House of "de GHier"

Klik hier om een tekst te typen.

1 Tishri 5968

(9 september 2018)

1 Aviv 5969

(5 april 2019)

J.505 - J.536

J.585 - J.622

J.642

Klik hier om een tekst te typen.

Op den 9 Julij i.(iesus)686, sijn tot K(C)oten 
in de kercke getrout Geurt Jansz. 
van Isendoorn J:M: ende Neeltje 
Cornelis van der Coorn, J:Dr: 
dat de proclamatien alle drie ongehindert 
tot Isendoorn sijn geschiet, is ge-
bleecken uijt de verclaeringh van
dr.Pauw pred[ikan]t aldaer. 

Dit is geen 1686 maar het jaar i.(iesus)686.

10-02-i709 Huwelijk/marriage

Willem van Wachtendonck en Arnolda de Cock (van Delwijnen)

Ouders van Anna Maria. In 1 akte wordt ze als Annemie vermeld.

26-01-j738 Huwelijk/marriage

van Wouter de Gier en Anna Maria van Wachtendonck

 

1,000 years missing in our History? / Part 1

Source: https://youtu.be/OwJ5P8y7cRA

Did 1,000 years of history destroyed? Yes.Coins are one Proof. Must See to believe.

Source: https://youtu.be/7ZzZVfWsHC0

Vrede van Münster

De Vrede van Münster was een verdrag dat op 15 mei 1648 in Münster gesloten werd tussen Spanje en de Republiek der Verenigde Provinciën, waarmee aan de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de opstandelingen in de Republiek een einde kwam en de Republiek als soevereine staat erkend werd.

De pagina van het vredesverdrag van Münster met daarop de ondertekeningen en persoonlijke zegels van de onderhandelaars. Het origineel bevindt zich in het Nationaal Archief te Den Haag en beslaat in totaal zo'n veertig pagina's.
Johan van Matenesse, een van de Nederlandse onderhandelaars. Gravure naar Anselmus van Hulle.

De Vrede van Münster was onderdeel van de Vrede van Westfalen, die ook een einde maakte aan de Dertigjarige Oorlog. Zij moet niet worden verward met het Verdrag van Münster van 24 oktober 1648 tussen het Heilige Roomse Rijk en Frankrijk, dat overigens een grote overlapping had met het Verdrag van Osnabrück van dezelfde datum tussen het Heilige Roomse Rijk en Zweden. Alle zijn onderdeel van de Vrede van Westfalen.

Het verdrag tussen Spanje en de Nederlanden werd op 30 januari 1648 vastgelegd. Op 15 mei werd de vrede getekend en door Nederlandse en Spaanse gezanten met een eed bekrachtigd, onder grote belangstelling van het volk in Münster.

 

De beëdiging van het verdrag door de Spaanse en Nederlandse onderhandelaars (Gerard Terborch, 1648) De ondertekening van het vredesverdrag van Münster - de zes onderhandelaars met opgeheven vingers v.l.n.r. Willem RipperdaFrans van DoniaAdriaen Clant tot StedumAdriaen PauwJohan van Mathenesse en Barthold van Gent.

Johan van Mathenesse

Anselmus van Hulle (Gent1601) was een Vlaams kunstschilder.

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Anselmus_van_Hulle

 

De ondertekening van het vredesverdrag in (1)678 te Nijmegen. Coll. Het Valkhof

 

Begin juni 1672 veroverden Franse legers onder leiding van Lodewijk XIV alle versterkingen aan de Rijn. De vestingen bleken slecht onderhouden, de magazijnen leeg. Intussen had de bisschop van Münster de Achterhoek veroverd. Gelderland was binnen tien dagen veroverd. 

Burgers werden uitgemergeld door belastingen in geld en natura en door de verplichting soldaten in huis op te nemen. Maar de krijgskansen keerden; Spanje en het Duitse Rijk schaarden zich achter de Republiek en de Fransen trokken zich al plunderend terug. Gelderland bleef in 1674 volkomen verarmd achter. Nijmegen werd gekozen als stad waar de vredesconferentie werd gehouden voor alle staten en staatjes die bij het conflict betrokken waren geweest. De stad werd het decor van een groot toneelstuk. Op 11 augustus 1678 werd de vrede na lang onderhandelen getekend. Voor Gelderland was de vrede desastreus. Er kwam een eind aan het zelfbestuur van provincie en steden. Stadhouder Willem III mocht voortaan alle bestuurders aanstellen.

 

Source: https://mijngelderland.nl/inhoud/canons/gelderland/de-vrede-van-nijmegen

 

 

1648: Vrede van Münster : einde van de 80 jarige vrijheidsstrijd van de Nederlanden.

 
Een Spanjaard en zes Nederlanders tekenen de Spaans / Nederlandse vrede in het raadhuis van Münster
 
In de Nederlanden begon in 1568 onder leiding van Willem van Oranje een opstand tegen de Spaanse koning. De oorzaken van de opstand waren ondermeer de vervolging van de protestanten, de armoede en werkloosheid en het centraliseren van de macht onder Filips II. 80 Jaar duurde deze oorlog met een onderbreking van 12 jaar. In de eerste helft van de zeventiende eeuw was er niet alleen oorlog in de Nederlanden; ook in het Duitse keizerrijk (het Heilige Roomsche Rijk) woedde een allesvernietigende oorlog die 30 jaar zou duren. Hierbij waren ook de Fransen en de Zweden bij betrokken. Vanaf 1641 werden in Münster onderhandelingen gestart om onder andere vrede tot stand te brengen tussen de Spanjaarden en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Op 15 mei 1648 werd de Vrede van Münster getekend die een eind maakte aan de 80 jarige oorlog. Dit vredesverdrag was één van de elf verdragen die samen de Vrede van Westfalen vormden. Voor de Nederlanden betekende het dat de Republiek officieel erkend werd als soevereine staat door Spanje en de andere belangrijke Europese landen.

 

Source: http://www.europaeischer-geschichtsweg.eu/nl/geschichtsweg/details/1649

Het geloof van Willem van Oranje

 
 

Overspel

Anna van Saksen stelde de prins teleur: zij pleegde overspel met haar secretaris Jan Rubens. Rubens werd gevangengezet op de Dillenburg en Anna werd onder voogdij gezet in Saksen. Willem wilde scheiden van Anna, maar dat ging niet gemakkelijk. In die tijd was echtscheiding in principe onmogelijk. De belofte 'tot de dood ons scheidt' werd nog letterlijk opgevat. Uiteindelijk vond Willem van Oranje een commissie van predikanten die in het geheim de echtscheiding wilden uitspreken, zodat hij in 1575 kon hertrouwen met Charlotte van Bourbon. Dit huwelijk werd om begrijpelijke redenen niet erkend door de katholieke kerk.

Hertog van Anjou

Willem van Oranje voegde zich om politieke redenen naar hetgeen voor zijn positie nuttig was, schreef Jan Kikkert. Hij wilde dat katholieken en calvinisten vrijheid van belijdenis konden hebben. Willem zocht aan het einde van zijn leven aansluiting bij de katholieke hertog van Anjou, een broer van de Franse koning. De Staten-Generaal van de noordelijke Nederlandse provincies stelden hem, op aandringen van Willem van Oranje, in 1581 aan als soeverein vorst. Deze aanstelling had een tweeledig doel: de invoering van een meer gematigde godsdienstpolitiek en een sterke vriend in de oorlog met Spanje.

Acte van Verlatinghe

Op aandringen van Anjou ondertekende men in juli 1581 de 'Acte van Verlatinghe', waarin Filips II aan de kant werd gezet als heerser, maar de belangrijkste doelstelling van Willem van Oranje, toenadering tussen het protestante noorden en het katholieke zuiden, kwam niet tot stand. De tegenstellingen werden niet verkleind maar vergroot. In 1583 keerde Anjou teleurgesteld en gefrustreerd terug naar Frankrijk, waar hij een jaar later aan tuberculose overleed in Château-Thierry.

Charlotte de Bourbon

Na het vroegtijdig overlijden van Charlotte de Bourbon in 1582, trouwde Willem van Oranje op 12 april 1583 voor de vierde keer. Dit maal was Louise de Coligny de gelukkige. Zij was de dochter van de vooraanstaande protestant Gaspard de Coligny. Charlotte overleefde de prins. Zij overleed in 1620 in Fontainebleau. Haar lichaam werd naar Nederland overgebracht en bijgezet in de grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk in Delft.

Pragmatisme

De nazaten van Willem van Oranje stonden bekend als protestanten. Onder de Oranje-stadhouders kregen de protestanten een religieus monopolie. "Deze tolerantie was een pragmatische zaak," schreef Maarten van Rossem. "De regenten zagen niets in religieuze scherpslijperij en de daaruit resulterende twisten. Ruzie over de Godsdienst was slecht voor zaken." De katholieken moesten hun geloof in schuilkerken belijden. Pas in de negentiende eeuw kregen de katholieken meer vrijheden.

Communie

Aan het einde van de twintigste eeuw werd door Oranje de oude tegenstelling beëindigd, toen Juliana tijdens de huwelijksplechtigheid van haar kleinzoon Maurits met Marlène van den Broek ter communie ging. In sommige hervormde kringen sprak men er schande van, maar de actie van de voormalige vorstin maakte geen indruk meer op het Nederlandse volk. De meerderheid had zich al van de kerk afgekeerd en zo kon een klimaat ontstaan zonder morele waarden, waarin kroonprins Willem-Alexander in het huwelijk kon treden met de katholieke dochter van een juntaminister uit Argentinië.
 
 
 
 
 

Source: http://resources.huygens.knaw.nl/wvo/app/brief?nr=6004

Ewiger_Julianischer_Kalender

Adam (930)

1- 930

TR.  Eva (Heva)

Seth (912)

130-1042

TR.  Azura

Enos (905)

235-1140

TR.  Noam

Kaïnan/Kenan/Cainan (910)

325-1235

TR.  Mualeleth

Maláleël/Mahalal-el (895)

395-1290

TR.  Dinah

 Jared/Jered (962)

460-1422

TR.  Baraka

Enoch

622

TR.  Edna (dr v Danel)

Mathusala/Methúsalach (969)

687-1656

TR.  Edna (dr v Azrial)

1656 Flood/Vloed

Lamech (777

874-1651

TR.  Ashmua

Noë/Noach (950)

1056-2006

TR.  Naamah (dochter van Enoch)

Jafeth: Gomer/Zebulon 

???

TR.  Adataneses 

(moeder = Naamah)

Gomer

Jakob / Israël

???

Yahushua HaMashiach (genaamd: iesus/Jezus/Jesus)

4949/0

Ashkenaz (France, Germany)

???

Francii

i. 300

Willem de Ghier (Schepenen in Aalst)

1.280-1.337 (1.301)

Heynric die Gyer (Knaap)

i. 315 – 382  

Her Peter (Ridder)

i. 329 – 400

TR. N.N.

ca i. 350

 

Peter Her Petersz

i. 390 – 420

TR. N.N. 

ca i. 400

Hillen Petersz

i. 400 – 461

TR. (Heilwich?) (Peters) van den Poll 

ca i. 420

Peter Hillebrantsz (Rentmeester)

i. 448 – 505

TR. Heilwich 

ca i. 460 – 483

Peter Hillebrantsz de Ghier was rentmeester van Karel van Gelre

Source: http://thevulture.nl/page7.php

Karel van (Egmont) Gelre

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Karel_van_Gelre

Huis Egmont

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Huis_Egmont

Willem van Oranje trouwde met Anna van Egmont van Buren (geh. 1551–1558)

 

Hillebrant Petersz

i. 480 – 536

TR. Alit (Aleit, Aleyd)

ca i. 488 – 524

Dirk Hillebrantsz

i. 515 – 585

TR. Bertha (de) Man

ca i. 520 – 557

Hillebrant Dirksz

i. 545 – 618

TR. Lijsbeth (Claes) Corstiaans

ca i. 550 – 615

Peter (Pieter) Hillebrantsz 

i. 590 – 642

TR.  Anneken Adrijaen Cornelis (Geertruijd?)

ca i. 606 – 646 

Claes Petersz

i. 637 – 683

TR. Hilleke Willemse (Stoffels de Rou)

ca i. 637 – 683

Petri (Petrus) Claeszn

i. 673 – 743

TR. Margriet Wouterse van Delwijnen

i. 679 – 741

Wouter (Walteri) Petersz

j. (Jezus) 708 – 781

TR. Anna Maria van Wachtendonck 

j. 714 – 788*

Vader

Willem van Wachtendonck

Moeder

Arnolda de Cock

(van Delwijnen)

Peter (Wouters)

j (jezus) 754 – 821

(1754) 5703

Dorothea(e) (Theodorae) van Nes (Es)

i (iesus) 757 – 802

Nicolaas 

j (jezus) 782 – 828

Agnes Baars

i (iesus) 792 – 835

Peter de Gier

(geboren Baars)

j (jezus) 822 – 865

Maria van Nes

i (iesus) 836 – 906

Hillebrand

j (jezus) 864 – 952

Maaike van IJzendoorn

i (iesus) 866 – 915

Petrus

j (jezus) 895 – 985

Maria Elisabeth van Loey

i (iesus) 891 – 945

Joseph Hildebrand (Sjef)

j (jezus) 926 – 1002

Hubertina Josepha (Tiny)  Brands

i (iesus) 927 – 1010

Maria Rita Gertrud Petra dochter van

j (jezus) 968/969?

(1968) - 5917

(march / april 5918)

or

(september / october 5918)

16 kislev 5918

 

I found the proof that we are living in the year 5967/ 5968 (2018)

After the creation of the Heavens, Earth and Sea.

 

Because Rosh Ha Sjana is later in the year.

- Gregorian calendar begins in January 5967 (2018),

- Jewish calendar begins in September / October

- YHWH HIS calendar begins in March / April 5968 (2018).

Zaltbommelse almanak 1756-01-01 Pagina 7

1756 - 5705 (5706)

1 Tebet(h) 5967 - 17 Januari 2018

1 Nisan 5968 - 17 maart 2018

1 Tishri 5968 - 9 september 2018

 

5705 - 756 = 4949

Jesus is born in the year 4949/4950 after creation

4949/4950 depents on when the year starts.

 

 

Na het begin der nieuwe stijl:

(1)756-174 = 582

https://en.wikipedia.org/wiki/Adoption_of_the_Gregorian_calendar

 

Na de opkomst van Mahomet (Mohammed)

(1)756 - (1)136 = 620

Mahomet

  1. (obsolete or archaic) Alternative spelling of Muhammad (the prophet who introduced Islam).

Source: https://en.wiktionary.org/wiki/Mahomet

https://nl.wikipedia.org/wiki/Mohammed

 

Moehammad ibn 'Abd Allah ibn 'Abd al-Moettalib ibn Hasjim ibn 'Abd Manaf al-Koeraisji) (Mekka, ca. 570 - Medina8 juni 632),

 

In 620 en 621 ontving Mohammed delegaties uit Yathrib (later Medina genoemd), waarvan de leden tot de islam overgingen en die de moslims uit Mekka hulp en bescherming aanboden. Dit stelde de moslims in de gelegenheid om naar Yathrib uit te wijken. Op het moment dat zijn vijanden hadden besloten om Mohammed gezamenlijk te vermoorden, vertrok hij in 622 naar Yathrib. Samen met Aboe Bakr wist Mohammed aan zijn belagers te ontkomen en 's nachts vertrok hij in zuidelijke richting, om zijn achtervolgers op een dwaalspoor te zetten. In een grot voorkwamen een spin en een rotsduif de ontdekking van deze schuilplaats door een web en een nest aan de ingang van de grot te maken. Zijn achtervolgers kregen zo de indruk dat de grot reeds lang niet meer betreden was.

Deze migratie staat bekend als de hidjra en is later als begin van de islamitische jaartelling gaan gelden.

 

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Mohammed

 

Lunario Novo, Secondo la Nuova Riforma della Correttione del l'Anno Riformato da N.S. Gregorio XIII, printed in Rome by Vincenzo Accolti in 1582, one of the first printed editions of the new calendar.

Source: https://en.wikipedia.org/wiki/Adoption_of_the_Gregorian_calendar#/media/File:Reforma_Gregoriana_del_Calendario_Juliano.jpg

Zaltbommelse almanak (i.800) 1.800-01-01 Pagina 3

 

Over het ontstaan van Rome doen veel verhalen de ronde. Volgens de legende opgetekend door de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (rond 59 v.Chr. - 17 n.Chr.) in zijn geschiedenis van Rome (Latijn: Ab urbe condita; Nederlands: Vanaf de stichting van de stad) is de stad in 753 v.Chr. gesticht door Romulus en Remus. Volgens archeologen ontstond Rome in vier fases:

 

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Rome_(stad)

 

Grondlegging van Romen           2553 (2553 - 1800 = 753)

 

De juliaanse kalender is genoemd naar Julius Caesar, die hem in zijn hoedanigheid van pontifex maximus (hoofd van de Romeinse eredienst) in 45 v.Chr. invoerde als finale correctie op de Romeinse versie van de Egyptische kalender. Die was eerder reeds door Alexander de Grote onder invloed van het Hellenisme over het hele Middellandse Zeegebied verbreid geraakt.

 

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Juliaanse_kalender

 

Caesars tijdrekening                   i.844 (844 - i.800 = 44)

                                                         (i.800 - i.614 = 186)

De gregoriaanse kalender, genoemd naar paus Gregorius XIII die hem in 1582 afkondigde, is in bijna alle landen van de wereld de officiële kalender. Niettemin zijn er landen die naast de gregoriaanse kalender voor religieuze doeleinden een andere kalender gebruiken.

 

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gregoriaanse_kalender

 

Gregoriaanse kalender                 i.582  (i.800 - 217 = 583)

 

De eerste Olympische Spelen worden traditioneel geplaatst in 776 v.Chr.[1] en zouden ononderbroken worden gehouden tot 393 n.Chr., kort nadat keizer Theodosius I in een edict had bevolen dat alle cultusplaatsen van de oude Griekse godsdienst moesten worden verlaten. Hij verbood alle heidense spelen.[2]

 

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Olympische_Spelen_in_de_Klassieke_Oudheid

 

De eerste olympische speeltijd                 2575 (2575 - 1.800 = 775)

 

Tussen 1775 en 1783 was de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog aan de gang in de dertien koloniën aan de oostkust van Amerika. De oorlog werd gevoerd tussen de Amerikaanse inwoners van deze koloniën en de toen nog heersende Britten. De reden voor de oorlog was de wil van de Amerikanen om onafhankelijk te worden.

 

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Amerikaanse_Onafhankelijkheidsverklaring

 

Internationale oorlog

De Fransen voerden direct strijd tegen Groot-Brittannië. De oorlog spreidde zich ook uit naar Europa, haar kolonies in Amerika en India. In 1778 werd de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog dus een internationale oorlog. Ook Spanje (1779) en de Republiek der Nederlanden (1780) besloten de Amerikanen te steunen in hun strijd en de anti-Britse alliantie aan te gaan. De Republiek wilde aanvankelijk neutraal blijven. Maar in 1780 veranderde dat. De Republiek kreeg steeds minder grip op de hegemonie op zee, in het voordeel van Groot-Brittannië. Het resultaat was de Vierde Engelse oorlog tussen Groot-Brittannië en de republiek die duurde tot 1784.

 

Source: https://isgeschiedenis.nl/nieuws/amerikaanse-onafhankelijkheid-mede-dankzij-de-fransen

 

Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring   (1.800 - 22 = 1.778)

 

Mahomets vlugt                                          (1.800 - 1.177 = 623)

Hij vertrok in 622 naar Yathrib.

Zaltbommelse almanak 1769-01-01 Pagina 5

 

 

De heraldiek is omstreeks j.100 ontstaan.
Wapenschilden zijn maar kort het exclusieve domein van de ridderstand geweest. 
Al in de j.3e eeuw gingen ook steden of gilden en sommige burgers een wapen gebruiken. 
Ook staten kregen een wapen. Daarbij werd meestal gebruik gemaakt van het wapen van de vorst.

 

LB= vader (Hillen Petersz de Gier)     RB= moeder
LO= Grootmoeder van vader     RO= Grootmoeder van moeder

St. Maartenskerk te Zaltbommel

 
Een ZERK van onze familie waar ooit 5 lichamen onder begraven waren.
De vijf op de zerk genoemde personen vormen een recht stamreeks van het geslacht de Ghier.
- Peter de Ghier 16 mrt  j. 505  
(Rentmeester van Karel van Gelre)
Ann j.5 c en 5 op te 16e dach in de mert
Sterf Peter de Ghier bidt voer de ziel
Hertogelijk Gelders Rentmeester Zaltbommel
- Hillebrant de Ghier 8 okt j. 536  
(Rentmeester van Karel van Gelre)
Hier leyt begraven Hillebrant de Ghier die sterf Anno j.536 den 8 octbr
Hertogelijk Gelders rent meester, burgemeester en schepen van Zaltbommel. Collator der vicarie op het H. Geest altaar te Driel
- Dirck de Ghier 27 jan j. 585 
(Schepen, burgemeester, gasthuismeester en heilige geestmeester)
A° j.585 sterf Dirck de Ghier de 27 dach januari.
- Hubert de Ghier 13 july j. 622
Hubert de Ghier richter in Bommelerweert sterf den 13 july j.622
- Dyderick de Ghier 23 jan j. 642
Dyderick de Ghier der rechten doctor secretari in Tuyl lantschrijver van Boemel en de Tielerweerden sterf 23 janw j.642

Ik stam persoonlijk rechtstreeks af van de eerste eerste 3 vanaf daar buigt mijn stamreeks af naar een andere zoon van Dirk de Ghier j. 585.
De ZERK is in stukken geraakt door ondoordachtzaamheid en ruwe behandeling tijdens het terugleggen van de familie zerken in de kerk nadat men de inhoud van de graven weghaalden en het met zand opvulden. Ze staan ook allemaal niet meer op hun oorspronkelijke plek. Wat ik hoogst persoonlijk heel erg zonde vindt, maar dat is natuurlijk ook heel persoonsgebonden.

 

 

My other website: http://thevulture.nl/page1.php

Paypal: https://www.paypal.me/MaritadeGier

Patreon: https://www.patreon.com/minister_marita

You Tube: https://www.youtube.com/user/cybpy

You tube: https://youtu.be/NzRtmk4t2Nc

My King is Yahushua Hamashiach

and NOT Willem Alexander

and their MAN MADE LAWS.

Scripture references:

Hosea 4: (KJV)

6 My people are destroyed for lack of knowledge: because thou hast rejected knowledge, I will also reject thee, that thou shalt be no priest to me: seeing thou hast forgotten the law of thy God, I will also forget thy children.

 

John 15: (KJV)

16 Ye have not chosen me, but I have chosen you, and ordained you, that ye should go and bring forth fruit, and that your fruit should remain: that whatsoever ye shall ask of the Father in my name, he may give it you.

 

2 Corinthians 3: (KJV)

6 Who also hath made us able ministers of the new testament (Covenant); not of the letter, but of the spirit: for the letter killeth, but the spirit giveth life.

 

17 The same followed Paul and us, and cried, saying, These men are the servants (ministers) of the most high God, which shew unto us the way of salvation.
 
Also we inform you that it shall not be lawful to impose tax, tribute, or custom on any of the priests, Levites, singers, gatekeepers, Nethinim, or servants (ministers) of this house of God.

 

1 Corinthians 7:

23 Ye are bought with a price; be not ye the servants (minister) of men.

24 Brethren, let every man, wherein he is called, therein abide with God.

 

Strong's H8334 - sharath שָׁרַת

 minister (v) (62x), minister (n) (17x), serve (8x), servant (5x), service (3x), servitor (1x), waited (1x).

 

Matthew 18:

15 Moreover if thy brother shall trespass against thee, go and tell him his fault between thee and him alone: if he shall hear thee, thou hast gained thy brother.

16 But if he will not hear thee, then take with thee one or two more, that in the mouth of two or three witnesses every word may be established.

17 And if he shall neglect to hear them, tell it unto the church: but if he neglect to hear the church, let him be unto thee as an heathen man and a publican.

18 Verily I say unto you, Whatsoever ye shall bind on earth shall be bound in heaven: and whatsoever ye shall loose on earth shall be loosed in heaven.

19 Again I say unto you, That if two of you shall agree on earth as touching any thing that they shall ask, it shall be done for them of my Father which is in heaven.

20 For where two or three are gathered together in my name, there am I in the midst of them.

 

If thy brother shall trespass against thee (Matthew 18 15-20):

  • go and tell him his fault between thee and him alone

if he shall hear thee, thou hast gained thy brother.

  • then take with thee one or two more

that in the mouth of two or three witnesses every word may be established

  • tell it unto the church

but if he neglect to hear the church, let him be unto thee as an heathen man and a publican

 

Whatsoever ye shall bind on earth shall be bound in heaven: and whatsoever ye shall loose on earth shall be loosed in heaven.

That if two of you shall agree on earth as touching any thing that they shall ask, it shall be done for them of my Father which is in heaven.

For where two or three are gathered together in my name, there am I in the midst of them.

 

If you are doing it for the money

You cannot serve 2 gods.

Is it the money god Mammon or is it our maker YHWH /הויה.

 

Matthew 6:

24 No man can serve two masters: for either he will hate the one, and love the other; or else he will hold to the one, and despise the other. Ye cannot serve God and mammon.

 

Luke 16:

13 No servant can serve two masters: for either he will hate the one, and love the other; or else he will hold to the one, and despise the other. Ye cannot serve God and mammon.

 

Acts 4:

26 The kings of the earth stood up, and the rulers were gathered together against the Lord/הויה/Yahuwua, and against his Christ/Yahushua

 

Psalm 118:

8 It is better to trust in the LORD/הויה than to put confidence in man.

9 It is better to trust in the LORD/הויה than to put confidence in princes.

 

Deuteronomium 4: (KJV)

1 Now therefore hearken, O Israel, unto the statutes and unto the judgments, which I teach you, for to do them, that ye may live, and go in and possess the land which the LORD God of your fathers giveth you.

2 Ye shall not add unto the word which I command you, neither shall ye diminish ought from it, that ye may keep the commandments of the LORD your God which I command you.

 

Matthew 5:
18 For verily I say unto you, Till heaven and earth pass, one jot or one tittle shall in no wise pass from the law, till all be fulfilled.

 

Deuteronomium 12: (KJV)

32 What thing soever I command you, observe to do it: thou shalt not add thereto, nor diminish from it.

 

Exodus 20: (KJV)

3 Thou shalt have no other gods before me.

4 Thou shalt not make unto thee any graven image, or any likeness of any thing that is in heaven above, or that is in the earth beneath, or that is in the water under the earth:

5 Thou shalt not bow down thyself to them, nor serve them: for I the LORD thy God am a jealous God, visiting the iniquity of the fathers upon the children unto the third and fourth generation of them that hate me;

 

Leviticus 18: (KJV)

3 After the doings of the land of Egypt, wherein ye dwelt, shall ye not do: and after the doings of the land of Canaan, whither I bring you, shall ye not do: neither shall ye walk in their ordinances.

4 Ye shall do my judgments, and keep mine ordinances, to walk therein: I am the LORD your God.

 

Ezechiel 33: (KJV)

1 Again the word of the LORD came unto me, saying,

2 Son of man, speak to the children of thy people, and say unto them, When I bring the sword upon a land, if the people of the land take a man of their coasts, and set him for their watchman:

3 If when he seeth the sword come upon the land, he blow the trumpet, and warn the people;

4 Then whosoever heareth the sound of the trumpet, and taketh not warning; if the sword come, and take him away, his blood shall be upon his own head.

5 He heard the sound of the trumpet, and took not warning; his blood shall be upon him. But he that taketh warning shall deliver his soul.

6 But if the watchman see the sword come, and blow not the trumpet, and the people be not warned; if the sword come, and take any person from among them, he is taken away in his iniquity; but his blood will I require at the watchman's hand.

7 So thou, O son of man, I have set thee a watchman unto the house of Israel; therefore thou shalt hear the word at my mouth, and warn them from me.

8 When I say unto the wicked, O wicked man, thou shalt surely die; if thou dost not speak to warn the wicked from his way, that wicked man shall die in his iniquity; but his blood will I require at thine hand.

9 Nevertheless, if thou warn the wicked of his way to turn from it; if he do not turn from his way, he shall die in his iniquity; but thou hast delivered thy soul.

10 Therefore, O thou son of man, speak unto the house of Israel; Thus ye speak, saying, If our transgressions and our sins be upon us, and we pine away in them, how should we then live?

 

Deuteronomium 30: (KJV)

15 See, I have set before thee this day life and good, and death and evil;

16 In that I command thee this day to love the LORD thy God, to walk in his ways, and to keep his commandments and his statutes and his judgments, that thou mayest live and multiply: and the LORD thy God shall bless thee in the land whither thou goest to possess it.

17 But if thine heart turn away, so that thou wilt not hear, but shalt be drawn away, and worship other gods, and serve them;

18 I denounce unto you this day, that ye shall surely perish, and that ye shall not prolong your days upon the land, whither thou passest over Jordan to go to possess it.

19 I call heaven and earth to record this day against you, that I have set before you life and death, blessing and cursing: therefore choose life, that both thou and thy seed may live:

 

James 2: (KJV)

8 If ye fulfil the royal law according to the scripture, Thou shalt love thy neighbour as thyself, ye do well:

9 But if ye have respect to PERSONS, ye commit sin, and are convinced of the law as transgressors.

10 For whosoever shall keep the whole law, and yet offend in one point, he is guilty of all.

 

Devarim 16: (Deuteronomy):

19 Thou shalt not wrest judgment; thou shalt not respect PERSONS, neither take a gift: for a gift doth blind the eyes of the wise, and pervert the words of the righteous.

 

Devarim (Deuteronomy):

1:17  לֹֽא־תַכִּירוּ פָנִים בַּמִּשְׁפָּט כַּקָּטֹן כַּגָּדֹל תִּשְׁמָעוּן לֹא תָגוּרוּ מִפְּנֵי־אִישׁ כִּי הַמִּשְׁפָּט לֵאלֹהִים הוּא וְהַדָּבָר אֲשֶׁר יִקְשֶׁה מִכֶּם תַּקְרִבוּן אֵלַי וּשְׁמַעְתִּֽיו׃

17 Ye shall not respect PERSONS in judgmentbut ye shall hear the small as well as the great; ye shall not be afraid of the face of man; for the judgment is God's: and the cause that is too hard for you, bring it unto me, and I will hear it.

"Je zult geen PERSONEN in het gericht respecteren, maar gij zult zowel het kleine als het grote horen; gij zult niet bang zijn voor het aangezicht van de mens; want het oordeel is van God; en de oorzaak die te zwaar voor u is, breng het tot mij en ik zal het horen".

 

Acts 10: (KJV)

34 Then Peter opened his mouth, and said, Of a truth I perceive that God is no respecter of PERSONS:

35 But in every nation he that feareth him, and worketh righteousness, is accepted with him.

 

Romans 2: (KJV)

11 For there is no respect of PERSONS with God.

 

Matthew 22: (KJV)

16 And they sent out unto him their disciples with the Herodians, saying, Master, we know that thou art true, and teachest the way of God in truth, neither carest thou for any man: for thou regardest not the PERSON of men.

 

2Samuel 14: (KJV)

14 For we must needs die, and are as water spilt on the ground, which cannot be gathered up again; neither doth God respect any PERSON: yet doth he devise means, that his banished be not expelled from him.

 

Deuteronomium 1: (KJV)

17 Ye shall not respect PERSONS in judgment; but ye shall hear the small as well as the great; ye shall not be afraid of the face of man; for the judgment is God's (Judge/Elohim): and the cause that is too hard for you, bring it unto me, and I will hear it. (Moses)

 

Numbers 27:

5 Moses brought their (court) case before the LORD/הויה.

 

Job 32:
21 Let me not, I pray you, accept any man's person, neither let me give flattering titles unto man.
22 For I know not to give flattering titles; in so doing my maker would soon take me away.

 

Deuteronomium 10: (KJV)

11 And the LORD said unto me, Arise, take thy journey before the people, that they may go in and possess the land, which I sware unto their fathers to give unto them.

12 And now, Israel, what doth the LORD thy God require of thee, but to fear the LORD thy God, to walk in all his ways, and to love him, and to serve the LORD thy God with all thy heart and with all thy soul,

13 To keep the commandments of the LORD, and his statutes, which I command thee this day for thy good?

14 Behold, the heaven and the heaven of heavens is the LORD'S thy God, the earth also, with all that therein is.

15 Only the LORD had a delight in thy fathers to love them, and he chose their seed after them, even you above all people, as it is this day.

16 Circumcise therefore the foreskin of your heart, and be no more stiffnecked.

17 For the LORD your God is God of gods, and Lord of lords, a great God, a mighty, and a terrible, which regardeth not PERSONS, nor taketh reward: (Ye shall not respect PERSONS in judgment/Je zult geen personen in het gericht respecteren.)

18 He doth execute the judgment of the fatherless and widow (Single woman/moms), and loveth the stranger, in giving him food and raiment.

 

Joshua 8: (NET)
33 All the people, rulers, leaders, and judges were standing on either side of the ark, in front of the Levitical priests who carried the ark of the covenant of the LORD. Both resident foreigners and native Israelites were there. Half the people stood in front of Mount Gerizim and the other half in front of Mount Ebal, as Moses the LORD's servant had previously instructed to them to do for the formal blessing ceremony.

(KJV)

33 And all Israel, and their elders, and officers, and their judges, stood on this side the ark and on that side before the priests the Levites, which bare the ark of the covenant of the LORD, as well the stranger, as he that was born among them; half of them over against mount Gerizim, and half of them over against mount Ebal; as Moses the servant of the LORD had commanded before, that they should bless the people of Israel.

34 And afterward he read all the words of the law, the blessings and cursings, according to all that is written in the book of the law.
35 There was not a word of all that Moses commanded, which Joshua read not before all the congregation of Israel, with the women, and the little ones, and the strangers that were conversant among them.

 

Ezra 7: (KJV)

23 Whatsoever is commanded by the God of heaven, let it be diligently done for the house of the God of heaven: for why should there be wrath against the realm of the king and his sons?

24 Also we certify you, that touching any of the priests and Levites, singers, porters, Nethinims, or ministers of this house of God, it shall not be lawful to impose toll, tribute, or custom, upon them.

25 And thou, Ezra, after the wisdom of thy God, that is in thine hand, set magistrates and judges, which may judge all the people that are beyond the river, all such as know the laws of thy God; and teach ye them that know them not.

26 And whosoever will not do the law of thy God, and the law of the king(? zie hieronder voor de vertaling), let judgment be executed speedily upon him, whether it be unto death, or to banishment, or to confiscation of goods, or to imprisonment.

 

Isaiah 43:

15 I am the יְהֹוָה (LORD), your Holy One, the creator of Israel, your King.

 

Psalm 148:

11 Kings of the earth, and all people; princes, and all judges of the earth:

12 Both young men, and maidens; old men, and children:

13 Let them praise the name of the יְהֹוָה (LORD): for his name alone is excellent; his glory is above the earth and heaven.

14 He also exalteth the horn of his people, the praise of all his saints; even of the children of Israel, a people near unto him. Praise ye the יְהֹוָה (LORD).

 

(Ezr 7:26 (WLC/Hebreeuws)

וְכָל־דִּי־לָא לֶהֱוֵא עָבֵד דָּתָא דִֽי־אֱלָהָךְ וְדָתָא דִּי מַלְכָּא אָסְפַּרְנָא דִּינָה לֶהֱוֵא מִתְעֲבֵד מִנֵּהּ הֵן לְמֹות הֵן לשֶׂרשֶׂו הֵן־לַעֲנָשׁ נִכְסִין וְלֶאֱסוּרִֽין׃ פ

 

Ezra 7:26 (google translate)

And all that is not to be worshiped by the Lord, the Lord is your God, and the judge is the one who is going to be a slave to us, so that he may become a servant from us, and they will die for his inheritance, for they will be punished, and they will be imprisoned.

 

Ezra 7:26 (google vertalen)

En alles wat niet door de Heer dient te aanbidden, de Heer is uw God, en de rechter is degene die ons een slaaf zal zijn, zodat hij een dienstknecht van ons kan worden, en zij zullen voor zijn erfdeel sterven, want zij zullen gestraft worden en zij zullen gevangen worden.)

 

Romans 13:

1 Let every soul be subject unto the higher powers. For there is no power but of God: the powers that be are ordained of God.

2 Whosoever therefore resisteth the power, resisteth the ordinance of God: and they that resist shall receive to themselves damnation.

3 For rulers are not a terror to good works, but to the evil. Wilt thou then not be afraid of the power? do that which is good, and thou shalt have praise of the same:

4 For he is the minister of God to thee for good. But if thou do that which is evil, be afraid; for he beareth not the sword in vain: for he is the minister of God, a revenger to execute wrath upon him that doeth evil.

 

John 6:

45 It is written in the prophets, And they shall be all taught of God. Every man therefore that hath heard, and hath learned of the Father, cometh unto me.

 

Psalm 1:

1 Blessed is the man who walks not in the counsel of the wicked, nor stands in the way of sinners,

nor sits in the seat of scoffers;

2 but his delight is in the law of the LORD (יְהֹוָה), and on his law he meditates day and night.

3 He is like a tree planted by streams of water that yields its fruit in its season, and its leaf does not wither. In all that he does, he prospers.

 

Matthew 15:

9 in vain do they worship me, teaching as doctrines the commandments of men.’”

 

Leviticus 25:

55 For it is to me that the people of Israel are servants. They are my servants whom I brought out of the land of Egypt: I am the LORD your God.

 

Isaiah 45: (KJV)

5. I am the LORD (יְהֹוָה), and there is none else, there is no God beside me:

 

Isaiah 44:6 (KJV)

Thus says the LORD, the King of Israel and his Redeemer, the LORD of hosts: 'I am the first and I am the last, And there is no God besides Me.

 

Exodus 34: (KJV)

14. For thou shalt worship no other god: for the LORD, whose name is Jealous, is a jealous God:

 

Strong's H7065 - qana'

קָנָא

to envy, be jealous, be envious, be zealous

(Piel)

to be jealous of

to be envious of

to be zealous for

to excite to jealous anger

(Hiphil) to provoke to jealous anger, cause jealousy

 

adjective

1.

full of, characterized by, or due to zeal; ardently active, devoted, or diligent.

Synonyms: enthusiastic, eager, fervid, fervent, intense, passionate, warm.

Antonyms: apathetic; lackadaisical.

 

Luke 2:

51 And he went down with them, and came to Nazareth, and was subject unto them: but his mother kept all these sayings in her heart.

 

Luke 10:

17 And the seventy returned again with joy, saying, Lord, even the devils are subject unto us through thy name.

20 Notwithstanding in this rejoice not, that the spirits are subject unto you; but rather rejoice, because your names are written in heaven.

 

1 Corinthians 15:

28 And when all things shall be subdued unto him, then shall the Son also himself be subject unto him that put all things under him, that God may be all in all.

 

Ephesians 5:

24 Therefore as the church is subject unto Christ, so let the wives be to their own husbands in every thing.

 

1Peter 3:

22 Who is gone into heaven, and is on the right hand of God; angels and authorities and powers being made subject unto him.

 

Mark 15:

2 And Pilate asked him, Art thou the King of the Jews? And he answering said unto him, Thou sayest it.

3 And the chief priests accused him of many things: but he answered nothing.

 

Waar is het bewijs dat wij BURGERS kiezen? Owh die POEP verkiezingen die NEP zijn.

Wij zijn een Democratie? De volkssoevereiniteit is niet vastgelegd sinds 1814.

Bovendien is Nederland onder de macht van het Vaticaan sinds 1815.

 

Soeverein

 

This is how you make a Biblical ID for yourself. Fill in the green places with your own information.

 

First Name:                             A Minister of הוֹשׁוּעַ (Yahushua) מָשִׁיחַ (Ha-Mashiach), Marita 

                                                (Exodus 17:9, Isaiah 45:1, James 2:9, Deuteronomy 16:19, Revelation 18) 

                                                (Cestui Que Vie Act 1.666 -1.666 CHAPTER 11 18 and 19 Cha 2)

Last name/given/Surname:  בַּת/bath/daughter of Sjef from the congregation/tribe/עֵדָה/`edah of the children of Israel 

                                                (Job 32:21-22, Isaiah 44:1-8, Exodus 17:1) 

                                                house of de Ghier (1 kings 12:19)

 

Nationality:                           עִבְרִי/`Ibriy/Hebrew (Exodus 9:1, Jonah 1:9, Romans 11)

                                               Temple of the ‎רוּחַ הַקֹּדֶשׁ (Holy Ghost/ Ruach Hakodesh) (1 Corinthians 6:19)

                                               Received from יְהֹוָה (Yahweh) (Acts 5:32, 2 Corinthians 6:16) 

                                               my אֱלֹהִים (Elohiym/God/Judge) (Leviticus 11:44) Article 4 and 15 (UVRM)

 

Inhabitant of the land of:     אֶרֶץ / Earth (Isaiah 24:17; 26:21, Psalm 33:13-14, Deuteronomy 10:14)

Domicile/sojourn:                 on the land of South Holland near Rotterdam

                                               (Genesis 26:3, Exodus 12:48, Leviticus 19:33-37) Artikel 13 (UVRM)

 

Conceived:                          Allegedly (Nowhere in scriptures are birthdays mentioned except for kings and Job:

                                              Genesis 40:20, Mark 6:21, Matthew 14:6, Job 1:4-5)

Born in:                                Eindhoven on a ship,  South East of the province of North-Brabant 

                                              (Genesis 48:5, 1 Chronicles 3:1, Matthew 2:1)

 

Finished:                               Mavo 4 D-niveau in 1987

Hight:                                    160 cm (5' 3")                 

Hair:                                       Brwn                   

Eyes:                                     Grey/Blue

 

Seal:

Name:               יְהֹוָה יְהוֹשׁוּעַ (YHWH / Yahushua) (Luke 13:35)

Title:                 Wonderful, Counsellor, The mighty God, The everlasting Father, The Prince of Peace.

                          KING OF KINGS AND LORD OF LORDS

                          (Isaiah 9:6, Exodus 20:11, Isaiah 43:15, Psalm 148:11-14, 1 Timothy 6:15, Revelation 19:16)

Territory:           Heavens, Earth and Sea: (Global jurisdiction/Wereldwijde jurisdictie).(Exodus 19:5)

 

 

 

Source: Make a common law identification card provided by NSEA.US 

English version

I am Hamashiach's minister (1 Timothy 4:6) and that I am the descendant of the sovereign יְהֹוָה.

He (Lord יְהוֹשׁוּעַ /Yahushua Ha Mashiach) shall shew (prove), who is the blessed and only Potentate (Sovereign), the King of kings, and Lord of lords;                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

 

For יְהֹוָה (LORD) my God (אֱלֹהִים) is God of gods, and Lord of lords, a great God, a mighty, and a terrible, which regardeth not persons, nor taketh reward: (Deuteronomy 10:17) It is the Royal Law (Torah) according to the scriptures that I shalt love my neighbour as myself and if I have respect to PERSONS, I commit sin, and am convinced of the law as transgressors.

For whosoever shall keep the whole law, and yet offend in one point, he is guilty of all (James 2:8-9, Deuteronomy 16:19).

 

I am obeying the Voice of יְהֹוָה and keep His Covenant that is why I am a peculiar treasure above all people because all the earth is His and it is agreed by me that in my private capacity that I belong to a kingdom of priests a Holy Nation (Exodus 19:5-6).

 

יְהוֹשׁוּעַ gave me power against unclean spirits, to cast them out, and to heal all manner of sickness and all manner of disease to heal the sick, cleanse the lepers, raise the dead, cast out devils I have it freely received and freely will give it (Matthew 10:1+8).

Strong's H8334 – sharath שָׁרַת

minister (v) (62x), minister (n) (17x), serve (8x), servant (5x), service (3x), servitor (1x), waited (1x).

 

I am chosen and ordained byיְהֹוָה (John 15:16) to be a minister (Servant) of the (new) renewed Covenant (2 Corinthians 3:6) in which the LAWS (Torah) of יְהֹוָה are written in my heart (Jeremiah 31:31-33) I am a servant/minister from the Most High God (Acts 16:17) and it shall not be lawful to impose tax, tribute, or custom on any of the servants (ministers) of this house of God. (Ezra 7:24) I am bought with a price; and I am not to be the servants (minister) of men. (1 Corinthians 7:23) The testimony is bound up and the תּוֹרָה (Torah/LAW) is sealed within me as his disciple (Isaiah 8:16).

 

My authority comes from the most high god יְהֹוָה (acts 16:17) and he is King of Kings and LORD of Lords, the LORD that is within this vessel that I speak from. I am being sanctified by the Holy Ghost. (Romans 15:16). I am baptized with the Holy Ghost (Acts 1:2). The Holy Ghost, whom יְיְהֹוָה has send in יְהוֹשׁוּעַ (Yahushua’s) name is my comforter and shall teach me all things in remembrance what יְהוֹשׁוּעַ said. (John 14:26).

 

My body is the temple of the Holy Ghost which is in me. (1Corinthians 6:19) He (יְהוֹשׁוּעַ) through the Holy Ghost had given commandments unto the apostles whom he had chosen: (Acts 1:2) I am his witnesses of these things; and so is also the Holy Ghost, whom God gives to them that obey him. (Acts 5:32) I received power, after that the Holy Ghost came upon me. (Acts 1:8)

 

My Creator (Genesis 1: 1), Maker (Isaiah 54: 5), Judge, Lawgiver and King (Isaiah 33:22, Tobit 3: 1-6, Psalm 7), Abba (Father) (Romans 8: 14-17), Husband (Isaiah 54: 5), Brother (Matthew 12:50) and God (אֱלֹהִים 'elohiym / judge) (Exodus 6: 1-7) is JWHW (יהוה) (Exodus 6: 1-7). He is the God of the gods, Lord of Lords, a great Mighty and a Supreme God who does not respect PERSONS in judgment (Deuteronomy 10:17) who does the law of the widow (single parent / wife) and the stranger loves to give me bread and clothing (Deuteronomy 10:18) and I abide by HIS right system (Ezekiel 44: 23-24, Matthew 10: 1-42, Deuteronomy 12:32, 5: 27-33) Leviticus 26: 1-13).

 

My King and Brother (Matthew 12:50, Isaiah 43:15) Yahushua / Yeshua / Jesus is King of Kings (Revelation 19:16). His titles will be: Wonderful, Counsellor, The mighty God, The everlasting Father, The Prince of Peace. (Isaiah 9:6). To him is given all power in heaven and on earth (Matt. 28: 18-20). Yahushua / Jesus it is Who is the faithful Witness and the Firstborn from the dead and the Chief of the Kings of the earth. To Him who loved us, and washed us from our sins in His blood. And Who made us kings and priests to be God's Father (Revelation 1: 5-6).

 

I am the sister and mother of Yahushua (Matthew 12:50) and I have been given the freedom to be servants of God and Yahushua (1Petrus 2:16, Matthew 10: 24-25, John 15:16, 13: 3- 17 {16]) and a servant is not greater than his lord (John 15:20) and He has sent us (John 20:21) and has sent us into service, and over all the power of the enemy; and no thing will damage us (Luke 10:19).

He has made us sick to heal, to cleanse lepers, to cast out on the devils (demons). The Word says, "You did not say it, do not care." (Matthew 10: 1 + 8)

 

 
The Spirit (h7307 רוּחַ ruwach) of God (h410 אֵל 'el) hath made me (h6213 עָשָׂה `asah),
and the breath (5397 נְשָׁמָה nĕshamah) of the Almighty (h7706 שַׁדַּי Shaddayhath given me life (h2421 חָיָה chayah).
(Job 33:4) 

I am a woman (אָדָם) with a body of flesh and blood / soul (Leviticus 17:11) (Genesis 9: 4-6), for God has made man in His image with the Holy Spirit am I His witness unto the uttermost part of the earth. (Acts 1: 8) I can judge everything and myself I will not be judged by anyone. (1 Corinthians 2:15) I have a natural (seeded) and spiritual (cheerful) body (1 Corinthians 15: 1-58 [44]) and He (Yahushua) our God His Father (YHWH) has made us kings and priests and we will rule as kings on the earth (Revelation 5:10), for behold from my God, from YHWH the heaven, and the heaven of heavens, and also from the earth, and with all that is in it is Sovereign. (Deuteronomy 10:14) We will be a priestly kingdom and a holy people (Exodus 19: 6). He has sealed the law among his disciples (Isaiah 8:16). This is the Covenant that YHWH made with the House of Israel and Judah that His law is given within me and written in my heart, He is my God (Judge שָׁפַט / Elohim אֱלֹהִים) and I belong to HIM (יְהֹוָה). (Jeremiah 31: 31-33) and Yahushua / Jesus gave me the Holy Spirit because I kept His rules and asked YHWH to receive them (Luke 11:13, Acts 5:32). Yahushua baptized me with the Holy Spirit and with fire in the name of (Father) YHWH) Son (Yahushua) and the Holy Spirit (Luke 3:16, Matthew 28:19) this is a seal of God with which I am sealed until the day of redemption (Efeziers 4:30).

 

My body is the Temple of the Holy Spirit of יהוה that no one can violate, otherwise יהוה will violate the one

(1 Corinthians 3: 16-17, 1 Corinthians 6: 19-20). This is the Holy Spirit (the comforter) who teaches me everything (John 14:26) Which יהוה has sent in Yahushua's name and He will teach me everything I need to know and do according to HIS WILL.

God / יהוה is Sovereign (I Chronicles 29: 11-12, I Samuel 2: 6-8, Psalms 50) and I am HIS servant (Matthew 10: 24-25, John 15:16 + 20, John 13: 3- 17 {16]) of יהוה (YHWH) my God. Thus by the grace of God (YHWH / יהוה and God / ELOHIM), that makes me a Priest, King's Son and Princess and thus Sovereign. 

We are the heirs of the sovereign God יְהֹוָה His Kingdom. (James 2: 5, Romans 8:17, Galatians 3:29)

 

This makes me Sire / Majesty 'Queen by the grace of God'. In this way I acknowledge that there is no government or authorities on this earth except God יְהֹוָה, HIS government and I realize that as a Queen I do not reign by the grace of pope, church, entity, demons, fallen angels, entities or man, but in that from the King of kings Yahushua יהוה his son. (Matt. 3:17, Matthew 17: 5, Isaiah 33:22, Tobit 3: 1-6, Psalm 7, Revelation 1: 5).

 

For I am sure that neither death nor life, nor angels, nor authorities, nor powers, nor present, nor future, nor height, nor depth, nor any other creature will be able to separate us from the love of God, which is in Christ Jesus, our Lord. (Romans 8: 38-39).

 

I understand that King William Alexander, according to the Constitution of 1815, has no more sovereignty but a Crown (human Kingship). According to the Dutch (human) Constitution, citizens have the right to live their own lives without the state interfering with their opinions, their beliefs or the choices they make.

 

Self-appointed Kings like Willem Alexander must act wisely and be instructed and the judges of the earth must be instructed (Psalms 2: 1-12) through Him יהוה the judge of the world (Psalm 9: 7, Tobit 3: 2) and must therefore obey His laws (Matt. 5: 16-19, Matthew 15: 9) and may not add and not diminish unto the word (Deut. 4: 1-10) and until the heavens and the earth pass away, there will not be a jot nor to pass a tittle of the law, until all is fulfilled (Matt. 5:18) and NOT the laws ordinances (STATUTES, rules of the people of this world (Matt. 15: 9, Mark 7: 7, Colossians 2:22, 1 Timothy 4: 1) when I use יהוה his legal system If there is no listening to יהוה HIS Word then he will fight those who fight you, and He will save our children. (Isaiah 49: 14-26)

 

Neither should anyone oppress one another; but thou shalt fear thy God (Leviticus 25:17, Proverbs 30:6).

In YHWH (יְהֹוָה) / ELOHIM (אֱלֹהִים) HIS legal systems take into account poor people (Deuteronomy 15: 7-18), widows and orphans (1 older family) (Exodus 22: 21-24) elderly, foreigners and sick people. In HIS law system every 7 years old debt is waived (Deuteronomy 15: 1-18).

One should not lie and steal (Exodus 22: 1-20) (10 choices: exodus 20), extorting and rampaging, blaspheming (Exodus 22: 25-27, Leviticus 25: 35-38), and false witness (Exodus 23: 1-13) and there is no acceptance of the PERSON by God that is a sin (James 2: 1 + 9, Romans 2:11, Deuteronomy 1:17, 10:17).

 

Ook mag niemand zijn naaste verdrukken (Leviticus 25:17) maar moet men God vrezen zodat Hij u niet bestaffe (Spreuken 30:6).

In YHWH (יְהֹוָה) / ELOHIM (אֱלֹהִים) ZIJN rechtssysteem wordt rekening gehouden met arme mensen (Deuteronomium 15:7-18), weduwen en wezen (1 ouder gezin) (Exodus 22:21-24) ouderen, vreemdelingen en zieke mensen. In ZIJN recht systeem wordt iedere 7 jaar daarin schulden kwijtgescholden (Deuteronomium 15:1-18).

Men mag niet liegen en stelen (Exodus 22:1-20) (10 geboden: exodus 20) , afpersen en woekeren, lasteren (Exodus 22:25-27, Leviticus 25:35-38), en vals getuigen (Exodus 23:1-13) en er is geen aanneming des PERSOON bij God want dat is een zonde (Jacobus 2:1 + 9, Romeinen 2:11, Deuteronomium 1:17; 10:17).

 

Deuteronomy 15:
7 If there be among you a poor man of one of thy brethren within any of thy gates in thy land which the LORD thy God giveth thee, thou shalt not harden thine heart, nor shut thine hand from thy poor brother:
8 But thou shalt open thine hand wide unto him, and shalt surely lend him sufficient for his need, in that which he wanteth.
9 Beware that there be not a thought in thy wicked heart, saying, The seventh year, the year of release, is at hand; and thine eye be evil against thy poor brother, and thou givest him nought; and he cry unto the LORD against thee, and it be sin unto thee.
10 Thou shalt surely give him, and thine heart shall not be grieved when thou givest unto him: because that for this thing the LORD thy God shall bless thee in all thy works, and in all that thou puttest thine hand unto.
11 For the poor shall never cease out of the land: therefore I command thee, saying, Thou shalt open thine hand wide unto thy brother, to thy poor, and to thy needy, in thy land.
12 And if thy brother, an Hebrew man, or an Hebrew woman, be sold unto thee, and serve thee six years; then in the seventh year thou shalt let him go free from thee.
13 And when thou sendest him out free from thee, thou shalt not let him go away empty:
14 Thou shalt furnish him liberally out of thy flock, and out of thy floor, and out of thy winepress: of that wherewith the LORD thy God hath blessed thee thou shalt give unto him.
15 And thou shalt remember that thou wast a bondman in the land of Egypt, and the LORD thy God redeemed thee: therefore I command thee this thing to day.
16 And it shall be, if he say unto thee, I will not go away from thee; because he loveth thee and thine house, because he is well with thee;
17 Then thou shalt take an aul, and thrust it through his ear unto the door, and he shall be thy servant for ever. And also unto thy maidservant thou shalt do likewise.
18 It shall not seem hard unto thee, when thou sendest him away free from thee; for he hath been worth a double hired servant to thee, in serving thee six years: and the LORD thy God shall bless thee in all that thou doest.

 

Wie is de bezitter van Hemel en aarde?

Genesis 14:

22 I have lift up mine hand unto the LORD, the most high God, the possessor of heaven and earth,

 

Wij zijn de dienaren van de God van hemel en aarde?

Ezra 5:
11 We are the servants of the God of heaven and earth,

 

Waar woont de God die de wereld en alle dingen daarin heeft gemaakt, ziende dat hij de Heer van hemel en aarde is, woont niet in met handen gemaakte tempels;

 

Acts 17:

24 God that made the world and all things therein, seeing that he is Lord of heaven and earth, dwelleth not in temples made with hands;

 

Waar woont God dan?

 

Isaiah 40:

22 It is He (YHWH) that sitteth upon the circle of the earth, and the inhabitants thereof are as grasshoppers; that stretcheth out the heavens as a curtain, and spreadeth them out as a tent to dwell in:

23 That bringeth the princes to nothing; he maketh the judges of the earth as vanity.

 

1 Corinthians 6:
19. What? know ye not that your body is the temple of the Holy Ghost which is in you, which ye have of God, and ye are not your own?

 

Acts 5:

32. And we are his witnesses of these things; and so is also the Holy Ghost, whom God hath given to them that obey him.

 

Name:              YHWH
Title:                 Wonderful, Counsellor, The mighty God, The everlasting Father, The Prince of Peace.

                          KING OF KINGS AND LORD OF LORDS

Territory:          Heavens and Earth


Isaiah 9:
6. For unto us a child is born, unto us a son is given: and the government shall be upon his shoulder: and his name shall be called Wonderful, Counsellor, The mighty God, The everlasting Father, The Prince of Peace.

7. Of the increase of his government and peace there shall be no end, upon the throne of David, and upon his kingdom, to order it, and to establish it with judgment and with justice from henceforth even for ever. The zeal (passionate, enthusiastic, eager) of the LORD of hosts will perform this.

 

 

James 2:
Hearken, my beloved brethren, Hath not God chosen the poor of this world rich in faith, and heirs of the kingdom which he hath promised to them that love him?

 

International Covenant on Civil and Political Rights

Article 18

1. Everyone shall have the right to freedom of thought, conscience and religion. This right shall include freedom to have or to adopt a religion or belief of his choice, and freedom, either individually or in community with others and in public or private, to manifest his religion or belief in worship, observance, practice and teaching.

2. No one shall be subject to coercion which would impair his freedom to have or to adopt a religion or belief of his choice.

3. Freedom to manifest one's religion or beliefs may be subject only to such limitations as are prescribed by law and are necessary to protect public safety, order, health, or morals or the fundamental rights and freedoms of others.

4. The States Parties to the present Covenant undertake to have respect for the liberty of parents and, when applicable, legal guardians to ensure the religious and moral education of their children in conformity with their own convictions.

Article 19

1. Everyone shall have the right to hold opinions without interference.

2. Everyone shall have the right to freedom of expression; this right shall include freedom to seek, receive and impart information and ideas of all kinds, regardless of frontiers, either orally, in writing or in print, in the form of art, or through any other media of his choice.

3. The exercise of the rights provided for in paragraph 2 of this article carries with it special duties and responsibilities. It may therefore be subject to certain restrictions, but these shall only be such as are provided by law and are necessary:

(a) For respect of the rights or reputations of others;

(b) For the protection of national security or of public order (ordre public), or of public health or morals.

 

Source: https://www.ohchr.org/en/professionalinterest/pages/ccpr.aspx

 

DUTCH VERSION

Ik ben de minister van Hamashiach (1 Timotheüs 4:6) en dat ik de afstammeling ben van de soevereine יְהֹוָה.

Hij (Heer יְהוֹשׁוּעַ / Yahushua Ha Mashiach) zal het bewijs leveren, wie de gezegende en enige Potentaat (Soeverein), de Koning der koningen en Heer der heren is; (1 Timotheüs 6:15)

 

Voor יְהֹוָה (LORD) is mijn God (אֱלֹהִים) God van goden en Heer der heren, een grote God, een machtige en een verschrikkelijke, die geen rekening houdt met personen, noch een beloning ontvangt (Deuteronomium 10:17). Het is de Koninklijke Wet (Torah) volgens de Schriften die ik mijn naaste als mezelf zal liefhebben en als ik respect heb voor PERSONEN, bega ik de zonde en ben ik overtuigd van de wet als overtreders. Want zo wie de gehele wet houdt, en toch op één punt struikelt, die is schuldig aan allen (Jakobus 2: 8-9, Deuteronomium 16:19).

 

Ik gehoorzaam de Stem van יְהֹוָה en onderhoud Zijn Verbond en daarom ben ik een bijzondere schat boven alle mensen omdat de hele aarde de Zijne is en het is door mij overeengekomen dat ik in mijn privé-vermogen tot een koninkrijk van priesters een Heilige Natie behoor (Exodus 19: 5-6).


יְהוֹשׁוּעַ gaf me de macht om tegen onreine geesten, om ze uit te werpen, en om allerlei soorten ziekten en ziekten te genezen om de zieken te genezen, de melaatsen te reinigen, de doden op te wekken, duivels uit te drijven die ik om niet heb ontvangen en om niet zal geven (Mattheüs 10: 1 + 8).

 

Ik ben gekozen en verordend door יְהֹוָה (Johannes 15:16) om een ​​prediker (dienaar) te zijn van het (nieuwe) vernieuwde verbond (2 Korinthiërs 3: 6) waarin de WETTEN (Thora) van יְהֹוָה in mijn hart zijn geschreven (Jeremia 31 : 31-33) Ik ben een dienaar / dienaar van de Allerhoogste God (Handelingen 16:17) en het zal niet geoorloofd zijn om belasting, eerbetoon of gewoonte op te leggen aan een van de dienaren (dienaren) van dit huis van God. (Ezra 7:24) Ik ben gekocht met een prijs; en ik moet niet de dienaren (prediker) van mensen zijn. (1 Korinthiërs 7:23) Het getuigenis is verbonden en de תּוֹרָה (Torah / WET) is in mij verzegeld als zijn discipel (Jesaja 8:16).

 

Mijn autoriteit komt van de allerhoogste god יְהֹוָה (Handelingen 16:17) en hij is de Koning der Koningen en de Heer der Heren, de Here die in dit vat (lichaam) is waaruit ik spreek. Ik word geheiligd door de Heilige Geest. (Romeinen 15:16). Ik ben gedoopt met de Heilige Geest (Handelingen 1: 2). De Heilige Geest, die יְיְהֹוָה in de naam van יְהוֹשׁוּעַ (Yahushua) heeft gestuurd, is mijn trooster en zal mij alle dingen in herinnering brengen, wat יְהוֹשׁוּעַ zei. (Johannes 14:26).

 

Mijn lichaam is de tempel van de Heilige Geest die in mij is. (1Korintiërs 6:19) Hij (יְהוֹשׁוּעַ) had door de Heilige Geest bevelen gegeven aan de apostelen die hij had uitverkoren: (Handelingen 1: 2) Ik ben zijn getuigen van deze dingen; en zo is ook de Heilige Geest, die God geeft aan hen die hem gehoorzamen. (Handelingen 5:32) Ik kreeg de macht, daarna kwam de Heilige Geest over mij. (Handelingen 1: 8)

 

Mijn Schepper (Genesis 1:1), Maker (Jesaja 54:5), Rechter en Wetgever en Koning (Jesaja 33:22, Tobit 3:1-6, Psalm 7), Abba (Vader) (Romeinen 8:14-17), Man (Jesaja 54:5), Broer (Mattheus 12:50) en God (אֱלֹהִים 'elohiym / rechter) (Exodus 6:1-7) is YWHW (יהוה) (Exodus 6:1-7) Hij is de God van de goden, Heer der heren, een grote, Machtige en een Allerhoogste God, Die geen PERSONEN in het gericht respecteert (Deuteronomium 10:17) Die het recht van den wees en van de weduwe (alleenstaande ouder/vrouw doet; en den vreemdeling liefheeft, dat Hij hem brood en kleding geve.(Deuteronomium 10:18) en ik houd mij aan ZIJN recht systeem (Ezechiel 44:23-24, Mattheus 10:1-42, Deuteronomium 12:32; 5:27-33, Leviticus 26:1-13).

 

Mijn Koning en broer (Mattheus 12:50) Yahushua/Yeshua/Jezus is Koning der Koningen (Openbaring 19:16). Zijn titels zullen Zijn: Wonderbare Raadgever, Machtige God, Vader der eeuwen, Vorst van Vrede (Jesaja 9:5). Aan hem is gegeven alle macht in de hemel en op aarde (Mattheus 28: 18-20). Yahushua/Jezus is het Die de getrouwe Getuige is en de Eerstgeborene uit de doden en de Overste der Koningen der aarde. Aan Hem die ons heeft liefgehad, en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed. En Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters tot God Zijn Vader (Openbaring 1:5-6).

 

Ik ben de zus en moeder van Yahushua (Mattheus 12:50) en ik heb de vrijheid gekregen om dienstknecht van God en Yahushua te zijn (1Petrus 2:16, Mattheus 10:24-25, Johannes 15:16; 13:3-17 {16]) en een dienstknecht/minister is niet meerder dan zijn heer (Johannes 15:20) en Hij heeft ons gezonden (Johannes 20:21) en heeft ons gegeven de macht, om op en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal ons enigszins beschadigen (Lukas 10:19).

Hij heeft ons opgedragen om zieken te genezen, melaatsen te reinigen, om doden op te wekken de duivelen (demonen) uit te werpen. Het Woord zegt: "Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet." (Mattheus 10:1+8)

 

De Geest (h7307 רוּחַ ruwach) van God (h410 אֵל 'el) heeft mij gemaakt (h6213 עָשָׂה `asah),
en de adem (5397 נְשָׁמָה nĕshamah) van de Almachtige (h7706 שַׁדַּי Shadday) heeft mij leven gegeven (h2421 חָיָה chayah).

Ik ben een mens (אָדָם) met een lichaam van vlees en bloed/ziel (Leviticus 17:11) (Genesis 9:4-6), want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt met de Heilige Geest ben ik Zijn getuige tot aan het uiterste der aarde (Handelingen 1:8) ik kan alles beoordelen en zelf wordt ik door niemand beoordeeld. (1 Korinte 2:15) Ik heb een natuurlijk (gezaaid) en geestelijk (opgewekt) lichaam (1 Korinthe 15:1-58 [44]) en Hij (Yahushua) heeft ons gemaakt tot onze God Zijn Vader koningen en priesters en wij zullen als koningen heersen op de aarde (Openbaring 5:10), want ziet van YHWH mijn God, van Hem is de hemel, en de hemel der hemelen en ook de aarde, en al wat daarin is Soeverein. (Deuteronomium 10:14)  Wij zullen een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk zijn (Exodus 19:6). Hij heeft de wet verzegeld onder zijn leerlingen (Jesaja 8:16). Dit is het Verbond dat YHWH heeft gemaakt met het Huis van Israel en Judah dat Zijn wet in mijn binnenste gegeven is en in mijn hart geschreven, Hij is mijn God (Rechter שָׁפַט/Elohim אֱלֹהִים) en ik behoor HEM (יְהֹוָה) toe. (Jeremia 31:31-33) en Yahushua/Jezus heeft mij de Heilige Geest gegeven omdat ik mij aan YHWH Zijn regels houdt en gevraagd heb die te ontvangen (Lukas 11:13, handelingen 5:32).Yahushua heeft mij gedoopt met de Heilige Geest en met vuur in de naam van (Vader) YHWH)  Zoon (Yahushua) en de Heilige Geest (Lukas 3:16, Matthew 28:19) dit is een zegel van God waarmee ik verzegeld ben tot de dag der verlossing (Efeziers 4:30). 

 

Mijn lichaam is de Tempel van de Heilige Geest van יהוה die NIEMAND mag schenden, anders zal יהוה degene schenden (1 Korinthe 3:16-17, 1 Korinthe 6:19-20). Dit is de Heilige Geest (de trooster) die mij alles leert (Johannes 14:26) Welke יהוה gezonden heeft in Yahushua's naam en Die zal mij alles leren wat ik behoor te weten en te doen naar ZIJN WIL.

God/יהוה is Soeverein (I Kronieken 29:11-12; I Samuel 2:6-8; Psalmen 50) en ik ben ZIJN dienstknecht (Mattheus 10:24-25, Johannes 15:16 + 20, Johannes 13:3-17 {16]) van יהוה (YHWH) mijn God (dus bij de gratie Gods (YHWH / יהוה en God / ELOHIM). Dat maakt mij een Priester, Koningskind en Prinses en dus Soeverein. (BEWIJS) 

Wij zijn de erfgenamen van de soevereine God יְהֹוָה(Jakobus 2:5, Romeinen 8:17, Galaten 3:29)

 

 

Dit maakt mij Sire/Majesteit Koningin bij de gratie Gods'. Daarmee erken ik dat er geen regering of overheid op deze aarde is dan God יְהֹוָה, ZIJN regering en besef ik dat ik als Koningin niet regeer bij de gratie van paus, kerk, entiteit, demonen, gevallen engelen, entiteiten of mens, maar bij die van de Koning der koningen Yahushua יהוה zijn zoon. (Mattheus 3:17, Mattheus 17:5, Jesaja 33:22, Tobit 3:1-6, Psalm 7, Openbaring 1:5).

 

Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere. (Romeinen 8:38-39).

 

Ik heb begrepen dat Koning Willem Alexander volgens de Grondwet van 1815 niet meer soevereiniteit heeft maar een Kroon (menselijke Koningschap). Volgens de Nederlandse (menselijke) Grondwet hebben burgers het recht hebben hun eigen leven te leiden zonder dat de staat zich met hun mening, hun geloof of de keuzes die ze maken bemoeit.

Zelf benoemde Koningen zoals Willem Alexander moeten verstandiglijk handelen en de rechters van de aarde moeten zich laten tuchtigen (Psalmen 2:1-12) door Hem יהוה de rechter van de wereld (Psalm 9:7, Tobit 3:2) en moeten zich dus aan Hem zijn wetten houden (Mattheus 5:16-19, Mattheus 15:9) en mogen daar niet aan toe of af doen (Deuteronomium 4:1-10) en totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied (Mattheus 5:18) en NIET de wetten verordeningen (STATUTEN, regels van de mensen van deze wereld (Mattheus 15:9, Markus 7:7, Kolossensen 2:22, 1 Timotheüs 4:1) wanneer ik יהוה zijn rechtssysteem gebruik. Als er niet geluisterd wordt naar יהוה ZIJN Woord dan zal hij zelf met u Twisten. (Jesaja 49:14-26)

Ook mag niemand zijn naaste verdrukken (Leviticus 25:17) maar moet men God vrezen zodat Hij u niet bestaffe (Spreuken 30:6).

In YHWH (יְהֹוָה) / ELOHIM (אֱלֹהִים) ZIJN rechtssysteem wordt rekening gehouden met arme mensen (Deuteronomium 15:7-18), weduwen en wezen (1 ouder gezin) (Exodus 22:21-24) ouderen, vreemdelingen en zieke mensen. In ZIJN recht systeem wordt iedere 7 jaar daarin schulden kwijtgescholden (Deuteronomium 15:1-18).

Men mag niet liegen en stelen (Exodus 22:1-20) (10 geboden: exodus 20) , afpersen en woekeren, lasteren (Exodus 22:25-27, Leviticus 25:35-38), en vals getuigen (Exodus 23:1-13) en er is geen aanneming des PERSOON bij God want dat is een zonde (Jacobus 2:1 + 9, Romeinen 2:11, Deuteronomium 1:17; 10:17).

 

 

De regeringen op deze aarde houden zich niet aan יְהֹוָה Zijn Rechtssysteem.

Dus hebben GEEN RECHT van spreken.

 


Revelation 12:
5 And she brought forth a man child, who was to rule all nations with a rod (a staff, a royal sceptre) of iron: and her child was caught up unto God, and to his throne.

 

Revelation 9:

21 Neither repented they of their murders, nor of their sorceries, nor of their fornication, nor of their thefts.

 

Revelation 5:

1 And I saw in the right hand of him that sat on the throne a book written within and on the backside, sealed with seven seals.

5 And one of the elders saith unto me, Weep not: behold, the Lion of the tribe of Juda, the Root of David, hath prevailed to open the book, and to loose the seven seals thereof.

 

Exodus 22:
22 Ye shall not afflict any widow, or fatherless child.
23 If thou afflict them in any wise, and they cry at all unto me, I will surely hear their cry;
24 And my wrath shall wax hot, and I will kill you with the sword; and your wives shall be widows, and your children fatherless.
25 If thou lend money to any of my people that is poor by thee, thou shalt not be to him as an usurer, neither shalt thou lay upon him usury.

 

Deuteronomy 27:

19 Cursed be he that perverteth the judgment of the stranger, fatherless, and widow. And all the people shall say, Amen.
 

Isaiah 9:

6 For unto us a child is born, unto us a son is given: and the government (Imperium = absolute power) shall be upon his shoulder: and his name shall be called Wonderful, Counsellor, The mighty God, The everlasting Father, The Prince of Peace.
7 Of the increase of his government and peace there shall be no end, upon the throne of David, and upon his kingdom, to order it, and to establish it with judgment and with justice from henceforth even for ever. The zeal of the LORD of hosts will perform this.


Isaiah 22:

21 And I will clothe him with thy robe, and strengthen him with thy girdle, and I will commit thy government into his hand: and he shall be a father to the inhabitants of Jerusalem, and to the house of Judah.


2Peter 2:

10 But chiefly them that walk after the flesh in the lust of uncleanness, and despise government. Presumptuous are they, selfwilled, they are not afraid to speak evil of dignities.

 

Sire/ Majesteit:

2.
archaic
a respectful form of address for someone of high social status, especially a king.
 
stamvader
forefather, progenitor, ancestor, sire
 
voorvader
ancestor, forefather, predecessor, progenitor, sire, great-grandfather
 
(We are the heirs of the sovereign God יְהֹוָה.(James 2:5, Romans 8:17, Galatians 3:29)
 

Isaiah 56:

Also the sons of the stranger, that join themselves to the LORD, to serve him, and to love the name of the LORD, to be his servants, every one that keepeth the sabbath from polluting it, and taketh hold of my covenant;

7 Even them will I bring to my holy mountain, and make them joyful in my house of prayer: their burnt offerings and their sacrifices shall be accepted upon mine altar; for mine house shall be called an house of prayer for all people.

 

Hebrews 10:
16 This is the covenant that I will make with them after those days, saith the Lord, I will put my laws into their hearts, and in their minds will I write them;
 
"Staatsmacht is volgens de driemachtenleer te onderscheiden in een wetgevende macht (Vader/יְהֹוָה), een uitvoerende macht (Zoon/יְהוֹשׁוּעַ) en een rechtsprekende macht (Heilige Geest/רוח הקדוש). Daarnaast hebben staten de macht om verdragen te sluiten met andere staten."
 

Nederlandse wet gebaseerd op de bijbel?

Zie onderaan:

 

2Kings 23:
5 And he put down the idolatrous priests, whom the kings of Judah had ordained to burn incense in the high places in the cities of Judah, and in the places round about Jerusalem; them also that burned incense UNTO BAAL, to the sun, and to the moon, and to the PLANETS, and to all the host of heaven.


James 2:
5 Hearken, my beloved brethren, Hath not God chosen the poor of this world rich in faithand heirs of the kingdom which he hath promised to them that love him?
6 But ye have despised the poor. Do not rich men oppress you, and draw you before the judgment seats?
7 Do not they blaspheme that worthy name by the which ye are called?
8 If ye fulfil the royal law according to the scripture, Thou shalt love thy neighbour as thyself, ye do well:
9 But if ye have respect to persons, ye commit sin, and are convinced of the law as transgressors.
10 For whosoever shall keep the whole law, and yet offend in one point, he is guilty of all.
11 For he that said, Do not commit adultery, said also, Do not kill. Now if thou commit no adultery, yet if thou kill, thou art become a transgressor of the law.

 

Isaiah 1:
And the destruction of the transgressors and of the sinners shall be together, and they that forsake the LORD (YHWH) shall be CONSUMED.

 

Ezekiel 44:
23 And they shall teach my people the difference between the holy and profane, and cause them to discern between the unclean and the clean.
24 And in controversy they shall stand in judgment; and they shall judge it according to MY JUDGMENTS: and they shall keep MY LAWS and MY STATUTES in all mine assemblies; and they shall hallow MY SABBATHS.
25 And they shall come at NO DEAD PERSON to defile themselves: but for father, or for mother, or for son, or for daughter, for brother, or for sister that hath had no husband, they may defile themselves.

 

Exodus 19:
5 Now therefore, if ye will obey MY VOICE indeed, and keep MY COVENANTthen ye shall be a peculiar treasure unto me above all people: FOR ALL THE EARTH IS MINE:
6 And ye shall be unto me A KINGDOM OF PRIESTS, and AN HOLY NATION. These are the words which thou shalt speak unto THE CHILDREN OF ISRAEL.

 

Genesis 26:
5 Because that Abraham obeyed MY VOICE, and kept MY CHARGE, MY COMMANDMENTS, MY STATUTES, and MY LAWS.

 

Matthew 18: (KJV)

6 But whoso shall offend one of these little ones which believe in me, it were better for him that a millstone were hanged about his neck, and that he were drowned in the depth of the sea.

 

Deuteronomy 4:

1 Now therefore hearken, O Israel, unto the statutes and unto the judgments, which I teach you, for to do them, that ye may live, and go in and possess the land which the LORD God of your fathers giveth you.

Ye shall not add unto the word which I command you, neither shall ye diminish ought from it, that ye may keep the commandments of the LORD your God which I command you.

Your eyes have seen what the LORD (YHWH) did because of Baalpeor: for all the men that followed Baalpeor, the LORD (YHWH) thy God hath destroyed them from among you.

 

Jesus command against swearing oaths:

Matthew 5:
33 Again, ye have heard that it hath been said by them of old time, Thou shalt not forswear thyself, but shalt perform unto the Lord thine oaths:
34 But I say unto you, Swear not at all; neither by heaven; for it is God's throne:
35 Nor by the earth; for it is his footstool: neither by Jerusalem; for it is the city of the great King.
36 Neither shalt thou swear by thy head, because thou canst not make one hair white or black.
37 But let your communication be, Yea, yea; Nay, nay: for whatsoever is more than these cometh of evil.

MENSELIJKE WETTEN

Staten-Generaal (Nederland) = Volksvertegenwoordiging sinds 1814

Wetgevende macht = Staatsmacht = Trias politica (driemachtenleer)

 

Source: file:///D:/Downloads/Preek%202017%2003%2012%20Breukelen.pdf

(Preek Breukelen d.d. 12 maart 2017, 2e van de 40 dagen (reminiscere) Exodus 24:12-18 & Matteüs 17:1-9) 

 

Wetgevende macht

De wetgevende macht is een grootheid uit het staatsrecht. Deze staatsmacht bepaalt de inhoud van de wetten en het recht in een land.

Er zijn in een staatsbestel formeel drie verschillende machten:

In een democratie worden deze machten gescheiden, volgens het principe van de Trias politica. Dat betekent dat niet één persoon of één orgaan deze machten tegelijk kan uitoefenen. Ook wordt in een democratie de wetgevende macht door het volk in vrije verkiezingen gekozen. In een dictatuur zijn de drie machten veelal in handen van één persoon of één orgaan. Deze scheiding der machten is bedacht door de Fransman Montesquieu.

De wetgevende macht in een land maakt de wet. De wet bestaat uit regels waar iedereen zich in dit land aan dient te houden. Zo is er in Nederland het Wetboek van Strafrecht. Verder zijn er nog bestuurlijke wetten.

In de meeste westerse democratieën worden de wetten gemaakt in het parlement, al dan niet op voordracht van de regering.
In Nederland moeten alle wetten door een meerderheid in de Eerste en Tweede Kamer aangenomen worden, wijzigingen in de Grondwet door een meerderheid van ten minste twee derde.

In België geldt hetzelfde voor de wetten waarvoor de federale staat bevoegd is: Kamer en Senaat moeten de wet goedkeuren. Een grondwetswijziging moet met een 2/3e meerderheid gestemd worden; sommige wetten vereisen een "gekwalificeerde" meerderheid, dus een meerderheid in elke taalgroep. Wetten waarvoor het Vlaams gewest of de Vlaamse gemeenschap bevoegd zijn, moeten alleen een meerderheid in het Vlaams parlement halen.

Naast de wetgevende macht zijn er formeel nog de twee machten: namelijk de rechterlijke macht en de uitvoerende macht. Daarnaast is er ook feitelijk nog sprake van macht door de media en de ambtenaren. De controlerende macht, de politie en justitie controleren of mensen zich aan de door de wetgevende macht gestelde wetten houden. De rechterlijke macht spreekt recht aan de hand van de wet. Wanneer iemand zich niet aan de wet houdt, wordt hij aangeklaagd. Een rechter bepaalt of de persoon de wet overtreden heeft en bepaalt, indien nodig, de straf.

In Nederland vormen de Eerste Kamer der Staten-Generaal (Eerste kamer) en de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Tweede kamer) en de regering samen de wetgevende macht. De uitvoerende macht wordt gevormd door de koning en zijn ministers met hun ambtenaren. Toch is er geen strikte scheiding tussen wetgevende en uitvoerende macht. De rechterlijke macht is wel onafhankelijk.

 

Staatsmacht

Staatsmacht is de macht die een staat kan uitoefenen over zijn staatsvolk en zijn staatsgebied.

Staatsmacht is volgens de driemachtenleer te onderscheiden in een wetgevende macht (Vader/יְהֹוָה), een uitvoerende macht (Zoon/יְהוֹשׁוּעַ) en een rechtsprekende macht (Heilige Geest/רוח הקדוש). Daarnaast hebben staten de macht om verdragen te sluiten met andere staten.

De wetgevende en rechtsprekende macht wordt uitgeoefend door het uitvaardigen van akten zoals wetten en vonnissen. De uitvoerende macht wordt fysiek uitgeoefend met als uiterste verschijningsvorm het uitoefenen van geweld door politie en leger.

Kenmerk van staatsmacht is het oorspronkelijke karakter. Staatsmacht komt van het niveau van de staat zelf en is niet door een andere (hogere of lagere) overheid aan de staat toegekend. De staat kan staatsmacht overdragen aan overheidslichamen die zelf geen staat zijn. Zo hebben Franse departementen hun macht te danken aan de Franse staat en heeft de Europese Unie zijn macht te danken aan de 28 lidstaten.

 

In een democratische staat geldt het staatsvolk als de legitimatiebron van de staatsmacht. Het volk geldt dan als de soeverein en heeft meestal zichzelf ooit via een grondwetgevende vergadering een grondwet gegeven om de staatsmacht van de staat in te stellen en te reguleren. Als de staatsmacht door een grondwet is ingesteld, dan spreekt men in het Frans van pouvoir constitué, de door de grondwet ingestelde macht.

 

De trias politicadriemachtenleer of scheiding der macht(en) is een theorie van de staatsinrichting waarin de staat opgedeeld is in drie organen die elkaars functioneren bewaken. De oorspronkelijke verdeling, voorgesteld door John Locke, is die in wetgevende, uitvoerende en federatieve macht, waarvan de laatste de landsverdediging beoogt. De tegenwoordig meer gebruikelijke verdeling kent een wetgevende macht die wetten opstelt, een uitvoerende macht die het dagelijks bestuur van de staat uitoefent en een rechterlijke macht die deze uitvoering toetst aan de wet. Deze verdeling gaat terug op het werk van de Franse verlichtingsfilosoof Charles de Montesquieu, die met deze staatsinrichting een alternatief formuleerde voor het Franse absolutisme.

Trias politica

De trias politica (de scheiding der machten) is een belangrijk principe van de democratische staatsorganisatie. Het gaat terug op het oud-Griekse concept inzake de maatschappelijke organisatie, en vooral inzake de verdeling van de uitoefening van macht.

In de vroege middeleeuwen (na de val van het Romeinse Rijk) werd Noordwest-Europa tijdens de Grote Volksverhuizing overstroomd door voornamelijk Germaanse stammen. De Germanen hadden een tribale organisatie van hun samenleving, waarbij zowat elk dorp een dorpshoofd had. In het tribale systeem werden beslissingen genomen door het dorpshoofd en een raad van dorpswijzen. Die beslissingen waren zowel wetgevend, uitvoerend als rechterlijk. Dat tribale systeem evolueerde vrij vlug tot het feodale systeem waarbij de edellieden alle macht uitoefenden; macht die zij zich in eerste plaats toe-eigenden maar die later in hun adelbrieven werd vastgelegd. In tegenstelling tot de Griekse en Romeinse formele rechtstraditie hadden de Germanen een gewoonterecht.[bron?]

Vrij snel in deze evolutie werd de rechtspraak (op enkele belangrijke onderwerpen na) door de edelen overgedragen aan vertrouwelingen. Met de ontwikkeling van de steden in Europa ontstonden ook zogenaamde "vrijheden", gebieden die niet aan de macht van de heren onderworpen waren. Steden kregen eigen besturen, vaardigden regels uit en er ontwikkelde zich rechtspraak.

In Engeland kregen de Edelen via het Magna Carta inspraak in het wetgevende deel van de macht en kreeg ze toezicht op de uitgaven van het koninkrijk. De koning werd vooral de uitvoerende macht toebedeeld, maar bleef een belangrijke speler in het uitvaardigen van wetten. Juist door het gewoonterecht was de wetgevende macht omgeven met een flou artistique.

In de Lage Landen ontwikkelden zich de Staten-Generaal, die eigenlijk een uitvoerend orgaan waren, maar die gerust de voorloper van het parlement in continentaal Europa genoemd kunnen worden.

Tot aan de Verlichting werd er eigenlijk nooit over de wijze waarop macht werd uitgeoefend gefilosofeerd. Bij de verlichtingsfilosofen was het vooral Charles Montesquieu die zich liet inspireren door de Staten-Generaal in de Nederlanden en de consulaire periode in het Romeinse Rijk. Na de Franse Revolutie van 1789 drong het concept van Montesquieu door, men installeerde een driemanschap dat de uitvoerende macht (defensie, openbare orde en belastingen) verzekerde en een decretale raad die allerlei beschikkingen trof en te boek stelde. Toen Napoléon Bonaparte aan de macht kwam eigende hij zich de uitvoerende macht toe (vooral defensie), en liet hij al die losse wetgeving bundelen in de Code Napoléon, verder hield hij de senaat bezig om boekhouder te spelen. Hij maakte van zijn staatsbestel een soort piramide van dorpen, steden, prefecturen en departementen met daarnaast een gelijke piramide van de rechterlijke macht.

 

Nadat de Amerikaanse staten hun onafhankelijkheid hadden bevochten in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en de kruitdampen van de Burgeroorlog waren vervlogen, stelde men ook in Europa vast dat er in de VS een getrapt systeem van drie machten was ontstaan:

  • de wetgevende macht, met op het federale niveau een tweekamerparlement, een gekozen volksvertegenwoordiging en een senaat van vertegenwoordigers van staten, en ook in veruit de meeste staten is er een tweekamerparlement;
  • de uitvoerende macht, bestaande uit een president met een kabinet van ministers en staatssecretarissen op het federale niveau, en gouverneurs op het vlak van de staten;
  • de rechterlijke macht, die piramidaal georganiseerd is met aan de top een grondwettelijk hof.

Na de napoleontische periode begint in Europa de periode van de vorming van de zogenaamde natiestaten. In dat proces voltrekken zich gelijktijdig twee fenomenen:

  • de burgerij (de kapitaalkrachtige industriëlen) neemt definitief de macht over van de verarmde adelstand en dringt gelijktijdig de clerus uit het staatsapparaat, de rationele benadering van het uitoefenen van macht leidt onvermijdelijk tot de zogenaamde instrumentalisering: het staatsapparaat wordt een hiërarchie van klerken, het wispelturige gewoonterecht wordt vervangen door een formeel geacteerde wetgeving (het statutair recht).
  • de verdringing van de clerus heeft ook een secularisering tot gevolg: het parlement (dus de mens) wordt de bron van het recht, Gods rol is in deze materie uitgespeeld.

De scheiding van kerk en staat en de scheiding der machten worden de twee filosofische pijlers van de moderne staatorganisatie.

De meeste natiestaten kiezen voor dezelfde verdeling van de macht: de drie piramiden van de macht worden nationaal vertegenwoordigd door:

  • de wetgevende macht met tweekamerparlement;
  • de uitvoerende macht met een koning (waarbij de eerste minister meestal de macht uitoefent) of een gekozen president;
  • de rechterlijke macht met aan de top een grondwettelijk hof.

Die drie piramiden dupliceren deze structuur naar verschillende lagere overheden: in Nederland en België zijn dat de provincies en lager de gemeenten of andere lokale eenheden (na de federalisering van België is daar een niveau aan toegevoegd: de gewesten en gemeenschappen tussen de nationale en provinciale overheden).

Het staatsgezag vindt sindsdien zijn beslag bij de verschillende organen die hiertoe gemachtigd zijn. Men wilde voorkomen dat de ene macht inwerkte op de andere en voerde daarom de scheiding der machten in waarbij de rechterlijke macht ook conflicten, enerzijds tussen de wetgevende en uitvoerende macht, en anderzijds tussen de verschillende echelons arbitreert.

 

Hiermee bedoelt men een verdeling van de macht volgens Montesquieu in wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, die nooit bij één en dezelfde persoon of instantie mogen berusten.

De machten hebben ieder hun eigen bevoegdheden en zelfstandigheid. Bovendien is er geen macht die hiërarchisch duidelijk boven de andere machten staat. Al deze machten afzonderlijk hebben ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de burger verantwoordelijkheden door middel van ingebouwde controlemechanismen.

De uitvoerende macht is verantwoording schuldig aan de wetgevende macht, de wetgevende macht is vervolgens verantwoording verschuldigd aan de burgers. De burgers hebben invloed op de wetgevende macht door middel van verkiezingen.

De rechterlijke macht controleert vervolgens de uitvoering van wetten en regelgeving, en arbitreert bij conflicten tussen de machten. De rechterlijke macht zelf zou volgens de grondprincipes van de Trias kunnen worden gecontroleerd door middel van openbaarheid van zittingen, openbaarheid van uitspraken, goed klachtrecht en zicht op belangenverstrengeling (nevenfunctieregisters), maar in de praktijk wordt de rechterlijke macht gecontroleerd door de uitvoerende macht die rechterlijke macht organiseert, de nodige infrastructuur en middelen ter beschikking stelt.

De wetgevende macht heeft ook een gerechtelijk wapen in de zin dat zij middels onderzoekscommissies toezicht kan uitoefenen op de uitvoering van de andere macht(en).

Ook de ambtenarij, media en externe adviseurs worden soms als macht onderkend, dit wordt wel omschreven als schaduwmacht.

 

Tegenover de horizontale scheiding der machten staat ook een verticale scheiding, dit is de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende overheden op nationaal, regionaal en lokaal niveau.

Deze verticale scheiding vloeit niet direct voort uit de theorie van Montesquieu, maar volgt deze wel.

Zij houdt in dat de spreiding van bevoegdheden over de hogere en lagere overheden (zie decentralisatie) ook volgens de regels van de trias politica geschiedt. De regelende bevoegdheid van de overheid is bijvoorbeeld overgedragen aan provincies, waterschappen en gemeentes omdat niet alles door de centrale overheid tot in detail geregeld kan worden. In het verleden werd de autonomie van de verschillende bestuurslagen vooropgesteld. Dit noemt men de driekringenleer. Tegenwoordig is de scheiding van de horizontale bestuurslagen minder streng en is er dikwijls sprake van samenwerking.[1]

De theorie van verdeling van bevoegdheden tussen de hogere en lagere overheden heet subsidiariteit, waarbij de verantwoordelijkheid inzake regelgeving uitvoering op het meest geschikte niveau komt te liggen. Zo heeft het geen zin om een gemeente verantwoordelijkheid te geven over een autosnelweg op zijn grondgebied, zoals het niet nuttig is de nationale overheid te laten beslissen over een doodlopend straatje in een lokaal woonerf.

 

In theorie is het systeem van de trias politica een van de basisprincipes van de westerse democratie. In de praktijk is een aantal fundamentele beginselen als openbaarheid van uitspraken en verbod op vermenging van functies, hoewel vastgelegd in de Nederlandse Grondwet en in verdragen als het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het EU-verdrag al dan niet terecht, minder van toepassing geworden. Zo zijn er rechters die tevens volksvertegenwoordiger zijn (zie hieronder). Met de uitspraak in de zaak B&P versus het Verenigd Koninkrijk[2] heeft Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de openbaarheid van uitspraken als absoluut principe verlaten.

 

Belgie

De huidige organisatie van de horizontale en verticale machtenscheiding is uiteengezet in dit schema. De federale wetgevende macht maakt de wetten en controleert de uitvoerende macht. Ze wordt uitgeoefend door het parlement. Het parlement bestaat uit twee kamers, de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers. Het parlement oefent ook enkele rechterlijke bevoegdheden uit zoals het opheffen van de Parlementaire onschendbaarheid en het instellen van parlementaire onderzoekscommissies. Het parlement wordt in zijn controlerende functie bijgestaan door het Rekenhof. Tevens is de Kamer betrokken bij de benoemingen of de voordracht van kandidaten voor sommige functies (raadsheer bij de Raad van State en rechter bij het Grondwettelijk Hof).

De federale uitvoerende macht bestuurt het land. Ze zorgt ervoor dat de wetten in concrete gevallen worden toegepast en nageleefd. De uitvoerende macht wordt uitgeoefend door de regering van ministers en staatssecretarissen die worden benoemd door de Koning. De uitvoerende macht heeft echter ook wetgevend initiatiefrecht, het kan wetgeving voorbereiden die dan door het parlement besproken, aangepast en gestemd wordt, vooral toepasselijk voor moeilijke technische materies, en wordt dikwijls door de wetgevende macht belast met regelgevende taken om de wet uit te voeren. De Koning kondigt de gestemde wetten af.

De rechterlijke macht controleert/adviseert over de wetgeving en mogelijke tegenstrijdigheden met de Grondwet, arbitreert in conflicten tussen de verschillende machten (zowel hortizontaal als verticaal), doet uitspraak over geschillen en beoordeelt wetsovertredingen en misdrijven, ze wordt uitgeoefend door verschillende Hoven en Rechtbanken. Ze controleert ook de wettelijkheid van de daden van de uitvoerende macht. De scheiding der machten geldt ook op het niveau van de gemeenschappen en de gewesten. Ze hebben elk een aparte wetgevende en uitvoerende macht. De rechterlijke macht wordt echter voor de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten door dezelfde instanties uitgeoefend.

Ter bescherming van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, is er sinds 2002 de Hoge Raad voor de Justitie, die kandidaten voor een benoeming in de magistratuur objectief selecteren en instaat voor een optimale opleiding van de magistraten.

De scheiding der machten, die toch een basisprincipe is van de Belgische rechtsstaat, is echter niet uitdrukkelijk bevestigd in de Belgische grondwet van 1831. Men moet het als het ware afleiden uit de "geest" van de Belgische grondwet, aldus Hendrik Vuye, voormalig hoogleraar grondwettelijk recht aan de Universiteit Hasselt en thans hoogleraar constitutioneel recht aan de Facultés universitaires Notre-Dame de la Paix (FUNDP).[3] In feite is er meer sprake van een samenwerking tussen de verschillende Machten dan van een scheiding, zoals men kan zien in een aantal artikels uit de grondwet:

  • art. 36: de federale wetgevende macht wordt gezamenlijk uitgeoefend door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat (wetgevende macht) en de Koning (wetgevende macht, art. 36 G.W. en uitvoerende macht; art. 37 G.W.)
  • art. 151 §4: de Koning (uitvoerende macht) benoemt de rechters (rechterlijke macht)
  • art. 40, lid 1: vonnissen en arresten (rechterlijke macht) worden ten uitvoer gelegd in de naam des Konings (uitvoerende macht).

Men kan zelfs spreken van een mogelijke vermenging der machten:

  • Magistraten (rechterlijke macht) worden gedetacheerd naar ministeriële kabinetten (= uitvoerende macht) of naar werkgroepen opgericht door de uitvoerende macht (hoewel die activiteiten dan vooral te maken hebben met modernisering van de werking van de rechterlijke macht)

 

Nederland

De kiesgerechtigden kiezen de leden van parlement tijdens de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De uitvoerende macht, de regering, is verantwoording schuldig aan de wetgevende macht, door middel van ministeriële verantwoordelijkheid. De rechterlijke macht (Raad van State, rechtbanken, gerechtshoven en Hoge Raad) controleert de toepassing van wetten en regelgeving.

De trias politica is in Nederland niet volledig aanwezig. Dat Nederland de machtenscheiding volgens Montesquieu niet strikt heeft toegepast blijkt onder andere uit de procedure van formele wetgeving. Een formele wet komt niet tot stand door het parlement alleen, ook de instemming van de uitvoerende macht is hiervoor vereist (zie artikel 81 Grondwet[4]). Bovendien heeft de regering als uitvoerende macht een zelfstandige bevoegdheid tot materiële wet- en regelgeving met behulp van Algemene Maatregelen van Bestuur (zie artikel 89 Grondwet). Men noemt dit de omkering van de triasleer: formele wetgever geeft slechts heel algemeen de beleidsrichting aan in een kader of raamwet, terwijl de eigenlijke normstelling plaatsvindt door de regering in de vorm van een gedelegeerde Algemene Maatregel van Bestuur. Dit heeft te maken met de verzorgingsstaat waar snel overheidsoptreden op het juiste overheidsniveau van groot belang is.

Een belangrijk handvat waarmee het parlement invloed kan uitoefenen op de regering is de (ongeschreven) vertrouwensregel. Dit wil zeggen dat als het parlement geen vertrouwen meer heeft in de regering het parlement de mogelijkheid heeft een motie van wantrouwenin te dienen en zo de regering te dwingen om op te stappen als de motie wordt aangenomen. Verder bestaat deze vertrouwensregel ook tussen de regering en de Eerste Kamer.

In Nederland is het principe van de openbaarheid van uitspraken leidend. In zaken minderjarigen betreffende kan de privacy (8.1 EVRM) conform bovengenoemde uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) boven de openbaarheid gesteld.

Verder kan er kritiek uitgeoefend worden op de scheiding van machten binnen instituties in Nederland. Een voorbeeld is de functie van de Nederlandse Raad van State, die zowel in de wetgevende macht als rechtsprekende macht ingedeeld kan worden. Na een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zag de Nederlandse staat zich gedwongen om binnen de Raad van State een Afdeling bestuursrechtspraak in het leven te roepen aangezien de Raad van State zich bezighield met rechtspraak én advies gaf bij de totstandkoming van wetten. Luxemburg werd in deze uitspraak (Procola-arrest) op de vingers getikt omdat het eenzelfde indeling had voor zijn Raad van State.

 

De niet-gouvernementele invloeden

Bij de oprichting van de Verenigde Naties (1945) kreeg het (abstract lijkende) begrip NGO (niet-gouvernementele organisatie) een tastbaardere betekenis door de vermelding ervan in het handvest (Hoofdstuk 10, Artikel 71). Daarin werd gesteld dat niet-gouvernementele organisaties ook gesprekspartner kunnen zijn van de VN. Wereldwijd is vervolgens op lokaal, landelijk en ook mondiaal niveau te bezien dat deze zogenaamde NGO's een telkens grotere betekenis hebben gekregen in maatschappelijke ontwikkelingen en politieke besluitvormingen.

 

Gewoonterecht

Gewoonterecht is recht dat gebaseerd is op gewoonten. Een belangrijk kenmerk van gewoonterecht is dat het van generatie op generatie mondeling wordt doorgegeven. Daarom wordt gewoonterecht ook wel ongeschreven recht en costumier recht genoemd. Synoniemen die stammen uit het Middelnederlands zijn costume of costuijme en usantie. Aangezien gewoonterecht ontstaat vanuit de samenleving is het de tegenhanger van wettenrecht, dat door de wetgever aan de samenleving wordt opgelegd. Het gewoonterecht is eeuwenlang de dominante rechtsbron geweest in West-Europa, maar is vrijwel geheel verdrongen door het wettenrecht.

 

Democratische rechtsstaat
Nederland is een democratische rechtsstaat. Democratisch, omdat de burgers kiezen wie het land regeert. Een rechtsstaat, omdat iedereen zich aan het Nederlandse recht moet houden: burgers, organisaties en overheid.

(Bron:https://www.rechtspraak.nl/Uw-Situatie/Onderwerpen/Rechtspraak-in-Nederland/Democratische-rechtsstaat)

 

democratie: Fr.: la démocratie: politiek - staatsvorm waarbij (letterlijk) het volk regeert, in de praktijk door middel van een volksvertegenwoordiging (parlement). (bron: https://www.juridischwoordenboek.be/?zoek=democratie)

 

Waar is het bewijs dat wij BURGERS kiezen? Owh die POEP verkiezingen die NEP zijn.

Wij zijn een Democratie? De volkssoevereiniteit is niet vastgelegd sinds 1814.

Bovendien is Nederland onder de macht van het Vaticaan sinds 1815.

 

Zie iets verder op deze pagina voor bewijzen.

 

Artikel 42 lid 1 Grondwet

Hoofdstuk 2. Regering

1.De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers.
 

Wat betekent minister:

Een minister is een persoon die deelneemt aan de regering van een land, en die over het algemeen ook leiding geeft aan een ministerie. Het woord minister is overgenomen uit het Latijn, waar het woord 'minister' dienaar betekent. Oorspronkelijk werd het vooral gebruikt om huisdienaren aan te duiden.

 

(Yahushua/Koning der Koningen en zijn Minister/dienaar Marita)
 

Wat is een wet:

Wetten zijn geschreven rechtsregels. Elke wet is onderdeel van het recht, maar het recht is breder dan enkel wetten. Ook de rechtspraak (jurisprudentie), de rechtsleer, gewoonten zijn rechtsbronnen. De aankondiging van een wet wordt soms een edict genoemd.

 

Wat is een edict:

Een edict (Latijn: edicere, verkondigen) is een aankondiging van een wet. Meestal geschiedt dit bij een monarchie. De paus en enkele andere hoogwaardigheidsbekleders (koningen of gouverneurs) zijn de enigen die vaak een edict uitvaardigen.

 

Zelfstandig naamwoord

hoogwaardigheidsbekleder m

  1. iemand die een hoog ambt bekleedt of anderszins een hoge positie in de Kerk of maatschappij bezit
    • De koning, de kardinaal, de bisschop, de ministers en vele andere hoogwaardigheidsbekleders woonden de plechtigheid bij. 

 

prominent (vooraanstaand)

Wat betekent jurisprudentie:

Jurisprudentie, letterlijk rechtsopvatting, is het geheel van uitspraken die door (Nederlandse) rechters zijn gedaan. Jurisprudentie is dus een verzamelterm. Het gaat om uitspraken, arresten en vonnissen die gedaan zijn door rechters van rechtbanken, het gerechtshof en de Hoge Raad.

 

Source: http://www.edwardbruheim.nl/nl/blog/2009/10/12/de_benoeming_van_een_rechter.htm

http://www.edwardbruheim.nl/nl/blog/2009/10/15/de_eed_of_belofte_van_een_rechter.htm

 

Wat betekent rechtsopvatting:

Een rechtsovertuigingrechtsopvatting of opinio (mening) iuris (recht) (sive necessitatis/of urgentie) is een term om een algemeen heersende opvatting in het recht aan te duiden. Zij is met name van belang in het gewoonterecht.

De term opinio juris (juridisch advies) wordt met name in het internationaal recht gebruikt, en duidt dan aan dat de overtuiging dat een bepaalde gedraging volgens het volkenrecht verplicht is.

Indien alle relevante staten eenzelfde opinio juris hebben over een bepaald onderwerp én indien zij ook daarnaar handelen (staten-praktijk), dan is er sprake van gewoonterecht.

 

Wat betekent volkenrecht:

volkenrecht: volkenrecht - rechtsgebied uit gewoonterecht en diverse verdragen waarin universele beginselen van recht zijn gecodificeerd; vooral m.b.t. de staat in zijn juridische betrekkingen tot andere staten en publiekrechtelijke internationale organisaties, die gericht zijn op de samenwerking tussen volkeren en het behoud van vrede. Bijv. de Verenigde Naties.  soevereiniteit  internationaal privaatrecht (IPR) / aanwijzend recht internationale verdragen  privaatrecht / burgerlijk recht / civiel recht
 Art. 1 UVRMArt. 1 BUPO

Wat betekent Soevereiniteit:

soevereiniteit: Eng.: sovereignty of the state: diplomatiek recht - ~ wordt bepaald doordat de regels van de staat (van YHWH) intern de hoogste regels zijn en de staat (YHWH) extern niet aan andere organisaties of landen is gebonden. Bijv. Nederland hoeft aan de VS geen verantwoording af te leggen over haar drugsbeleid, net zo min dat de VS aan Nederland verantwoording hoeft af te leggen over haar vuurwapenbeleid.  supranationale organisatie  directe werking van een verdragsbepaling

volkssoevereiniteit: Eng.: people's sovereignty: staatsrecht - doctrine die de wil van het volk als bron van het staatsgezag beschouwt.

 

Soevereiniteit

Ik hoef mij aan geen enkel land verantwoording af te leggen over het beleid dat ik voer.

 

Heerlijkheid/Lordship

accrochement van een heerlijkheid: rechtsgeschiedenis - heerlijkheidsgevolg, absoluut recht dat voortvloeit uit het bezit van de ambachtsheerlijkheid.

heerlijkheid: rechtswetenschap - geheel van heerlijke rechten; recht tot het voeren van een heerlijkheidsaanduiding als toevoegsel van de geslachtsnaam. (Fockema)

heerlijkheid: rechtsgeschiedenis - middeleeuwen: (lett.) gebied van een heer; overheidsgezag of rechtsgebied met lagere rechtspraak, onder het gezag van een schout, baljuw of drost; gebied waarover het gezag betrekking had.

Source: http://home.planet.nl/~dumon002/woordenboek/l.html

 

Mark 10:

42 But Jesus called them to him, and saith unto them, Ye know that they which are accounted to rule over the Gentiles exercise lordship over them; and their great ones exercise authority upon them.

43 But so shall it not be among you: but whosoever will be great among you, shall be your minister:

 

Luke 22:

25 And he said unto them, The kings of the Gentiles exercise lordship over them; and they that exercise authority upon them are called benefactors.

 

I am NOT a Gentile/Ik ben GEEN heiden.

 

Wat is een ambachtsheerlijkheid:

Een ambachtsheerlijkheid of lage heerlijkheid was een heerlijkheid van een ambachtsheer. In Holland en Zeeland was de term zeer gebruikelijk

 

 

(Bron: Copy / insert: (they removed it from their website)

It is under the supervision of the Holy See the “Vatican” since 1815.

https://www.government.nl/topics/international-relations/overview-countries-and-regions/holy-see-vatican-city

They changed it into this https://www.government.nl/latest/news/2013/11/20/200-years-the-kingdom-of-the-netherlands after I told a lawyer about it.


Relations between the Netherlands and Vatican City, the residence of the Pope, are good. Politically and culturally speaking, the Vatican is not unimportant for the Netherlands. Relations are based on efforts to promote world peace.

 

News item | 20-11-2013 | 10:23

 

Political relations

In 2015, the Netherlands and the Holy See celebrate 200 years of diplomatic relations.

The Holy See is recognised as a major player in international diplomacy. The Vatican can be instrumental in persuading countries to act on matters of importance to the Netherlands. These include certain aspects of sexual and reproductive health and rights and human rights as well as issues relating to poverty reduction, raw materials, energy and climate.

In the recent past, contacts between the Netherlands and the Vatican regularly revolved around questions such as abortion, assisted suicide and new marriage legislation: subjects on which the Netherlands and the Vatican hold conflicting views.

The Netherlands is represented to the Holy See by an ambassador. In The Hague, the diplomatic interests of the Holy See are looked after by a papal nuncio.

Cultural relations

There is a great deal of interest in the Vatican’s art treasures. Dutch museums and archives regularly apply for the loan of works of art for exhibitions.

 

Bilateral treaties

Up-to-date information on bilateral treaties can be found in the Ministry of Foreign Affairs Treaty Database.

 

 
200 years the Kingdom of the Netherlands

News item | 20-11-2013 | 10:23

The Kingdom of the Netherlands is 200 years old. Celebrations marking the bicentenary will be held from 2013 to 2015.

From November 2013 to September 2015 the National Committee for the Bicentenary of the Kingdom will be arranging events and festivities that involve as many people and organisations as possible. The celebrations marking the bicentenary are for everyone, both in the European and Caribbean parts of the Kingdom.

The foundation for the democratic legal order was laid in 1813, and it evolved slowly but surely from there. In 1848 freedom of assembly and association and the freedom of education were added to the fundamental rights enshrined in the Dutch Constitution, and freedom of the press was expanded. However, slavery was not abolished in the Antilles and Suriname until 1863.

Since 1815 the Kingdom has become much smaller. Belgium, Luxembourg, Indonesia, Suriname and New Guinea have gone their own way. For a long time, three countries remained: the Netherlands, the Netherlands Antilles and Aruba. Since the constitutional changes of 2010, there are now four countries in the Kingdom (the Netherlands, Curaçao, Aruba and St Maarten) and three special municipalities of the Netherlands (Bonaire, St Eustatius and Saba).

Several other events will also be commemorated in the Caribbean part of the Kingdom in the period 2013-2015, such as the abolition of slavery 150 years ago (1863), the 75th anniversary of the first parliament of the Netherlands Antilles on Curaçao (1938) and the 60th anniversary of the Charter for the Kingdom of the Netherlands  (1954). The theme running through all these historical events is the development of the democratic legal order.

 

Volkssoevereiniteit is het principe dat het volk (als geheel) het hoogste gezag van de staat vormt.

De uitoefening van staatsmacht wordt bij dit principe gelegitimeerd doordat alle macht die regering, parlement en rechters hebben, geacht wordt vooraf (via een grondwet) te zijn toegekend door het volk. In een staat met volkssoevereiniteit wordt het volk dan ook geacht zichzelf een grondwet te hebben gegeven (het volk als grondwetgever).

In veel landen is het principe van volkssoevereiniteit in de grondwet vastgelegd. In Duitsland stelt de preambule van de Duitse grondwet dat het Duitse volk zichzelf via zijn grondwetgevende macht een grondwet heeft gegeven. Artikel 20, tweede lid, van de Duitse grondwet bepaalt dat de staatsmacht vanuit het volk komt ('Alle Staatsgewalt geht vom Volke aus'). In Frankrijk bepaalt artikel 3 van de grondwet dat de nationale soevereiniteit aan het volk toebehoort.

Een tegenhanger van volkssoevereiniteit is godssoevereiniteit. Bij dit principe wordt de macht van de staat gelegitimeerd door God.

 

Volkssoevereiniteit

In Nederland is het principe van volkssoevereiniteit niet vastgelegd. De Nederlandse koning regeert volgens de afkondigingsformulieren van Nederlandse wetten 'bij de gratie Gods'. Omdat Nederland sinds de stichting in 1815 vreedzaam is geëvolueerd tot een democratische rechtsstaat lijkt er weinig behoefte te zijn om het volkssoevereiniteitsprincipe alsnog in de grondwet te verankeren.

In de 'Acte van Staatsregeling' (1798) van de Bataafse Republiek was het principe van volkssoevereiniteit wel opgenomen: "De oppermagt berust in de gezamenlijke leden der Maatschappij, Burgers genoemd." (art. 2)

 

Gewoonterecht

Gewoonterecht is recht dat gebaseerd is op gewoonten. Een belangrijk kenmerk van gewoonterecht is dat het van generatie op generatie mondeling wordt doorgegeven. Daarom wordt gewoonterecht ook wel ongeschreven recht en costumier recht genoemd. Synoniemen die stammen uit het Middelnederlands zijn costume of costuijme en usantie. Aangezien gewoonterecht ontstaat vanuit de samenleving is het de tegenhanger van wettenrecht, dat door de wetgever aan de samenleving wordt opgelegd. Het gewoonterecht is eeuwenlang de dominante rechtsbron geweest in West-Europa, maar is vrijwel geheel verdrongen door het wettenrecht.

 

In algemene zin is een gewoonte een gebruikelijke wijze van doen van een individu of een groep mensen. Niet iedere gewoonte leidt tot gewoonterecht. Om als grondslag voor gewoonterecht in aanmerking te komen moet een gewoonte aan een aantal voorwaarden voldoen [1] :

  • het moet een maatschappelijke gewoonte zijn. De gewoonte mag niet beperkt zijn tot enkele individuen, maar moet worden gedeeld door de samenleving in haar geheel, of in ieder geval door een grote maatschappelijke groep.
  • er moet sprake zijn van keuzevrijheid, het moet mogelijk zijn van de gewoonte af te wijken.
  • de gewoonte moet betrekking hebben op rechtshandelingen.
  • de gewoonte moet door de samenleving worden ervaren als bindend. De overtuiging moet bestaan dat de gewoonte rechtens noodzakelijk is. In juridische termen: er moet sprake zijn van opinio juris sive necessitatis.
  • de gewoonte moet bekrachtigd zijn door de persoon of groep die gezag uitoefent over de andere leden van de samenleving. Volgens de middeleeuwse doctrine is aan deze voorwaarde voldaan als de gewoonte in twee vonnissen als rechtsgrond is aanvaard.[2]

Typerend voor gewoonterecht zijn de soepelheid en de snelheid waarmee een gewoonte en daarmee het gewoonterecht ontstaat, erkend wordt, verandert en soms ook verdwijnt. Als gevolg van deze eigenschappen is het gewoonterecht erg plaatselijk en daarmee een bron van rechtsongelijkheid. Bovendien is het gewoonterecht niet alomvattend, het biedt geen houvast voor geheel nieuwe zaken.

Gewoonterecht kan betrekking hebben op diverse gebieden, zoals rechten en plichten van het huwelijk, erfenissen, opvolging, relaties tussen mensen in het algemeen, eigendom en gebruik van onroerende goederen, maten en gewichten, heerlijke rechten, rechten en privileges op burgerlijk en strafrechtelijk gebied, benoemingen en juridische procedures. Voorbeelden van gewoonterecht dat gold in de Lage Landen zijn het recht van naasting en het devolutierecht.

 

West-Europa

Vroege middeleeuwen

Aan het begin van de vroege middeleeuwen was het gewoonterecht de enige rechtsbron van de Germanen, die woonden in het noorden van Europa. Er bestond geen eenvormig Germaans recht, elke stam kende zijn eigen ongeschreven rechtsgewoonten. In de zuidelijke gebieden, die door de Romeinen bezet waren, gold het geschreven Romeins recht. Na de ineenstorting van het West-Romeinse Rijk werd het gehele grondgebied van dat rijk door Germanen in bezit genomen. Het Romeins recht werd op den duur uit vrijwel het gehele gebied verdrongen door het versnipperde Germaanse gewoonterecht.[3]

 

Hoge middeleeuwen

Als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen bestond in de hoge middeleeuwen in West-Europa een gewoonterechtscultuur met een sterk gewestelijk karakter. Er bestonden duizenden gewoonterechtsgebieden. Veel costumen die van kracht waren in dat tijdvak stammen uit het Germaans recht. Daarnaast waren ook talrijke nieuwe gewoonterechtsregels ontstaan, gedeeltelijk afgeleid van het Romeins recht. De meeste nieuwe regels ontstonden in de periode van de 10e tot de 12e eeuw, als gevolg van de opkomst van het hofstelsel.[4][5]

 

In de 12e eeuw werd in de opkomende universiteiten het Romeins recht herontdekt en gemoderniseerd. Al snel won dit recht in het noorden van Italië terrein op het gewoonterecht. Het Romeins recht was schriftelijk vastgelegd, overal gelijk en samenhangend. Voor de in belang toenemende handel was het Romeins recht daarom aantrekkelijker dan het gewoonterecht, dat per streek verschilde en lacunes vertoonde. Langzaamaan breidde het gebied met Romeins recht zich uit over geheel Zuid-Europa. De grens tussen de gebieden met gewoonterecht en Romeins recht kwam uiteindelijk te liggen in het midden van Frankrijk, ter hoogte van de rivier de Loire. De provincies ten noorden van de grens werden in Frankrijk aangeduid met de term pays de droit coutumier (gewoonterechtsgebieden), de provincies ten zuiden ervan met pays de droit écrit (landen met ius commune).

In de West-Europese landen bleef het gewoonterecht van kracht. Omdat gewoonterecht ongeschreven is en plaatselijk erg verschillend kan zijn, was dat recht vaak moeilijk te bewijzen. Aanvankelijk werd geen onderscheid gemaakt tussen het bewijs van de geldigheid van de rechtsregel en het bewijs van de betwiste feiten. In de 10e tot de 12e eeuw onderwierpen de rechters de beklaagden in geval van een geschil aan een godsoordeel. Ze waren ervan overtuigd dat iedereen die onschuldig was door God geholpen zou worden de proef te doorstaan. Vanaf de 13e eeuw werd het bewijsstelsel rationeler, de rechters trachtten de waarheid te achterhalen door getuigen te horen en bewijsstukken te bestuderen. Daarbij werd voortaan onderscheid gemaakt tussen de rechtsregel en de feiten. Als een gewoonterechtsregel werd betwist, werd een afzonderlijk onderzoek ingesteld naar de geldigheid van de costume, de zogeheten turbe.[6]

Late middeleeuwen

Tijdens de late middeleeuwen probeerden verscheidene landsheren een einde te maken aan de rechtsverscheidenheid door het regionale gewoonterecht te codificeren en vervolgens te uniformeren en te centraliseren. De eerste poging tot deze zogeheten homologatie werd in 1454 ondernomen door de Franse koning Karel VII. Aanvankelijk verliep het beschrijven van het gewoonterecht zeer traag. In 1497 werd de procedure van optekening gewijzigd, waarna in enkele decennia de costumen van ongeveer 600 gewoonterechtsgebieden werden beschreven. De opzet de costumen te homologeren slaagde niet. Wel vond in de tweede helft van de 16e eeuw een ingrijpende hervorming van de costumen plaats. Als gevolg van deze ingreep verwierf het rechtsboek Coutume de Paris, gecodificeerd in 1510, een overheersende positie in die gewoonterechtsprovincies.[2][7]

 

In het Heilige Roomse Rijk nam de invloed van het wettenrecht in dit tijdvak sterk toe. Deze ontwikkeling, die zich afspeelde in twee fasen, staat bekend als de receptie van het Romeins recht. In de eerste fase groeide vooral het belang van het canoniek recht, onder invloed van kloosters en kerkelijke rechtbanken. De instelling in j.495 van het Rijkskamergerecht door keizer Maximiliaan I wordt gezien als het begin van de tweede fase van de receptie, waarin met name de invloed van het Romeins recht zich sterk uitbreidde. Het Rijkskamergerecht was de hoogste beroepsinstantie, onder andere op het gebied van burgerlijk recht. Oordeelden de lagere instanties nog op grond van gewoonterecht, de rechters van het Rijkskamergerecht pasten in beroepszaken het ius commune toe, zoals het Romeins-canonieke recht ook genoemd wordt. Daardoor ontstond een dualistisch rechtssysteem, met het Romeins-canoniek recht als subsidiair recht. Uiteindelijk leidde de receptie tot massale overgang naar het ius commune, hoewel het gewoonterecht in sommige Duitse landen van enige betekenis bleef.[8]

Het dualistisch rechtssysteem van het Heilige Roomse Rijk vond in veel West-Europese landen ingang, onder andere in de Lage Landen en in Schotland. In Noord-Frankrijk en de Lage Landen nam de invloed van het Romeins-canoniek recht wel voortdurend toe, maar het gewoonterecht bleef daar de voornaamste rechtsbron, vooral op het gebied van burgerlijk recht.

 

Nieuwe tijd

In de nieuwe tijd poogde Keizer Karel V naar het Franse voorbeeld het gewoonterecht te homologeren. Hij verplichtte in j.531 alle plaatselijke overheden in de Lage Landen hun gewoonterecht op schrift te stellen. Bij het optekenen van de costumen werd in twijfelgevallen soms een turbe afgenomen. De beschreven lokale costumen werden vervolgens getoetst door de betreffende gewestelijke rechtsorganen en ten slotte gereviseerd door de Geheime Raad te Brussel, de hoofdstad van de gezamenlijke Nederlanden. De aldus gehomologeerde costumen werden door de vorst bekrachtigd en afgekondigd. Het bevel werd moeizaam opgevolgd en zowel Karels zoon koning Filips II als de latere aartshertogen Albrecht en Isabella zagen zich meermalen gedwongen de opdracht te herhalen. Uiteindelijk werden van 832 gewoonterechtsgebieden de costumen opgetekend, voornamelijk in de zuidelijke gewesten. Slechts 96 costumen konden de toets der kritiek doorstaan en werden gehomologeerd.[9]

 

Als gevolg van de Tachtigjarige Oorlog ontsnapten de Noordelijke Nederlanden grotendeels aan de druk tot homologatie van de costumen. Na de stichting van de Republiek der Verenigde Nederlanden in j.588 herleefde het gewoonterecht er in al zijn gewestelijke en lokale verscheidenheid. Er bestonden in de republiek ruim 100 min of meer verschillende gewoonterechtsgebieden. Omdat de costumen zeer versnipperd waren, was het veld er vrij voor een grotere invloed van het Romeins recht. In het belangrijke gewest Holland werd door enkele rechtsgeleerden, onder wie Hugo de Groot, het bestaande dualistisch rechtssysteem verder ontwikkeld. Dit resulteerde in een synthese van Romeins recht en Hollands gewoonterecht, met een sterke nadruk op het Romeins recht. Het Rooms-Hollands recht dat zo ontstond heeft in de republiek een belangrijke rol gespeeld en werd ook van kracht in de koloniën.[7][10]

In de Zuidelijke Nederlanden werd het recht gewestelijk vorm gegeven, wat leidde tot het ontstaan van Vlaemsch recht, Brabandts recht, enzovoorts. Hierbij werd voortgebouwd op de lokale costumen die in opdracht van Karel V waren beschreven. In enkele gewesten, zoals Namen en Luxemburg, werden alle lokale costumen afgeschaft en werd één provinciaal gewoonterecht gedecreteerd. In andere, zoals Henegouwen en Artesië, bestond één provinciaal gewoonterecht boven de lokale costumen. In Vlaanderen en Brabantbleef echter een grote diversiteit aan costumen bestaan. Het Vlaams recht kende opgetekende costumen van 227 gewoonterechtsgebieden waarvan er 37 gehomologeerd waren. Voor Brabants recht waren deze cijfers respectievelijk 124 en 8. In sommige gewoonterechtsgebieden hadden de costumen het karakter van een echt wetboek, de costume van Antwerpen bijvoorbeeld (niet gehomologeerd) telde 3832 artikelen. De meeste waren echter veel bescheidener van opzet. Een gevolg van het vastleggen van het gewoonterecht was dat de rechtszekerheid weliswaar toenam, maar dat de rechtsregels niet langer evolueerden, waardoor het gewoonterecht een zeer conservatief karakter kreeg.[9]

Moderne tijd

In de moderne tijd werd het versnipperde en onvolledige gewoonterecht in de landen van het West-Europese vasteland afgeschaft. Na de val van het ancien régime voerde elk land een voor het gehele land geldende wetgeving in, voornamelijk gebaseerd op Romeins recht. Het zo ontstane rechtssysteem, met de wet als belangrijkste rechtsbron, wordt Continentaal recht genoemd.

Engeland 

In Engeland verliep de ontwikkeling geheel anders. Na de slag bij Hastings slaagden de Engelse koningen er in hun machtspositie te bestendigen door de gewesten tot een eenheid om te vormen. Een belangrijk element daarin was homologatie van de lokale costumen (local customs), een proces dat in Engeland wel slaagde. In opdracht van de koninklijke hofraad (curia regis) creëerden rechters in de loop der eeuwen met succes een gemeenschappelijk rechtsstelsel voor geheel Engeland, het Common law-systeem. Dit stelsel, dat is gebaseerd op gewoonterecht (customary law) en algemene rechtsbeginselen, kent ook aanvullend wettenrecht (statute law). De belangrijkste rechtsbron in het Common law-systeem is de rechtspraak (case law) en daarmee domineert de casuïstiek de gerechtelijke procedure. Bij de vorming van het Verenigd Koninkrijk werd dit rechtssysteem van kracht voor het gehele grondgebied.

Huidige situatie

In een aantal landen komt gewoonterecht nog steeds voor, met name in ontwikkelingslanden. Ook in de Scandinavische landen is gewoonterecht nog steeds een belangrijke rechtsbron. Het Common law-systeem van het Verenigd Koninkrijk is door de andere Angelsaksische landen overgenomen, veelal vermengd met elementen uit het Continentaal recht. Het Rooms-Hollands recht wordt nog steeds toegepast door de rechtbanken van Zuid-Afrika (en de buurlanden Lesotho, Swaziland en Namibië), Zimbabwe, Guyana, Indonesië en Sri Lanka, zij het dat het Common law-systeem er grote invloed op uitoefent.

Een hedendaagse vorm van gewoonterecht vindt men in het internationaal recht, waar gewoonterecht behoort tot de hoofdbronnen van het recht, samen met het verdrag. Gewoonterechtelijke regels worden daarbij gevormd doordat staten en andere volkenrechtelijke verbanden zich in de praktijk naar die regel gedragen vanuit een gemeenschappelijke rechtsovertuiging. In het internationaal recht wordt deze overtuiging opinio juris genoemd.

 

 

NWO

PIZZA GATE

Nederlandse wet gebaseerd op de bijbel?

Dit argument hoor ik vaker, en het wordt vaak gebruikt om de verbondenheid van onze normen met het Christendom te illustreren.

Uiteraard zijn veel van onze wetten beinvloed door de normen van de katholieke en later andere kerken beinvloed (denk maar aan het niet verlenen van stemrecht aan vrouwen toen stemrecht werd ingevoerd), maar om het wetsysteem aan de bijbel op te hangen lijkt me te ver gaan.

Ten eerste is het systeem een systeem dat gebaseerd is op wetgeving, uitvoering en toetsing door mensen, niet door God, zoals de bijbel stelt (Matt. 7:1 Do not judge or you too shall be judged).

Ten tweede is dat systeem bij mijn weten gebaseert op het Romeinse recht, en bestond het al voordat de Romeinen het Christendom leerden kennen (voordat wie dan ook het christendom leerde kennen, overigens).

Dan blijft de inhoud. Hoe vergelijk je die? Ik heb de vrijheid genomen de tien geboden (die vaak, ook door christenen, worden aangehaald als de basis voor de bijbelse wetten, ondanks het feit dat Jeus, als ik me goed herinner, de hele meuk door 1 regel vervangen heeft) naast nederlandse (grond)wet te leggen...

1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. 

Grondwet zegt:
Art. 6 . - 1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. 

Het eerste gebod zie ik niet terug in de nederlandse wet, en ik kan me ook niet herinneren dat een exclusieviteitsbeginsel van een god of persoon ooit aan de basis van onze wet heeft gelegen. Sterker nog, het eerste gebod wordt tegengesproken in de grondwet.

2. Gij zult geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. 

Ik kan zo gauw alleen dit vinden:
Art. 10 . - 1. Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer. 
En ik meen me te herinneren dat -portretrecht?- er in bepaalde gevallen grenzen zijn gesteld aan het maken van beelden van mensen of wellicht in bepaalde gevalle ndieren of prive-bezit, maar ik ben in het hele Nederlandse recht nooit iets tegengekomen wat betreft het verbieden van afbeeldingen van alles wat je maar kunt bedenken....

Het tweede gebod zie ik helemaal niet terug in de nederlandse wet, het tegengestelde ervan wordt slechts op basis van een privacy-beginsel eigszins aan banden gelegd. Dat privacy-beginsel vindt ik dan weer niet terug in de bijbel...

3. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de Here, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden. 

Het eerste deel mag wel degelijk volgens het Nederlandse recht, zie hirboven, volgens artikel 6 grondwet.
De overerfelijkheid van de zonde tot in de vierde generatie? Op basis van godsdienst mag dat niet omdat het ins strijd is met artikel 1 van de grondwet, en sowieso is het volgens het Nederlands recht bij mijn weten nooit zo geweest dat een kind voor de zonden van zijn vader terechtstond!
Het doen van barmhartigheid aan hen die God liefhebben? Als ik roep dat ik van Nederland houd heb ik geen recht op een extraatje, en als ik me aan de wet houd ook niet...

Ook het derde gebod is tegenstrijdig aan het Nederlands recht...

4. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken, want de Here zal niet onschuldig houden wie zijn naam ijdel gebruikt. 

Artikel 7 anyone?
Art. 7 . - 1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. 
- 2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisieuitzending. 
- 3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. 
Dat geldt niet alleen voor God, de grondwet garandeert mijn recht om ongestraft mijn ongezouten mening mbt de regering, het land of het staatshoofd te ventileren. Daarbij worden welliswaar regels gesteld betreffende belediging van personen, het staatshoofd of ambtenaren, maar de naam van Beatrix, JP of de agent bij mij op de hoek mag ik vrijelijk en ijdel gebruiken. En de wet houdt mij onschuldig.

Dus ook gebod 4 wordt in de Nederlandse wet tegengesproken...

5. Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Here, uw God, u geven zal. 
Volgens de Nederlandse wet hebben mijn ouders ouderlijk gezag over mij, maar in principe slechts tot mijn achttiende. Daarna kunnen ze nog financieel verantwoordelijk zijn voor mij tot mijn 27ste. Of ik ze nou respecteer of het enorme eikels vindt. Ze kunnen hun kinderen beter eren, want zoals de zaken er nu voor staan zullen ze die kinderen te vriend willen houden als hun wettelijke pensioen tegenvalt.
Daarnaast is in Nederland de beste manier om lang te leven eengoede gezondheidszorg, en die mag niet worden toegekend op basis van respect dat iemand voor zijn ouders heeft...
Ten slotte is er geen enkele wet die bepaalt dat de staat of iemand anders grond of andere bezittingen ter beschikking moet stellen, laat staan in rechte overdragen aan iemand die zijn ouders eert.

Ook gebod 5, hoewel het nobel klinkt, vindt geen wereslag in de Nederlandse wet - met dien verstande dat de ouders dezelfde rechten hebben als de kinderen op basis van de wet.

6. Gij zult niet doodslaan.
Yup. Die staat in de wet! Uitgebreid zelfs. Gebod 6 en de Nederlandse wet zijn in overeenstemming.

7. Gij zult niet echtbreken.
Oh, jawel hoor. Hele wetten worden er besteed aan het regelen van echtscheidingen, en de wat meer basale betekenis, vreemdgaan dus, is bij wet niet strafbaar!

Gebod zeven zie ik niet terug...

8. Gij zult niet stelen.
Net als gebod 6: een perfect match...

9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste. 
Dead on. Meineed is strafbaar, en niet alleen tegen je naaste.

10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is. 
Hier is de Nederlandse wet toch niet zo streng in: je mag zelfs een bod doen op al wat van je buurman is, en zo niet alleen je begeerte laten blijken, maar zelfs de mogelijkheid scheppen het te verwerven. Het begeren van iets is bij mijn weten nooit strafbaar geweest, en is het nog steeds niet - volgens de Nederlandse wet.

Zelfs de wens koesteren dat iemand sterft is niet strafbaar, zolang je maar geen actie onderneemt om die wens werkelijkheid te laten worden.

Gebod tien is dus in tegenspraak met het Nederlands recht.

Conclusie:
Slechts drie geboden komen terug in de Nederlandse wet: je mag niet doden, stelen of meineed plegen. Mocht dit in wetgevende staten buiten de judeo-christelijke traditie wel?

In het oude Sparta, waar Draco zijn strenge wetten op schrift stelde, werd diefstal zwaar bestraft, en moord ook.

Het plegen van meineed was in de Romeinse republiek als strafbaar, er werd bij goden gezworen!

Meineed lijkt wel een godsdienstige, maar geen christelijke basis te hebben, en het niet stelen, niet moorden is niet bepaald origineel te noemen.
Het is dan ook weinig aannemelijk dat het feit dat die dingen niet mogen volgens het Nederlands recht toevallig niet mogen omdat de bijbel het zegt; het lijkt waarcshijnlijker dat deze zaken ook bij wet verboden waren geweest als Jezus nooit meer dan een timmerman was geweest.

Concluderend stel ik dus dat, hoewel bepaalde Nederlandse wetten gebaseerd zijn of waren op regels en normen uit de bijbel, of uitgevaardigd dor de katholike of een andere christelijke kerkelijke instantie, het Nerderlandse rechtstelsel en de inhoud van de Nederlandse wet als geheel zeker niet gebaseerd zijn op de bijbel.

 

Bron: https://gathering.tweakers.net/forum/list_messages/712591