extend your Dutch unemployment benefit, however, if you meet the 'year requirement', which stipulates that in at least four of the five calendar years before unemployment you received at least 52 days of salary and worked at least 208 hours. This means, for example, that someone who worked for five years may receive five months of unemployment benefits; someone who worked for two years receives three months. The maximum duration of Dutch unemployment benefit is three years as of 2017.

The amount of Dutch unemployment benefits you receive is based on your income from the previous 12 months before unemployment; you will receive 75 percent of this income for the first two months, after which it drops to 70 percent. The maximum benefit is EUR 203.85 per day. On the UWV website you can calculate your approximate unemployment benefits Netherlands.

You can apply for Dutch unemployment benefit via DigiD at www.werk.nl or at an UWV WERKbedrijf office within one week of your first day of unemployment; if you know in advance when you will become unemployed, apply two weeks before your last working day. Unemployment benefits can be restricted, however, if other benefits are in operation.

Sick leave in the Netherlands

When an employed person becomes sick, the employer is obligated to continue paying up to 70 percent of the employee’s salary for a maximum of two years. In exceptional cases, such as when the person’s contract ends during sick leave, the employer is exempt and sick leave from the Dutch government applies.

Sick leave benefits are calculated on your Dutch social security income, although there is a maximum benefit allowance of EUR 203.85 per day (2016). Those that become ill as a result of pregnancy or organ donation receive 100 percent of their salary.

Even those who are not salaried employees may receive sick pay in some cases, such as employment on an interim basis, outlined on the Dutch government website. There are a variety of situations that do not qualify for sick leave, however, such as self-employment or work abroad. Self-employed or ineligible individuals may opt into voluntary insurance to cover sick leave in the Netherlands.

After two years of sick leave, you may apply for disability benefits from your social security in the Netherlands.

Netherlands disability benefits

Those that have been sick longer than two years and remain at least 35 percent disabled may apply for social security disability insurance (WIA). There are two types of Netherlands disability benefits for disabled adults: the Return to Work for Partially Disabled Persons (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, WGA) and Full Invalidity Benefit Regulations (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten, IVA).

The WGA is paid out to those who are 35–80 percent disabled and will return to work, or when more than 80 percent disabled but likely to recover. The IVA is paid to those who are at least 80 percent disabled and may never return to work. To receive Dutch disability insurance, each person is required to work as much as possible.

WGA disability benefits are allocated as a salary-based benefit (loongerelateerde uitkering, LGU), in which you receive a temporary benefit based on your previous income, work history and the income you currently earn. The duration of the benefits depend on the amount of years you have worked. If you worked fewer than 26 out of 36 weeks prior to becoming ill, you may receive an additional income benefit (loonaanvullingsuitkering, LAU) or a continuation benefit (vervolguitkering, VVU). The LAU is distributed to those who earn at least half of what they previously earned; the VVU is for those who earn less than half.

IVA disability benefits provide at least 75 percent of the WIA monthly salary, but people are allowed to work and earn extra income to add to their benefits.

Self-employed people must pay into an individual insurance plan to receive disability benefits.

For young people, Wajong disability benefits may be applicable. Wajong disability benefits are for those who, at the age of 18, already have a long-term illness or handicap; it also includes those that become disabled before the age of 30 and have followed a study program for at least six months. Recipients get 75 percent of the minimum youth salary. The Participation Act was enacted in January 2015, meaning that only young people that cannot work in the future may apply for Wajong disability benefits.

After the 88th week that you are ill, you will receive a letter from the UWV that outlines the duration of your disability benefits, which should be saved. To apply for disability benefits in the Netherlands, you must fill out the appropriate forms no later than the 93rd week that you are sick. You may use the online disability benefits application at the UWV website, for which you need your DigiD login code and BSN.

Social security system: Contacts


Click
 to top of social security in the Netherlands.

Source: https://www.expatica.com/nl/about/Dutch-social-security-system-explained_100578.html

 

Member State law

   

Each Member State of the European Union (EU) has its own law and legal system. Member State (MS) law can comprise both law at the national level (or national law, which is valid anywhere in a certain Member State) and laws which are only applicable in a certain area, region, or city.


Member States publish their law in their official language(s) and it is only legally binding in this/these language(s). For information purposes, certain acts of Member State law may also be available in one ore more languages other than its official language(s).

Databases

Most Member States have a national database of their law - you can obtain this information by choosing one of the flags listed on the right side.

In addition, the European N-Lex database links most of the official national databases. N-Lex is an ongoing common project managed by the European Publications Office and participating national governments. Currently, it enables you to view the law of 23 Member States.

Furthermore, via the European Forum of Official Gazettes, you can access the websites of the organisations responsible for publishing the official gazettes of EU Member States (plus some EU candidate countries and the EFTA countries).

From the EU perspective, many laws of the Member States actually implement EU law. In particular, this is the case for national law implementing EU directives. If you are looking for such implementing measures, by which the Member States have incorporated certain provisions of EU law, then you can use the relevant search function at the EUR-Lex database.

Sources of law

Member States' law derives from various sources, in particular the constitution, the statutes or legislation (which can be adopted at national, regional or local level), and/or regulations by government agencies, etc. Furthermore, judicial decisions by Member State courts can develop into case law.

Areas of law

Traditionally, the law of the Member States is divided into private and public law.

  • Private law or civil law is the area of law in a society that affects the relationships between individuals or groups without the intervention of the state or government.
  • Public law governs the relationship between individuals and the state, its entities and authorities, the powers of the latter and the relevant procedures. Generally speaking, public law comprises constitutional law, administrative law and criminal law. Because of the particular nature of criminal law, it can also be regarded as a category in its own right.

To obtain detailed information on Member State law please select one of the flags listed on the right hand side.

 


This page is maintained by the European Commission. The information on this page does not necessarily reflect the official position of the European Commission. The Commission accepts no responsibility or liability whatsoever with regard to any information or data contained or referred to in this document. Please refer to the legal notice with regard to copyright rules for European pages.

Last update: 26/04/2016

Source: https://e-justice.europa.eu/content_member_state_law-6-en.do

 

 

Nationaal recht - Nederland

 

Op deze pagina vindt u informatie over het rechtsstelsel in Nederland.

De Nederlandse regering omvat naast de ministers en hun staatssecretarissen ook de Koning. Nederland neemt hiermee een bijzondere plaats in tussen de West-Europese monarchieën, aangezien in het merendeel daarvan de koning geen deel uitmaakt van de regering. Sinds de ingrijpende herziening van de Grondwet in 1848 is Nederland een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel.


Rechtsbronnen

Soorten rechtsinstrumenten - beschrijving

De Grondwet levert het raamwerk voor de Nederlandse staatkundige organisatie en vormt de basis voor de wetgeving. Verdragen tussen Nederland en andere staten vormen een belangrijke bron van recht. Artikel 93 van de Grondwet bepaalt dat bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties rechtstreekse werking kunnen hebben in de Nederlandse rechtsorde. In dat geval gaan deze bepalingen boven Nederlandse wetten. Binnen het Koninkrijk geldende wettelijke voorschriften vinden geen toepassing als deze niet verenigbaar zijn met die bepalingen. De regelgeving van de Europese Unie in verdragen, verordeningen en richtlijnen is daarmee een belangrijke bron van recht in Nederland.

Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden regelt de verhoudingen tussen de drie Koninkrijksdelen (Nederland en de beide overzeese delen, de Nederlandse Antillen en Aruba).

De wetten worden gemaakt op landelijk niveau.

Via delegatie bij wet, kan de centrale overheid in algemene maatregelen van bestuur en in ministeriële regelingen (nadere) regels stellen. Zelfstandige algemene maatregelen van bestuur (die niet aan een wet zijn ontleend) zijn mogelijk, maar kunnen niet gehandhaafd worden door een strafbepaling.

Via de Grondwet hebben de lagere publiekrechtelijke organen (provincies, gemeenten en waterschappen) een regelgevende bevoegdheid.

Algemene rechtsbeginselen hebben betekenis voor bestuur en rechtspraak. Soms verwijst de wet er met zoveel woorden naar, zoals het Burgerlijk Wetboek (de redelijkheid en billijkheid). Ook de rechter kan in zijn oordeelsvorming zich laten inspireren door de algemene rechtsbeginselen.

De gewoonte is een aanvullende bron van recht. In beginsel geldt de gewoonte alleen als de wet ernaar verwijst, maar ook hier geldt dat de rechter de gewoonte mee kan wegen in zijn oordeel, in geval er conflicten zijn. Bij de vaststelling van strafbare feiten kan de gewoonte geen rechtsbron zijn (art. 16 Grondwet).

De jurisprudentie is rechtsbron, omdat de betekenis van rechterlijke uitspraken verder reikt dan het concrete geval waarvoor die uitspraak gegeven is. De uitspraken van hogere rechterlijke colleges zijn richtinggevend. Die van de Hoge Raad zijn in het bijzonder gezaghebbend omdat dit rechterlijk college tot taak heeft eenheid in het recht te bevorderen. Dus in nieuwe gevallen zal de lagere rechter een uitspraak van de Hoge Raad bij zijn oordeelsvorming betrekken.

Normenhiërarchie

De Grondwet geeft met art. 94 aan dat sommige internationale rechtsregels het hoogst in hiërarchie staan: wettelijke bepalingen die daarmee niet verenigbaar zijn vinden geen toepassing. Uit het Europees recht zelf volgt de voorrang van dat recht op het nationale recht. Daarop volgen het Statuut, de Grondwet en de formele wetten. Deze gaan boven andere regelingen. De vaststelling van formele wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal (de volksvertegenwoordiging) gezamenlijk.

Voorts is geregeld dat een wet alleen door een latere wet geheel of gedeeltelijk haar kracht kan verliezen. Ook, is er een algemene interpretatieregel dat bijzondere wetten boven algemene wetten gaan.

In de continentale traditie geldt de wet als een hogere rechtsbron dan de jurisprudentie.

Institutioneel kader

Instellingen belast met de vaststelling van rechtsvoorschriften

Proces van wetgeving

De Grondwet kent niet een ‘wetgevende macht’. Wetten zijn een besluit van regering en Staten-Generaal gezamenlijk. Wetsvoorstellen kunnen worden ingediend door de regering dan wel door de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Over wetsvoorstellen (en over algemene maatregelen van bestuur) adviseert de Raad van State. Bij de voorbereiding van een wetsvoorstel worden in het algemeen andere betrokkenen geconsulteerd.

De Tweede Kamer heeft het recht van amendement. Veelal stelt de ministerraad een wetsvoorstel vast en zendt dit voor advies aan de Raad van State. De regering reageert op dit advies met een nader rapport. Vervolgens zendt de regering bij Koninklijke boodschap het -eventueel gewijzigde- wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Gedurende de behandeling in de Tweede Kamer kan het wetsvoorstel gewijzigd worden. Na aanvaarding door de Tweede Kamer behandelt de Eerste Kamer het wetsvoorstel. Wijzigingen zijn niet meer mogelijk, de Eerste Kamer kan alleen aanvaarden of verwerpen. Na aanvaarding door de Eerste Kamer bekrachtigt het staatshoofd het wetsvoorstel en wordt het een wet.

Juridische gegevensbanken

Overheid.nl is het centrale toegangspunt voor alle informatie over de Nederlandse overheidsorganisaties. U krijgt hier onder meer toegang tot:

  • Officiële publicaties
  • Staatsblad, Tractatenblad en Staatscourant
  • Parlementaire documenten.

De pagina Wet- en regelgeving van de site bevat de geconsolideerde wet- en regelgeving vanaf 1 mei 2002.

Is de toegang tot de gegevensbank kosteloos?

De toegang tot de website en de gegevensbank is kosteloos.

Links

Regering.nl, Ministerie van Buitenlandse Zaken, Tweede Kamer

Government.nl, Houseofrepresentatives.nl

Source: https://e-justice.europa.eu/content_member_state_law-6-NL-en.do?clang=nl

 

parlementair stelsel

Landen met een parlementair systeem kunnen zowel een monarchie als een republiek zijn, men spreekt dan van resp. een parlementaire monarchie en een parlementaire republiek. Onder het parlementaire systeem ontleent de uitvoerende macht (de regering) haar mandaat aan het vertrouwen van het parlement.

Parlementair systeem

Het parlementaire systeem of parlementaire stelsel is een regeringsvorm waarbij de uitvoerende macht verantwoording schuldig is aan het parlement. Het parlementaire systeem wordt onderscheiden van het presidentieel systeem.

Landen met een parlementair systeem kunnen zowel een monarchie als een republiek zijn, men spreekt dan van resp. een parlementaire monarchie en een parlementaire republiek. Onder het parlementaire systeem ontleent de uitvoerende macht (de regering) haar mandaat aan het vertrouwen van het parlement. Meestal bestaat er een volledige scheiding tussen het staatshoofd (president of monarch) en de regeringsleider (premier), die verantwoording aflegt aan het parlement.

In een land met een parlementair systeem wordt de regeringsleider in het algemeen niet direct door het volk verkozen, wat hem immers een direct mandaat en dus meer macht zou opleveren. In landen waar dat wel gebeurt, zoals de Verenigde Staten, heeft men een presidentieel systeem. Wanneer aspecten van het parlementair en het presidentieel systeem worden gecombineerd, spreekt men van een semi-presidentieel systeem. In landen met een presidentieel systeem is de scheiding der machten vaak sterker dan in landen met een parlementair systeem: de president is er geen verantwoording schuldig aan de wetgevende macht, terwijl andersom de president de wetgevende macht niet kan ontbinden.

Nederland en België hebben op nationaal en gewestelijk niveau een parlementair systeem. Een van de belangrijkste gebeurtenissen in de vorming van het Nederlandse parlementaire systeem was de Luxemburgse kwestie. Op het niveau van de Nederlandse Provinciale Staten en gemeenteraden heerst een minder parlementair systeem. Weliswaar kunnen staten of raden het vertrouwen opzeggen in respectievelijk de gedeputeerde staten en college van B en W, maar de mogelijkheid van deze organen om ontbinding van staten of raad aan te vragen ontbreekt.

Landen die een parlementair systeem handhaven zijn roodgekleurd.

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Parlementair_systeem

Source: https://ec.europa.eu/info/aid-development-cooperation-fundamental-rights/your-rights-eu/know-your-rights/citizens-rights/freedom-movement-and-residence_en

Source: https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/charter-application_en.pdf

Identiteitsfraude voorkomen met BSN

Het BSN is in de eerste plaats bedoeld voor het contact tussen burgers en de overheid en voor overheden onderling. Organisaties buiten de overheid mogen het BSN alleen gebruiken als dat wettelijk is bepaald. Dit geldt bijvoorbeeld voor zorgverleners, zoals huisartsen, apotheken en zorgverzekeraars. Het nummer ondersteunt een foutloze uitwisseling van persoonsgegevens door overheidsorganisaties. Een organisatie is verplicht om te controleren of u en het BSN bij elkaar horen.

 

Privacy en strafrecht: nieuwe en grensoverschrijdende verkenningen

By Gert Vermeulen

Source: https://books.google.nl/books?id=hEW2DCjGP2IC&pg=PA359&lpg=PA359&dq=PRIVACY+ACT+VAN+europese+unie&source=bl&ots=KkvZIpwaQI&sig=iKw3oekbJEybAPMQIHQvOvWsKpo&hl=en&sa=X&ved=0ahUKEwj77_iZ5bbYAhXBLsAKHcZHA8MQ6AEIswEwFg#v=onepage&q=PRIVACY%20ACT%20VAN%20europese%20unie&f=false

 

 

Zorgverzekeringen 2018

Interpolis - RABOBANK

Source: https://www.rabobank.nl/particulieren/verzekering/zorgverzekering/

 

Zilveren kruis - ABNAMRO

Source: https://collectief.zilverenkruis.nl/abnamro/205370001

 

Zilverenkruis  - ACHMEA

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Achmea

Source: https://weblog.moneywise.nl/lijfrente/nieuw-bij-moneywise-nl-extra-pensioen-sparen-bij-centraal-beheer-bank/

 

Orha - OHRA and DELTA LLOYD BANK

Delta Lloyd Bank N.V.

Source: https://www.ohra.nl/zorgverzekering/index.jsp

 

Coöperatie VGZ U.A.

Source: https://managementscope.nl/bedrijf/cooperatie-vgz

 

And much more....

 

 

 

Attorney & client

His first duty is to the courts and the public,
not to the client (*14) and wherever the duties to
his client conflict with those he owes as an officer of the court in the administratiop of
justice, the former must yield to the latter.(*14)

An attorney owes his first duty to the court. He assumed his obligations toward it before he
ever had a client. His oath requires him to be absolutely honest even though his client's interests
may seem to require a contrary course. The lawyers cannot serve two masters; and the
one they have undertaken to serve primarily is the court.

20. The term "officer" suggests some form of principal-agent relationship between the court,
or more broadly the judicial system, and lawyers.


File criminal charges against judges and attorneys:

Ordinary proceeding:
means the regular and usual mode of carrying on a suit by due course at common law.

Special proceeding:
as used in statutes, is a generic term for all civil remedies in courts of justice which are not ordinary
actions, and has been defined as a proceeding in court which was not, under the common law and equity practice, either an
action at law or a suit in equity.

Special proceedings:
are of statutory origin and do not proceed according to course of common law but give new
rights and afford new remedies.
(They take your comon law rights away)

 

Attorn:
To turn over; to transfer to another money or goods; to assign to some particular use or service.

 

British Dictionary definitions for -ey
-ey

suffix
1.
a variant of -y1, -y2

Collins English Dictionary - Complete & Unabridged 2012 Digital Edition
© William Collins Sons & Co. Ltd. 1979, 1986 © HarperCollins
Publishers 1998, 2000, 2003, 2005, 2006, 2007, 2009, 2012
Cite This Source

Slang definitions & phrases for -ey
-ey

British Dictionary definitions for -y
-y1

suffix
1.
(from nouns) characterized by; consisting of; filled with; relating to; resembling: sunny, sandy, smoky, classy
2.
(from verbs) tending to; acting or existing as specified: leaky, shiny

Word Origin
from Old English -ig, -ǣg

 

What is WARDS OF COURT?

These are the people who have their rights and safety protected and guarded by the courts.

To have the assistance of counsel for his defense.
Not representation

 

Representation of persons:
A fiction of the law, the effect of which is to put the representative in the place, degree, or right of the person represented.
Civ.Code La. art. 894.

 

Propria Persona:
It is a rule in pleading that pleas to the jurisdiction of the court must be plead in propria persona, because if pleaded
by attorney they admit the jurisdiction, as an attorney is an officer of the court, and he is presumed to plead after having obtained leave,
which admits the jurisdiction. (Lawes, Pl.91)

In some jurisdictions, however, this rule is no longer recognized. 1 C.J. 255.

A "court of record" is a judicial tribunal having attributes and exercising functions independently of the person
of the magistrate designated generally to hold it, and proceeding according to the course of common law, its acts
and proceedings being enrolled for a perpetual memorial.
Case law for points of autorities.

 

Magistrate:
Person clothed with power as a public civil officer.
State ex rel. Miller v. Mc-Leod, 142 Fla. 254, 194So. 628, 630.

 

Judge:
An officer so named in his commission, who presides in some court; a public officer, appointed
to preside and to administer the law in a court of justice; the chief member of a court and
charged with the control of proceedings and the decision of questions of law or discretion.
Todd v. U.S., 15 S.Ct. 889, 158 U.S. 278, 39 L.Ed.982;
158 U.S. 278 (15 S.Ct. 889, 39 L.Ed. 982)
https://www.law.cornell.edu/supremecourt/text/158/278

(They stamp on our rights common law is individual rights)

 

Natural Law:
This expression "natural Law," or just naturale, was largely used in the philosophical speculations of
the Roman jurists of the Antonine age, and principles for the guidance of human conduct which, independently of enacted
law or of the systems peculiar to any one people (not a nation, society or culture of people but one people), might be discorverd by the rational intelligence of man, and
would be found to grow out of and conform to his nature, meaning by that word his whole mental, moral, and physical constitution.


Actions:
There are, however, some exceptions to the general rule. For example, there is no judicial remedy to enforce the rights
of an individual as against a state without the state's consent;
or of one nation as against another nation. Likewise, rights of sovereign power vested in the federal government are
not the subject of litigation. Exceptions from the rule should not be sanctioned unless there is strong necessity for them.

How the courts get jurisdiction of the body 

Money:
In usual and ordinary acceptation it means gold, silver, or paper money used as circulating medium of exchange,
and does NOT embrace notes, bonds, evidences of debt, or other personal or real estate.
Lane v. Railey, 280 Ky. 319, 133 S.W.2d &$, 79, 81.

Real money:
1. Money that has metallic or other intrinsic value, as distinguished from paper currency, checks, and drafts.
2. Current cash, as opposed to money on account.

Note:
1. A written promise by one party (the maker) to pay money to another party (the payee) or to bearer.
A note is a two-party negotiable instument, unlike a draft (wich is a three-party instrument).
Also termed promissory note. Cf. Draft (1). [Cases: Bills and Notes28.]
(It is a debt)

Security Agreement:
This instrument shall constitute a Security Agreement to the extent any of the Property constitutes fixtures, and
Lender shall have all of the rights of a secured party under the Uniform Commercial Code as amended from time to time.

 

Onze merken - KPN Corporate

https://overons.kpn/nl/het-bedrijf/onze-merken

EDGAR Search Results

 

Uniform Commercial Code

Source: https://en.wikipedia.org/wiki/Uniform_Commercial_Code

https://www.michigan.gov/documents/entireuccbook_18831_7.pdf

http://kghcustoms.com/nl/onze-diensten/ucc-navigator/?gclid=CjwKCAiAk4XUBRB5EiwAHBLUMWn7vW_k0unqAf4c63JY26Y2micig_ICzo1eqe6dPzgaJBKKqD_4zRoCiyUQAvD_BwE

https://www.adelaide.edu.au/press/journals/law-review/issues/alr-vol-35-1/ch10-alr-35-1-tajti.pdf

 

Lady of Justice

Do you see the 'As above so below' sign.

Do you see the scriptures kept under the foot and the serpent laying next to it.

Blind from the truth

Roman goddess Iustitia (Justitia or Lady Justice)

Cornucopia = Hoorn des overvloeds....mijn neus.

Het is afgebeeld als zijn PENIS.

 

Mythologie: Zeus (AFGOD een zoon van een van de gevallen engelen van YHWH een vrouw)

 

De Cornucopia (Latijn; cornu (HOORN) en copia (VOORRAAD) heet in het Nederlands de Hoorn des overvloeds. Dit legendarische voorwerp, dat (zoals de naam suggereert) overvloed schonk, stamt oorspronkelijk uit de Griekse mythologie.

Volgens de mythe is de Cornucopia de hoorn van de geit Amalthea, die Zeus zoogde op Kreta. Als dank zette Zeus haar aan de hemel als een sterrenbeeld en haar hoorn schonk de houder ervan alles wat hij of zij begeerde. (Lust)

De Romeinen associeerden vooral hun godin Fortuna met de Hoorn des overvloeds, maar ook de godinnen van de Hoop (Spes) en de Eendracht (Concordia) werden afgebeeld met de Cornucopia. Caligula liet een sestertie slaan van hemzelf met op de keerzijde zijn drie zussen met elk een cornucopia.

 

Source: https://en.wikipedia.org/wiki/Cornucopia

vrouwe justitia

Ziet u het teken 'Zo boven zo beneden'.
Zie je de Schriften die onder de voet worden gehouden en de slang die ernaast ligt.

 

Vrouwe Justitia is van oorsprong een Romeinse (AFGOD) godin en naderhand de personificatie van het recht. Een afbeelding van haar is vaak te vinden op gerechtsgebouwen en andere plaatsen waar vroeger recht werd gesproken. Haar Griekse tegenhangster is Themis.

Vrouwe Justitia wordt doorgaans afgebeeld als een geblinddoekte figuur, met in haar rechterhand een zwaard en in haar linkerhand een weegschaal. Op de oudste beeltenissen is zij nog afgebeeld met onbedekte ogen.

  • De blinddoek staat voor de rechtspraak zonder aanzien des persoons, dat wil zeggen dat niet de personen worden gehoord en veroordeeld, maar slechts de feiten en daden; (Er moet niet naar aanzien [rijk versus arm] gekeken worden)
  • De weegschaal stelt de afweging van de bewijzen en getuigenissen voor, die in het voordeel of nadeel van de verdachte spreken 
  • Het zwaard staat voor het vonnis dat wordt uitgesproken; (Ephesians 6:17) WORD OF YHWH.

Soms ligt aan haar voeten de cornucopia, de Hoorn des Overvloeds.

 

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Justitia_(godin)#targetText=Vrouwe%20Justitia%20is%20van%20oorsprong,Haar%20Griekse%20tegenhangster%20is%20Themis.

 

 

Leviticus 19:

15 Ye shall do no unrighteousness in judgment: thou shalt not respect the person of the poor, nor honour the person of the mighty: but in righteousness shalt thou judge thy neighbour.

 

Proverbs 20:

10 Divers weights, and divers measures, both of them are alike abomination to the LORD.

23 Divers weights are an abomination unto the LORD; and a false balance is not good.

 

Exodus 23: (KJV)

2 Thou shalt not follow a multitude to do evil; neither shalt thou speak in a cause to decline after many to wrest judgment:

(ESV) You shall not fall in with the many to do evil, nor shall you bear witness in a lawsuit, siding with the many, so as to pervert justice,

 

Psalm 106:

3 Blessed are they that keep judgment, and he that doeth righteousness at all times.

 

Amos 8:

5 Saying, When will the new moon be gone, that we may sell corn? and the sabbath, that we may set forth wheat, making the ephah small, and the shekel great, and falsifying the balances by deceit?

 

Exodus 23:

6 Thou shalt not wrest the judgment of thy poor in his cause.

 

Ephesians 6:
17 And take the helmet of salvation, and the sword of the Spirit, which is the word of God:

 

Hebrews 4:
12 For the word of God is quick, and powerful, and sharper than any twoedged sword, piercing even to the dividing asunder of soul and spirit, and of the joints and marrow, and is a discerner of the thoughts and intents of the heart.

 

 

Vrouwe Justitia – Godin en symbool van de rechterlijke macht

Betekenis en herkomst van de aanduiding

 

In de juridische wereld is de term Vrouwe Justitia een gevleugelde woordcombinatie. Het begrip is afkomstig uit de Romeinse mythologie die dit personage weer heeft ontleend aan de Griekse mythologie. Hoe komen we in Nederland precies aan deze term en wat is de exacte betekenis ervan?

 

“Gerechtigheid als naakte vrouw met zwaard en weegschaal” van Lucas Cranach de Oude, rond 1537Het Nederlandse woord justitie is direct ontleend aan het Latijnse justitia (letterlijk: rechtvaardigheid of gerechtigheid) en is een verzamelterm voor de rechterlijke macht, ofwel: alle instellingen en personen die zich bezighouden met het handhaven van het recht. Volgens de Etymologiebank.nl komt justitie (als: justicie) al sinds de Middeleeuwen, specifiek het einde van de dertiende eeuw, in de Nederlandse taalgebieden voor.

 

Wie was Vrouwe Justitia?

In rechtsinstellingen en overheidsgebouwen is vaak het bekende beeld van Vrouwe Justitia te zien. Justitia was de Romeinse godin van de rechtvaardigheid. Als godin was zij uit de Griekse mythologie overgenomen, waarin de godin Themis dezelfde status had als godin van het recht. Vrouwe Justitia is tevens geïnspireerd door Nemesis, de Griekse godin van de wraak, die net als Justitia een weegschaal en zwaard droeg.

Personificatie van het recht: weegschaal, zwaard en blinddoek

Als personificatie van het recht wordt Vrouwe Justitia altijd afgebeeld met een weegschaal en een zwaard. Soms heeft ze ook een blinddoek om. Deze symbolen duiden op de rechtspraak. De weegschaap staat symbool voor het zorgvuldig afwegen van de bewijzen en argumenten. Het zwaard symboliseert de bevoegdheid van justitie om te mogen oordelen en het recht om een vonnis uit te spreken. Figuurlijk hakt een rechter of jury aan het eind van een rechtszaak de knoop door. Tegelijk draagt de overheid het zwaard vanwege zijn geweldsmonopolie en – zoals de Bijbel meldt – ‘om de doodslag te weren’.

 

Source: https://historiek.net/vrouwe-justitia-betekenis-herkomst/94652/

 

Source: https://sovereigntyinternational.wordpress.com/2016/07/31/free-mail-envelope/

NEDERLAND IS GEEN DEMOCRATIE

Nederland noemt zich graag en veel een democratisch land. Maar dat is geheel ten onrechte. Zolang het staatshoofd op grond van geboorte in plaats van door het volk gekozen is, is er geen democratie. Het is pertinent ondemocratisch dat iemand die door erfopvolging meebeslist bij staatszaken. De majesteit dient alle kabinetsbesluiten , grondwetswijzigingen e.d. ter goedkeuring te tekenen. We zien het nu weer: bij kabinetsformaties krijgt de enige persoon die NIET democratisch gekozen is, de belangrijkste beslissende rol. Daarbij dient de gekozen volksvertegenwoordiging bij aanstelling in de kamer onvoorwaardelijke trouw aan de vorst(in) te beloven. Wie dit democratisch noemt, kent de definitie van het woord niet. Democratie gaat uit van het gelijkheidsbeginsel. Iedereen heeft evenveel rechten en plichten, waar het vergelijkbare omstandigheden betreft. Zolang men een bepaalde familie (koningshuis) ontheft van de algemeen geldende plichten (belasting betalen bijvoorbeeld en de mogelijkheid te straffen voor laakbaar gedrag zoals verkeersboetes, oplichting, aanname steekpenningen enz) en in plaats daarvan juist talloze privileges (levenslang gratis vliegen, erebaantjes, zeer riante toelagen enz. enz. enz.) toekent, is het gelijkheidsbeginsel uiteraard ver te zoeken. Bovendien is de burger ook nog eens gewaarschuwd voor eventuele sancties t.a.v. mogelijke ' majesteitsschennis' . Zolang dit systeem, verankerd in de grondwet, niet wordt afgeschaft, zal Nederland geen ware democratie zijn. (bron: https://www.startpagina.nl/v/maatschappij/politiek-overheid/vraag/85791/leven-nederland-democratisch-land-soort/)

 

 

Door gastauteur Ronald Reuderink

Soms is er een referendum in Nederland. Zo stemde het Nederlandse volk op 1 juni 2005 met 61,6 % tegen de Europese Grondwet. De opkomst was 63,3 %. Best een overtuigend nee dus. Maar de Tweede Kamer besloot in 2008 geheel niet in enige democratische geest te handelen, en stemde voor Het Verdrag van Lissabon, wat feitelijk diezelfde Europese Grondwet was:

CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA en de VVD stemden vóór; SP, PVV, SGP, Partij voor de Dieren en Verdonk stemden tegen.

De Kamer had opnieuw een referendum kunnen uitroepen, maar besloot dat niet te doen. Ach, we hadden toch verkiezingen gehad? Zo werkt de democratie in dit land: U stemt bij verkiezingen die niet of nauwelijks over concrete inhoud gaan op de meestal niet democratisch gekozen gezichtsbepalende leiders van partijen die vervolgens tegen uw belang in handelen. Zo ging het bij het referendum over de Europese grondwet wel heel concreet.

Ronald Reuderink verbaast zich al lang over de wankele democratische staat van ons land.  Hij schreef hier al in 2014 een uitgebreid en grondig stuk over, dat ik hier op zijn verzoek met genoegen nog eens herplaats.

Ronald liet me nu weten:

Deze lange tekst van mij gaat over democratie, grondwet en referenda in hun samenhang. Ik toon hierin aan dat in Nederland al decennia mogelijk is om de grondwet buiten de kiezers om te veranderen. Een tweede kwestie is: Wat zijn nu de echte democratische partijen? De partijen die voor bindende referenda zijn, zeker bij veranderingen van de grondwet? Of de partijen die stellen dat de burgers te dom zijn om over bijvoorbeeld het EU-referendum en nu het Oekraïnereferendum te oordelen en te stemmen?  Nederland begint echt op een Dictatuur van het van het Politiciaat te lijken, zij het een milde autoritaire vorm.

Hieronder de longread van Ronald Reuderink. (JN)

 

 Is Nederland een representatieve democratie?

 

door Ronald Reuderink.

Politici in Nederland zeggen dat Nederland een representatieve democratie is. Dat roept een paar vragen op. En wel wat is een  representatieve democratie? Wat is het essentiële, het wezenlijke van zo’n democratie? En voldoet Nederland hier goed aan?

Wat is een representatieve democratie?

Een representatieve of indirecte democratie is een regeringsvorm waarbij de bevolking een aantal vertegenwoordigers kiest die het bestuur uitvoeren. Dat houdt in dat regering en parlement (bestaande uit de door de kiezers gekozen volksvertegenwoordigers) wetten mogen maken én dat de regering mag regeren, besturen zolang zij de steun heeft van het parlement; en wat betreft Nederland tot de volgende Tweede Kamerverkiezingen. Een door verkiezingen vernieuwde Eerste Kamer kan overigens voor een regering in bepaalde gevallen ook problematisch zijn. (En soms komt er zelfs een regering die bij aantreden al niet op een vanzelfsprekende meerderheid in de Eerste kamer beschikt).

Wat is wezenlijke van zo’n democratie?

Voor (de legitimiteit van) een representatieve democratie is het wezenlijk, essentieel dat het regeren, besturen en het maken van de wetten binnen het kader van de grondwet gebeurt. En wel, omdat zo’n land met een representatieve werkwijze inderdaad een democratie is en blijft. Anders geformuleerd: de noodzakelijke basis van deze vorm van democratie is dat de grondwet (mede) van de burgers, de kiezers moet zijn en blijven. Omdat de bevolking dankzij de grondwet en alleen binnen het kader van de grondwet de volksvertegenwoordigers (het parlement) en daarmee de regering toestemming geeft om wetten te maken, te regeren en besluiten te nemen.  Conclusie: Om de grondwet te wijzigen moeten de burgers, de kiezers, er dus op zijn minst over meebeslissen.

In Nederland kan dat gebeuren doordat eerst zowel de Tweede als de Eerste Kamer een voorstel tot grondwetswijziging in eerste ronde aannemen. Daarvoor is in beide Kamers minimaal een gewone meerderheid (dus minstens de helft plus één stem) voor nodig. Vervolgens komen er Tweede Kamerverkiezingen, waardoor de kiezers, burgers over een eventuele grondwetsverandering mee kunnen beslissen via hun keuze op partijen die voor respectievelijk tegen die grondwetswijziging zijn. Vervolgens moeten de vernieuwde Tweede Kamer alsmede de Eerste Kamer beiden met minimaal 2/3 meerderheid het voorstel tot grondwetswijziging aannemen. Is dat het geval, dan zal deze grondwetswijziging na nog een paar staatsrechtelijke handelingen (ondertekening door de koning en een of meer ministers en publicatie) rechtsgeldig zijn.

Nadeel van de Nederlandse methode om de grondwet te wijzigen

Het nadeel van deze methode is dat er veel meer zaken bij een dergelijke Tweede Kamerverkiezingen een rol spelen. Een kiezer kan voor het gewone besturen van het land voor een partij A zijn en tegen partij B. Echter die partij is voor de grondwetswijziging terwijl die kiezer er op tegen is, net als partij B. Dus staat de kiezer voor een dilemma partij A of partij B kiezen. Daarbij komt het probleem dus ook in de media veel meer zaken bij een dergelijke Tweede Kamerverkiezingen aan bod komen dan het voorstel tot grondwetswijziging. Dat voorstel kan zelfs door die gewone verkiezingszaken ondergesneeuwd raken. Dat kan nog verergerd worden indien de media andere zaken erbij halen, bijvoorbeeld er een wedstrijdje “wie wordt de premier van Nederland” van maken.

De Deense methode

 

Denemarken heeft een  representatieve democratie, maar voor belangrijke beslissingen op het niveau van grondwetswijzigingen moet een bindend referendum gehouden worden (bijvoorbeeld over toetreding tot de EU, en over de invoering van de euro). Dan beslissen dus de kiezers (de bevolking) en niet de regering en het parlement (de volksvertegenwoordigers). Het voordeel is dat zo’n bindend referendum leidt tot alleen een discussie over de voor- en nadelen van het referendumpunt; en niet kan worden ondergesneeuwd door andere zaken én dat het de kiezer ook niet voor bovengenoemd dilemma plaatst. Natuurlijk spelen bij de discussies in de aanloop naar het referendum de politieke partijen, parlementsleden (de volksvertegenwoordigers) en leden van de regering ook een belangrijke rol.

Er zijn mensen die een dergelijk bindend referendum niet vinden passen bij een representatieve democratie, omdat volgens hen alleen de gekozen volksvertegenwoordigers mogen beslissen; en een bindend referendum is juist een vorm van directe democratie. Echter de representatieve democratie kan alleen legitiem als democratie functioneren indien de volksvertegenwoordigers en de regering binnen het kader van de door de bevolking aanvaarde grondwet functioneren. Indien de gekozen volksvertegenwoordigers (het parlement) en regering buiten de kiezers (de bevolking) om de grondwet kunnen veranderen en dat ook doen, dan is de representatieve democratie wettig en logisch gezien geen (echte) democratie meer.

Wat Nederland betreft kan de volgende situatie zich voordoen: indien een voorstel tot grondwetswijziging in eerste ronde is aangenomen, maar in de daarop volgende Tweede Kamerverkiezingen niet, nauwelijks of weinig aan bod is gekomen in de verkiezingsdiscussies en -campagnes, en vervolgens door Tweede en Eerste Kamer met minstens 2/3 meerderheid in twee rondes wordt aangenomen dan is het wel formeel wettig gebeurd, maar feitelijk doet het ernstig afbreuk aan de noodzakelijke basis van de representatieve democratie, dat de grondwet van de burgers, de bevolking, is. Je kunt dan vraagtekens stellen bij de legitimiteit van de democratie. En het kan leiden tot een legitimiteitscrisis. Naast bovengenoemd praktische probleem zijn er meer zaken in Nederland die de aandacht vragen wanneer politici zeggen dat Nederland een representatieve democratie is.

1.Wetten aan nemen die in strijd zijn met de grondwet.

In Nederland kan het parlement  wetten aannemen die (deels) in strijd zijn met de grondwet. De Raad van State kan een afkeurend advies over degelijke wetten geven, maar kan ze niet tegen houden. Overigens heeft deze adviserende Raad van State over de tweede versie van de EU-grondwet (die op wat symbolische zaken na niet afweek van de eerste) namelijk het Verdrag van Lissabon, niet gesteld dat zo’n verdrag (in wezen een grondwet) net als een procedure voor een grondwetswijziging in twee ronden moet, waarbij de burgers dan dus dankzij de Tweede Kamerverkiezingen mee hadden kunnen beslissen over zo’n fundamentele zaak. Dat kon wel als een gewoon verdrag aangenomen worden. Dus in ieder geval in deze zaak komt zelfs dit adviserende orgaan niet op voor de grondwet en de representatieve democratie. Trouwens de Nederlandse rechters mogen deze grondwet schendende wetten niet aan de grondwet toetsen. Zij moeten deze wetten gewoon toepassen en handhaven.

2.Soevereiniteitsschendende internationale verdragen aannemen met een gewone meerderheid

In Nederland kan het parlement in samenwerking met de regering internationale verdragen, die delen van onze soevereiniteit aan een internationale organisatie overdragen en eventueel niet al te opvallende grondwetsveranderingen, aannemen (ratificeren) met een gewone meerderheid (minimaal de helft plus één). Een deel van deze verdragen, zoals bijvoorbeeld EU-verdragen, zijn algemeen verbindend. Dat betekent dat de bepalingen van zo’n verdrag voorgaan op Nederlandse wetten en de Nederlandse grondwet. Dat geldt ook voor het volgende punt, punt 3. De Nederlandse rechter moet bij een conflict, botsing tussen Nederlandse wetgeving en de bepalingen van een algemeen verbindend verdrag, (ver)oordelen volgens die verdragsbepalingen.  

    

3.De truc met eenmalige 2/3 meerderheid

Indien een  verdrag bepalingen bevat welke afwijken van de Grondwet dan wel tot zodanig afwijken noodzaken, kunnen de Kamers de goedkeuring alleen verlenen met tenminste twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen. (Artikel 91 lid 3 van de grondwet). Hierbij kan men twee soorten kanttekeningen plaatsen. Ten eerste een algemene: wie bepaalt dat een verdrag bepalingen bevat welke afwijken van de Grondwet of tot zodanig afwijken noodzaken? De regering? Een gewone meerderheid in de Tweede Kamer (of in de Eerste Kamer)? Hoe grondig wordt dat verdrag door de  (medewerkers van) de Tweede Kamer bestudeerd om te voorkomen dat de regering, wanneer die voor zo’n verdrag is, het verdrag laat aannemen met een gewone meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer?

Ten tweede: dit past niet bij een representatieve democratie. Op deze wijze kunnen politici de grondwet gewoon buiten de burgers (de bevolking) om beslissen; door dergelijke verdragen aan te nemen. En tegen de burgers kunnen de politici zeggen dat het met twee derde meerderheid is gebeurd en dan is het toch goed. Hierbij suggererend dat het tijdens de tweede stemronde van een gewone grondwetswijziging is gedaan. Terwijl dat niet waar is. Het is tijdens de eerste stemronde gebeurd; en de burgers hebben dus niet mee mogen beslissen.

Er zit zelfs nog een cynischer aspect aan. Stel nu, dat het in de Tweede Kamer met 105 stemmen is aangenomen en 45 stemmen tegen. Dan heeft meer dan twee derde van de Kamerleden vóór gestemd. Dus het verdrag wordt geratificeerd. Echter een deel van de kiezers die op voorstemmende partijen hebben gestemd zijn woest en stemmen de volgende Tweede Kamerverkiezingen op tegenstemmende partijen, zodat de verhouding 95 voor en 55 Kamerleden tegen wordt. Indien volgens de grondwijzigingsprocedure in twee ronden (en dus met verkiezingen) was gewerkt, zou dit verdrag niet aangenomen zijn. (En een verschuiving van 10 zetels is echt een reële mogelijkheid). Sterker nog, deze minderheid van meer dan 1/3 van de burgers die in zo’n -bij een representatieve democratie passende procedure- de zaak hadden kunnen afwijzen, kan de procedure niet terugdraaien, want dan hebben ze een twee derde meerderheid nodig.

N.B. Door deze artikel 91-procedure  van de grondwet kan Nederland, dankzij de waan van het moment, een onbezonnen, maar wel fundamenteel, besluit nemen. Er staat geen rem op, opdat men de zaak nog eens goed kan overdenken en voor- en nadelen rustig kan afwegen. Dus de gewone procedure voor een grondwetswijziging (met bijbehorende Tweede Kamerverkiezingen) is niet alleen democratischer, maar ook een betere, want veiliger, procedure. Dat  had waarschijnlijk voorkomen dat het Verdrag van Lissabon door ons parlement moest worden aangenomen met behulp van de tekst van de concept-EU-grondwet en een lijst met wijzigingen erop. Een gewone doorlopende verdragstekst was er niet. Waar was de brand? De grote gevaarlijke uitslaande brand die onmiddellijk door het Verdrag van Lissabon moest worden geblust? Die was er niet! 1.)

Voorbeelden van de gevolgen van de truc met eenmalige 2/3 meerderheid

De regering en het parlement kunnen Nederland opheffen en laten aansluiten bij Duitsland, met behulp van een verdrag met Duitsland. Dat kan binnen een halfjaar buiten de bevolking geregeld worden dankzij deze eenmalige 2/3 meerderheid. Alleen het parlement van Duitsland kan dit dan nog tegenhouden, indien zij Nederland er niet bij wil hebben als Bundesland. In plaats van aansluiten bij Duitsland kan de regering en het parlement besluiten om Nederland te laten aansluiten bij Frankrijk, met behulp van een verdrag met Frankrijk. Alle Nederlanders moeten dan in alle contacten met de overheid en op school Frans gebruiken. Niet iedere Nederlander zal daar even gelukkig mee zijn.

N.B. Het argument dat de regering en het parlement dit nooit zullen doen is een nonsens-argument. De grondwet moet zo zijn dat zoiets niet buiten de burgers (kiezers) om kan gebeuren.

Een ander theoretisch voorbeeld. In 2014 weer eens Tweede Kamerverkiezingen. Op dat moment is nog niets bekend van een EU-plan “Eindelijk alle macht naar de EU”. Dat plan/verdrag wordt pas in 2015 bedacht, en wordt in 2016 aangenomen door de EU en het EU-parlement; en vervolgens in 2017 door de Nederlandse regering, en 2/3 van de  Tweede Kamer en 2/3 van de Eerste Kamer, waarbij de onafhankelijkheid van Nederland is afgeschaft. Nederland wordt dan slechts een soort provincie van de EU.

Het Nederlandse leger, marine en luchtmacht vallen uitsluitend onder het gezag van de EU. Dat geldt ook voor de  Nederlandse politie, OM en rechterlijke macht. In het verdrag is ook geregeld dat iedereen (zoals militair, politieambtenaar, rechters enz.) die hier bezwaar tegen maakt op staande voet oneervol wordt ontslagen. Mensen die zich hier echt tegen verzetten en verzet organiseren worden opgepakt wegens landverraad. Oh nee, dat klinkt erg nationalistisch. Ze worden opgepakt wegens EU-verraad, verraad tegen het door ieder weldenkende mens gekoesterde ideaal van een Verenigd Europa waardoor er nooit meer oorlog zal zijn en altijd democratie, rechtstaat en vervulling van andere Europese waarden, rechten en vrijheden. En in 2018 mogen de Nederlanders (althans de niet-EU-verraders) weer een Nederlands parlement of misschien provinciale staten kiezen. Want ja, de EU blijft natuurlijk democratisch. Een erg vreemd scenario vindt U? Inderdaad, maar nu komt er een serieus punt. Dit scenario is praktisch gezien echt mogelijk. Onze grondwet blokkeert dit niet. Dit kan echt buiten de Nederlandse kiezer om. En dat Nederland een dergelijke grondwet heeft is eigenlijk nog veel vreemder dan bovenstaand erg vreemde scenario. 2.)

En voldoet Nederland goed aan de criteria van een representatieve Democratie?

Nederland heeft een formeel juiste procedure voor een grondwetswijziging in twee ronden met Tweede Kamer verkiezingen, waardoor de bevolking meebeslist. Maar praktisch gezien is er geen garantie dat tijdens die verkiezingen die grondwetsprocedure voldoende aandacht krijgt. Fout is, dat in Nederland wetten en verdragen kunnen worden aangenomen die in strijd met de grondwet zijn, en dat daar door de bevolking feitelijk niets tegen gedaan kan worden tot de volgende verkiezingen.

Het verschil tussen Nederland en Duitsland is op dit punt schrijnend. In Duitsland kunnen organisaties en burgers het Grondwettelijke Gerechtshof te Karlsruhe vragen om een wet of een verdrag aan de Duitse grondwet te toetsen. Indien het Hof vaststelt dat zo’n wet of verdrag in strijd is met de grondwet dat wordt die wet of het verdrag ongrondwettig verklaard en dus buiten werking gesteld. Ook kan het Hof vaststellen dat een verdrag alleen toelaatbaar is volgens de grondwet indien het aan bepaalde eisen voldoet. Indien niet aan die eisen wordt voldaan, mag dat verdrag niet geratificeerd worden en is het dus voor Duitsland buiten werking gesteld.

En in Nederland kan dus een wet die in strijd is met de Nederlandse grondwet door het parlement met gewone meerderheden (de helft plus één) aangenomen worden buiten de kiezer om. Erger, de eenmalige 2/3 meerderheid procedure bij het aannemen/ratificeren van verdragen gaat niet alleen buiten de kiezer, de bevolking, om maar kan ook na volgende Tweede Kamerverkiezingen nauwelijks teruggedraaid worden.

Kortom Nederland is geen representatieve democratie. Wat Nederland wel is? Ik weet het niet. Misschien een soort dictatuur van het politiciaat?

 

Noten:

1.) En het enige echte probleem dat er wel was, namelijk dat de Europese Commissie door het toenemend aantal EU-landen onwerkbaar groot werd, heeft men met een aantal verdragen waaronder het Verdrag van Lissabon NIET kunnen oplossen, terwijl er wel steeds meer macht naar de EU ging, dat lukte wel.

 

2.) En wat heet vreemd? Stel dat iemand in 2001 vlak voor de invoering van de euro de volgende zaken beweerd zou hebben:

 

1.Dat Griekenland en Italië in grove strijd met de Stabiliteits- en Groeipact, én met verdragen als die van Maastricht en de EMU zouden toetreden tot de Euro en dat met zwaar gemanipuleerde data. Dat alleen daardoor een toekomstige eurocrisis zeker was (alleen het hoe en wanneer was nog niet duidelijk).

 

2.Dat wat betreft Italië een persoon die meegewerkt heeft aan gesjoemel om te zorgen dat Italië tot de euro kon toetreden later directeur van de ECB (de Europese Centrale Bank) zou worden.

 

3.Dat mogelijk de meest essentiële bepaling in alle Verdragen i.v.m. de Euro, namelijk dat elk Eurozone land zelf volledig verantwoordelijk is voor zijn financieel-monetaire beleid en dus ook gewoon failliet kan gaan ZONDER dat de andere Eurolanden daarbij ook maar op enigerlei wijze bij betrokken worden, laat staan er financieel voor zouden moeten betalen om faillissement van dat land te voorkomen, onmiddellijk afgeschaft zou worden op het moment dat een eurozoneland ook echt dreigde failliet te gaan..

 

4.Dat door de EC (Europese Commissie) respectievelijk de EU m.b.v. deze Eurocrisis de Eurozonelanden zou dwingen steeds meer fundamentele bevoegdheden aan de EU af te staan. Dat dit mede mogelijk zou worden gemaakt omdat de EC, EU een beleid ging voeren waarbij alle EU-landen (dus ook de eurozonelanden) zich niet op hun bij EU-verdrag geregelde vetorecht mochten beroepen en wanneer ze dat wel deden, scherp werden veroordeeld; en dat de EC respectievelijk EU tevens met trucs de verdragen aanpasten. Terwijl tegelijkertijd het EU-verdrag, waarbij de tweede parlementszetel in Straatsburg wel een heilig recht blijkt te zijn (heiliger dan die vetorechten) en Frankrijk niet door de EU en de EC hiervoor scherp werd veroordeeld, waarna men de gewenste verandering er toch doordrukte. All EU-countries are equal, but some are more equal then others, and one is the most equal.

 

Iemand die dit allemaal in 2001 in Nederland zou hebben gezegd, zou voor gek verklaard zijn, in ieder geval door de EC, de EU, de Nederlandse eurofielen en het overgrote deel van de Nederlandse massamedia. En toch zijn al deze voorspellingen (plus meer kwalijke zaken) uitgekomen. De laatste jaren heeft Nederland daarbij trouwens al grondwettelijke zaken gedeeltelijk overgedragen aan de EU zonder dat de bevolking, de kiezer hierover heeft mogen meebeslissen. Het gaat o.a. om mogelijk het meest wezenlijke, essentiële recht van een parlement, namelijk het budgetrecht.

In een representatieve democratie was dit absoluut niet mogelijk geweest.

(Bron: http://joostniemoller.nl/2016/04/hoe-democratisch-is-nederland-erg-longread/)

 

 

Artikel 104: Belastingen
Grondwet van 2018
Hoofdstuk 5: Wetgeving en bestuur
Paragraaf 2: Overige bepalingen
103
Artikel 104
105
Belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld.

In andere talen:
English Français Deutsch Español
Les impôts de l'État sont perçus en vertu d'une loi. Les autres prélèvements de l'État sont réglés par la loi.

Inhoud
Toelichting
Formele toelichting
In eenvoudig Nederlands
Ontwikkeling artikel
1.
Toelichting
Belastingheffing en andere heffingen moeten altijd een wettelijke grondslag hebben.

2.
Formele toelichting
Artikel 104 verzekert dat alle heffingen van het Rijk, onder welke benaming ook, op een wettelijke grondslag berusten.

In dit artikel is door het gebruik van de woorden 'uit kracht van een wet' de enige uitzondering te vinden die in de Grondwet wordt gemaakt op de terminologie die gebruikt wordt als het gaat om de geoorloofdheid van delegatie (de bevoegdheid van de wetgever regelgeving over te dragen aan lagere regelgevers).

Deze terminologie brengt met zich, dat ter zake van de heffing van belastingen van het Rijk de delegatiebevoegdheid slechts met bijzondere terughoudendheid door de wetgever mag worden gehanteerd.

3.
In eenvoudig Nederlands
De rijksoverheid mag burgers verplichten belasting te betalen. In de wet kan ook staan wat burgers nog meer moeten betalen.

Uitleg

De rijksoverheid mag burgers verplichten belasting te betalen. Welke belastingen burgers moeten betalen, staat in de wet. Werknemers betalen bijvoorbeeld loonbelasting over het loon dat zij verdienen. Ondernemingen betalen vennootschapsbelasting over de winst die de onderneming maakt. En we betalen allemaal btw over de dingen die we in de winkel kopen. Bij sommige dingen moeten we extra belasting betalen (accijnzen), omdat de regering vindt dat die dingen ongezond zijn (sigaretten en shag, bier, wijn en sterke drank).

Daarnaast kan de overheid burgers laten betalen voor speciale dingen. Als je in een auto rijdt, moet je bijvoorbeeld motorrijtuigenbelasting betalen. En als je naar de universiteit gaat, moet je collegegeld betalen. Dit soort 'belastingen' staat in speciale wetten.

Bron: De Grondwet in eenvoudig Nederlands
4.
Ontwikkeling artikel

1798

Artikel 208: Belastingheffing
Het Vertegenwoordigend Lichaam beslist, jaarlijks, na ontvang der vereischte openingen van het Uitvoerend Bewind, en van de Commissarissen der Nationaale Reekening bij het vaststellen der algemeene begrooting van Staats-Uitgaven, of de algemeene belastingen op denzelfden voet behooren te blijven, dan wel vermeerderd, of verminderd, te worden. Het voorstel hiertoe word in de eerste Kamer in overweging gebragt, uiterlijk eene Maand, nadat die begrooting zal bekragtigd zijn.

Geene Wet, waarbij eene nieuwe belasting word ingevoerd, heeft langer kragt, dan een Jaar, indien zij niet uitdrukkelijk vernieuwd word.

 

1801

Artikel 57: Belastingheffing
De tegenwoordige Belastingen zullen blyven op den voet zoo als dezelve thans in ieder der voormalige gewesten plaats hebben; zynde echter alle Wetten en Ordonnantiën dienaangaande aan herziening onderworpen, en kunnen dezelve Belastingen by het opleggen van soortgelyke algemeene worden afgeschaft of veranderd: of voor zoo verre die tot bestrijding der Departementale Uitgaven zyn aangewezen, naar gelang van derzelver vermeerdering of vermindering, door de Departementale Bestuuren, worden verhoogd of verlaagd.

1805
Artikel 60: Belastingheffing en staats-financiën
De middelen van Financiën zullen aanvankelijk blijven voortduren op den voet, zooals dezelve in ieder der Departementen tegenwoordig bestaan. Het behoort echter onder de eerste en voornaamste zorgen van den Raadpensionaris, zich onledig te houden met de overweging van alles, wat strekken kan, om de Inkomsten van den Staat te vermeerderen, alle takken van Bestuur en Administratie te vereenvoudigen, en overal de strengste bezuiniging intevoeren, mitsgaders ontwerpen van Wetten voortedragen, het zij om de tegenwoordige Belastingen te verbeteren, het zij om een algemeen Systema van Financiën te doen aannemen, waar door de tegenwoordig bestaande Departementale Belastingen zouden kunnen worden vervangen.

1814

Artikel 117: Belastingheffing
De Souvereine Vorst en de Staten Generaal gezamenlijk zijn alleen en bij uitsluiting bevoegd tot het heffen en regelen van belastingen.

De belastingen, bij het aannemen dezer grondwet bestaande, blijven op denzelfden voet, tot dat er anders over beschikt worde bij de wet.

1815

Artikel 197: Belastingheffing
Geene belastingen kunnen ten behoeve van 's Lands kas worden geheven, dan uit krachte van eene wet.

1840: art 195, 1848: art 171

1887

Artikel 174: Belastingheffing
Geene belastingen kunnen ten behoeve van 's lande kas worden geheven, dan uit krachte van eene wet.

Deze bepaling is ook toepasselijk op heffingen voor het gebruik van Rijks-werken en -inrichtingen, voor zooveel de regeling van die heffingen niet aan den Koning is voorbehouden.

1917: art 174, 1922: art 175, 1938: art 181, 1948: art 181, 1953: art 188, 1956: art 188, 1963: art 188, 1972: art 188

1983

Artikel 104: Belastingen
Belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld.

1987: art 104, 1995: art 104, 1999: art 104, 2000: art 104, 2002: art 104, 2005: art 104, 2006: art 104, 2008: art 104, 2017: art 104, 2018: art 104

 

Source: https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vkugbqveebye/artikel_104_belastingen

 

 

Wet in formele zin excl. rijkswetten

Wetten komen in Nederland tot stand door samenwerking van regering en Staten-Generaal (Eerste en Tweede Kamer). We spreken dan van 'wetten in formele zin'. Indien aanpassing van de nationale wetgeving nodig is voor de implementatie van Europese wetgeving, wordt de normale formele wetgevingsprocedure gevolgd.

De meeste wetten zijn algemeen verbindende voorschriften, dat wil zeggen dat ze voor iedereen gelden. In dat geval zijn ze tevens wetten in materiële zin. Denk bijvoorbeeld aan het Wetboek van Strafrecht. Uitzonderingen hierop zijn bijvoorbeeld begrotingswetten, waarmee de begroting van een ministerie wordt goedgekeurd.

Waar in de Grondwet het begrip 'wet' wordt gebruikt, wordt altijd de wet in formele zin bedoeld.

Andere vormen van regelgeving

Ministeriële regeling
regeling van een zelfstandig bestuursorgaan

 

Source: https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vhcsnyq1rzn1/wet_in_formele_zin_excl_rijkswetten

 

 

De tweede paragraaf bevat bepalingen over de regering, gevormd door de Koning en de ministers.

 

Source: https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vkugbqvdqswi/hoofdstuk_2_regering

 

De Koning

Nederland is een koninkrijk. Dat betekent dat een Koning het staatshoofd is of eigenlijk: het 'onschendbare deel' van de regering. Het Statuut voor het Koninkrijk bepaalt dat de Kroon van het Koninkrijk wordt gedragen door de erfgenamen van Koningin Juliana. Sinds 30 april 2013 is Willem-AlexanderKoning der Nederlanden.

Macht heeft de Koning niet. Voor het uitvaardigen van wetten en besluiten zijn de handtekening nodig van zowel de Koning als een minister. De minister(s) zijn verantwoordelijk. De positie van de Koning en de opvolging zijn geregeld in de Grondwet, vandaar dat in Nederland sprake is van een 'constitutionele monarchie'.

1.

Functie

De Koning vervult taken van staatkundige aard, zoals de ondertekening van wetten en het beëdigen van bewindslieden en commissarissen van de Koning, en taken van ceremoniële aard, zoals het ontvangen van andere staatshoofden en buitenlandse ambassadeurs en het afleggen van staatsbezoeken.

2.

Positie

De Koning vormt samen met de ministers de regering. Sinds 1848 staat in de Grondwet dat de Koning onschendbaar is, en dat de ministers verantwoordelijk zijn. De Koning kan dan ook niet gedwongen worden af te treden naar aanleiding van een politieke handeling; een minister wel.

De onschendbaarheid van de Koning komt ook tot uiting in het zogenaamde contraseign. Elke wet die door het parlement is aangenomen, moet niet alleen door de Koning, maar ook door een minister zijn ondertekend. De Koning verleent zo zijn gezag aan de wet, terwijl aan de andere kant de verantwoordelijkheid van de minister tot uitdrukking komt.

Tussen 1890 en 2013, na het overlijden van Koning Willem III, zaten vrouwen (koninginnen) op de troon. Desalniettemin sprak ook toen de Grondwet over de Koning. Er was een wet uit 1891 die regelde dat in wetten, ambtstitels etc. het woord Koningin mocht worden gebruikt in plaats van Koning.

3.

Staatkundige taken

Formeel benoemt de Koning de ministers en staatssecretarissen, maar net als bij alles wat de Koning in functie doet, geldt hierbij de ministeriële verantwoordelijkheid. Het besluit over de benoemingen wordt dan ook meeondertekend door een minister (de minister-president) en hij legt daarvoor verantwoording af aan het parlement. De beëdiging van nieuwe ministers en staatssecretarissen gebeurt wel in handen van de Koning.

De Koning(in) speelde tot 2012 een belangrijke, formele rol bij de vorming van een nieuw kabinet, omdat hij de kabinetsformateur (of een informateur) aanwees. Daarbij ging de Koning(in) af op adviezen van vaste adviseurs en van politici. De Koning(in) kon wel enige invloed op de formatie hebben door de formulering van de (in)formatieopdracht en de keuze van de (in)formateur. Dit kwam echter alleen voor als er geen duidelijke voorkeur voor een bepaalde coalitie bestond en de politici erg verdeeld waren.

Door een wijziging van het reglement van orde van de Tweede Kamer heeft die Kamer vanaf 2012 zelf de formatie en de aanwijzing van een (in)formateur ter hand genomen.

De Koning krijgt de notulen van de ministerraad. Mede daardoor weet hij wat daar wordt besproken. Ook bezoeken ministers de Koning regelmatig om bij te praten. De minister-president doet dat zelfs iedere week (als regel op maandag). Of hij bij deze gelegenheden invloed of druk uitoefent op het te voeren beleid is niet bekend. Er wordt wel gesteld dat de Koning het recht heeft om door zijn/haar ministers geïnformeerd te worden en hen mag bemoedigen en mag waarschuwen.

De Koning leest op Prinsjesdag de troonrede voor, die door de ministers is geschreven. De troonrede is een uiteenzetting van het door de regering te voeren beleid voor het komende jaar. De traditie van het voorlezen van de troonrede door de Koning dateert nog uit de tijd dat de Koning zelfstandig regeerde.

Een belangrijke taak van de Koning is het ondertekenen van wetten en koninklijke besluiten. Een probleem ontstaat als hij dit zou weigeren. Tijdens de regering van Koningin Juliana heeft dit gespeeld in verband met de gratieverlening aan ter dood veroordeelde Duise oorlogsmisdadigers. Dit heeft echter niet tot een constitutionele crisis geleid.

Formeel is de Koning voorzitter van de Raad van State. Dat heeft echter alleen een historische en ceremoniële betekenis.

Het Kabinet van de Koning is het ambtelijke secretariaat van de Koning en fungeert als schakel tussen hem en de ministers.

4.

Ceremoniële taken

Naast formele taken heeft de Koning vooral een samenbindende rol. De Koning staat boven de partijen en vertegenwoordigt als het ware de gehele natie. Hij treedt bij staatsbezoeken op als 'eerste vertegenwoordiger' van ons land.

De Koning legt regelmatig werkbezoeken af om zich zo van allerlei ontwikkelingen in het land op de hoogte te houden. Daarnaast is hij soms aanwezig bij jubilea van maatschappelijke organisaties of bij belangrijke tentoonstellingen en sociaal-culturele manifestaties.

Bij rampen met een nationaal karakter, zoals in het recente verleden in de Bijlmermeer en in Enschede, toont de Koning(in) belangstelling, om zo uiting te geven aan haar/zijn betrokkenheid.

De Koning ontvangt regelmatig staatshoofden en regeringsleiders van andere landen. Omgekeerd legt hij staatsbezoeken aan andere landen af. Hiermee wordt de band tussen de landen versterkt, wat niet alleen van diplomatiek maar ook van economisch belang is. Nieuwe ambassadeurs van andere landen bieden bij hun aantreden hun geloofsbrieven aan de Koning aan.

5.

Troonopvolging

De Koning wordt niet gekroond, maar 'beëdigd en ingehuldigd in de hoofdstad Amsterdam in een openbare Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal'. Zo staat het in de Grondwet.

 

Het koningschap gaat over op de wettige nakomelingen van de Koning, waarbij het oudste kind voorrang heeft. Sinds 1983 wordt er bij de volgorde geen onderscheid meer gemaakt tussen zonen en dochters. Als koning Willem-Alexander nu zou overlijden of terugtreden als Koning, is zijn oudste dochter, prinses Catharina-Amalia, de eerste in lijn om hem op te volgen. De tweede is prinses Alexia en de derde prinses Ariane, dochters uit zijn huwelijk met koningin Máxima. De vermoedelijke troonopvolger draagt de titel Prins van Oranje. Sedert de grondwetswijziging van 1983 is het mogelijk behalve de titel Prins van Oranje ook de titel Prinses van Oranje te dragen.

 

abdicatie

Een koning(in) kan afstand doen van het koninklijk gezag. Dat heet abdicatie. Abdicatie gebeurt bij Akte. De ondertekening daarvan geschiedt door de Koning en de troonopvolger, in aanwezigheid van de ministers, van andere leden van het Koninkijk Huis en van hoogwaardigheidsbekleders, zoals de vicepresident van de Raad van State. Bij de abdicatie van Willem I waren ook de leden van de Raad van State aanwezig. Er is hiervoor overigens geen formele regeling. De Akte wordt voorzien van het koninklijk zegel.

 

buitenstaatverklaring

De buitenstaatverklaring is een verklaring van de Staten-Generaal dat de Koning niet meer in staat is het koninklijk gezag (zijn taken als Koning) uit te oefenen. Voor een buitenstaatverklaring zijn voorschriften vastgelegd in artikel 35 van de Grondwet. De procedure wordt gezien als een soort 'noodrecht' met betrekking tot de Koning.

 

regentschap

Indien de koning niet in staat is het koninklijk gezag uit te voeren, treedt er een regent op. Dat gebeurt in één van de volgende situaties:

  • zolang de koning nog minderjarig is
  • als de vermoedelijke troonopvolger een ongeboren kind is
  • als de Staten-Generaal hebben vastgesteld dat de koning niet in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen
  • als de koning tijdelijk het koninklijk gezag heeft neergelegd
  • als na het overlijden van de koning of na diens afstand een opvolger ontbreekt
     

    6.

    Uitkeringen

    Koning Willem Alexander, koningin Maxima en prinses Beatrix krijgen jaarlijks een onbelaste uitkering. Zo ontvangt koning Willem-Alexander in 2019 bijna € 5,8 miljoen, waarvan ongeveer € 4,8 miljoen als tegemoetkoming voor personeels- en materiële kosten. Daarnaast gelden nog enkele andere voordelen, bijvoorbeeld het gebruik van paleizen en op belastinggebied.

     

    7.

    Onze koningen en koninginnen vanaf 1813

    Nederland bestaat sinds 1813 als zelfstandige eenheidsstaat. Sinds 16 maart 1815 is Nederland een koninkrijk, nadat soeverein vorst Willem zichzelf tot koning uitriep.

     

     

Hoofdstuk 2: Regering

Het hoofdstuk 'regering' valt in twee paragrafen uiteen.

In de eerste paragraaf zijn bepalingen opgenomen over het koningschap. De tweede paragraaf bevat bepalingen over de regering, gevormd door de Koning en de ministers.

 

De terminologie over 'de Koning' vraagt bijzondere aandacht. De Grondwet van voor 1983 weerspiegelde de staatsrechtelijke verhoudingen die golden ten tijde van de totstandkoming van de Grondwet. Toen kreeg de positie van de Koning een veel sterkere nadruk dan thans, terwijl daartegenover de ministers meer als 's Konings dienaren dan als eigenlijke bewindvoerders optraden.

In de huidige Grondwet is de terminologie in overeenstemming gebracht met de staatkundige werkelijkheid. Het woord 'Koning' is opgenomen in de grondwettelijke bepalingen waarin de Koning persoonlijk is bedoeld, zoals in de bepalingen over de erfopvolging en het regentschap die zijn opgenomen in de eerste paragraaf van dit hoofdstuk.

De term 'Koning' wordt voorts nog gebruikt wanneer gedoeld wordt op de Koning als het onschendbare deel van de regering, Koning en ministers tezamen.

Behalve in een aantal artikelen in de tweede paragraaf van dit hoofdstuk (de artikelen 42, 47 en 49) komt dit gebruik van het begrip 'Koning' ook voor in andere delen van de herziene Grondwet, zoals in hoofdstuk 5 in sommige bepalingen die het wetgevingsproces betreffen.

In die gevallen waar de Grondwet van voor 1983 bepaalde dat de Koning benoemt of beslist, is in de huidige Grondwet opgenomen dat bij 'koninklijk besluit' wordt benoemd of beslist.

In een aantal gevallen is ten aanzien van de Koning voorzien in besluitvorming door de Tweede en Eerste Kamer in verenigde vergadering. Genoemd kunnen worden het besluit over toestemming tot een huwelijk van een potentiële troonopvolger (artikel 28), de uitsluiting van personen van de erfopvolging (artikel 29), de benoeming van een opvolger indien een reguliere opvolger ontbreekt (artikel 30) en een besluit tot buiten staat verklaring van de Koning (artikel 35).

Reden van de besluitvorming in verenigde vergadering in deze gevallen is dat daardoor wordt uitgesloten dat beide kamers tot een verschillend oordeel zouden komen.

 

Paragraaf 1: Koning


Inhoud
Erfelijk koningschap
Erfopvolging
Recht ongeboren kind van koning
Afstand koningschap
Huwelijk koning
Uitsluiting troonopvolging
Benoeming troonopvolger
Erfopvolger benoemde Koning
Beëdiging; inhuldiging koning
Minimumleeftijd uitoefening koninklijk gezag
Voogdij minderjarige koning
Buiten staatverklaring uitoefening koninklijk gezag
Tijdelijke neerlegging uitoefening koninklijk gezag
Regentschap
Uitoefening koninklijk gezag Raad van State
Lidmaatschap koninklijk huis
Uitkering leden koninklijk huis; belastingvrijdom
Inrichting koninklijk huis; privacy


24. Erfelijk koningschap

Het koningschap wordt erfelijk vervuld door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten

 

25. Erfopvolging

Het koningschap gaat bij overlijden van de Koning krachtens erfopvolging over op zijn wettige nakomelingen, waarbij het oudste kind voorrang heeft, met plaatsvervulling volgens dezelfde regel. Bij gebreke van eigen nakomelingen gaat het koningschap op gelijke wijze over op de wettige nakomelingen eerst van zijn ouder, dan van zijn grootouder, in de lijn van erfopvolging, voor zover de overleden Koning niet verder bestaand dan in de derde graad van bloedverwantschap.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten

 

26. Recht ongeboren kind van koning

Het kind, waarvan een vrouw zwanger is op het ogenblik van het overlijden van de Koning, wordt voor de erfopvolging als reeds geboren aangemerkt. Komt het dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


27. Afstand koningschap

Afstand van het koningschap leidt tot erfopvolging overeenkomstig de regels in de voorgaande artikelen gesteld. Na de afstand geboren kinderen en hun nakomelingen zijn van de erfopvolging uitgesloten.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


28. Huwelijk koning

1.
De Koning, een huwelijk aangaande buiten bij de wet verleende toestemming, doet daardoor afstand van het koningschap.
2.
Gaat iemand die het koningschap van de Koning kan beërven een zodanig huwelijk aan, dan is hij met de uit dit huwelijk geboren kinderen en hun nakomelingen van de erfopvolging uitgesloten.
3.
De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake van een voorstel van wet, strekkende tot het verlenen van toestemming, in verenigde vergadering.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


29. Uitsluiting troonopvolging

1.
Wanneer uitzonderlijke omstandigheden daartoe nopen, kunnen bij een wet een of meer personen van de erfopvolging worden uitgesloten.
2.
Het voorstel daartoe wordt door of vanwege de Koning ingediend. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Zij kunnen het voorstel alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


30. Benoeming troonopvolger

1.
Wanneer vooruitzicht bestaat dat een opvolger zal ontbreken, kan deze worden benoemd bij een wet. Het voorstel wordt door of vanwege de Koning ingediend. Na de indiening van het voorstel worden de kamers ontbonden. De nieuwe kamers beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Zij kunnen het voorstel alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
2.
Indien bij overlijden van de Koning of bij afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt, worden de kamers ontbonden. De nieuwe kamers komen binnen vier maanden na het overlijden of de afstand in verenigde vergadering bijeen ten einde te besluiten omtrent de benoeming van een Koning. Zij kunnen een opvolger alleen benoemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


31. Erfopvolger benoemde Koning

1.
Een benoemde Koning kan krachtens erfopvolging alleen worden opgevolgd door zijn wettige nakomelingen.
2.
De bepalingen omtrent de erfopvolging en het eerste lid van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op een benoemde opvolger, zolang deze nog geen Koning is.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


32. Beëdiging; inhuldiging koning

Nadat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag heeft aangevangen, wordt hij zodra mogelijk beëdigd en ingehuldigd in de hoofdstad Amsterdam in een openbare verenigde vergadering van de Staten-Generaal. Hij zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt. De wet stelt nadere regels vast.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


33. Minimumleeftijd uitoefening koninklijk gezag

De Koning oefent het koninklijk gezag eerst uit, nadat hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


34. Voogdij minderjarige koning

De wet regelt het ouderlijk gezag en de voogdij over de minderjarige Koning en het toezicht daarop. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


35. Buiten staatverklaring uitoefening koninklijk gezag

1.
Wanneer de ministerraad van oordeel is dat de Koning buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, bericht hij dit onder overlegging van het daartoe gevraagde advies van de Raad van State aan de Staten-Generaal, die daarop in verenigde vergadering bijeenkomen.
2.
Delen de Staten-Generaal dit oordeel, dan verklaren zij dat de Koning buiten staat is het koninklijk gezag uit te oefenen. Deze verklaring wordt bekend gemaakt op last van de voorzitter der vergadering en treedt terstond in werking.
3.
Zodra de Koning weer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen, wordt dit bij de wet verklaard. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering. Terstond na de bekendmaking van deze wet hervat de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag.
4.
De wet regelt zo nodig het toezicht over de persoon van de Koning indien hij buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


36. Tijdelijke neerlegging uitoefening koninklijk gezag

De Koning kan de uitoefening van het koninklijk gezag tijdelijk neerleggen en die uitoefening hervatten krachtens een wet, waarvan het voorstel door of vanwege hem wordt ingediend. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


37. Regentschap

1.
Het koninklijk gezag wordt uitgeoefend door een regent:
a.
zolang de Koning de leeftijd van achttien jaar niet heeft bereikt;
b.
indien een nog niet geboren kind tot het koningschap geroepen kan zijn;
c.
indien de Koning buiten staat is verklaard het koninklijk gezag uit te oefenen;
d.
indien de Koning de uitoefening van het koninklijk gezag tijdelijk heeft neergelegd;
e.
zolang na het overlijden van de Koning of na diens afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt.
2.
De regent wordt benoemd bij de wet. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
3.
In de gevallen, genoemd in het eerste lid onder c en d, is de nakomeling van de Koning die zijn vermoedelijke opvolger is, van rechtswege regent indien hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
4.
De regent zweert of belooft trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt, in een verenigde vergadering van de Staten-Generaal. De wet geeft nadere regels omtrent het regentschap en kan voorzien in de opvolging en de vervanging daarin. De Staten-Generaal beraadslagen en besluiten ter zake in verenigde vergadering.
5.
Op de regent zijn de artikelen 35 en 36 van overeenkomstige toepassing.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


38. Uitoefening koninklijk gezag Raad van State

Zolang niet in de uitoefening van het koninklijk gezag is voorzien, wordt dit uitgeoefend door de Raad van State.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


39. Lidmaatschap koninklijk huis

De wet regelt, wie lid is van het koninklijk huis.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


40. Uitkering leden koninklijk huis; belastingvrijdom

1.
De Koning ontvangt jaarlijks ten laste van het Rijk uitkeringen naar regels bij de wet te stellen. Deze wet bepaalt aan welke andere leden van het koninklijk huis uitkeringen ten laste van het Rijk worden toegekend en regelt deze uitkeringen.
2.
De door hen ontvangen uitkeringen ten laste van het Rijk, alsmede de vermogensbestanddelen welke dienstbaar zijn aan de uitoefening van hun functie, zijn vrij van persoonlijke belastingen. Voorts is hetgeen de Koning of zijn vermoedelijke opvolger krachtens erfrecht of door schenking verkrijgt van een lid van het koninklijk huis vrij van de rechten van successie, overgang en schenking. Verdere vrijdom van belasting kan bij de wet worden verleend.
3.
De kamers der Staten-Generaal kunnen voorstellen van in de vorige leden bedoelde wetten alleen aannemen met ten minste twee derden van het aantal uitgebrachte stemmen.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


41. Inrichting koninklijk huis; privacy

De Koning richt, met inachtneming van het openbaar belang, zijn Huis in.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten
Kabinet-Rutte bijeen in de Trêveszaal
Delen

 

Deze website is mede mogelijk gemaakt door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Source: https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vkugbqvdvjxr/paragraaf_1_koning

 

Paragraaf 2: Koning en ministers


Inhoud
Ministeriële verantwoordelijkheid
Benoeming, ontslag ministers
Ministeries; minister zonder portefeuille
Ministerraad & minister-president
Staatssecretarissen
Ondertekening wetten, K.B.'s; contraseign
Ondertekening benoemings- en ontslagbesluiten ministers en staatssecretarissen
Ambtsaanvaarding; ambtseed


42. Ministeriële verantwoordelijkheid

1.
De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers.
2.
De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


43. Benoeming, ontslag ministers

De minister-president en de overige ministers worden bij koninklijk besluit benoemd en ontslagen.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


44. Ministeries; minister zonder portefeuille

1.
Bij koninklijk besluit worden ministeries ingesteld. Zij staan onder leiding van een minister.
2.
Ook kunnen ministers worden benoemd die niet belast zijn met de leiding van een ministerie.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


45. Ministerraad & minister-president

1.
De ministers vormen te zamen de ministerraad.
2.
De minister-president is voorzitter van de ministerraad.
3.
De ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid en bevordert de eenheid van dat beleid.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


46. Staatssecretarissen

1.
Bij koninklijk besluit kunnen staatssecretarissen worden benoemd en ontslagen.
2.
Een staatssecretaris treedt in de gevallen waarin de minister het nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen, in zijn plaats als minister op. De staatssecretaris is uit dien hoofde verantwoordelijk, onverminderd de verantwoordelijkheid van de minister.
Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


47. Ondertekening wetten, K.B.'s; contraseign

Alle wetten en koninklijke besluiten worden door de Koning en door een of meer ministers of staatssecretarissen ondertekend.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


48. Ondertekening benoemings- en ontslagbesluiten ministers en staatssecretarissen

Het koninklijk besluit waarbij de minister-president wordt benoemd, wordt mede door hem ondertekend. De koninklijke besluiten waarbij de overige ministers en de staatssecretarissen worden benoemd of ontslagen, worden mede door de minister-president ondertekend.

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten


49. Ambtsaanvaarding; ambtseed

Op de wijze bij de wet voorgeschreven leggen de ministers en de staatssecretarissen bij de aanvaarding van hun ambt ten overstaan van de Koning een eed, dan wel verklaring en belofte, van zuivering af en zweren of beloven zij trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van hun ambt.

 

Eventuele toelichting, andere versies en achtergronddocumenten

Nieuwsbrief
De Hofvijver
Drie nieuwsbrieven naast elkaar gelegd
Source: https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vkugbqvdvjxs/paragraaf_2_koning_en_ministers

 

Minister

Ministers zijn politiek verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein. Met uitzondering van ministers zonder portefeuille geven zij politieke leiding aan een departement. Daarbij kunnen zij terzijde worden gestaan door staatssecretarissen. Een minister, meestal lid van één van de partijen die in de Tweede Kamer het kabinet steunen, moet het vertrouwen van de Tweede Kamer hebben om de functie te kunnen vervullen.

Als een minister ontslag heeft aangeboden of diens portefeuille ter beschikking heeft gesteld (en daarover nog niet is beslist) is de minister demissionair.

Inhoud

  1. Taken en bevoegdheden
  2. Bestuur en beleid
  3. Regelgeving
  4. Benoemingen
  5. Organisatie
  6. Inkomen minister
  7. Ministerscrisis
  8. Minister van staat
  9. Gevolmachtigde minister
  10. Wetenswaardigheden
  11. Historische ontwikkeling

1. Taken en bevoegdheden

Een minister is politiek verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein, of voor een combinatie van beleidsterreinen. Alle ministers gezamenlijk zijn verantwoordelijk voor het algemene regeringsbeleid, dat in de ministerraad wordt besproken. Wetsvoorstellen en nota's moeten door de ministerraad worden goedgekeurd voordat ze ter beoordeling naar de Tweede Kamer worden gezonden. Ook voorstellen voor algemene maatregelen van bestuur moeten door de ministerraad worden goedgekeurd.

Om te kunnen functioneren heeft een minister het vertrouwen van de Tweede Kamer nodig. Volgens het principe van de ministeriële verantwoordelijkheid moet een minister aftreden wanneer deze niet langer het vertrouwen geniet van de meerderheid van de Tweede Kamer. Een minister kan tot aftreden worden gedwongen wanneer het parlement het beleid afkeurt dat onder de betreffende minister is gevoerd.

Bij afwezigheid van een minister treedt de staatssecretaris op als plaatsvervanger. Is ook de staatssecretaris afwezig dan treedt een andere minister op als minister ad interim (a.i.). Iedere minister heeft een vaste plaatsvervanger. De vervangingsregeling wordt bij de vorming van het kabinet opgesteld. Als ook de vervanger afwezig is, treedt de minister-president, viceminister-president of de oudste minister op als tijdelijke vervanger. Bij tussentijds aftreden van een minister wordt een afzonderlijke regeling getroffen over de tijdelijke waarneming.

Voor stemmingen in de ministerraad geldt dat een minister ad interim slechts één stem kan uitbrengen, een staatssecretaris heeft nooit stemrecht in de ministerraad.

2. Bestuur en beleid

Ministers zijn belast met bestuur op hun beleidsterrein. Hieronder valt bijvoorbeeld de benoeming van personen in bepaalde functies. Ook wanneer criteria of tarieven op een beleidsterrein moeten worden vastgesteld is het de minister die beslist. Voor veel ministers is ook het vertegenwoordigen van Nederland in internationale instellingen, vooral in diverse Raden van de Europese Unie, een belangrijke taak.

In het algemeen zullen ministers ook bepaalde beleidsdoelstellingen willen realiseren, zoals het bevorderen of juist tegengaan van bepaalde ontwikkelingen. Hiertoe hebben ministers de beschikking over een aantal instrumenten.

Zo kunnen ministers nieuwe wetsvoorstellen indienen (dat kan ook betekenen dat bestaande wetten worden veranderd of afgeschaft), kunnen algemene maatregelen van bestuur of beleidsregels worden uitgevaardigd en kunnen subsidies worden verstrekt. Een andere methode is het voeren van overleg of het maken van afspraken (bijvoorbeeld in de vorm van convenanten) met personen, bedrijven, organisaties of instellingen.

3. Regelgeving

Het ambt van minister kent een sterke grondwettelijke verankering. Via meerdere grondwetsartikelen worden de ministeriële verantwoordelijkheid (art. 42), de benoeming (art. 43), de inlichtingenplicht (art. 68) en de aanwezigheid van de minister in het parlement (art. 69) geregeld.

De minister-president (de STAAT als bedrijf) kent een eigen grondwetsartikel, artikel 45. In artikel 44 is het principe van de minister zonder portefeuille opgenomen.

4. Benoemingen

Aan de benoeming van een minister (en staatssecretaris) gaat een hele procedure vooraf: tijdens de kabinetsformatie wordt er gezocht naar kandidaten, vervolgens moeten zij gescreend worden en tot slot voeren zij een gesprek met de formateur, waarin wordt bekeken of er 'enig beletsel is in het heden of verleden van de kandidaat om de functie te aanvaarden'.

 

Vervanging

Ministers kunnen vanwege bijvooorbeeld ziekte tijdelijk uitgeschakeld zijn. In dit geval moet de minister tijdelijk vervangen worden. Daarvoor wordt door ieder kabinet een vervangingsregeling opgesteld. Ook als een minister tussentijds aftreedt, komt er meestal een tijdelijke vervanger. Dat is als regel een andere zittende minister.

 

5. Organisatie

Uitvoerende taken worden in het algemeen verricht door een ministerie, ook wel departement genoemd. Ministeries ondersteunen de ministers ook bij de totstandkoming van het beleid, bijvoorbeeld bij het schrijven van nota's, het ontwerpen van wetten en (subsidie)regelingen. Elk departement staat onder leiding van een minister, die hiervoor politiek verantwoordelijk is. Het is echter niet noodzakelijk dat elke minister de politieke leiding over een departement heeft.

Het komt ook voor dat uitvoerende taken niet door het (bestuurs)departement worden verricht, maar door meer of minder zelfstandige overheidsorganisaties, zoals baten-lastendiensten (agentschappen) of zelfstandige bestuursorganen (ZBO's). Voor baten-lastendiensten geldt de ministeriële verantwoordelijkheid, maar voor ZBO's geldt alleen ministeriële verantwoordelijkheid voor zover de minister bevoegd is de ZBO te sturen.

6. Inkomen minister

De inkomens van bewindslieden verschillen per functie. Zo verdienen de minister-president en ministers per 1 januari 2019 ca. 165 duizend euro per jaar en staatssecretarissen ca. 154 duizend euro. Dit zijn bedragen inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering. Ook ontvangen deze ambtsdragers zowel een vaste als variabele jaarlijkse onkostenvergoeding in verband met de uitoefening van hun functie. De vaste onkostenvergoedingen voor de minister-president en minister van Buitenlandse Zaken vallen hoger uit dan die van andere ministers of staatssecretarissen.

 

7. Ministerscrisis

Het komt regelmatig voor dat een minister of staatssecretaris tussentijds aftreedt. Hier kunnen diverse politieke of persoonlijke redenen voor zijn. Als een minister om politieke redenen moet aftreden, spreken we van een ministerscrisis.

 

8. Minister van staat

Minister van Staat is een eretitel die op voordracht van het kabinet door de Koning wordt verleend*) aan personen die zich verdienstelijk hebben gemaakt op bestuurlijk gebied. Het gaat daarbij vaak om politici en bestuurders met een lange staat van dienst, zoals oud-premiers, oud-ministers, oud-Kamervoorzitters en oud-vicevoorzitters van de Raad van State. Een Minister van Staat wordt soms om advies gevraagd over politieke zaken. Bij een moeizame formatie of bij een staatsrechtelijke kwestie, kan bijvoorbeeld zijn ervaring van pas komen.

 

9. Gevolmachtigde minister

Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben een gevolmachtigde minister. Zij vormen samen met de Nederlandse ministers de rijksministerraad. Deze beraadslaagt over zaken die het gehele Koninkrijk betreffen en die per rijkswet moeten worden geregeld.

 

10. Wetenswaardigheden

Wie waren de jongste en oudste ministers, hoeveel vrouwelijke ministers waren er en wat waren hun maatschappelijke en bestuurlijke achtergronden? Deze en nog meer wetenswaardigheden over ministers.

 

11. Historische ontwikkeling

Oorspronkelijk waren ministers dienaren van de Koning. Minister is Latijn voor dienaar. In het begin van de 19e eeuw hadden ministers die rol nog. De Koning benoemde en ontsloeg zijn ministers naar welbehagen. Ministers hoefden dan ook alleen aan hem verantwoording af te leggen.

Met de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid in 1848 en de opkomst van het parlementaire stelsel werd de rol van de Koning steeds kleiner en die van de ministers groter. De Tweede Kamer bepaalde of een minister kon blijven zitten of niet.

Die situatie bestaat nu nog steeds. (2019) Wel is de laatste jaren discussie ontstaan over de reikwijdte van de ministeriële verantwoordelijkheid. Zo konden ministers aanblijven ondanks fouten of discutabele beslissingen van het ambtenarenapparaat. In zo'n geval werd het argument gebruikt dat ministers niet altijd konden weten wat hun ambtenaren deden en er daarom ook niets aan konden doen. Overigens heeft de meerderheid van Tweede Kamer in de bedoelde gevallen niet het vertrouwen in de betreffende ministers opgezegd.

Na debatten over fouten of discutabele beslissingen gaan ministers die niet aftreden vaak als 'aangeschoten wild' of 'beschadigd' door het leven. Zij kunnen in het algemeen aanblijven omdat de coalitiefracties in de Tweede Kamer het om politieke redenen niet opportuun achten om de val van een kabinet te riskeren door het aftreden van een minister af te dwingen. Ook kan het voor politieke partijen electoraal aantrekkelijk zijn wanneer bewindspersonen van concurrerende partijen te boek staan als 'aangeschoten wild'.

 

Source: https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vh8lnhrogvv3/minister

 

What does the Bible mean by “you are gods” / "ye are gods" in Psalm 82:6 and John 10:34?

 

Question: "What does the Bible mean by 'you are gods' / 'ye are gods' in Psalm 82:6 and John 10:34?"

Answer: 
Let’s start with a look at Psalm 82, the psalm that Jesus quotes in John 10:34. The Hebrew word translated “gods” in Psalm 82:6 is Elohim. It usually refers to the one true God, but it does have other uses. Psalm 82:1 says, “God presides in the great assembly; he gives judgment among the gods.” It is clear from the next three verses that the word “gods” refers to magistrates, judges, and other people who hold positions of authority and rule. Calling a human magistrate a “god” indicates three things:

1) he has authority over other human beings,

2) the power he wields as a civil authority is to be feared, and

3) he derives his power and authority from God Himself, who is pictured as judging the whole earth in verse 8.

This use of the word “gods” to refer to humans is rare, but it is found elsewhere in the Old Testament.

 

For example, when God sent Moses to Pharaoh, He said, “See, I have made you like God to Pharaoh” (Exodus 7:1). This simply means that Moses, as the messenger of God, was speaking God’s words and would therefore be God’s representative to the king. The Hebrew word Elohim is translated “judges in Exodus 21:6 and 22:8, 9, and 28.

The whole point of Psalm 82 is that earthly judges must act with impartiality and true justice, because even judges must stand someday before the Judge. Verses 6 and 7 warn human magistrates that they, too, must be judged: “I said, `You are gods; you are all sons of the Most High.' But you will die like mere men; you will fall like every other ruler.” This passage is saying that God has appointed men to positions of authority in which they are considered as gods among the people. They are to remember that, even though they are representing God in this world, they are mortal and must eventually give an account to God for how they used that authority.

Now, let’s look at how Jesus uses this passage. Jesus had just claimed to be the Son of God (John 10:25-30). The unbelieving Jews respond by charging Jesus with blasphemy, since He claimed to be God (verse 33). Jesus then quotes Psalm 82:6, reminding the Jews that the Law refers to mere men—albeit men of authority and prestige—as “gods.” Jesus’ point is this: you charge me with blasphemy based on my use of the title “Son of God”; yet your own Scriptures apply the same term to magistrates in general. If those who hold a divinely appointed office can be considered “gods,” how much more can the One whom God has chosen and sent (verses 34-36)?

In contrast, we have the serpent’s lie to Eve in the Garden. His statement, “your eyes will be opened, and you will be like God, knowing good and evil” (Genesis 3:5), was a half-truth. Their eyes were opened (verse 7), but they did not become like God. In fact, they lost authority, rather than gaining it. Satan deceived Eve about her ability to become like the one true God, and so led her into a lie. Jesus defended His claim to be the Son of God on biblical and semantic grounds—there is a sense in which influential men can be thought of as gods; therefore, the Messiah can rightly apply the term to Himself. Human beings are not “gods” or “little gods.” We are not God. God is God, and we who know Christ are His children.

Source: https://www.gotquestions.org/you-are-gods.html