ISO 3166-2:NL

ISO 3166-2:NL is een ISO-standaard met betrekking tot de zogenaamde geocodes. Het is een subset van de ISO 3166-2 tabel, die specifiek betrekking heeft op het Koninkrijk der Nederlanden.

De gegevens werden tot 13 december 2011 geüpdatet op het ISO Online Browsing Platform (OBP)[1]. Hier worden 12 provincies - province (en) / province (fr) / provincie (nl) – , 3 landen - pais () / country (en) / land (nl) – en 3 bijzondere gemeenten - municipio special () / special municipality (en) / bijzondere gemeente (nl) - gedefinieerd.

Volgens de eerste verzameling, ISO 3166-1, staat NL voor Nederland; het tweede gedeelte is een tweeletterige code (provincies of landen) of twee letters en een cijfer (bijzondere gemeenten).


Politieke wereldkaart met ISO-landcodes.





Naar navigatie springenNaar zoeken springen

Landcode kan verwijzen naar:



Postal code is federal

You should use:

(no abbreviations/geen afkortingen)

C/O Non Domestic, town of …, State, Republic, without the United States (28USC1746),

 Zip Code Exempt, DMM 602 1.3 e 2.




(artikelen 207, 207a en 207b): Onbeëdigde verklaringen op straffe van meineed



(602 1.3 e 2.)

2. Unless required above, ZIP Codes may be omitted from single-piece price
First-Class Mail (including Priority Mail), single-piece price Standard Post,
and pieces bearing a simplified address.

Tenzij anders vereist, kunnen ZIP-codes worden weggelaten uit de prijs van één stuk
Eerste klas post (inclusief Priority Mail), eendelige prijs Standard Post,
en stukken met een vereenvoudigd adres.


Universal Postal Union

Treaty of Bern


For other treaties and conventions agreed in Berne, see Berne Convention (disambiguation).

The Treaty of Bern (formally the Treaty concerning the formation of a General Postal Union), signed on 9 October 1874, established the General Postal Union, which is today known as the Universal Postal Union. Named for the Swiss city of Bern, where it was signed, the treaty was the result of an international conference convened by the Swiss Government on 15 September 1874. It was attended by representatives from 22 nations. Plans for the conference had been drawn up by Heinrich von Stephan, Postmaster-General of the German Reichspost.

The purpose of the treaty was to unify disparate postal services and regulations so that international mail could be exchanged freely. The signatories of the treaty were the German Empire, Austria-Hungary, Belgium, Denmark, Egypt, Spain, the United States, France, the United Kingdom, Greece, Italy, Luxembourg, the Netherlands, Portugal, Romania, the Russian Empire, Serbia, the United Kingdoms of Sweden and Norway, Switzerland, and the Ottoman Empire.

Originally called the General Postal Union, the organization established by the Treaty was renamed the Universal Postal Union in 1878 due to its large membership. World Post Day is now observed on 9 October, recalling the date on which the Treaty was signed.

The Treaty of Bern was amended a number of times after its conclusion. On 10 July 1964, the UPU incorporated the treaty into a new Constitution of the Universal Postal Union, which is now the treaty that is ratified by states when they wish to join the UPU.



*Established in 1874, the Universal Postal Union (UPU), with its headquarters in the Swiss capital Berne, is the second oldest international organization worldwide.

With its 192 member countries, the UPU is the primary forum for cooperation between postal sector players. It  helps to ensure a truly universal network of up-to-date products and services.

In this way, the organization fulfils an advisory, mediating and liaison role, and provides technical assistance where needed. It sets the rules for international mail exchanges and makes recommendations to stimulate growth in mail, parcel and financial services volumes and improve quality of service for customers.

For an overview of the organization's activities, please consult on-line the 2013 UPU annual report.

About this section

In the menu on the left, you will find plenty of useful and essential information to help you understand the UPU, an organization whose history spans more than 100 years, its place in the United Nations family, its role and activities throughout the postal sector, and its operations.


The UPU consists of:

  • 4 bodies
  • The Congress
  • The Council of Administration (CA)
  • The Postal Operations Council (POC)
  • The International Bureau (IB)
  • 2 cooperatives
  • Telematics Cooperative
  • EMS Cooperative



Vrij van Port

vrij van port:

dat je geen postzegels hoeft te plakken of geld hoeft te betalen om iets te versturen met de post, zonder verzendkosten


Proof of Postal Code Covenant



Convenant inzake postcodes tussen DE STAAT DER NEDERLANDEN en PostNL.

"It is my understanding that a postal code puts you into a military jurisdiction as an officer of the Crown owned corporate nation's military. I think that is world wide. Postal code exempt is the way to go. Watch out though cuz the postal service have been known to add a postal code when they don't see one which of course is fraud on their part. I have seen it myself."


  1. 1.
    the arrangement of words and phrases to create well-formed sentences in a language.
    "the syntax of English"
  2. 2.
    the structure of statements in a computer language.
742 Stamps Not Affixed
742.1 Marking

Some items of foreign origin do not bear postage stamps, but instead are marked “POSTAGE PAID,” “ON POSTAL SERVICE,” “SERVICE DES POSTES,” “TAXE PERCUE” or “TP,” or “PORT PAYE” or “PP,” followed by postmark. The marking On Her Majesty’s Service or O.H.M.S. is also sometimes used. Treat this mail as prepaid.

742.2 Parcels Without Postage Stamps

Some foreign post offices do not put postage stamps on parcels. All such parcels received must be regarded as prepaid.



This is Glenn's youtube video "sovereignliving"  about the post office. It works as I mailed certified mail
without postage and sent letters with 2 cent or 3 cent stamps:

General Post Office

The General Post Office was officially established in England in 1660 by Charles II and it eventually grew to combine the functions of state postal system and telecommunications carrier. Wikipedia
Headquarters: General Post Office, St Martin's le Grand, London EC2
Founded: 1660
Agency executives: * Brian Tuck, Master of the King's Post; (first Postmaster General of; the United Kingdom);
Dissolved: 1 October 1969
Non-Domestic, Zip Code Exempt/Niet-nationaal, postcode vrijgesteld
na·ti·o·naal (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord)
1 een heel volk betreffend
2 aan de natie toebehorend: nationaal inkomen de som van alle lonen, pachten, renten en winsten van één staat
3 blijk gevend van liefde voor het eigen volk: nationale gevoelens

Hoe is de Nederlandse postcode opgebouwd

De Nederlandse postcodes zijn op de volgende manier opgebouwd: XXXX XX. De eerste vier posities zijn de cijfers, dan volgt er een spatie en de laatste twee posities zijn de letters. Het volgende is uit een postcode te herleiden:
  • de eerste twee cijfers gelden voor de regio
  • de laatste twee cijfers staan voor de betreffende wijk
  • de twee letters geven de wijk en de straat aan

De cijferreeks gaat van 1000 tot 9999 en de letterreeks gaat van A tot Z.

fictieve benaming en adressering / Bron: ©ottergraafjes
Niet toegestaan
Er zijn een aantal combinaties van letters niet toegestaan. Dit zijn de combinaties:
  • SS
  • SD
  • SA

Deze drie combinaties hebben te maken met Duitse afkortingen uit de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast werden de volgende letters tot voor 2005 niet gebruikt:
F; I; O; Q; U; Y. Vanaf 2005 worden ze wel gebruikt.

Postcodegebieden Nederland

De Nederlandse postcodes gaan van 1000-9999. In totaal telt Nederland negen postcodegebieden, terwijl we meer provincies hebben. De postcodes die met 1000 beginnen vallen onder provincie Noord-Holland. De postcode die met 9000 beginnen vallen onder het noorden van het land. De opbouw gaat dus tegen de klok in en zijn niet provinciegebonden.

De negen postcodegebieden zijn als volgt:
  • 1000-1999
  • 2000-2999
  • 3000-3999
  • 4000-4999
  • 5000-5999
  • 6000-6999
  • 7000-7999
  • 8000-8999
  • 9000-9999

Globaal genomen ziet het er als volgt uit:
Postcode            Gebied
1000 - 1999         Groot deel Noord-Holland, stukje van Flevoland en rond regio Hilversum
2000 - 2999         Regio Haarlem en een stuk van Zuid-Holland
3000 - 3999         Regio Rotterdam, Dordrecht, Utrecht, rond Amersfoort en een stukje van Flevoland
4000 - 4999         Zeeland, stukje van Noord-Brabant en rond Culemborg (Gelderland)
5000 - 5999         Deel van Noord-Brabant en het bovenste stukje van Limburg
6000 - 6999         Groot deel van Limburg en rond Nijmegen en Arnhem
7000 - 7999         Deel Gelderland, groot stuk van Overijssel en stukje van Drenthe
8000 - 8999         Stuk in Friesland, geheel Noord-Oostpolder, deel van Flevoland en rond Zwolle
9000 - 9999         Groningen en delen van Friesland en Drenthe

ZIP code één van de buitenlandse benamingen

Iedere taal heeft zijn eigen benaming voor postcode, al lijken ze in sommige gevallen op elkaar. Hieronder volgt een overzicht van een aantal talen:
  • in het Engels ZIP code
  • in het Duits Postleitzahl
  • in het Frans code postal
  • in het Italiaans codice postale
  • in het Portugees código postal
  • in het Spaans código postal
  • in het Fins postinumero
  • In het Deens, Noors en Zweeds postnummer

De postcodes heten in Amerika ZIP code. Deze afkorting staat voor Zone Improvement Plan.

Bouw en Woningtoezicht gaat dan weer over het huisnummer,
Burgerlijke Zaken over de straatnaam en
TNT Post over de postcode.
Welcome to the public Website of the Universal Postal Union (UPU), the United Nations specialized agency for the postal sector.
Native name
(in German) Die Schweizerische Post
(in French) La Poste suisse
(in Italian) La Posta Svizzera
(in Romansh) La Posta Svizra
Founded                                  1849; 170 years ago
Headquarters                          Bern, Switzerland
Key people                              Roberto Cirillo, CEO wef 21/9/2018
Products                                  Mail 
Revenue                                  8,224 millions CHF (2015)  
Number of employees            62,341 (2015)[1]

Universal Postal Union

General List of UPU Member Countries (universal postal convention)

– Caribbean part of the Netherlands (Bonaire, Saba and Sint Eustatius)
4 Article 28.4 allows the designated operator of destination to claim, from the
designated operator of posting, appropriate remuneration for delivering letter-post
items posted abroad in large quantities. The following member countries reserve
the right to limit any such payment to the limits authorized in the Regulations for
bulk mail: Bahamas, Barbados, Brunei Darussalam, China (People’s Rep.), United
Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, Overseas Dependent Territories
of the United Kingdom, Grenada, Guyana, India, Malaysia, Nepal, Netherlands,
Netherlands Antilles and Aruba, New Zealand, Saint Lucia, Saint Vincent and the
Grenadines, Singapore, Sri Lanka, Suriname, Thailand and United States of America.
Classification of countries and territories for terminal dues and Quality of
Service Fund (QSF) purposes
Group 1.1 – List of countries and territories that were in the target system
prior to 2010, that apply the target terminal dues system during the period
from 2014 to 2017, and that contribute to the QSF as provided for in article
32 of the Convention
Other decisions concerning the Convention
Countries and territories PDI
Netherlands                                     0.578
United States of America               0.575
Vatican                                              –
A. Postal development indicator (PDI)
3 The PDI includes a macroeconomic part, the gross national income (GNI)
per capita, and a postal-specific part, the normal letter unit cost.
7 The mechanism related to normal unit costs works as follows: other things
being equal, greater difficulties in serving the postal territory means:
– higher normal unit costs;
– a decreased reciprocal of normal letter unit costs;
– a decreased PDI value;
– a decreased rank in the PDI country classification.
13 The PDI is obtained by applying the following formula:
– PDI = (1 – α) x postal-specific part + α x macroeconomic part = (1 – α)
x (normalized (1/normal unit costs)) + α x (normalized GNI per capita)
where each part is normalized to a value between 0 and 1 according to
the following formula: normalized value = (value – minimum)/(maximum –
B. Hierarchical approach – comparative classification
15 The PDI values calculated as above are compared with the PDIs of countries
in the current target system and with those of LDCs, following the ECOSOC
16 Countries are classified in five groups, with the most developed countries
in Group 1 and the least developed countries in Group 5:
a Group 5 – all LDCs.
b Group 1 – all remaining countries with a PDI value higher than the minimum
PDI of current target system countries (where the minimum PDI is determined
without regarding territories that are in the current target system).
This rule was only valid for application for the 2008 classification.
c Group 2 – all countries not in Group 1, 4 or 5 and with tariffs above the
average tariffs of Group 1 countries. This rule was only valid for application
for the 2008 classification.
d Group 4 – all countries not in Group 1, 2 or 5 and with a PDI below the
maximum PDI of Group 5. However, the maximum value of the postal
development indicator (PDI) in Group 5, used for purposes of classification
in Group 4, should not include the highest PDI value of countries found to
be eligible for graduation from the list of least developed countries (LDCs)
prepared by ECOSOC.
e All remaining countries will be placed in Group 3.


Een postbedrijf of posterij is een bedrijf dat post inzamelt, vervoert en bezorgt.

Oorspronkelijk waren postbedrijven in Europa veelal een nationale activiteit. In Nederland had bijvoorbeeld de PTT het wettelijk geregeld monopolie op het verwerken van briefpost. Vanwege de Europese regelgeving op het gebied van marktwerking komen er in Europa steeds meer postbedrijven bij.

Voorbeelden van postbedrijven zijn:



Deze vernieuwing gaf het postbedrijf de ruimte om zich in het bedrijfsleven vrij te manifesteren. De PTT Post maakte van deze mogelijkheid gretig gebruik. Het vroegere staatsbedrijf ging namelijk andere bedrijven overnemen, waarvan het Australische bedrijf TNT de grootste was.


Brief van het Postscheckamt in Saarbrücken (vergelijkbaar met een kantoor van de vroegere Postcheque- en Girodienst in Nederland) naar Sankt Ingbert, 1 december 1943. Als instelling van de Deutsche Reichspost, de Duitse postdienst, genoot het PSCHA ((Postscheckamt, in het stempel SCHA, Scheckamt, genoemd) portvrijdom.
Brief van het (Lutherse) Koerlandse Algemene Fonds voor Weduwen en Wezen van Priesters in Annenburg (nu Emburga in Letland) naar de dominee van Talsen (nu Talsi), 16 december 1901. Brieven van de kerken waren portvrij in het Keizerrijk Rusland. De voertaal in de Letse lutherse kerk was tot de onafhankelijkheid in 1918 Duits.

Portvrijdom is het privilege om niet te hoeven betalen voor de post die men verstuurt. Meestal zijn het organisaties of speciale groepen personen die portvrijdom genieten. De poststukken die deze organisaties versturen, hebben doorgaans geen postzegel. Sommige landen hebben echter wel portvrijdomzegels uitgegeven, zodat geen verwarring kon ontstaan over de vraag of de afzender wel terecht geen postzegel had geplakt.

In Nederland zijn de interneringszegels een voorbeeld van portvrijdomzegels. Geïnterneerde militairen uit België hadden in Nederland portvrijdom en de interneringszegels waren een (mislukte) poging om hun postverkeer te reguleren.

Portvrijdom is iets anders dan baarfrankering. Dan wordt een poststuk ook zonder postzegel verzonden, maar betaalt de afzender wel het porto. Het is ook iets anders dan post naar een antwoordnummer of een andere vorm van verzending zonder postzegel waarbij het port naar de ontvanger wordt verlegd.

Wie geniet portvrijdom?

Portvrijdom wordt en werd vaak verleend aan:

  • Militairen te velde, die in veel landen hun post portvrij mogen versturen als ze gebruikmaken van de veldpost. Het gebeurt ook wel dat ze post mogen versturen tegen een gereduceerd tarief.
  • Krijgsgevangenen en vluchtelingen.
  • Mensen met een handicap, die in sommige landen hun post portvrij kunnen versturen. Zo zijn in Nederland brieven in braille (‘blindenzendingen’) portvrij.
  • Overheidsorganisaties, zoals ministeries, gemeenten, rechtbanken en het staatshoofd.
  • Semioverheidsorganisaties, scholen, charitatieve instellingen en de kerken.
  • Diplomatieke vertegenwoordigers van vreemde mogendheden.
  • De postdienst zelf.

De laatste tientallen jaren hebben veel postdiensten de portvrijdom voor (semi-)overheidsorganisaties afgeschaft. In Nederland gebeurde dat op 1 januari 1971 met de portvrijdom voor het Koninklijk Huis. Op 1 januari 1984 volgden de andere overheidsorganisaties en op 1 januari 1994 verdween ook de portvrijdom voor de kerken. In sommige landen, zoals de Duitse Democratische Republiek, werden na de opheffing van de portvrijdom dienstzegels voor de overheid ingevoerd. Op die manier hield de overheid controle over de namens haar verzonden post.

Externe link



  1. vrij van port: dat je geen postzegels hoeft te plakken of geld hoeft te betalen om iets te versturen met de post, zonder verzendkosten
    • Iedere hoofdregel in het belastingrecht kent weer legio uitzonderingen. Bij deze regel zijn het er zoveel, dat de eigenlijke hoofdregel zou moeten luiden: de Belastingdienst betaalt de portokosten.De Belastingdienst voegt namelijk ook dit jaar een portvrije retour-envelop toe bij bijna elk aangiftebiljet. Enige uitzonderingen zijn het T- en J-biljet. Wie belasting terug wil hebben, moet ook zelf maar de portokosten voor zijn rekening nemen.Maar wanneer de Belastingdienst via een controle-rapport om aanvullende gegevens vraagt, zit daar altijd een portvrije retour-envelop bij. Net als bij een verzoek tot opgave van het rekeningnummer, een aanbod tot automatische machtiging, een enquête ten behoeve van de Belastingdienst, en een informatie-aanvraag door de FIOD. [1] 
    • Over twintig jaar zullen velen van hen niet meer onder ons zijn, wat betekent dat hun nabestaanden het lintje dan ‘portvrij’ (dat gelukkig wel) aan de Kanselarij der Nederlandse Orden moeten terugsturen. Het lintje blijft immers eigendom van de Staat. De erfgenamen mogen het wel houden, maar alleen in bruikleen en tegen een waarborgsom die oploopt van 179 euro voor leden in de Orde van Oranje-Nassau tot 2.093 euro voor ridders grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw. [2] 






Wet van 26 oktober 1988, houdende herziening van de wetgeving met betrekking tot de uitvoering van de postdienst
The Dutch missions in the United States number an embassy and five consular offices: 
 The American Service-Members' Protection Act, passed in 2002 under President George W. Bush, grants the US president authorization to use "all means necessary and appropriate to bring about the release of any U.S. or allied personnel being detained or imprisoned by, on behalf of, or at the request of the International Criminal Court." It has been derisively nicknamed "The Hague Invasion Act", as it would in theory authorize the president of the United States to invade The Hague, which is the seat of the Dutch government and the seat of several international criminal courts, should they prosecute an American citizen or ally. The act is widely considered to be symbolic, and that the threat of invasion by the U.S. is unrealistic.[15]

A Guide to the United States’ History of Recognition, Diplomatic, and Consular Relations, by Country, since 1776: The Netherlands

D. I. Y. Free Mail and 2 Cent Mail - Quit providing evidence that you are a slave

This is Glenn's youtube video "sovereignliving"  about the post office.

It works as I mailed certified mail without postage and sent letters with 2 cent or 3 cent stamps:


‘Slaaf, ontmoet je meester’.. Lord Jakob Rothschild..!

2014 ©


10 vragen en antwoorden over meineed

Bij de vervolging van twee oud-rechters die betrokken waren bij de zogenaamde Chipsholzaak speelt het begrip meineed een centrale rol. Meineed is kort gezegd het in strijd met de waarheid afleggen van een verklaring onder ede in een juridisch proces. Minder bekend is het gegeven dat een meinedige verklaring strafbaar is en kan leiden tot maximaal zes jaar gevangenisstraf. Hieronder hebben wij de 10 meest gestelde vragen en antwoorden over meineed voor u op een rij gezet.

1. Wat is meineed precies?

Meineed is een strafbaar feit dat is geregeld in artikel 207 van het Wetboek van Strafrecht. Bij meineed gaat het om de situatie dat iemand opzettelijk onder ede een valse verklaring geeft, mondeling of schriftelijk. Meineed kan in principe worden gepleegd in alle fasen van iedere gerechtelijke procedure waarbij een getuige of deskundige een eed aflegt, dus zowel tijdens een vooronderzoek als op de zitting zelf.

2. Wat wordt er volgens de wet verstaan onder een eed?

De vormvoorschriften van de eed zijn vastgelegd in de Eedswet. Bij het afleggen van een eed moet de beëdigde, onder het opsteken van de twee voorste vingers van de rechterhand, de woorden “Zo waarlijk helpe mij God almachtig” uitspreken. Het afleggen van een eed heeft daarmee een religieuze betekenis.

Omdat echter in de loop van de twintigste eeuw het aantal mensen die zijn aangesloten bij een (christelijke) kerkgenootschap voortdurend verminderde, kan men sinds 1971 in plaats van de eed ook kiezen voor een zogenaamde belofte of vastlegging. Deze hebben – juridisch gezien – hetzelfde effect als een eed.

Bij een belofte moeten de woorden “dat beloof ik” worden uitgesproken en bij een bevestiging: “dat verklaar ik.” Als een getuige de Nederlandse taal niet beheerst mag de eed ook worden uitgesproken in een andere taal. In andere gevallen vereist een bepaalde godsdienstige gezindheid een afwijkende eedsaflegging. Zo moet iemand van joodse afkomst bij het afleggen van de eed het hoofd gedekt houden.

De verplichting tot het afleggen van een eed geldt overigens ook voor getuigen met een lichaams- of spraakgebrek. Dit moet volgens de Eedswet gebeuren op een manier die zoveel mogelijk overeenkomt met de wettelijke voorschriften voor het afleggen van een eed.

3. Wat is het doel van de eed?

Het afleggen van een eed dient als waarborg voor de waarheid van een verklaring. Met het strafbaar stellen van meineed – het vals verklaren onder ede – wordt dus beoogd de openbare trouw te beschermen. Meineed ondermijnt bovendien de waarheidsvinding in een rechtsstaat. Het afleggen van een valse verklaring kan namelijk nadelige gevolgen hebben voor alle betrokkenen in een juridisch proces.

Deze gedachtegang verklaart ook waarom bijvoorbeeld ter zitting nooit sprake kan zijn van onbeëdigde verklaringen; deze vormen namelijk geen geldig bewijsmiddel. Bovendien moet een getuige zoveel mogelijk zijn redenen van wetenschap aangeven (artikel 291 Wetboek van Strafvordering) om vast te stellen of zijn verklaring berust op eigen waarneming en dus als wettig bewijs kan worden gebruikt (artikel 342 lid Wetboek van Strafvordering).

4. Wanneer moet iemand een verklaring onder ede afleggen?

Meineed kan plaatsvinden in alle gevallen waarin de wet een verklaring onder ede vereist of daaraan rechtsgevolgen verbindt. Dit geldt voor alle getuigen en deskundigen die voor of tijdens een proces worden verhoord. Het kan bijvoorbeeld een getuige zijn die een misdrijf heeft zien plaatsvinden of een deskundige die heeft bijgedragen aan een onderzoek met betrekking tot vragen die zijn gerezen tijdens een juridisch proces. Beëdiging moet ook plaatsvinden bij een tolk die aanwezig is ter terechtzitting (artikel 276 Wetboek van Strafvordering).

Wanneer een getuige een verklaring onder ede moet afleggen, kan hij in sommige gevallen op basis van het in het Wetboek van Strafvordering geregelde verschoningsrecht weigeren te getuigen of bepaalde vragen te beantwoorden. Hier mag in drie gevallen beroep op worden gedaan.

Als de getuige in een bepaalde familiaire band tot de verdachte staat (artikel 217 Wetboek van Strafvordering). Dit verschoningsrecht heeft als doel om bepaalde familierelaties te beschermen.

Ten tweede geldt een verschoningsrecht voor mensen met een specifiek beroep waaraan een geheimhoudingsplicht verbonden is (artikel 218 Wetboek van Strafvordering). Dit geldt bijvoorbeeld voor een arts, apotheker of advocaat, maar niet voor een politieambtenaar of belastingadviseur.

Tenslotte geldt een verschoningsrecht voor mensen die door het afleggen van een verklaring zichzelf of naasten (dezelfde categorieën als voor artikel 217 Wetboek van Strafvordering) blootstellen aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling.

Er kan ook overlap plaatsvinden tussen de verschillende categorieën verschoningsrechten. Indien bijvoorbeeld een medeverdachte in een zaak de neef van de hoofdverdachte is, kan hij zich op zijn verschoningsrecht beroepen op basis van artikel 217, omdat hij een bloedverwant is, maar ook op basis van artikel 219, omdat hij zichzelf – als medeverdachte – maar eventueel ook zijn bloedverwant – de hoofdverdachte – daardoor zou kunnen blootstellen aan strafrechtelijke vervolging.

Overigens hoeft de verdachte in het strafproces nooit tegen zichzelf te getuigen en daarom ook nooit een verklaring onder ede af te leggen in het proces dat tegen hem is gericht. Daar zijn verschillende redenen voor. Een verplichting om te getuigen is in strijd zijn met het zwijgrecht dat de verdachte toekomt (artikel 29 Wetboek van Strafvordering). Bovendien heeft een verdachte geen getuigrecht omdat hij met het oog op het voorkomen van een veroordeling gemakkelijk in de verleiding zou kunnen komen een meinedige verklaring af te leggen. Het moeten getuigen zou daarom een onredelijk dilemma voor de verdachte met zich mee brengen.

Andere partijen in het strafgeding, zoals de rechter of officier van justitie, kunnen in principe niet als getuige worden gehoord. Wel kan een officier van justitie of een rechter als voormalig procespartij in een later stadium – bijvoorbeeld in hoger beroep – als getuige worden gehoord. Zo hebben de verklaringen van de twee oud-rechters in een later stadium geleid tot een verdenking van meineed.

5. Kan iedereen meineed plegen?

Iedereen die op grond van de wet tot het afleggen van een bepaalde eed is gehouden kan meineed plegen. Daarvoor is wel vereist dat men daadwerkelijk de eed, de belofte of vastlegging heeft afgelegd. In strafzaken bijvoorbeeld worden getuigen in het vooronderzoek vaak niet onder ede gesteld, maar gebeurt dit pas wanneer er een vermoeden bestaat dat een getuige aan het liegen is.

Als er dus geen sprake is van een wettelijk afgelegde geldige eed kan er ook geen meineed plaatsvinden. Verder sluit de wet bepaalde personen uit van het afleggen van een eed. Zo kan een getuige die nog geen zestien jaar oud is of iemand die een geestelijke stoornis heeft, geen eed afleggen.

6. Wanneer is er sprake van meineed?

Meineed heeft betrekking op het afleggen van een valse verklaring, zowel mondeling als schriftelijk. Dit is het geval als men een verklaring aflegt die in strijd is met de waarheid, danwel door verdraaiing of weglating van essentiële informatie. Het nalaten om iets te verklaren als er bijvoorbeeld een meldingsplicht is (en de beëdigde zich van deze plicht bewust was) kan dus ook worden beschouwd als meineed. Zo mag een politieambtenaar bij het opmaken van een proces-verbaal geen belangrijke informatie weglaten.

7. Is het plegen van meineed altijd strafbaar?

In principe is het plegen van meineed altijd strafbaar. Bij een verdenking van meineed is het niet noodzakelijk dat de verklaring iemand ook daadwerkelijk heeft benadeeld; het afleggen van de meinedige verklaring is op zichzelf al voldoende om strafbaar te zijn. Het is vervolgens aan het openbaar ministerie om daadwerkelijk tot vervolging over te gaan.

8. Wat gebeurt er bij een verdenking van meineed?

Als een getuige wordt verdacht van het afleggen van een meinedige verklaring op de terechtzitting kan er een ogenblikkelijk onderzoek worden ingesteld (op basis van artikel 295 Wetboek van Strafvordering). Dit onderzoek wordt dan bevolen door de rechtbank. De rechtbank verricht zelf geen onderzoek; dit doet het openbaar ministerie. Het ministerie kan echter ook in een later stadium, zonder een bevel van de rechtbank, een onderzoek naar meineed instellen.

De verdachte van meineed heeft na het afleggen van de verklaring nog voldoende gelegenheid om deze in te trekken. Het openbaar ministerie maakt namelijk altijd eerst een proces-verbaal op met daarin de letterlijke verklaring. Deze verklaring wordt dan aan de getuige voorgelezen en vervolgens wordt hem gevraagd of hij bij de verklaring blijft. Tot op dat moment is de meineed nog onvoltooid en kan deze niet worden aangemerkt als een misdrijf. Als de getuige vrijwillig van de verklaring afziet, is hij niet strafbaar. Maar als de getuige wel bij zijn verklaring blijft moet hij deze ondertekenen en kan hij voor het delict worden vervolgd.

Voor het vaststellen van meineed moet ten slotte worden bewezen dat de verklaring bewust in strijd met de werkelijkheid is afgelegd.

9. Wat zijn de wettelijk vastgestelde straffen voor het plegen van meineed?

Op het plegen van meineed staat een maximale gevangenisstraf van zes jaar en/of een geldboete van maximaal 19.000 euro. Als de meinedige verklaring is afgelegd in een strafzaak die nadelig heeft uitgewerkt voor de verdachte is de maximale gevangenisstraf zelfs negen jaar en de maximale geldboete 76.000 euro. Bij het bepalen van de straf wordt dus rekening gehouden met de ernst van het gevolg van de gepleegde meineed.

10. Wat kunnen verdere gevolgen zijn van een veroordeling in het geval van meineed?

Naast een gevangenisstraf en/of geldboete kan vanwege meineed ook ontzegging uit bepaalde rechten door de rechter worden uitgesproken (artikel 207 lid 4 Wetboek van Strafrecht). Dit geldt bijvoorbeeld voor het bekleden van een bepaald ambt, het dienen bij de gewapende macht en voor advocaten en gerechtelijke bewindsvoerders.

Het is duidelijk dat meineed door justitie niet lichtzinnig wordt opgevat en dat meineed voor de pleger ervan blijvende gevolgen met zich mee kan brengen, zoals een strafblad.

Georgianna Verhage en Paula van der Geest zijn werkzaam bij Ten Berge Leerkotte Advocaten. Heeft u een vraag over strafrecht of wilt u reageren op deze column? Uw reactie is welkom op






[ ]

Wat is Meineed?

Meineed plegen is het afleggen van een valse eed. Meer juridisch geformuleerd: meineed is het onder ede opzettelijk een valse verklaring afleggen in die gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede verplicht stelt. Op grond van de wet kan de eed worden vervangen door een belofte of bevestiging, bijvoorbeeld wanneer men principiële bezwaren heeft tegen (het godsdienstige karakter van) de eed.

Waar zijn de regels te vinden?

De strafbepalingen met betrekking tot het plegen van meineed zijn opgenomen in het Wetboek van Strafrecht, artikelen 207, 207a en 207b. Wie meineed pleegt, begaat een misdrijf.

Wat is de sanctie?

Op het plegen van meineed staat een gevangenisstraf van maximaal zes jaar of een geldboete in de vierde categorie. Indien de valse verklaring is afgelegd in een strafzaak ten nadele van de verdachte, bedraagt de maximale gevangenisstraf negen jaar en is de maximale geldboete een boete in de vijfde categorie.
Sinds 1 januari 2016 bedraagt een geldboete in de vierde categorie maximaal 20.500 euro en een boete in de vijfde categorie maximaal 82.000 euro. Om de paar jaar wordt de hoogte van de geldboetes aangepast aan de ontwikkeling van het prijspeil.
Voor meer informatie over geldboetes zie: hoogte van boetes

Uitspraken op het gebied van meineed

Het is mogelijk om de op gepubliceerde uitspraken te doorzoeken.
Lees de uitspraken op het gebied van meineed

Recent Nederlands nieuws

Google kan doorzocht worden op Nederlands nieuws over meineed.
Bekijk het meineed-nieuws 




Een voorbeeld hiervan is te vinden in het voorschrift dat getuigen ter zitting onder ede worden gehoord (art. 290 lid 4 Sv), welk voorschrift met substantiële nietigheid wordt bedreigd nu het horen van getuigen onder ede ‘tot het wezen van het strafproces’behoort. 12. Een grondslag voor het onverkort vasthouden aan de beëdiging van getuigen ter zitting —terwijl onbeëdigde verklaringen elders evengoed voor het bewijs kunnen worden gebruikt— is ongetwijfeld mede gelegen in de fictie dat een onder ede afgelegde verklaring meer betrouwbaar is dan een niet onder ede afgelegde verklaring.

the NONE staff

- Use of the "ZIP Code" invokes Federal Jurisdiction -

Use of the ZIP Code is voluntary (see Domestic Mail Services Regulations, Section 122.32). The Postal Service can not discriminate against the non-use of the ZIP Code (see Postal Reorganization Act, Section 403 [Public Law 91-375]),

The federal government utilizes the ZIP Code to prove that you reside in a "federal district of the District of Columbia." This is why the IRS and other government agencies (both state and federal) require a ZIP Code when they assert jurisdiction by sending you a letter. Though they claim its use is to speed the mail, it is a well planned and subtle trick. It is also PRIMA FACIE EVIDENCE that you are a subject of Congress and a "citizen of the District of Columbia," who is "resident" in one of the 50 several states. U.S. "residency" was, along with U.S. "citizenship," established by the 14th Amendment. The definition of the words "resident" and "inhabitant" mean the same thing (27 Fed. Cas.#16,024 US. v. Penelope (1508)). Since nearly all exercise of jurisdiction by federal government is "Commerce Clause" based, action by the feds may only be taken upon U.S. residents. A resident is one who opens a store or takes any step preparatory to business. A resident engages in buying and selling, a commercial activity. The "step preparatory" was the "birth certificate" (another subject, for another time).

The receipt of mail with a ZIP Code is one of the requirements for the IRS to have jurisdiction to send you notices. The government can not bill an American National, as he is not within the purview of the municipal laws of the District of Columbia. In fact, the Internal Revenue Service has adopted the ZIP Code areas as Internal Revenue Districts (see the Federal Register, Volume 5 1, #53, Wednesday, March 19, 1986).

Remember, the Postal Service is a private corporation, no longer a full government agency. It is a quasi governmental agency like the Federal Reserve System, the Internal Revenue Service and the United States Marshall Service. As private corporations they are all outside the restrictions of the Federal Constitution. They are all powerful in their respective areas of responsibility to enforce collection for the federal debt.

When you use the Zip Code you are, in effect, saying openly and notoriously that you do not live in the American Republic, but instead, are a "resident" in the "state of the forum" area of the District of Columbia (a federal district). This places you within the municipal jurisdiction of the District of Columbia. Now, what is your status? Are you a "slave" and a second class citizen (so commonly referred to as a "federal or U.S. citizen") or are you an American National, in the American Republic? Don't we say: I pledge allegiance to the flag of the United States of America, and to the Republic for which it stands.....? You must decide who and what you are. The importance of exercising your claim of exemption from use of the ZIP Code can not be overstated. This is especially true when litigating federal matters. When you claim the exemption from ZIP Codes you show the status of not a U.S. resident. Many people simply leave the ZIP Code off, but this just looks like an oversight on your part, not an intentional act of claiming the exemption, and "they" will simply issue the ZIP to you.

To claim the exemption from ZIP Codes:

1) Write "c/o" before the street address.

2) Use the "postal zone" (follow the name of the city with the last 2 digits of the ZIP).

3) Spell out and underline the state.

4) Add the words ZIP EXEMPT.

5) Use upper and lower case letters with initial caps only, don't use ALL CAPS.

6) Don't appreviate Street, Highway, Avenue, etc. (optional)


1234 MAIN ST. 


c/o 1234 Main Street 
Pasadena 01, California 



Create a Free Website With JouwWeb