Ridders

1 Samuël 16:

21 And David came to Saul, and stood before him: and he loved him greatly; and he became his armourbearer.

21 Alzo kwam David tot Saul, en hij stond voor zijn aangezicht; en hij beminde hem zeer, en hij werd zijn wapendrager.

Wapendrager:
schildknaap, wapenknecht.

 

Genesis 49:
8 Judah, thou art he whom thy brethren shall praise: thy hand shall be in the neck of thine enemies; thy father's children shall bow down before thee.
9 Judah is a lion's whelp: from the prey, my son, thou art gone up: he stooped down, he couched as a lion, and as an old lion; who shall rouse him up?
10 The sceptre shall not depart from Judah, nor a lawgiver from between his feet, until Shiloh come; and unto him shall the gathering of the people be.
11 Binding his foal unto the vine, and his ass's colt unto the choice vine; he washed his garments in wine, and his clothes in the blood of grapes:
12 His eyes shall be red with wine, and his teeth white with milk.
13 Zebulun shall dwell at the haven of the sea; and he shall be for an haven of ships; and his border shall be unto Zidon.

 

Oude geschriften herkennen om te lezen.

Source:

http://transcriberen.ruhosting.nl/

De vorm van de schilden waarop familiewapens worden afgebeeld verschilt per periode. Tegenwoordig gebruikt men het liefst een schild met de halfronde onderkant. 

 

[De middeleeuwse periode wordt zelf weer onderverdeeld in de vroegehoge en late middeleeuwen.

De middeleeuwse maatschappij en beschaving zijn ontstaan uit drie duidelijk te onderscheiden bronnen: de Grieks-Romeinse beschaving, het christelijk geloof – die beide op het grondgebied van het Romeinse Rijk ontstonden of zich daar verder ontwikkelden – en Germaanse tradities, die binnenvallende volkeren later meebrachten.

Kenmerkend voor deze lange periode in de westerse geschiedenis zijn vooral de fragmentatie van het politieke gezag, een overwegend agrarische economie, een samenleving verdeeld tussen een militaire adel (die eigenaar is van het land) en een tot horige gemaakte boerenklasse, en ten slotte een op religie gebaseerde denkwijze, bepaald door de christelijke kerk.]

 

 

De middeleeuwen (ca. 500 tot ca. 1500) vormen in de geschiedenis van Europa de periode tussen de oudheid en de vroegmoderne tijd.

Kenmerkend voor deze lange periode in de westerse geschiedenis zijn vooral de fragmentatie van het politieke gezag, een overwegend agrarische economie, een samenleving verdeeld tussen een militaire adel (die eigenaar is van het land) en een tot horige gemaakte boerenklasse, en ten slotte een op religie gebaseerde denkwijze, bepaald door de christelijke kerk.

 

Source:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Middeleeuwen

 

Schepenen:

  • rechters en bestuurders van een zelfstandige stad.
  • Rechtsprekend college in de steden, waarvan de leden door en uit de vroedschap of op voordracht daarvan door de stadhouder werden benoemd. In de zeventiende eeuw werd in een aantal steden ook een lager rechtscollege voor zaken van minder belang opgericht om de schepenen te ontlasten. Op het platteland hadden de schepenen meestal ook een wetgevende en besturende taak.
  • Aangewezen of gekozen bestuurders en rechters in een middeleeuwse stad.

 

Willem de Ghier

I.301

I.307

I.329

I.337

I = een hoofdletter i of j

Jan de Ghier

I.400

I.404

I = een hoofdletter i of j

Heynric die Gyer (Knaap, boer) en Jan die Ghyer (Richter, boer) wonen en werken tussen Maas en Waal zijn broers.
Heynric is de vader van Gerit en Her Peter (Ridder) zie 1382 VIII pond belasting en Peter de Gier is zijn zoon. zie belasting 1382 VI pond

De drie mannen die in 1369 elk voor 8 pond zijn aangeslagen in verschillende plaatsen, kunnen broers zijn, maar dat is niet zeker. Het kunnen ook neven zijn, of andere familieleden.
Peter de Ghier die in Veld-Driel wordt aangeslagen, is hoogst waarschijnlijk wel dezelfde die een vicarie op zijn hof aldaar vestigde. 
(Marietje)*

Het land tussen Maas en Waal, eigenlijk niet meer dan een smal strookje grond tussen twee brede waterstromen. Samen met buitenpolders, slaperdijken, eendenkooien, uiterwaarden en boomrijke eilandjes maken Maas en Waal dit stukje Nederland tot een oer-Hollands stukje land. Hier delen rustzoekers en natuurgenieters de polders en uiterwaarden met ganzen en steltlopers.
Onlosmakelijk verbonden aan ons waterrijke land zijn de bouwwerken die de mens er neerzette: Fort Sint Andries had een grote strategische waarde voor de handel en de verdediging; stoomgemaal De Tuut hield het land droog en in de steenfabrieken werd klei uit de rivieren tot bakstenen gebakken. Het terrein van Bato's Erf, een voormalige steenfabriek, is helemaal teruggeven aan de natuur. Een robuust landschap waar de krachten van mens en water nog altijd samenwerken.


Deze informatie is te vinden in het boek: 
"Schatting van den Lande van Gelre voor het overkwartier en de betuwe van 1369"

Deze 3 foto's hieronder zijn gemaakt op 26-7-2012.

Item Heynric die Gyer VIII pond belasting 1369 (blz 122) te Lewen (Leeuwen) Tusghen Mase ende Wale.
Item 
Gerit die Gier VIII pond belasting 1369 (blz 207) te Rossem. (Fol. 54)
Item 
Peter die Gier VIII pond belasting 1369 (blz 222) te Velt Driele. (Fol. 57)

 

Hieruit maak ik op dat Heynric de vader is van Gerit en Peter daar er nu geen 2 Peters zijn met belasting. In 1382 is Heynric dood want hij wordt niet meer vermeld in de belasting boeken bovendien is er van Heynric al in 1335 bekend dat hij knaap is dat maakt dat hij rond 1315 geboren is. Gerit wordt eerst in Amerzoden vermeld als leenheer. Daarna wordt het vermeld dat de andere familieleden hetzelfde leen hebben gekregen. Dat maakt dat Gerrit na 1390 overleden is.

Item Ymbrecht die Geyer VIII pond belasting 1369 (blz 176) te Teyle. (Fol. 46v)
Item Maes die Geyer II pond belasting 1369 (blz 115) te Wychen. (Fol. 30v)

Item Peter die Ghier VI pond belasting 1382 Folio 49 (blz 18) gegoed te Dryele. Extrancy Dryele. (zoon van Her Peter de Ghier)
Item Gherit die Gier VIII pond belasting 1382 Folio 50 (blz 20) gegoed te Roshem. Sit. IIIIc XXVII lb.

 

Summa van Tielreweert vurscreven
IIm VIIc XCII lb.

Summa van alle Bomelreweert ende Tielreweert vurscreven
VIIIm IIIc en I lb.maken IIIIm CLI alden scilt, II lb. voer den alden scilt gerekent.

Doorgehaald:
Item van Floris van Beesde geboert bij Johan Haken tot Bomel op dertien avende, LX alde scilde.
Summa sumax van allen opboeren vuerscreven IIIIm IIc XI alden scilt
.

Dit is opboren Derich Riquijns tot Driele inden jare lxxxii circa festum Pasche.

(Alet Johan Agen I alden schilt).
(Item Boudewijn Rolofs soen III alden schilden).

 

Item Peter die Ghier VIII pond belasting 1382 Folio 69 (blz 59) gegoed te Dryele. (Her Peter de Ghier vader van Peter de Gier)

(Summa lateris Ic III½ scilt.)
(Summa lateris Ic XXXII sc.)

 

Item Hillen die Gyer 1434 VI sc. Folio 6 (blz 13) gegoed te Dryele.


Restant van desen Scattinge.
Dryele.


Item Hillen die Gyer 1434 VI sc. Folio 36 (blz 43) gegoed te Dryele.

Obiit anno j.555 Catarina filia joannis Rodolphi
Relicta vidua Roberti de Ghier, pro cuius perpetua memoria
dati sunt tres equitis monete gelrensis (waarschijnlijk geldaanduiding) et ministratitur I LT

Obijt Robertus de ghier anno j.555

pro cuius perpetua memoria Dati fut....

Eguites monete Gelre... et m.....

...............et ....................................

Equites

(d.i. het Latijnse woord voor “ruiters”, enkelvoud eques voor “ruiter”) is de naam voor de leden van de ridderstand in het Oude Rome.

Deze bestond oorspronkelijk uit burgers van wie het financieel vermogen groot genoeg was om hun dienstplicht met eigen paard (inclusief verzorging en personeel) te kunnen vervullen. Als maatschappelijke groep vormden zij hiërarchisch de tweede stand, na de senatorenstand. Door de geleidelijke uitbreiding en de evolutie van de taak van het leger, trad hun militaire functie op de achtergrond, maar hun betekenis als stand van de burgerij nam evenredig toe. Het was namelijk aan senatoren verboden zich op actieve wijze in te laten met commerciële en financiële zaken, en daarom bleef deze door de expansie van Rome steeds winstgevender sector voorbehouden aan de equites. Geleidelijk aan vormden zij aldus een invloedrijke groep ondernemers en financiers, die onder meer de belastingpacht in handen hadden.

In zijn strijd tegen de senaat probeerde Gaius Gracchus de equites als politieke machtsgroep aan zijn zijde te krijgen, door een wet die bepaalde dat de rechtspraak over afpersingen in de provincies uitsluitend door ridders zou worden uitgeoefend, in plaats van door senatoren (lex iudiciaria). Dit hield in dat stadhouders eventueel zouden terechtstaan voor bankiers met grote financiële belangen in de ambtsgebieden der beklaagden, terwijl de praktijken der belastingpachters slechts door collega's berecht zouden kunnen worden.

Bijzonder typerend voor de politieke invloed van de equites was ook het terugroepen van Lucullus. In de keizertijd werden de voornaamste posten in de bestuursdienst door leden van de ridderstand bekleed.

 

Source:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Equites

 

https://www.yory.nl/genealogie-woordenboek/

https://hetutrechtsarchief.nl/onderzoek/resultaten/archieven?mivast=39&miadt=39&mizig=210&miview=inv2&milang=nl&micols=1&micode=216&mizk_alle=ghier

 

0010   Doop-, trouw- en begraafregisters (RBS / Retroacta Burgerlijke Stand) van dorpen en steden werkgebied RAR), 1598 - 1817

https://regionaalarchiefrivierenland.nl/archieven?mivast=102&mizig=210&miadt=102&miaet=1&micode=0010&minr=1351673&miview=inv2

 

3198   Doop-, trouw-, begraaf- en lidmatenregisters van de Bommelerwaard, (1303) 1590 - 1810 (1949)

https://regionaalarchiefrivierenland.nl/nl/page/5?mivast=102&mizig=210&miadt=102&miaet=1&micode=3198&minr=4744146&miview=inv2#inv3t3

3198-1937 RK Overlijden (obituarium kapittel Sint Maartenskerk 1303-1569) (DTB-1937)

https://www.archieven.nl/nl/zoeken?miadt=102&mizig=236&miview=ldt&milang=nl&micols=1&misort=last_mod%7Cdesc&micode=3198-1937&miaet=54&mizk_alle=ghier

 

3033 Archief van de familie Beckering Vinckers, 1874 - 1967 ( Regionaal Archief Rivierenland )

https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=210&miadt=102&miaet=1&micode=3033&minr=3176685&miview=inv2

 

http://www.bankvanbommel.nl/index.php

http://www.bankvanzaltbommel.nl/bronnen.php

 
 
Hendrick Wachtendonck, van Bruidegom Utrecht 06-01-1605
Hendrick Wachtendonck, van Bruidegom Utrecht 14-09-1634
Henrick Jacobss Wachtendonck, van Ontvanger 17-02-1665

https://hetutrechtsarchief.nl/onderzoek/resultaten/archieven?mivast=39&miadt=39&mizig=100&miview=tbl&milang=nl&micols=1&misort=last_mod%7Casc&mip1=wachtendonck&mip3=hen*

 

 

Landdagen en andere landelijke bijeenkomsten van Staten en steden in Gelre en Zutphen 1423-1584

 

 

 

Details van document 39

Nummer 39
Datum 20-03-1579
Documenttype aanwijzing 
Plaats Arnhem 
Vergadering 18-03-1579
Archief archief archieffonds vormcode inv. nr.folio druk pdf
Gelders archief OA Arnhem Afschrift 473315-15v pdf
Gelders archief OA Arnhem Afschrift 4691312-312v Van Hasselt IV, nr. 30 pdf 
 
Incipit
Durchluchtigste hochgeboeren furst genedigster heer, onsen onderdenigen und willigen dienst ende wes wij sunst vermogen, zij u.f.d. yder tijt voir ain bereit, und dairna voegen u.f.d. toe weten, hoe dat wij achtervolgende derselver schrivent in dato den XVIII en februarij op eijnen generalen alhier gehaldenen lantdach afgeferdicht ende deputert hebben heren Frederick van Boeijmer der rechten doctoren van wegen der bannerheren, van wegen des quartiers Nijmegen Gerhart van Oij, heer tot Oij, borchgreve tot Nijmegen; Arndt van Bonenborch genant van Hoontstein, heren tot Ubbergen
 
Explicit 
tot nuth ende wolfaren des algemeynen vaderlantz to helpen raitzslagen ende resolviren, biddende seer dienstlick dat u f.d. denselven als onse eijgene personen gelove willen geven.
Durchluchtigste hochgeboren furst genedigster heer, wij bidden die Almechtige Got wil u f.d. in gelucksalige regierong lange erhalden und gefrissen, uith Arnhem ende mitter selver stat secretsegel (dat wij ditmail hierto gebruicken) befesticht den XX en marty anno 79.
 
Regest
Bannerheren, ridderschap en steden schrijven Matthias dat zij op een generale landdag de volgende afgevaardigden voor de Staten Generaal hebben benoemd, te weten Frederik van Boeijmer van wegen de bannerheren, van wegen het kwt. Nijmegen Gerhart van Oij, heer tot Oij, burggraaf van Nijmegen; Arndt van Bonenborch genant van Hoontstein, heer tot Ubbergen; Johan van Genth, heeren tot Oijen en Dijden; Adriaan die Cock van Delwijen, heer tot Wadenoijen, ridderschappen; Johan Kolffken burgermeester; Johan Mewss meester van sint Nicolaas; Johan van den Haeve secretaris van Nijmegen voor zichzelf en ook voor Tiel; Matthijs Jacobss ende Hillebrant die Ghier namens Zaltbommel; namens het kwt. Roermond Johan van Wijttenhorst heer tot Horst, drost vann Kessel; Adolf van Ghoir tot Caldenbroick; Johan van Stalbergen doctor en drost van Kriekenbeek ridderschappen; Matthijs van Loeven ende Rembolt Houffsleger, gezanten van Venlo en mede namens andere steden van he kwt. Roermond; namens het kwt. Zutphen Mauris Rijperda; Dirk van Keppel riddershcappen; Gadert Barner burgermeester; Johan Kreinck raadsvriend en Johan Overcamp secretaris van Zutphen; Gijsbert van Broekhuizen afgezanten van Doesburg ende Doetinchem; namens het kwt. Arnhem Koenraad van Meckeren ende Hendrik van Steenbergen ridderschappen, Karel van Gelre burgemeester van Arnhem; Zweer van Hoeckelum burgemeester van Harderwick en mede namens Elburgh, Wageningen en Hattem.

 

Source:

http://resources.huygens.knaw.nl/statenstedengelderland/document_detail/39

http://resources.huygens.knaw.nl/watermarker//pdf/gelre/pdf/0039_002.pdf

 

Geschiedenis der stad Aalst

  • 1873

Source: https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=ghier&coll=boeken1&identifier=a3JfAAAAcAAJ

https://books.googleusercontent.com/books/content?req=AKW5QadItADXUVm9wKYx-jvwiUYZwAl68CWiM5Da-_zn31y3KlYP98v48Gl1Um1UDiCgt_SjX_qoGYFlisafSsUp9Wm2twBwUPSEIPObpqSTlItfqWC9qC8Xbn-4rTfTEr3NyLNkCH_52c3RHQQCpDOAw_Hmt2v5G_Xi1HoSLbJUci3LhVy9Mu4QMfExU9RtL6dDep-ZR5cFITuFACndUE3zCZTxU6swxcYd1WekIZ9KbNBTxMPglQWxwr45BmyUxIVFHeNYnGjM82CUwgIr7Ix3aKeMy7ZJIw

 

Codex diplomaticus Neerlandicus

  • 1853

Source: https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=ghier&coll=boeken1&identifier=lvR7kofQpwcC

Oudste kameraars-rekening der stad Utrecht (1380)

  • 1853

Source: https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=ghier&coll=boeken1&identifier=GHpoAAAAcAAJ

De rekeningen der grafelijkheid van Holland onder het Henegouwsche Huis

  • 1875
  • rondtrekkende koopman, markskramer

Source: https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=ghier&coll=boeken1&identifier=3XOXJZdpoZYC

 

 

Wil men echter alleen op historische getuigenissen afgaan, dan waren
de Friezen, de Bataven, de Kaninefaten, de Tubanten, de Brukteren,
de Menapiërs en de Nerviërs de voornaamste volkstammen, die Neder-
land en ten deele België het eerst hebben bewoond.
Al die stammen, zoo even genoemd. behoorden tot de bolkerengroep
der Germanen.
Waarschijnlijk waren de Friezen, ongetwijfeld hethoofdvolk, ook de
oudste bewoners.

Saliërs, Saksen, Franken

Tusschen de Maas en den Rijn lag het graafschap, sedert de 11 de eeuw

Hertogdomm Limburg, Maastricht was voor een gedeelte een bezitting van
den Bisschop van Luik, voor een ander deel een ander zickzelve staande rijks-
stad of rijksleen.

Reinoud I, graaf van Gelder en Jan I, Hertog van Brabant, dat door den slag van Woerdingen werd beslist. (1286)
Floris (Zuid Holland)

Jan van Heusden en Jan van Kuik, Eduard I, Koning van Engeland.
Deze verplaatste bij een verdrag, in 1.295 met Quy van Dampierre, graaf van Vlaanderen, gesloten,
den stapel der Engelsche wol van Dordrecht (brugge en Mechelen) (1.293) oorlog tusschen Engeland en Frankrijk
losbarstte sedert 1296 bij Philips IV of den schoone koning van Frankrijk, aan.
Deze verbintenis deed Floris den dood.
Eduard, die reeds met het vermoeden omging, dat de graaf zijn onechten zoon Witte van Haamstede (op Schouwen) liever
tot opvolger had dan zijn zoon Jan, uit wettigen echt gesproten, die met 's konings dochter Elisabeth was verloofd,
besloot nu Floris ten valte brengen.

Margareta van Bourgondië oom Jan van Beieren 1417

 

Source: https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=Geschiedenis+der+stad+zaltbommel&coll=boeken1&page=2&identifier=Q0CBI8b9hjMC

Geschiedenis van het vaderland

  • 1874

Nerviërs

De Nerviërs (LatijnNervii), waren een Belgische volksstam die ten tijde van de verovering door Julius Caesar in het noorden van Frankrijk en het zuiden van België woonde, tussen Schelde en Samber. De stam beheerste een belangrijke sector van de grote handelsweg van Keulen naar Amiens (de Chaussée Brunehaut).

 

Woongebied van de Nerviërs

Caesar noemt als buurvolkeren: de Viromandui (Vermandois), de Atrebates (Arras), de Atuatuci en de Remi (Reims).[1] Tacitus vermeldt dat de Nerviërs in zijn tijd prat gingen op hun 'Germaanse' afkomst, als het ware om zich te distantiëren van de 'makke' Galliërs. Ook Caesar zegt dat de meeste Belgae afkomstig waren van de Germanen, dat wil zeggen van over de Rijn kwamen. De Griekse geograaf Strabo schrijft dat de Nerviërs een Germaans volk waren, maar aan de Treveri grensden. Waarschijnlijk verwisselde hij de Nerviërs met de Eburonen.[2] Onderzoekers hebben sporen van hun Germaans dialect menen terug te vinden in een reeks toponiemen in hun woongebied, vooral in de Belgische provincie Henegouwen.

De Gallo-Romeinse, zeer uitgestrekte civitas Nerviorum omvatte waarschijnlijk ook de woongebieden van andere, meer noordelijk en oostelijk te situeren stammen, waarvan Caesar zegt dat zij afhankelijk waren van de Nerviërs: Ceutrones, Levaci, Geidumni, enz.[3] Dit Romeinse administratieve gebied werd vermoedelijk begrensd door de Rupel in het noorden, de Schelde in het westen, de civitas Tungrorum in het oosten en de civitates Remorum en Ambianorum in het zuiden. Dichte bossen maakten dat in het oosten en het zuiden de grenzen onduidelijk waren.

Voor de Romeinse tijd kenden de Nerviërs vier oppida: Asse, Elewijt, Binche en Blicquy.[4] De Romeinen gaven de voorkeur aan één civitas (administratieve hoofdplaats). Zij wezen Bagacum Nerviorum (Bavay) hiertoe aan. Tijdens de late keizertijd werd na de val het Gallische keizerrijk, die in 275 tot rampzalige invallen van de Franken had geleid, de hoofdplaats naar Cameracum (Kamerijk) verplaatst. De naam van het gebied werd gewijzigd in civitas Cameracensium. De grenzen bleven ongeveer bewaard in die van het middeleeuwse bisdom Kamerijk.

De Nerviërs en Caesar

In 57 v.Chr. trachtten de Nerviërs, o.l.v. Boduognatus, Caesar tegen te houden aan de Sabis.[5] Enkele jaren later, in 54 v.Chr., slaagde de stam er bijna in het legioen van Quintus Tullius Cicero, dat in hun grensgebied overwinterde, uit te schakelen[6] met represailles als gevolg.[7] Voor de grote opstand van Vercingetorix leverden ze volgens Caesar 6000 man.[8]

Caesar leed in de slag aan de Sabis (de huidige rivier de Selle) zware verliezen, hetgeen hem ertoe noopte een aantal details mee te delen over deze volksstam, die overeenkomen met wat hij in zijn inleidend hoofdstuk vertelde over de Belgen in het algemeen: zij lieten geen Romeinse handelaars toe binnen hun gebied die wijn of andere luxegoederen zouden invoeren en voerden vaak oorlog met de Germanen; het waren woeste en dappere kerels, die zich niet met Rome wilden inlaten.[9]

Caesar heeft een interessante uitweiding over de 'hagen', die typisch blijken te zijn geweest voor het Nervisch gebied (Frans en Belgisch Henegouwen, Waals-Brabant) waar hij in 57 v.Chr. doorheen trok. Die hagen zoomden de velden en de wegen af en hinderden de opmars van Caesar.[10] De Romeinse veldheer kent er een militaire functie aan toe: de Nerviërs hadden geen noemenswaardige ruiterij en streden vooral te voet, waarbij zij door hun hagen in het voordeel waren. In elk geval wijzen deze hagen erop dat langs de grote baan Amiens-Keulen de bossen plaats hadden gemaakt voor cultuurgronden. Zijn beschrijving is best toepasbaar op de 'kanten' of houtwallen rondom de akkers, zoals ze tot voor enkele tientallen jaren haast overal te zien waren.

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Nervi%C3%ABrs

 

DE NERVIËRS

 

De Nerviërs besloegen de landen ten oosten der Schelde tot over de Samber; zij paalden ten noorden aan de Menapërs en de Ambivarieten ; ten oosten aan de Eburonen en Aduatieken, ten zuiden aan het  gebied van de Trevieren, de Veroroanduren en de Atrebalen. Al deze gewesten komen later onder de benamingen van Brabant ,het  land van Aalst, en Henegouwen voor.

De hoofdplaats van de  Nerviërs was Baganum of Bagacum  Nerviorum , of  eigenlijk  Bagacum, het hedendaagse Bavay , juist over de grens in Frankrijk nabij  Valenciennes .

 

In de zevende eeuw, omvatte het voormalige bisdom van Kamerijk, of het grondgebied van de Nerviërs,  zes  kantons:

 

1. Cameracensis  pagus, Cambresis, die de stad van Camaracum  nu Cambrai of Kamerijk

2. Hainou pagus (henegouwen)  , met Malbodium of Castri  locus nu Maubeuge;

3. Fanomartensis pagus , kanton waarvan Fanomartis of  Famars de hoofdstad werd later Valenciennes:

4. Fania of les Fagnes een streek volledig bedekt met bossen

5. Carbonaria Sylva, wat kolenwoud betekent, is een uitloper van het Ardeense woud;

6. De Brachbantensis pagus of voormalige Brabant, begrensd in het westen en noorden door de Schelde, in  het oosten door de Dijle, en in het zuiden door de Haine. Het gedeelte van Gent, op de rechteroever van de Schelde behoorde tot Brabant. Verdere plaatsen waren de volgende : Condatum (Gondé), aan de Haine en de Schelde, Antonium (Antoing), Luitosa (Leuze), Sunniarum (Soignies, 665); Merrebechi (Meerbeek, bij Ninove), Ticlivinni (Dickelvenne, a. d. Schelde, 750); Nivialcha, Niviella (Nivelles, 7de eeuw). Ook (lambron (730), Scorisse (822), Baceroth (Baesrode of Bachere, 822); Malinas (Mechelen, 753), Vilvorde (779). In de negende eeuw nog Alost, Flithersala (Vlierzele), Gisingazele (Gyzenzele), Gaugiaco (Goick). Aan 'l einde der 9de eeuw : Liniacum (Lennick), Wambacis (Wambeeck), Tobacis (Tubise of Tubeck) , Itturna (Ittre) , Rosbacen (Rebeke) , Hanuaria (Henntiyères), Bolarium (Baulers), Ville-sur-Haine , ook in Hannonia genoemd, Holthem (Hauthem)'.

Deze  werden  allemaal opgenomen in het bisdom van Kamerijk, in de zevende, achtste en negende eeuw.

 

Enkel Caesar vernoemt een aantal kleinere stammen,  we kunnen enkel op hem voortgaan en enkel de woonplaats aan de hand van wat Ceasar liet schrijven gissen. Walckenaer  plaats de Levaci tussen Sint Lievens Esse en Asse, de Geïduni ten zuiden van de Schelde in de buurt van Gent en Deinze, de Pleumoxii rond Pommerceus, nabij Bergen, de Grudii in de nabijheid van Oudenaarde en Grotenberge; de Centrones in de buurt van Dendermonde en Brussel. In werkelijkheid is deze plaatsbepaling   gebaseerd op de gelijkenis tussen  de  oude en de moderne namen en op de tekst van  een onvoldoende  aantal antieke auteurs. Met andere woorden het is en blijft gissen.

 Source: http://users.telenet.be/ericvdd/de%20nerviers.html

 

De Nerviërs, waren een Belgische volksstam die ten tijde van de verovering door Julius Caesar in het noorden van Frankrijk en het zuiden van België woonde, tussen Schelde en Samber. De stam beheerste een belangrijke sector van de grote handelsweg van Keulen naar Amiens.

 

https://historiek.net/karel-v-keizer-nederlanden/65451/

Karel V was een Habsburgs keizer die over het grootste Europese rijk regeerde sinds dat van Karel de Grote. Hij was landsheer van de gewesten die de latere Nederlandse Republiek zouden vormen. In de Nederlandse historiografie heeft Karel V relatief weinig aandacht gekregen. De meeste aandacht ging uit naar zijn opvolger Filips II als heer der Nederlanden.

 

Rijksdag van Augsburg (1530)

De Rijksdag van Augsburg werd in i.530 georganiseerd door Keizer Karel V, in de hoop te komen tot één christelijke waarheid door alle meningen aan te horen. Dit omwille van de reformatie die was begonnen door Maarten Luther in i.517.

Luthers naaste medewerker Melanchthon stelde de Confessio Augustana op voor de reformatorische beweging. Deze confessio was gematigd van toon omdat Melanchthon en consorten hoopten op een verzoening.

Te Augsburg kwam het echter niet tot een verzoening en het Edict van Worms werd vernieuwd.

De Rijksdag eiste het herstel van het bisschoppelijk gezag en de teruggave van kerkelijke goederen die door de reformatoren waren geconfisqueerd. Enkel de katholieke standen ondertekenden het besluit van de Rijksdag. Om de uitvoering van dit besluit tegen te gaan sloten de protestanten in i.531 het Schmalkaldisch Verbond tegen de keizer.

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Rijksdag_van_Augsburg_(1530)

 

augsburgse confessie:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Confessio_Augustana

 

"Sceaux armoriés des Pays-Bas et des pays avoisinants" digitaal

 

Op de website www.archive.org zijn de vier delen van Sceaux armoriés des Pays-Bas et des pays avoisinants van J.Th. de Raadt gedigitaliseerd te raadplegen.

De volledige titel van de boeken luidt officieel:
Raadt, J.Th. de, Sceaux armoriés des Pays-Bas et des pays avoisinants (Belgique-Royaume des PaysBas-Luxembourg-Allemagne-France). Recueil historique et héraldique, 4 volumes, Bruxelles 1899-1903

 

Hier volgen vier aparte links naar de vier opeenvolgende delen:

 

Antiquitates illustrissimi Ducatus Brabantiae

  • 1708

 

Alterius sexus in oppido sunt collegia, inprimis Beginarum, circa Annum i260. attribuente quodam Walterode de Ghier & Gertrude conjugibus Terram Boudemaers hof appellatum, ubi aedem Sacrari in Curia Beginatus permisit suis litteris Anno i266.

 

Source: 

https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=ghier&page=4&coll=boeken1&identifier=5C9QAAAAcAAJ

Google vertalen:

In de stad van een ander geslacht vakbonden, met name om te beginnen rond het jaar i 260. toeschrijven van een aantal van  Walterode (Wouter) de Ghier & Gertrude echtgenoten Boudemaers Hof genaamd het heiligdom van het heiligdom in de Senaat, leed zijn brief Beginatus het jaar i 266.

 

Alterius sexus in oppido sunt = Het geslacht van de stad

collegia = hoge scholen

inprimis Beginarum = met name geïnteresseerd

circa Annum = Elk jaar ongeveer/rond i260

attribuente quodam = toeschrijven sommige

Conjugibus = echtgenoten

Terram = grond

appellatum = beroep

ubi aedem Sacrari in Curia Beginatus = Bij het bouwen van een heiligdom in de rechtbank Beginatus

permisit suis litteris Anno i266. = toegestaan ​​zijn brieven in het jaar i266.

Nicolas de Ghier (Ghyer)

Recherche des antiquitez et noblesse de Flandres

  • 1632

https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=de+ghyer&coll=boeken1&identifier=U99LAAAAcAAJ

 

Willam de Ghier

Oudste kameraars-rekening der stad Utrecht (1380)

  • 1853

https://www.delpher.nl/nl/boeken1/gview?query=ghier&coll=boeken1&identifier=GHpoAAAAcAAJ

Jan en Wouter de Ghier

Bouc van der audiencie

  • acten en sentencien van den Raad van Vlaanderen in de XIVe eeuw
  • EERSTE STUK
  • 1901-1903

https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?objectsearch=gier&coll=boeken&page=10&identifier=MMUBL07:000002909:00441&query=de+ghier

Hillebrant de Ghier

Iets over de eerste hervormde predikanten in Zalt-Bommel

  • [ca. 1929]

https://www.delpher.nl/nl/boeken/view?coll=boeken&identifier=MMKB21:040009000:00005&objectsearch=ghier&query=de+ghier

Mijn oudste gevonden directe voor ouder is Heynric van Ghyr /Heynric de(n) Ghyr. (zie reden hier onder)

Klooster der Kruisheren te Roermond, i.331-784  (1331-1784)

Kruisherenklooster

Het dankt zijn ontstaan (1422) aan een kapel, de Corneliskapel.
Het Broederschap van de Heilige Cornelis was o.a. officieel belast met de geestelijke zorg voor het garnizoen, 
maar ook kwamen vele burgers naar het klooster om er te biechten en religieuze bijstand te ontvangen. 
Het klooster werd mei 1784 gesloten door Joseph II.

 

Nr. 349.

I.331 october 16
Reinald, graaf van Gelre, belooft Dirk VIII, graaf van Kleef, betaling van 5-000 mark oude Brabantse penningen,
4 denarien voor 1 oude koningsgroot Tournoois van Frankrijk gerekend, binnen zekere termijnen.


Veertig borgen w.o.:

Otto, heer van Kuik, Jacob van Mirlar de Jonge, Arnt van Wachtendonc, Wouter van VoshemHeynric van Ghyr.


Lacomblet III nr. 257

 

Bron: https://www.roermond.nl/organisatie/BS/Arch/docs/regesten/Res%20Gestae%20215tm503versie2015.pdf

https://www.archiefroermond.nl/nl/onderzoek/regesten-2

 

Source: https://de.wikipedia.org/wiki/Theodor_Joseph_Lacomblet

https://de.wikipedia.org/wiki/Landesarchiv_Nordrhein-Westfalen_Abteilung_Rheinland

http://www.archive.nrw.de/lav/abteilungen/rheinland/bestaende_duesseldorf/index.php

http://digitale-sammlungen.ulb.uni-bonn.de/content/titleinfo/16024

http://digitale-sammlungen.ulb.uni-bonn.de/topic/view/17159

 

 

Nr. 338.

I.366 januari 21
Johan van Meurs, ridder, oorkondt dat Bovo heer van Friemersheim, zijn vrouw Lisebet en
zoon Henric na rade van verwanten en vrienden hem burcht en heerlijkheid Vrymerssem
heeft verpand voor 11800 oude gouden schilden. Pandnemer stelt borgen o.a.: Arnt van
Randenrode, Arnd van Wachtendonk, Johan van Rheydt, Jacob van Milendonk, Johan van
Broekhuizen, Johan van Wickrath, Johan van Mirlaar, ridders, Henric voogd van Neersen,
Dirk van Eyl, knapen.  

Bron: https://www.roermond.nl/organisatie/BS/Arch/docs/regesten/RGIV_PDF.pdf

https://www.archiefroermond.nl/nl/onderzoek/regesten-2

 

Nr. 351.

I.369 mei 19
Henric van der Straten, ridder, vordert Arnold heer van Wachtendonk en Sander van Vossem,
ridders, de schuldbrief van graaf Johan van Kleef t.b.v. Herman van Boedberg en diens
moeder over te geven, die zij in bewaring hebben, daar graaf Adolf van Kleef de zaak heeft
afgelost.
Kleve-Mark, I.368-394 nr. 7

Bron: https://www.roermond.nl/organisatie/BS/Arch/docs/regesten/RGIV_PDF.pdf

https://www.archiefroermond.nl/nl/onderzoek/regesten-2

 

Borgen: zijn in dit verband mensen die voor iemand anders borg staan, om zekerheid te geven dat die persoon zijn belofte zal nakomen.

W.o: dat betekent in dit verband waar onder. of onder wie.

Het kan zijn dat de oorspronkelijke oorkonde in het Latijn is en dat daarom alle namen beginnen met `de', wat Latijn is van `van'. Maar een Latijnse vertaling van `de' is er niet, en zo zou de getuige De Gyer er kunnen staan als De Gyer. Dan heeft iemand daarvan weer een Nederlandse vertaling gemaakt en zo de naam Van Gyer verzonnen. Als het zo is gegaan, zou deze Hendrik van Gyer dus inderdaad wel Hendrik de Gyer kunnen zijn. Hij leefde wel in dezelfde tijd als de echte Hendrik de Gyer.

 

Nr 396
Reinald hertog van Gelre geeft, met toestemming van zijne gemalin Alianora, aan een Karthuizer klooster, dat toestemming van zijn gemalin Alianora,
aan een Karthuizer klooster, dat hij begonnen was te timmeren in eenre stede gheheyten Monichusen bi Arnhem, 500 pond kleine penningen des jaars,
uit zijne tijzen in het Nieuwbroek op de Veluwe(*) 24 Julij i.342.
Int jaer ons Heren M. CCC. twee ende viertich, op S. Jacobs auont des Apostels.
De oorspronkelijke perkamenten brief No. 263 is een vidimus, geeven door Jan proost van Arnhem en Jan van den Polle, Kanonik van den dom te Keulen,
Uitgegeven in Lindeborn, Hist. Episc. Davent. p. 179, in de Kerkel. Hist. en Oudenheden der 7 Verenigde Provincien, deel VI. bl. 512. en elders.

 

 

 
 
  • Gelre, graafschap, later hertogdom, en Zutphen, graafschap (vorstendom) 1494
    - regerende vorsten, zie ook Gulik, Willem hertog van - en Maria van Gelre,
    hertogin van Gulik; zie ook Philips (de Schone), aartshertog van
    Oostenrijk en koning van Castilië; zie ook Karel (de Stoute), hertog van
    Bourgondië; zie ook Maximiliaan, aartshertog van Oostenrijk, roomskoning
    en keizer; zie ook Karel V, keizer; zie ook Philips II, koning;
    zie ook Anthoin, hertog van Lotharingen, als pretendent-vorst, 1733
  • - - Reinald II (van Gelre) (1326-1343)                   330,332,335A,338,339,343,
                                                                                    346A,347A,349-351,354,358,
                                                                                    360,360A,360B,362,363,368
                                                                                    368A,369,371A,381,383A,388

Ghyr (Ghoor?), Heynric van                                      349

  • Kleef, graven, hertogen                                       142A,164C,170A,253,633,1579
    - Dirk VIII graaf van                                               347,349,375
  • Kuik, heren van                                                     475,528,608
    - Otto heer van                                                      296,340,349,385
  • Mirla(a)r (Meyrlaer, Mierlaar, Mirlaer, Mirlair, Mirle, Myerlar) zie ook Milendonk
    - Jacob, heer van - en Milendonk, ridder            346,349,400A,427C,494
  • Zwartbroek (Swartenbroek, Svartbruck) 469
    - schepenen van                                                   348,349,377
  • Vossem (Voscheyn, Vosheym, Vossum, Voysheym)
    - Wouter van -, ridder                                           338,346,349
  • Wachtendonk (-donck, Geisseren, Geseren, Wachteldunc) 1579
    Wachtendonk (naamsvarianten zie hierboven)
    - Arnold van -, ridder                                            338,349,371A,388A, 396B,398A,
                                                                                   427C,429A,494
 

 

Heynric die Gyer (Knaap, boer) en Jan die Ghyer (Richter, boer) wonen en werken tussen Maas en Waal zijn broers.
Heynric is de vader van Gerit en Her Peter (Ridder) zie I.382 VIII pond belasting en Peter de Gier is zijn zoon. zie belasting I.382 VI pond

De drie mannen die in I.369 elk voor 8 pond zijn aangeslagen in verschillende plaatsen, kunnen broers zijn, maar dat is niet zeker. Het kunnen ook neven zijn, of andere familieleden. 
Peter de Ghier die in Veld-Driel wordt aangeslagen, is hoogst waarschijnlijk wel dezelfde die een vicarie op zijn hof aldaar vestigde. 
(Marietje)*

Het land tussen Maas en Waal, eigenlijk niet meer dan een smal strookje grond tussen twee brede waterstromen. Samen met buitenpolders, slaperdijken, eendenkooien, uiterwaarden en boomrijke eilandjes maken Maas en Waal dit stukje Nederland tot een oer-Hollands stukje land. Hier delen rustzoekers en natuurgenieters de polders en uiterwaarden met ganzen en steltlopers.
Onlosmakelijk verbonden aan ons waterrijke land zijn de bouwwerken die de mens er neerzette: Fort Sint Andries had een grote strategische waarde voor de handel en de verdediging; stoomgemaal De Tuut hield het land droog en in de steenfabrieken werd klei uit de rivieren tot bakstenen gebakken. Het terrein van Bato's Erf, een voormalige steenfabriek, is helemaal teruggeven aan de natuur. Een robuust landschap waar de krachten van mens en water nog altijd samenwerken.


Deze informatie is te vinden in het boek: 
"Schatting van den Lande van Gelre voor het overkwartier en de betuwe van 1369"

Deze 3 foto's hieronder zijn gemaakt op 26-7-2012.

 

Item Heynric die Gyer VIII pond belasting I.369 (blz 122) te Lewen (Leeuwen) Tusghen Mase ende Wale.
Item Gerit die Gier VIII pond belasting I.369 (blz 207) te Rossem. (Fol. 54)
Item 
Peter die Gier VIII pond belasting I.369 (blz 222) te Velt Driele. (Fol. 57)

Hieruit maak ik op dat Heynric de vader is van Gerit en Peter daar er nu geen 2 Peters zijn met belasting. In 1382 is Heynric dood want hij wordt niet meer vermeld in de belasting boeken bovendien is er van Heynric al in 1331 oktober 16 bekend dat hij knaap is dat maakt dat hij rond 1315 geboren is. Gerit wordt eerst in Amerzoden vermeld als leenheer. Daarna wordt het vermeld dat de andere familieleden hetzelfde leen hebben gekregen. Dat maakt dat Gerrit na 1390 overleden is.

 

Item Ymbrecht die Geyer VIII pond belasting I.369 (blz 176) te Teyle. (Fol. 46v)
Item Maes die Geyer II pond belasting I.369 (blz 115) te Wychen. (Fol. 30v)

 

Item Peter die Ghier VI pond belasting I.382 Folio 49 (blz 18) gegoed te Dryele. Extrancy Dryele. (zoon van Her Peter de Ghier)
Item Gherit die Gier VIII pond belasting I.382 Folio 50 (blz 20) gegoed te Roshem. Sit. IIIIc XXVII lb.

Source: https://archive.org/details/schattingvanden00ducgoog

 

Summa van Tielreweert vurscreven
IIm VIIc XCII lb.

Summa van alle Bomelreweert ende Tielreweert vurscreven
VIIIm IIIc en I lb.maken IIIIm CLI alden scilt, II lb. voer den alden scilt gerekent.

Doorgehaald:
Item van Floris van Beesde geboert bij Johan Haken tot Bomel op dertien avende, LX alde scilde.
Summa sumax van allen opboeren vuerscreven IIIIm IIc XI alden scilt
.

Dit is opboren Derich Riquijns tot Driele inden jare lxxxii circa festum Pasche. 

(Alet Johan Agen I alden schilt).
(Item Boudewijn Rolofs soen III alden schilden).

Item Peter die Ghier VIII pond belasting 1382 Folio 69 (blz 59) gegoed te Dryele. (Her Peter de Ghier vader van Peter de Gier)

  

(Summa lateris Ic III½ scilt.)
(Summa lateris Ic XXXII sc.)

Item Hillen die Gyer  I.434 VI sc. Folio 6 (blz 13) gegoed te Dryele.
Restant van desen Scattinge. 
Dryele. 
Item Hillen die Gyer I.434 VI sc. Folio 36 (blz 43) gegoed te Dryele.

 

Bron: Jan die Ghyer I.339 richter tusschen Maze ende Wael.

 

Nr 349 Regestenlijst te Roermond

I.331 oktober 16 Cnapen Heynric den Ghyr

Op 27 maart I.335 wordt Heynric die Ghyer vermeld als knape bij de manschap van Heer Heynric van der Lecke, ridder.
Als je van deze informatie uitgaat dan is hij ca I.315 geboren. Dat maakt Henrik ouder dan Peter dus een voorvader of verwante van mij.
Heynric  wordt ook vermeld in I.369 als belasting plichtige te Lewen (Leeuwen) Tusghen Mase ende Wale waar hij Peter  en Gerit  de Gier VIII pond moeten betalen. Omdat Jan die Ghyer niet meer vermeld word in 1369 zou het zelfs kunnen betekenen dat hij de vader is van Heynric.


Als je kijkt hoe de namen zijn gespeld zou je gaan denken dat 
Heyndric die Ghyer, Jan die Ghyer en Peter die Gier, Gerit die Gier alle 4 van 2 families komen , maar in die tijd werden de meeste dingen fonetisch opgeschreven dus dit bewijst nog steeds niets. Ze kunnen ook broers en/of verwanten van elkaar zijn. Ze zijn ook allemaal verspreid over het gebied en hebben belangrijke functies.

 

Source: https://www.archieven.nl/nl/zoeken?miadt=37&mizig=210&miview=inv2&milang=nl&micols=1&mires=0&micode=0001&mizk_alle=ghier

 

 

257 Graf Reinald v. Geldern und Zütphen verspricht dem Grafen Dietrich VIII. v. Cleve Zahlung einer schuld von 5000 Mark unter stellung von Bürgen. - 1331, den 16 October.

Heren Arnt van Wachtendonc, here Wouter van Roshem, heren Rinquin den Koc, riddere, Heynric den Ghyr, cnapen.

 

Source:

https://digitale-sammlungen.ulb.uni-bonn.de/content/titleinfo/16024

DENARIE

De denarie was een Romeinse munt met de waarde van 4,5 gram zilver. De munt droeg het beeld van de keizer, en werd voor de belasting gebruikt, (Matt.22:19; Mc.12:15; Luc.20:24). De Romeinse denarie en de Griekse drachme waren in koopkracht aan elkaar gelijk. De munt werd waarschijnlijk rond 211 v. Chr. ingevoerd, tijdens de tweede Punische Oorlog ten tijde van de Romeinse Republiek. Het woord denarius komt van denarius nummus, wat munteenheid van tien betekent, want zijn waarde was aanvankelijk 10 as. Dat kwam overeen met ruim een halve kilo brons (540 g). Aangezien de waarde van brons tot zilver zich in die tijd verhielden als 1:120, woog de denarie 4,5 g. Rond 140 v. Chr. was het zilver relatief veel meer waard geworden en de denarie werd gerevalueerd tot 16 as i.p.v. 10. De nieuwe denari�n werden op de voorzijde voorzien van het teken X als monogram voor XVI.


Vertaalkwesties
De Denarie en de Drachme worden in de NV vertaling met "schelling" vertaald.
De Statenvertaling vertaalt Denarie en Drachme met "penning", behalve in Hand.19:9, daar wordt het vertaald met "zilverstuk".

Bron: http://www.lachairoi.be/index.htm?matenomrekenen.htm&B

 

Brabant

Brabant,

1. hertogdom in de Nederlanden, ontstaan rond het jaar 1000, toen het graafschap Leuven uitgebreid werd met enkele omliggende graafschappen.

De omvang hiervan kwam ongeveer overeen met die van de huidige Belgische provincies Vlaams- en Waals- Brabant. De grote uitbreiding ontstond toen graaf Godfried I (1095-1140) in 1106 hertog van Neder- Lotharingen werd. Vanuit deze positie verwierf hij het grote markgraafschap Antwerpen (globaal de huidige Belgische provincie Antwerpen en de Nederlandse provincie Noord-Brabant). De titel "hertog van Brabant" ontstond daarna in de loop van de 12e eeuw.

In de 13e eeuw werden Maastricht en het hertogdom Limburg aan Brabant toegevoegd.

Het wapen van Brabant is een gouden leeuw op een zwart schild. Dit wapen kwam reeds tijdens de regering van Godfried III (1142-1190) op de munten voor, toen zijn zoon Hendrik I regent was tijdens de tweede kruistocht van zijn vader.

De vroegst dateerbare Brabantse munten zijn penningen die geslagen werden te Leuven en te Antwerpen tijdens de regering van Godfried I. De Brabantse penningen uit de 12e eeuw, meestal Leuvense penningen genoemd, werden langzamerhand een belangrijke rekeneenheid.

Ze zijn over het algemeen iets zwaarder dan de penningen uit Friesland en Utrecht, bisdom uit dezelfde tijd, maar zijn beduidend lichter dan de zware Keulse penning waarvan het gewicht maar weinig onder dat van het Karolingische voorbeeld lag; Karolingische muntslag. In de 13e eeuw daalde het gewicht van de Brabantse penning ook verder en tegen het einde van de eeuw werden veelvouden geslagen: sterlingen en dubbele sterlingen.

In de 14e eeuw werd de Brabantse sterling of brabantinus (1/3 groot) van Jan III (1312-1355) een belangrijke muntsoort naast de Vlaamse leeuwengroot. De brabantinus werd veel geïmiteerd door kleinere heren.

Rond 1330 begon men in Brabant, evenals in Vlaanderen, de Florentijnse gulden na te volgen. Deze imitatie was daarmee de eerste gouden muntsoort die in de Nederlanden geslagen werd de Karolingische tijd.

In de tweede helft van de 14e eeuw kwam het Brabantse muntwezen sterk onder de invloed van het Vlaamse, wat onder andere blijkt uit de muntovereenkomst in 1384 tussen hertogin Johanna (1355-1406) en de Bourgondische hertog Philips de Stoute, graaf van Vlaanderen (1384-1404). De zogenaamde rozebekers die volgens deze overeenkomst geslagen werden, dragen in Vlaanderen de namen van Philips en Johanna, en in Brabant de namen van Johanna en Philips.

Na de dood van Johanna volgde Philips' tweede zoon Antoon haar op in Brabant. In 1430 erfde hertog Philips de Goede het land en verenigde Brabant met de Bourgondische Nederlanden. Bij de unificatie van de muntslag in 1433, werd de Vlaamse groot als Bourgondische groot de basis van het nieuwe stelsel.

De Brabantse groot, ter waarde van 2/3 Bourgondische groot, bleef echter nog lange tijd als rekeneenheid in gebruik. Muntjes beneden de kwart groot werden nog volgens de oude gewestelijke stelsels geslagen.

Zo kon de duit van 6 mijten Vlaams ( = 9 mijten Brabants) negenmanneke genoemd worden.

Zie verder Bourgondië, Bourgondische Nederlanden en Zuidelijke Nederlanden.

De Bourgondische hertogen en hun opvolgers hebben tot aan 1794 de Brabantse titels op hun munten gevoerd.

2. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog hebben de "Vrije Staten van Brabant" zelfstandig te Antwerpen gemunt (1584-1585).

3. In de loop van de Tachtigjarige Oorlog werd het noorden van het hertogdom door de Republiek veroverd en bij de Vrede van Munster (1648) formeel afgestaan. Deze gebieden werden onder de namen Staats-Brabant en het Land van Overmaze als Generaliteitslanden rechtstreeks door de Staten-Generaal bestuurd.

Na de Franse Revolutie werd in 1796 het voormalige Staats-Brabant onder de naam Brabant opgenomen in de Bataafse Republiek. Eind 1798 gaf dit nieuwe gewest recepissen uit ter inwisseling van de in 1795 ontvangen Franse assignaten.

Deze recepissen golden ook als vergoeding van de schade ten gevolge van allerlei vorderingen sinds 1794.

 

Urkundenbuch der Stadt Braunschweig.

Im Auftrage der Stadtbehörden hrsg. von Ludwig Hänselmann 

de Gyr, Ghir, in der Altftadt, Albert, -brecht, -breycht, Schwager Hennings v. Stöckheim (vor 1 328) 1329. 31 : 190''- '^ 213"
234.7. ^of..

Bron: http://scans.library.utoronto.ca/pdf/9/12/ab3urkundenbuchd03stad/ab3urkundenbuchd03stad.pdf

 

Abb.A.Uk - 29

1398 September 14 {ipso die Exaltationis sancte crucis}
Permalink der Verzeichnungseinheit

Der Knappe Ludolph van Herze verkauft mit Willen seines Bruders Herman van Herse, Knappen, seine Hufe Saatland zu Borchen, die derzeit sein vollschuldiger Mann Henke de Hegere bebaut, mit Zustimmung des Edelherrn Bertold van Buren als Lehnsherrn dem Knappen Albert van Haxthusen für bezahlte 20 rheinische Gulden. Beiden Seiten bleibt die Ablösung der Hufe nach vorheriger Kündigung zwischen Michaelis und Martini zu Weihnachten für 20 Gulden vorbehalten. Als Bürgen verpflichten sich die Knappen Gyr van dem Calenberge und Herman van Sunreke, dem Käufer einen etwaigen Schaden auf Mahnung binnen 14 Tagen mit Geld oder in Pfändern, die man tragen oder treiben kann, zu ersetzen. Der Verkäufer, sein Bruder, der Lehnsherr und die beiden Bürgen siegeln. (Regest)

 

Bron: http://www.archive.nrw.de/LAV_NRW/jsp/findbuch.jsp?archivNr=451&klassId=12&tektId=4&id=2328

Van Adam tot Noach

Genesis 5

1 Dit is het boek van Adams geslacht. Ten dage als God den mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods.
2 Man en vrouw schiep Hij hen, en zegende ze, en noemde hun naam Mens, ten dage als zij geschapen werden.
3 En Adam leefde honderd en dertig jaren, en gewon een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld, en noemde zijn naam 
Seth.
6 En Seth leefde honderd en vijf jaren, en hij gewon Enos.
9 En Enos leefde negentig jaren, en hij gewon Kenan.
12 En Kenan leefde zeventig jaren, en hij gewon Mahalal-el.
15 En Mahalal-el leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Jered.
18 En Jered leefde honderd twee en zestig jaren, en hij gewon Henoch.
21 En Henoch leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Methúsalach.
24 Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg. (Hij stierf niet) (Hebreeën 11:5)
25 En Methúsalach leefde honderd zeven en tachtig jaren, en hij gewon Lamech.
29 En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft!
32 En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon 
Sem, Cham en Jafeth.  (Gomer)

Noach tot Abraham

Genesis 10
21 Voorts zijn
 Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber (Hebreeuwer), broeder van Jafeth, de grootste.
22 Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.
24 En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.
25 En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Pelegwant in zijn dagen is de aarde verdeeld
en zijns broeders naam was Joktan.
Gen 11:18.
En Peleg leefde dertig jaren, en hij gewon Rehu.
Gen 11:20.
En Rehu leefde twee en dertig jaren, en hij gewon Serug.
Gen 11:22.
En Serug leefde dertig jaren, en gewon Nahor.
Gen 11:24.
En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.
Gen 11:26.
En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.
Gen 11:29.
En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.
Van Abraham tot Jezus.


Geslacht register van JEZUS/Yahushua tot zijn moeder en zijn vader יהוה:

Mattheüs 1
Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.
Abraham 
(1) gewon Izak, en Izak (2) gewon Jakob, en Jakob (3) gewon Juda, en zijn broeders;
3 En Juda (4) gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares (5) gewon Esrom, en Esrom (6) gewon Aram;
4 En Aram (7) gewon Aminadab, en Aminadab (8) gewon Nahasson, en Nahasson (9) gewon Salmon;
5 En Salmon (10) gewon Booz (11) bij Rachab, en Booz gewon Obed bij Ruth, en Obed (12) gewon Jessai;
6 En Jessai (13) gewon David, den koning; en David, den koning(14) gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;
7 En Salomon (1) gewon Roboam, en Roboam (2) gewon Abia, en Abia (3) gewon Asa;
8 En Asa (4) gewon Josafat, en Josafat (5) gewon Joram, en Joram (6) gewon Ozias;
9 En Ozias (7) gewon Joatham, en Joatham (8) gewon Achaz, en Achaz (9) gewon Ezekias;
10 En Ezekias (10) gewon Manasse, en Manasse (11) gewon Amon, en Amon (12) gewon Josias;
11 En Josias (13) gewon Jechonias (14) , en zijn broeders, omtrent de Babylonische overvoering.
12 En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiël, en Salathiël (1) gewon Zorobabel;
13 En Zorobabel (2) gewon Abiud, en Abiud (3) gewon Eljakim, en Eljakim (4) gewon Azor;
14 En Azor (5) gewon Sadok, en Sadok (6) gewon Achim, en Achim (7) gewon Elihud;
15 En Elihud (8) gewon Eleazar, en Eleazar (9) gewon Matthan, en Matthan (10) gewon Jakob;
16 En Jakob (11) gewon Jozef (12), den man (vader) van 
Maria (13) , uit welke geboren is Yeshua (14), gezegd HaMashiach.
17 Al de geslachten dan, van Abraham tot David, zijn veertien geslachten; en van David tot de Babylonische overvoering, zijn veertien geslachten; en van de Babylonische overvoering tot Christus, zijn veertien geslachten.
18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest.
19 Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.
20 En alzo hij deze dingen in den zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit den Heiligen Geest;
21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
22 En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden, hetgeen van den Heere gesproken is, door den profeet, zeggende:
23 Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuël; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
24 Jozef dan, opgewekt zijnde van den slaap, deed, gelijk de engel des Heeren hem bevolen had, en heeft zijn vrouw tot zich genomen;
25 En hij had geen gemeenschap met haar, totdat zij dezen haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en heette Zijn naam JEZUS.

Genesis 3

15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.

Raiders of the Lost Book - Ep 2 - By Michael Rood (uitleg stamboom van Jezus).

Jozef de stiefvader van Jezus/Yahushua zijn geslachtsregister is:

Lukas 3

Geslachtsregister van Jezus
23 En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren oud te wezen, zijnde (alzo men meende) de zoon van Jozef, den zoon van Heli,
24 Den zoon van Matthat, den zoon van Levi, den zoon van Melchi, den zoon van Janna, den zoon van Jozef,
25 Den zoon van Mattathías, den zoon van Amos, den zoon van Naüm, den zoon van Esli, den zoon van Naggai,
26 Den zoon van Maáth, den zoon van Mattathías, den zoon van Semeï, den zoon van Jozef, den zoon van Juda,
27 Den zoon van Johannes, den zoon van Rhesa, den zoon van Zorobábel, den zoon van Saláthiël, den zoon van Neri,
28 Den zoon van Melchi, den zoon van Addi, den zoon van Kosam, den zoon van Elmódam, den zoon van Er,
29 Den zoon van Joses, den zoon van Eliëzer, den zoon van Jorim, den zoon van Matthat, den zoon van Levi,
30 Den zoon van Simeon, den zoon van Juda, den zoon van Jozef, den zoon van Jonan, den zoon van Eljakim,
31 Den zoon van Meleas, den zoon van Maïnan, den zoon van Mattatha, den zoon van Nathan, den zoon van David,
32 Den zoon van Jesse, den zoon van Obed, den zoon van Boöz, den zoon van Salmon, den zoon van Nahasson,
33 Den zoon van Aminádab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,
34 Den zoon van Jakob, den zoon van Izak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,
35 Den zoon van Saruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Heber, den zoon van Sala,
36 Den zoon van Kaïnan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noë, den zoon van Lamech,
37 Den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jared, den zoon van Maláleël, den zoon van Kaïnan,
38 Den zoon van Enos, den zoon van Seth, den zoon van Adam, den zoon van God.
 
 

Geslacht register van Marita

 

Adam (930)1- 930 TR.  Eva (Heva) Seth (912) 130-1042 TR.  Azura Enos (905) 235-1140 TR.  Noam Kaïnan/Kenan/Cainan (910) 325-1235 TR.  Mualeleth Maláleël/Mahalal-el (895) 395-1290 TR.  Dinah Jared/Jered (962) 460-1422 TR.  Baraka Enoch 622 TR.  Edna (dr v Danel) Mathusala/Methúsalach (969) 687-1656 TR.  Edna (dr v Azrial) Lamech (777) 874-1651 TR.  Ashmua Noë/Noach (950) 1056-2006 TR.  Naamah (dochter van Enoch) Jafeth: Gomer/Zebulon ??? TR.  Adataneses (moeder = Naamah) Gomer.

 

 

Heynric de Gyer (Knaap) i (iesus) 311 – 382
Her Peter (Ridder) den zoon van i (iesus) 331 – 400
Peter Her Petersz den zoon van i (iesus) 390 – 420
Hillen Petersz (Knaap) den zoon van i (iesus) 400 – 461 ca. i (iesus) 420
Peter Hillebrantsz den zoon van i (iesus) 448 – 505 TR. Heilwich ca. i (iesus) 460 – 483
Hillebrant Petersz den zoon van i (iesus) 480 – 536 TR. Alit (Aleit, Aleyd) ca. i (iesus) 488 – 524
Dirk Hillebrantsz den zoon van i (iesus) 515 – 585 TR. Bertha (de) Man ca. i (iesus) 520 – 557
Hillebrant Dirksz den zoon van i (iesus) 545 – 618 TR. Lijsbeth (Claes) Corstiaans ca. i (iesus) 550 – 615
Peter (Pieter) Hillebrantsz den zoon van i (iesus) 590 – 642 TR.  Anneken Adrijaen Cornelis (Geertruijd?) ca. i (iesus) 606 – 646
Claes Petersz den zoon van i (iesus) 637 – 683 TR. Hilleke Willemse (Stoffels de Rou) ca. i (iesus) 637 – 683
Petri (Petrus) Claeszn den zoon van i (iesus) 673 – 743 TR. Margriet Wouterse van Delwijnen i (iesus) 679 – 741
Wouter (Walteri) Petersz den zoon van i (iesus) 708 – 781 TR. Anna Maria van Wachtendonck(*) i (iesus) 714 – 788
Peter (Wouters) de Gier den zoon van i (iesus) 754 – 821 Dorothea(e) (Theodorae) van Nes (Es) i (iesus) 757 – 802
Nicolaas de Gier den zoon van i (iesus) 782 – 828 Agnes Baars i (iesus) 792 – 835
Peter de Gier (Baars) den zoon van i (iesus) 822 – 865 Maria van Nes i (iesus) 836 – 906
Hillebrand de Gier den zoon van i (iesus) 864 – 952 Maaike van IJzendoorn i (iesus) 866 – 915
Petrus de Gier den zoon van i (iesus) 895 – 985 Maria Elisabeth van Loey i (iesus) 891 – 945
Joseph Hildebrand (Sjef) den zoon van i (iesus) 926 – 1002 (Tiny) Hubertina Josepha Brands i (iesus) 927 – 1010
Maria Rita Geretrud Petra dochter van i (iesus) 968

(*) Vader = Willem van Wachtendonck  Moeder = Arnolda de Cock (van Delwijnen)

verzameling van oorkonden

No. 396. Reinald hertog van gelre geeft, met toestemming van zijne gemalin Alianora, aan een Karthuizer klooster, dat hij begonnen was te timmeren in eenre stede gheheyten Monichusen bi Arnhem, 500 pond kleine penningen des jaars, uit zijne Tijnzen in het nieuwbroek op de veluwe (*)

24 Julij I342

Heinr. Ghyr 1335 Die ehemaligen Cistercienserinnen - Klöster im Herzogtum Cleve Von R. Scholten blz 92

Bron: http://digital.ub.uni-duesseldorf.de/ihd/periodical/pageview/8037051?query=Ghyr%20

 

  • Ghyr Eine Luneburgische familie, deren Wappen von Meding, II. N. 275 beschreibt

Neues allgemeines deutsches adels-lexicon im Vereine mit mehreren Historikern herausgegeben
von Prof. Dr. Ernst Heinrich Kneschke. Dritter Band [Eberhard - Graffen.]
Leipzig, Verlag von Friedrich Voigt. 1861

  • Ghyr. Altes, Längst erloschenes, Lüneburgisches Adelsgeschlecht, welches 1338 noch bl"hte.
    v. Meding, II. S. 189 und 190.
  • Gijr [Ghier, Gyeere, Vulture, Vultureus] Abrah., Clivensis; 1554b; 663,26

 

1339 des woensdaghes na zunte Lucyen daghe van Jan die Ghyer

Nicolaus de Ghier 1609 Placet Jurisdictie KLOOSTER  (gestolen) 

Officialaat / Kerkelijke rechtbank

Placet:

Bekrachtiging van een pauselijk stuk door een regering.

 

Schenking: 

 

schenking (mv: schenkingen)

De overeenkomst om waarbij de ene partij, de schenker, uit zijn eigen vermogen de andere partij, de begiftigde, verrijkt zonder dat de begiftigde een tegenprestatie verschuldigd is.

Schenking is een species van het begrip gift. Een gift is iedere handeling, dus ook andere (rechts)handelingen dan een overeenkomst, die er toe strekt een ander ten koste van het vermogen van de handelende persoon te verrijken.

Categorie 
Regeling 
Wetsartikel7:175
Synoniemenovereenkomst van schenking, gift, schenken

 

We krijgen graag geschenken en zeker met feestelijke gebeurtenissen (onze verjaardagen, die van de Goedheiligman, Kerstmis et cetera) gebeurt dat dan ook vaak. Het geven van dergelijke geschenken is een schenking.

Uiteraard kennen we de term schenking minstens net zo goed in een andere context: het geven van een geldsom aan bijvoorbeeld kinderen, kleinkinderen of een goed doel.

Wij bekijken de schenking in juridisch opzicht, want ook dat is er. De schenking is namelijk een bijzondere overeenkomst. We bekijken wat een schenking is, wat de regels zijn en hoe een schenking ongedaan kan worden gemaakt.

Schenking

Volgens de wet, is schenking een overeenkomst die ervoor zorgt dat de schenker ten koste van zijn eigen vermogen de begiftigde verrijkt. De schenker krijgt daar niets voor terug.

In tegenstelling tot wat velen denken, is schenking een overeenkomst. Er vindt dus een aanbod tot schenking plaats én een aanvaarding daarvan. Dat is ook logisch: anders schenkt u uw buurman uw kapotte wasdroger en uw vuilnis.

Het aanbod tot schenking wordt wel gemakkelijk geacht te zijn aanvaard: zodra uw buurman erachter komt dat u hem een kapotte wasdroger wil schenken en hij wijst dat aanbod niet direct af, heeft hij het (stilzwijgend) aanvaard.

Een schenking wordt normaal gesproken gedaan bij leven, maar het is in sommige gevallen mogelijk om de schenking pas te laten plaatsvinden na overlijden.

Schenking ongedaan maken

Het komt regelmatig voor dat degene die een schenking heeft gedaan, daar achteraf spijt van heeft. In beginsel is dat spijtig, want ‘pacta sunt servanda’: overeenkomsten moeten worden nagekomen, dus ook een schenkingsovereenkomst. Toch zijn er meer dan voldoende mogelijkheden om een schenking van tafel te krijgen.

Zo kan een schenking worden aangegaan onder een ontbindende voorwaarde of een opschortende voorwaarde. Treedt een ontbindende voorwaarde in, dan kan de schenking ongedaan worden gemaakt.

Om de schenking ongedaan te maken, kan eventueel tevens gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid te schenking te vernietigen.

Vernietiging schenking

Er kan gebruik worden gemaakt van de ‘normale’ wilsgebreken om de schenking ongedaan te maken: bedrogbedreigingmisbruik van omstandigheden en dwaling. Slaagt een beroep op een van de wilsgebreken, dan vindt vernietiging van de overeenkomst plaats.

Juist misbruik van omstandigheden is daarbij van belang, want in het geval van een schenking, moet de begunstigde aantonen dat er geen sprake is van misbruik van omstandigheden, in plaats van dat de schenker moet aantonen dat er wel sprake van is. Er is dus sprake van een zogenaamde ‘omgekeerde bewijslast’. Die omgekeerde bewijslast geldt niet, indien de schenking bij notariële akte is vastgelegd óf indien het omkeren van de bewijslast tegen de redelijkheid en billijkheid in gaat.

Tevens is een schenking vernietigbaar wanneer de schenker ziek was en de schenking wordt gedaan aan zijn verzorger/verpleger of zijn geestelijk verzorger. Ook wanneer de schenking plaatsvindt terwijl de schenker in een bejaardenhuis of psychiatrische inrichting wordt behandeld, is zij gemakkelijk vernietigbaar wanneer ze aan medewerkers/leidinggevenden van die inrichting wordt gedaan. Deze regels bestaan uiteraard om misbruik van een gemakkelijk beïnvloedbaar schenker te voorkomen. Verjaring van deze mogelijkheid tot vernietiging gebeurt na drie jaar.

Ten slotte is een schenking gedurende één jaar na ontdekking vernietigbaar indien:

  • De schenking bepaalde verplichtingen voor de begunstigde inhield, die hij niet nakomt;
  • De begiftigde een (poging tot een) misdrijf pleegt tegen de schenker of zijn naasten;
  • De begiftigde verplicht is om in het onderhoud van de schenker bij te dragen, maar hij dit niet doet.

Schenking en overlijden

De wet bevat veel regels over het overlijden van een van beide partijen tijdens (het proces van) de schenking. Denk daarbij aan onder meer:

  • Schenkingen die pas na het overlijden van de schenker moeten worden uitgevoerd;
  • Schenkingen die vernietigd moeten worden na overlijden van de schenker;
  • Een nog openstaand aanbod van een schenking, waarbij de schenker reeds is overleden;
  • Situaties waarin de (toekomstig) begunstigde is overleden.

Het verdient aanbeveling om in dergelijke specifieke gevallen een jurist te raadplegen om advies op maat te verkrijgen.

De schenking in fiscaal opzicht

Bij het doen van een schenking, gelden ook fiscale regels. Het is van belang om daar rekening mee te houden en ervoor te zorgen dat u niet ongewild te veel belasting betaalt. Er gelden schenkingsvrijstellingen (die regelmatig veranderen). Op de website van de Belastingdienst, kunt u meer vinden over de fiscale gevolgen van de schenking die u wilt doen of gaat ontvangen.

Wilt u gaan schenken om juist belasting te ontwijken, dan is het verstandig om met een fiscalist contact op te nemen om te bezien wat de meest gunstige manier is om uw schenking vorm te geven.

Schenking – Conclusie

De schenking is wettelijk gezien ‘gewoon’ een overeenkomst, al heeft de wet er wel een aantal extra regels aan verbonden. Die gaan voornamelijk over een bescherming van de gemakkelijk beïnvloedbare schenker, over schenking bij overlijden en over het vernietigen van een schenking.

Heeft u vragen of conflicten rondom een schenking, dan is het verstandig, gezien de specifieke regelgeving, om een jurist in te schakelen. Besluit u dat te doen, doe dat dan tijdig, aangezien er korte verjaringstermijnen gelden en u van een begunstigde die het geld heeft uitgegeven (de ‘kale kip’) niet meer kunt plukken.

 

 

Protokol van opdrachten, testamenten, huwelijksvoorwaarden enzovoort

(ook wel geloftesignaat of loofsignaat genoemd)

 

3. Hendrik de Gier Hillebrants, + 20-6-1624 begraven in de St. Maartenskerk te Zaltbommel 54), schepen in de hooge bank van Driel 1608-23, collator van de vicarie van de H. Maagd en Johannes de Dooper in de kerk te Driel,

tr. voor schepenen van Driel op 23-9-1618 Beatrix Aerts de Cock;

zij tr. 2e Dirk Fonck, schepen van Driel, (zn. van Dirk Fonck en Catherina Dirk Claasdr.). 7-5-1629

Koop van Hendrik de Ghier, in dato 8-5-1622, betaald door Dirk Fonck gehuwd met diens weduwe. (Loofsignaat Driel).

5-5-1625 Belofte aan Beatrix Aerts de Cock wed. Henrick de Ghier, broeder van Aert de Cock schepen van Driel. (Loof signaat Driel) . 1951655 Comp. de erven van wijlen Hendrik de Gier en wijlen diens vrouw Beatrix de Cock. (Dingsignaat Driel).

12-3-1634 Beleend met Het Huis to Driel Dirk Dirks Vonck en zijn huisvrouw Beatrix de Cock (Leenakt.en kwartier van Nijmegen).

 

1. 20 jun 1624

2. Schepen in de hoge bank van Driel

3. Collator van de vicarie van de H. Maagd en Johannes de evangelist in de kerk te Driel

4. Trouwt voor schepenen van Driel.

6. 7-mei-1629 Koop van Hendrick de Ghier in dato 8-mei-1622, betaald door Dirk Fonck gehuwd met diens weduwe (loofsignaat Driel)

7. 19-mei-1655 Comp. de erven van wijlen Hendrik de Gier en wijlen diens vrouw Beatrix de Cock (Dingsignaat Driel)

8. 12-3-1634 Beleend met Het Huis te Driel Dirk Dirks Vonck en zijn huisvrouw Beatrix de Cock (Register leenakten, kwartier Nijmegen). AdG: bedoeld zal zijn het huis Teisterbant in het dorp zelf.

Hendrik trouwde op 2 december 1618 in Driel (Kerkdriel) met Beatrix Aerts de Cock.

 

Huwelijk van Hanrick de Ghyer en Baetken Aert de Cockdr 24 september (1)618 Driel

Kerk-Avezaath_Huis_Teisterbant

Het koningshuis moet protestant blijven anders zijn de Ridder regels niet meer aan de orde en de eerste kamer zou dan ook niet meer kunnen bestaan.

Mijn familie zijn geen ridders meer omdat ze Katholiek zijn gebleven.

 

31 maart 2001

Dossier Maxima in het nieuws

Koninklijk Huis
blijft protestants

 

Van onze redacteuren
DEN HAAG – Het Nederlandse Koninklijk Huis blijft protestants. Eventuele kinderen van prins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta zullen hervormd gedoopt worden. Máxima verdiept zich in het protestantisme. Het paar zal begin volgend jaar in het huwelijk treden.

 

Prins Willem-Alexander gaf gisteren duidelijkheid over hoe hij en zijn rooms-katholieke vrouw hun eventuele kinderen godsdienstig zullen opvoeden. „Zij zullen gedoopt worden in de Hervormde Kerk. De Oranjes worden niet rooms-katholiek.” Of hun huwelijksdienst een protestants dan wel een oecumenisch karakter krijgt, staat nog niet vast. De goedkeuringswet zal daarover duidelijkheid geven.

 

Koningin Beatrix maakte de verloving gisteravond tijdens een toespraak via radio en televisie bekend. Ze sprak lovend over Máxima. Haar zoon en de Argentijnse waren zich er volgens de Koningin van bewust „dat veel mensen in ons land begrijpelijke aarzelingen voelen over hun liefde. Die gevoelens hebben zij zorgvuldig meegewogen bij het nemen van hun beslissing.” Ze vroeg Máxima nu rust en tijd te gunnen om Nederland beter te leren kennen.

Omstreden
De regering zal het parlement goedkeuring voor het huwelijk vragen. De prins heeft in de afgelopen tijd, waarin het omstreden verleden van Maxima's vader centraal stond, geen moment overwogen de troon op te geven voor de vrouw van zijn keuze. Een dergelijke vraag is volgens hem niet aan de orde geweest.

Jorge Zorreguieta zal het huwelijk van zijn dochter niet bijwonen. Hij heeft dat besluit genomen na gesprekken met minister van Staat Van der Stoel. De regering had daarop aangedrongen, omdat zijn aanwezigheid een goede entree van zijn dochter in de Nederlandse samenleving in de weg zou staan. De moeder van Máxima komt ook niet naar de bruiloft. Of haar broers en zusje aanwezig zullen zijn, is nog niet zeker.

Máxima nam gisteren tijdens een persbijeenkomst afstand van het verleden van haar vader. „Over mijn vaders deelname aan die toenmalige regering wil ik in alle eerlijkheid zeggen dat ik spijt heb dat hij zijn best gedaan heeft voor de landbouw in een verkeerd regime. Hij had de beste intenties en ik geloof in hem. We weten allemaal, hoe fout dat regime was. Als Argentijnse heb ik daar veel spijt van.”

Wat er tijdens het regime-Videla in Argentinië is gebeurd noemde ze „vreselijk. Ik verwerp sinds lang de Videla-dictatuur, de verdwijningen, de martelingen, de moorden en alle verschrikkelijke feiten uit die tijd. Daardoor heb ik begrip voor de grote zorgen die Nederlanders hebben over een moeilijke periode in mijn land.”

Máxima zei vanwege haar achtergrond als Argentijnse geleerd te hebben hoe belangrijk het is „om waarden als democratie, rechtvaardigheid, mensenrechten en vrijheid te omarmen. In dat opzicht heb ik grote bewondering voor Nederland en de manier waarop het deze waarden uitdraagt.”

Goed gevoel
Premier Kok zei een goed gevoel te hebben over de afloop van de kwestie-Zorreguieta. De reacties van de politieke partijen waren overwegend positief. Vooral de afwezigheid van de vader bij het huwelijk heeft hun instemming.

De Tweede Kamer is tevreden over de manier waarop de regering het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander heeft aangekondigd.

Dr. ir. J. van der Graaf, studiesecretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, viel op dat Máxima afstand nam van het regime-Videla. „Tegelijkertijd zei ze er spijt van te hebben dat haar vader zijn best heeft gedaan voor landbouw in een verkeerd regime. Dat begrijp ik niet helemaal.”

 

Source:

https://www.rd.nl/oud/vp/010331vp01.html

 

"Jouw voorouders behoorden in de Middeleeuwen en de 16e en 17e eeuw tot de ridderschap, maar zijn blijkbaar in de 18e eeuw afgezakt tot dagloner, schoenmaker en schipper. Hoe kon dat gebeuren? Ik denk dat ze door inteelt verzwakt waren". (29 juli 2012)


Tot ver in de 18e eeuw behield de familie een behoorlijk sociaal niveau, en toen ging het snel bergafwaarts. In die tijd werd er geen onderscheid meer gemaakt tussen ministriale en niet-edele vrije ridderschap, maar werd de hele ridderschap als adel beschouwd. Maar dat betekende niet dat de rijkdom van al deze families gelijk was. Binnen de ridderschap bestonden grote verschillen in welvaart. (30 juli 2012).

Jouw voorvaders stammen volgens mij af van de homines franci, militaire boeren in het Nederlandse rivierengebied, die daar door de Frankische koningen Pepijn de Korte of Karel de Grote zijn neergezet om de grond te bewerken en te verdedigen tegen de Friezen. Aangezien ze het geluk hadden dat ze niet onder de immuniteit van een kerk of klooster raakten, konden ze hun vrijheid bewaren en hun welvaart opbouwen. Onder immuniteit van een kerk of klooster viel je niet meer onder het gewone landrecht. Het bracht wel bescherming mee, maar ook beperking van je handelingsbekwaamheid. (1 augustus 2012) (Marietje)*

Teisterbant is een gebied of landstreek, waar éen of meer graven regeerden namens de Frankische koning
Waar Teisterbant precies lag en hoe ver het zich uitstrekte, is niet bekend. In elk geval hoorden Driel en omringende dorpen ertoe.
(1 augustus 2012) (Marietje)*

 

De vertaling `Frankische edelman' is onjuist, want ook al hadden deze mensen het hoogste weergeld van alle standen in het Amorland, het waren geen edelen maar Frankische boeren/soldaten die koninklijke bescherming nodig hadden, omdat ze door de inheemse bevolking als een vijandige bezettingsmacht werden gehaat. Na een paar generaties zijn ze wel in die bevolking opgegaan en hebben zich als vrije boeren ontwikkeld, vaak herenboeren. In de veertiende eeuw hebben velen van hen hun grond aan de hertog van Gelre geschonken en als leen teruggekregen. Op die manier konden zij als leenman in de Gelderse ridderschap opklimmen. Dat zal ook met Pieter de Gier en zijn voorouders het geval zijn geweest. Een jonker was de zoon van een ridder die zelf geen ridder maar knape was.

 

Ik heb nog wel nagedacht over het verval van jouw voorgeslacht tijdens de Republiek, zodat het later niet meer tot de ridderschap werd gerekend. Een van de oorzaken kan lichamelijke verzwakking door inteelt zijn geweest, maar een andere oorzaak was waarschijnlijk het feit dat ze Rooms-katholiek zijn gebleven. In de zeventiende eeuw besloten de vier kwartieren van de Gelderse ridderschap dat de Rooms-katholieke leden moesten uittreden uit de ridderschap, zodat dit een zuiver protestants college werd. Dat is ook gebeurd, het laatst in het Kwartier van Arnhem (de Veluwe). Jouw voorgeslacht woonde in het Kwartier van Nijmegen (de Betuwe) en is toen dus ook uit de ridderschap getreden. Het was heel moeilijk om dan toch het oude sociale niveau te bewaren.

 

(28 juli 2016) (Marietje)*

 

Ridderschap (instituut)

 

De Ridderschap was in de Republiek der Verenigde Nederlanden het college waarin de edelen van een gewest verenigd waren. De zeven gewestelijke ridderschappen werden in 1795 (Franse bezetting van de Nederlanden) opgeheven, maar koning Willem I stelde ze in 1814 opnieuw in als openbaar lichaam. Deze werden in 1850 bij het in werking treden van de door Thorbecke opgestelde provinciewet opgeheven. Een aantal ridderschappen is echter als particuliere organisatie blijven bestaan. Een ridderschap moet niet worden verward met een ridderorde.

 

In de Republiek der Verenigde Nederlanden kenden alle zeven gewesten een eigen ridderschap. Het lidmaatschap van een of meerdere van deze ridderschappen was voor edellieden een prestigieuze zaak. Men moest uiteraard van adel zijn maar ook grondbezit, met name het bezit van een riddermatig goed zoals een borg, ridderhofstad of havezate was voldoende voorwaarde voor lidmaatschap.

In de Staten bracht de ridderschap "de eerste stem" uit. Dat betekende dat in bijvoorbeeld de Staten van Holland de edelen bij monde van hun voorzitter, de landsadvocaat, tevens raadpensionaris, één enkele stem uitbrachten terwijl de 18 Hollandse steden ieder ook één stem hadden.

In Friesland bracht de ridderschap geen stem uit terwijl de elf steden en dertig grietenijen wel stemgerechtigd waren. Het bezit van een state of stins bracht hier dan ook geen lidmaatschap van een ridderschap.

Tijdens de Republiek moesten leden van de ridderschap de gereformeerde religie belijden. katholieke en doopsgezinde edelen werden uitgesloten van alle openbare functies. Aan een vrouw met een rol in het bestuur werd nog niet gedacht.

De ridderschappen hebben tot 1795 in deze vorm bestaan. De Bataafse republiek maakte, geïnspireerd als zij was door de egalitaire beginselen van de Franse Revolutie, een einde aan de voorrechten van de adel. Tegen die tijd waren de ridderschappen - waarin door het ontbreken van een landsheer die ingezetenen in de adelstand verhief en concentratie van steeds meer ridderhofsteden in dezelfde hand, steeds minder edelen zitting hadden - vrijwel uitgestorven.

De patriot Joan Derk van der Capellen tot den Pol wilde in de late 18e eeuw ook een stem in de ridderschap van Gelderland verwerven door een stemgevende havezate, Appeltern, met stem en al in een huurkoop van een tante over te nemen. In tegenstelling tot de stadhouder Willem V erkenden de Staten een dergelijke aanspraak niet.

Rijke burgers die een nieuwe borg met gracht lieten aanleggen visten eveneens achter het net. De edelen wilden hun ridderschappen exclusief houden. Echter het bezit van grond waarop ooit een ridderhofstede stond, gaf soms wel degelijk recht op lidmaatschap van de ridderschap.

 

Gelderland

Gelre en Gelderland zijn een lappendeken van feodale gebieden en territoria geweest. Zo waren er tot aan de regering van keizer Karel V  (dit is een leugen) Karel van Gelre was de laatste feodale heerser in de Nederlanden. Dit kwam omdat het huidige koningshuis aan de macht kwam via het VATICAAN en omdat Willem III Koning van Engeland werd en na de 80 jarige oorlog geregeld had dat het voor de Nederlanden betekende het dat de Republiek officieel erkend werd als soevereine staat door Spanje en de andere belangrijke Europese landen). vier kwartieren met de Ridderschap van Veluwe, de Ridderschap van Nijmegen, de Ridderschap van Roermond en de Ridderschap van Zutphen. De Gelderse baanderheren die het derde lid van de Statenvergadering waren, vormden een eigen college. In Gelderland beschikte de ridderschap na 1584 over één lid met één stem in de Statenvergadering.

In het graafschap Zutphen was het lidmaatschap van de ridderschap verbonden aan het bezit van een havezate of riddermatig goed. Een stemgevende havezate moest verdedigbaar zijn en een bepaalde omvang hebben. In de praktijk betekende dat dat er een slotgracht moest zijn. Na de afzwering van Philips II werden alleen nog gereformeerde havezate bezitters toegelaten. De ridderschap vormde samen met de steden (hoofdstad Zutphen en de kleine steden Doesburg, Doetinchem, Lochem en Groenlo) het bestuur van wat men de Staten van het kwartier Zutphen noemde.

De heerlijkheid Borculo kende, voordat het in 1616 Gelders werd, een eigen ridderschap. De Ridderschap van Borculo stond de landsheer, de heer van Borculo, bij in het besturen en was een college dat rechtszaken in hoger beroep behandelde. De ten zuiden van de Achterhoek gelegen heerlijkheid, later graafschap, Bergh heeft ook een eigen ridderschap gehad. De Borculose ridders werd de toegang tot de Zutphense ridderschap ontzegd.

In Spaans en Oostenrijks Gelre bestond tussen 1543 en 1795 een ridderschap. De edelen moesten over een "huis met voorhof" of over jachtrechten beschikken en uiteraard katholiek zijn. Lange tijd hebben de baanderheren ook hier een college met een derde stem in de Staten gevormd.

De verovering door Frankrijk in 1795 maakte een einde aan Oostenrijks Gelre dat rond Roermond lag. Desondanks werd nog op 29 maart 1800 een lid in de nu machteloze en overbodige ridderschap opgenomen.

 

Source:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Ridderschap_(instituut)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Karel_van_Gelre

https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_van_Oranje

 

Willem van Oranje

Hij begon zijn loopbaan in dienst van de Rooms-Duitse keizer Karel V. Meningsverschillen met Karels opvolger Filips leidden uiteindelijk tot de Tachtigjarige Oorlog.

 

WILLIAM OF ORANGE
He started his career in the service of the Roman-German emperor Charles V. Disagreements with Charles's successor Philip eventually led to the Eighty Years' War.

 

Source: 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Keizer_Karel_V

https://publicrecordmrgpdegier.jouwweb.nl/ (80 jarige oorlog en nog veel meer)

http://www.engelfriet.net/Alie/Aad/willemvanoranje.htm

 

 

Founding

Sealing of the Bank of England Charter (1694), by Lady Jane Lindsay, 1905

 

England's crushing defeat by France, the dominant naval power, in naval engagements culminating in the 1690 Battle of Beachy Head, became the catalyst for England rebuilding itself as a global power. England had no choice but to build a powerful navy.[citation needed] No public funds were available, and the credit of William III's government (William of Orangewas so low in London that it was impossible for it to borrow the £1,200,000 (at 8% per annum) that the government wanted.

To induce subscription to the loan, the subscribers were to be incorporated by the name of the Governor and Company of the Bank of England. The Bank was given exclusive possession of the government's balances, and was the only limited-liability corporation allowed to issue bank notes.[14] The lenders would give the government cash (bullion) and issue notes against the government bonds, which can be lent again. The £1.2 million was raised in 12 days; half of this was used to rebuild the navy.

As a side effect, the huge industrial effort needed, including establishing ironworks to make more nails and advances[clarification needed] in agriculture feeding the quadrupled strength of the navy, started to transform the economy. This helped the new Kingdom of Great Britain  England and Scotland were formally united in 1707 – to become powerful. The power of the navy made Britain the dominant world power in the late 18th and early 19th centuries.[15]

The establishment of the bank was devised[clarification needed] by Charles Montagu, 1st Earl of Halifax, in 1694. The plan of 1691, which had been proposed by William Paterson three years before, had not then been acted upon.[16] 58 years earlier, in 1636, Financier to the king, Philip Burlamachi, had proposed exactly the same idea in a letter addressed to Sir Francis Windebank.[17] He proposed a loan of £1.2 million to the government; in return the subscribers would be incorporated as The Governor and Company of the Bank of England with long-term banking privileges including the issue of notes. The royal charter was granted on 27 July through the passage of the Tonnage Act 1694.[18] Public finances were in such dire condition at the time[19] that the terms of the loan were that it was to be serviced at a rate of 8% per annum, and there was also a service charge of £4,000 per annum for the management of the loan. The first governor was Sir John Houblon, who is depicted in the £50 note issued in 1994. The charter was renewed in 1742, 1764, and 1781.

 

Source:

https://en.wikipedia.org/wiki/Bank_of_England

https://en.wikipedia.org/wiki/William_III_of_England

 

Willem the Silent / Willem de Zwijger

William I, Prince of Orange (24 April 1533 – 10 July 1584), also known as William the Silent or William the Taciturn (translated from Dutch: Willem de Zwijger),[1][2] or more commonly known as William of Orange (Dutch: Willem van Oranje), was the main leader of the Dutch Revolt against the Spanish Habsburgs that set off the Eighty Years' War (1568–1648) and resulted in the formal independence of the United Provinces in 1581. He was born in the House of Nassau as Count of Nassau-Dillenburg. He became Prince of Orange in 1544 and is thereby the founder of the branch House of Orange-Nassau and the ancestor of the monarchy of the Netherlands. Within the Netherlands, he is also known as Father of the Fatherland (Dutch: Vader des Vaderlands).

A wealthy nobleman, William originally served the Habsburgs as a member of the court of Margaret of Parma, governor of the Spanish Netherlands. Unhappy with the centralisation of political power away from the local estates and with the Spanish persecution of Dutch Protestants, William joined the Dutch uprising and turned against his former masters. The most influential and politically capable of the rebels, he led the Dutch to several successes in the fight against the Spanish. Declared an outlaw by the Spanish king in 1580, he was assassinated by Balthasar Gérard (also written as "Gerardts") in Delft in 1584.

 

Source:

https://en.wikipedia.org/wiki/William_the_Silent

 

Willem van Oranje

Zie Willem van Oranje (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Willem van Oranje.

 

Willem van Oranje
1533–1584
Periode 1544–1584
Voorganger René van Chalon
Opvolger Filips Willem 
Periode1544–1584
Voorganger–Opvolger Maurits 
(Filips II)
 Periode1559–1567
(Filips II) 
Periode1559[1]/61[2] – 1567
(Staten-Generaal)
Periode1572–1584
Voorganger Maximiliaan van Hénin-Liétard (Filips II, tot 1573)
Opvolger Joost de Soete (Utrecht)
Maurits van Nassau (tot 1589 alleen in Holland en Zeeland) 
Periode1580–1584
Voorganger George van Lalaing (Filips II, tot 1581)
 

 

Willem (slot Dillenburg, 24 april 1533  Delft, 10 juli 1584), prins van Oranje, graaf van Nassau-Dillenburg, beter bekend als Willem van Oranje of onder zijn bijnaam Willem de Zwijger en in Nederland vaak Vader des vaderlands genoemd, was aanvankelijk stadhouder (plaatsvervanger) voor de regerend heer der Nederlanden. Hij begon zijn loopbaan in dienst van de Rooms-Duitse keizer Karel V. Meningsverschillen met Karels opvolger Filips leidden uiteindelijk tot de Tachtigjarige Oorlog.

Deze oorlog had als eindresultaat dat de Noordelijke Nederlanden in 1648, bij de Vrede van Münster, internationaal erkend werden als onafhankelijke staat. In kronieken, brieven en documenten uit de 16e eeuw wordt soms gesproken over 'de Opstand'. Ook in de hedendaagse literatuur wordt het begin van de Tachtigjarige Oorlog veelal weer aangeduid met 'de (Nederlandse) Opstand'.[3]

De lijfspreuk van de prins was Je maintiendrai ('Ik zal handhaven'). Aan het eind van zijn leven breidde de prins deze uit: Je maintiendrai l'honneur, la foy, la loi de Dieu, du Roy, de mes amis et moy ('Ik zal de eer, het geloof, de wet van God, van de koning, van mijn vrienden en mij handhaven'). De oorspronkelijke lijfspreuk ("Je maintiendrai Chalon") was afkomstig van Oranjes erflater René van Chalon, die deze later wijzigde in "Je maintiendrai Nassau".

 

Source:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_van_Oranje

 

 

1648: Vrede van Münster : einde van de 80 jarige vrijheidsstrijd van de Nederlanden.

 

Een Spanjaard en zes Nederlanders tekenen de Spaans / Nederlandse vrede in het raadhuis van Münster In de Nederlanden begon in 1568 onder leiding van Willem van Oranje een opstand tegen de Spaanse koning. De oorzaken van de opstand waren ondermeer de vervolging van de protestanten, de armoede en werkloosheid en het centraliseren van de macht onder Filips II. 80 Jaar duurde deze oorlog met een onderbreking van 12 jaar. In de eerste helft van de zeventiende eeuw was er niet alleen oorlog in de Nederlanden; ook in het Duitse keizerrijk (het Heilige Roomsche Rijk) woedde een allesvernietigende oorlog die 30 jaar zou duren. Hierbij waren ook de Fransen en de Zweden bij betrokken. Vanaf 1641 werden in Münster onderhandelingen gestart om onder andere vrede tot stand te brengen tussen de Spanjaarden en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Op 15 mei 1648 werd de Vrede van Münster getekend die een eind maakte aan de 80 jarige oorlog. Dit vredesverdrag was één van de elf verdragen die samen de Vrede van Westfalen vormden. Voor de Nederlanden betekende het dat de Republiek officieel erkend werd als soevereine staat door Spanje en de andere belangrijke Europese landen.

 

Source: http://www.europaeischer-geschichtsweg.eu/nl/geschichtsweg/details/1649

 

 

NOS NIEUWS  KONINGSHUIS  10-11-2018, 06:46

 

DE PROTESTANTEN HEBBEN BIJ KONING WILLEM-ALEXANDER EEN STREEPJE VOOR

 

ANP

  •  

    Piet van Asseldonk

    redacteur Koninklijk Huis

 

In het weekend zijn publieke optredens van de koning eerder uitzondering dan regel. Een blik op zijn agenda leert dat. Toch is hij vanavond in Dordrecht aanwezig bij de start van de manifestatie Ode aan de Synode.

Als koning van alle Nederlanders bezoekt Willem-Alexander bijeenkomsten en gebedshuizen van allerlei in Nederland actieve kerkgenootschappen, maar vaak en nadrukkelijk is hij te gast bij de protestantse geloofsgemeenschap van ons land. Zo woonde hij een jaar geleden in Utrecht de landelijke viering van 500 jaar Reformatie bij. Een paar maanden daarvoor nog bezocht de koning in het Duitse Wittenberg de kerk waar de grondlegger van het protestantisme, Maarten Luther, in 1517 zijn kerkhervorming begon.

Koning Willem-Alexander woont de landelijke viering 500 jaar Reformatie bij in de Domkerk. ANP

De protestantse 'voorkeur' van Willem-Alexander is niet zo verwonderlijk. De koning is lid van de PKN (Protestantse Kerk Nederland) en de opkomst van het protestantisme in onze gewesten staat via de Tachtigjarige Oorlog, met de Oranjes in een hoofdrol, aan de wieg van Nederland als onafhankelijk land.

Dit jaar herdenken wij dat de Tachtigjarige Oorlog 450 (i.568 +80 = i.648) jaar geleden begon. De Synode van Dordrecht, die 400 jaar geleden van start ging, was de historische protestantse kerkvergadering die zowel voor het kerkelijke als politieke leven van ons land van grote betekenis is geweest. Niet in de laatste plaats omdat deze synode de opdracht gaf om de eerste officiële Nederlandse vertaling van de Bijbel te laten maken, de Statenvertaling.

Uit deze Statenbijbel die zijn stempel heeft gedrukt op de Nederlandse taal zal koning Willem-Alexander vanavond "een bij de gelegenheid passende passage voorlezen".

Belijdenis des geloofs

De taal van de Bijbel is Willem-Alexander niet vreemd. In 1997 werd hij op 29-jarige leeftijd via een publieke "belijdenis des geloofs" officieel lid van de Nederlandse Hervormde Kerk. Die fuseerde in 2004 met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden tot de PKN.

In de jaren voor zijn belijdenis was de koning lid van een bijbelkring. Geen wonder dan ook dat hij een paar jaar geleden het eerste exemplaar in ontvangst nam van de Bijbel in Gewone Taal en vorig jaar nog een exemplaar van de Bijbel in het Sranantongo, een in Suriname veel gesproken taal, kreeg aangeboden.

Een trouwe kerkganger is Willem-Alexander niet. Meermaals heeft hij gezegd "overtuigd gelovig, maar niet zo kerkelijk" te zijn. Dat hoeft ook niet, want in 1815 werd de grondwettelijke bepaling dat "de koning de Hervormde Godsdienst belijdt" geschrapt.

Dat heeft niet verhinderd dat alle Nederlandse koningen tot nu toe protestant waren en de vermoedelijke troonopvolger Amalia protestants gedoopt is. Eenkennig in kerkelijke zaken is Willem-Alexander evenmin. Hij is getrouwd met een katholiek gebleven vrouw en steeds meer leden van de Oranjefamilie bekeerden zich in de voorbije decennia tot de Rooms-Katholieke Kerk.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima bezochten vorig jaar de paus in Vaticaanstad ANP

Als staatshoofd van een land dat godsdienstvrijheid hoog in het vaandel voert moet de koning uiteraard alle gelovigen en kerken aandacht geven. Dat, volgens het CBS, voor het eerst in de geschiedenis de helft van de Nederlanders niet religieus meer is, doet daar niets aan af.

Tijdens zijn koningschap bracht Willem-Alexander dan ook, om maar een enkel voorbeeld te noemen, een staatsbezoek aan het Vaticaan (een primeur) en bezocht hij synagogen en moskeeën. Maar de protestantse wortels van de koning en zijn familie blijven een rol spelen.

 

Source:

https://nos.nl/artikel/2258629-de-protestanten-hebben-bij-koning-willem-alexander-een-streepje-voor.html

 

 

26 sep 2017

Op dinsdag 31 oktober vindt in de Utrechtse Domkerk in de Nationale Viering '500 jaar reformatie' plaats. Koning Willem-Alexander is hierbij aanwezig.

Het mythische beeld van Maarten Luther die op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen spijkerde aan de deur van de slotkerk te Wittenberg wordt vaak gezien als het begin van de reformatie: een vernieuwingsproces dat kerk en wereld heeft veranderd en leidde tot de geboorte van het protestantisme. De Nationale Viering in de Domkerk sluit aan bij het wereldwijde jubileum.

In de viering staat de Protestantse Kerk in Nederland, samen met gasten van andere kerkgenootschappen en religies, stil bij de betekenis van de reformatie en het protestantisme voor Nederland.

Ds. René de Reuver, algemeen secretaris van de Protestantse Kerk, gaat samen met ds. Mirjam Kollenstaart voor in deze viering. De Reuver: “De gang van het evangelie door Nederland is de rode draad in de liturgie. Willibrord bracht het evangelie naar Nederland. Luther actualiseerde dit evangelie. Al eeuwenlang klinkt dit evangelie in ons land. Wij vertrouwen erop dat het evangelie voor eeuwig zijn weg in Nederland blijft vinden.”

Om deze gang van het evangelie door Nederland te symboliseren is aan de officiële genodigden van deze viering gevraagd of zij iemand mee willen nemen die voor hen gestalte geeft aan het doorgeven van het geloof van generatie op generatie.

Aan de viering werken mee:

  • Voorganger: Ds. Mirjam Kollenstaart-Muis
  • Preek: Ds. René de Reuver
  • Gebed: Ds. Mirjam Kollenstaart-Muis, ds. René de Reuver, mgr. Van den Hende
  • Declamatie: Ds. Elsbeth Gruteke
  • Orgel: Sietze de Vries
  • Trompet: Diederik Hijlkema
  • Mondharmonica: Hermine Deurloo
  • Koor: Sonante Vocale
  • Orkest: Orchestra ‘Van Wassenaer’
  • Koor: Voices of Worship

De viering is live te volgen via visie.eo.nl (31 oktober 19.00 uur). Een compilatie wordt uitgezonden op zondag 5 november om 9.16 uur op NPO2.

Beeld: RVD / Frank van Beek

Source: 

https://protestantsekerk.nftest.nl/nieuws/koning-aanwezig-bij-viering-500-jaar-reformatie

 

SYNODE VAN DORDRECHT

Synode van Dordrecht. De Arminianen zitten als aangeklaagde partij aan de tafel in het midden. Afbeelding is van de bovenzaal van het voorhuis van de Kloveniersdoelen, de plaats waar de zittingen werden gehouden.

De Synode van Dordrecht (ook wel de Synode van Dordt genoemd) was een door de Nederduits Gereformeerde Kerk belegde kerkvergadering die van 13 november i.618 tot 29 mei i.619 duurde en uit 180 zittingen bestond. De synode kwam in opdracht van de Staten-Generaal in Dordrecht, de oudste stad van Holland, bijeen om te proberen een eind te maken aan de godsdienstige controverse in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tussen remonstranten (Arminianen) en contraremonstranten (Gomaristen), een conflict dat zich in voorafgaande jaren tot een splijtzwam in de Nederlandse maatschappij en politiek had ontwikkeld. De remonstranten en contraremonstranten waren het vooral oneens over de predestinatieleer, maar ook over de betekenis van de belijdenis en de kerkorde.

De afgevaardigden aan de synode waren 37 predikanten, 19 ouderlingen, 5 professoren in de theologie van universiteiten uit de Republiek, 18 commissarissen-politiek van de Staten uit de diverse gewesten en 25 waarnemers van buiten de Republiek (uit Engeland, Duitsland en Zwitserland). Allen hadden stemrecht. Veruit de meeste afgevaardigden hingen de leer van de contraremonstranten aan. De aanwezige remonstranten waren geen volwaardige deelnemers, maar gedaagden. De zittingen vonden plaats in een bovenzaal van de Kloveniersdoelen. Er werd bijna iedere dag vergaderd. De voertaal was Latijn.

De remonstrantse standpunten werden door de synode verworpen. De volgens de synode juiste leer werd verwoord in de Dordtse Leerregels. Enkele honderden remonstrantse predikanten werden uit de Republiek verbannen. Johan van Oldenbarnevelt, de tot dan machtigste politicus van de Republiek en sympathiserend met de remonstranten, werd twee maanden vooraf aan de synode gearresteerd en vlak voor het einde ervan onthoofd. De rechtsgeleerde Hugo de Groot werd op dezelfde dag gearresteerd en kreeg een levenslange gevangenisstraf, maar wist uiteindelijk in een boekenkist te ontsnappen.

Als een van de belangrijkste besluiten van de synode wordt het verstrekken van een opdracht beschouwd om een zo getrouw mogelijke vertaling van de Bijbel uit te geven. Dit resulteerde in de uitgave van de Statenbijbel. De uitkomst van de synode leidde direct tot de oprichting van de Remonstrantse Broederschap. De Synode van Dordrecht was de eerste internationale protestantse kerkvergadering en de enige gedurende het ancien régime.

Achtergrond

In 1604 vond aan de universiteit van Leiden een heftig debat plaats tussen de hoogleraren in theologie Jacobus Arminius (1560-1609) en Franciscus Gomarus (1563-1641). Volgens Arminius zou God alle ware gelovigen in genade aanvaarden. Gomarus daarentegen verkondigde dat die toelating door God was voorbeschikt. Hij stelde dat het geloof het gevolg was van Gods genade. Als dat andersom was, dan zou volgens Gomarus God afhankelijk worden van het menselijke handelen, iets dat hij voor onmogelijk hield. Arminius vond daarnaast dat Gods Woord (de Bijbel) van groter belang was dan de catechismus en de teksten over de belijdenis. Alle mensen die naar Gods Woord luisterden, zouden van Arminius toegelaten kunnen worden tot de protestantse kerk. Gomarus wilde geen ruimte geven aan alle gelovigen. Volgens Gomarus was dat een paapse opvatting. De volgelingen van Arminius werden arminianen genoemd en die van Gomarus gomaristen. Doordat de gomaristen voortdurend verkondigden dat de arminianen terug wilden naar een 'paapse traditie' koos veel protestants kerkvolk de kant van de contraremonstranten.

De besluiten van de synode waren nauw gerelateerd aan de politieke intriges die zich het Twaalfjarig bestand, een pauze in de Tachtigjarige Oorlog hadden voorgedaan. De remonstranten waren een groot voorstander van de wapenstilstand. Zij wilden de oorlog het liefst met diplomatiek overleg beëindigen. Maurits wilde de oorlog echter op het slagveld beslissen. De contraremonstranten waren eveneens die mening toegedaan en vooral om die reden steunde de stadhouder deze stroming.

Na de dood van Arminius hadden zijn volgelingen bezwaren tegen de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de leer van Johannes Calvijn, Theodorus Beza, en hun volgelingen ingebracht. Deze bezwaren werden uiteengezet in een document dat de Remonstrantie van 1610 wordt genoemd. Daarin werd gepleit voor tolerantie voor de verschillende godsdienstige opvattingen. Vanwege deze remonstrantie zijn de Arminianen bekend komen te staan als remonstranten. Zij onderwezen dat de uitverkiezing plaatsvindt op basis van een voorzienbaar geloof, de mogelijkheid tot vergeven van de zonden van de gehele wereld (universele verzoening), een niet onwederstandelijke genade en de mogelijkheid deze genade te kunnen verliezen. Hun tegenstanders binnen de calvinistische kerk, de Gomaristen, kwamen als contrast tegen de remonstranten later bekend te staan als contraremonstranten.

De remonstrantse Arminianen werden gezien als bereid om compromissen met Spanje te sluiten. De contraremonstrantse Gomaristen waren daar niet toe bereid. In hun ogen en ook in die van Maurits van Oranje en zijn aanhangers werd het Arminianisme als een vorm van politiek verraad beschouwd; in 1617-8 werd er in de Republiek een pamflettenoorlog over deze kwestie gevoerd; François van Aerssen drukte hierin het standpunt uit dat de Arminianen voor koning Filips IV van Spanje werkten.[1]

De contraremonstanten wensten vervolgens hun eigen kerken, waar de remonstranten niet welkom waren. Dat leidde tot grote onrust in de Republiek, waardoor een burgeroorlog dreigde. Op 23 juli 1617 bezocht Maurits in 's-Gravenhage de Kloosterkerk die sinds kort in contraremonstrantse handen was. Daarmee was de toon gezet. Landsadvocaat Van Oldenbarnevelt gaf op 4 augustus 1617 via zijn 'Scherpe Resolutie' de lokale overheden de mogelijkheid om eigen legers te formeren om verdere onrust tegen te gaan. De Staten deden vervolgens een dringend beroep op de Staten-Generaal om een nationale synode bijeen te roepen om opnieuw een eenheid in de Republiek te bewerkstelligen. Ook Maurits kwam in actie. Hij beschouwde de stadslegers als een gevaar voor zijn eigen positie en installeerde contraremonstrantse bestuurders in steden waar de remonstranten de macht hadden. Op die manier kon hij de eigen legertjes laten opheffen.

Met de planning voor een Nationale Synode werd in maart 1618 aangevangen door de Hollandse raadpensionaris Adriaan Pauw.[2] Voor die tijd was er al een debat geweest over de vraag of er nu een nationale synode moest komen, zoals de contraremonstranten wensten, of dat een provinciale synode, alleen voor het graafschap Holland, zou volstaan. Dit was het standpunt van de remonstranten. Deze beslissing werd in 1617 uitgewerkt, met externe input van de Engelse ambassadeur Dudley Carleton.[3] Uiteindelijk werd ervoor gekozen om een nationale synode te houden. Als vergaderruimte werd gekozen voor de bovenzaal van de Kloveniersdoelen omdat die zaal makkelijker te verwarmen was dan een groot kerkgebouw.

Reeds eerder waren er in Dordrecht provinciale synodes bijeengekomen. Ook had men er in 1578 een Nationale Synode georganiseerd. Om die reden wordt de bijeenkomst van 1618-1619 soms de tweede Synode van Dordrecht genoemd. Alvorens met de eerste zitting van de synode te beginnen, vond er op 13 november 1618 een kerkdienst plaats in de Grote Kerk te Dordrecht.

Doel van de synode

Protestantisme

in Nederland

..Geschiedenis
..Stromingen
..Denominaties en verenigingen

Het voornaamste doel van de Synode van Dordrecht was tot een uitspraak te komen in het voortslepende geschil tussen de remonstranten en contraremonstranten, een geschil dat zich toespitste op de predestinatieleer, en het vastleggen van geloofsbelijdenissen.[4][5] Zo werd de Nederlandse Geloofsbelijdenis geautoriseerd en licht gewijzigd.

Er wordt wel beweerd dat de uitkomst van de synode al vaststond nog voor zij was begonnen. Volgens Frederick Calder "werd veroordeling [van de Remonstrantse doctrines] al bepaald nog voor de nationale synode was bijeengekomen."[6] Aan de andere kant gaven de theologische formuleringen van de Dordtse Synode, afgezien van de veroordeling van de Arminianen, geen steun aan alle eisen van de Gomaristen. De meer extreme standpunten van Nederlandse calvinisten werden in gedetailleerde debatten gemodereerd.[7]

Gang van zaken

Voorzitter van de synode was dominee Johannes Bogerman uit Leeuwarden. Bogerman was een tegenstander van de remonstranten en een orangist. De remonstranten werden niet als gelijkwaardige partij, maar als beklaagden opgeroepen.

Simon Episcopius (1583-1643) was de woordvoerder van de 14 remonstranten, die vóór de synode waren opgeroepen. Bij de opening van de synode vroeg Episcopius om te mogen spreken.

"Episcopius [...] drong er op aan dat hem werd toegestaan te mogen beginnen met een weerlegging van de calvinistische leerstellingen, in het bijzonder die van de reprobatieleer (voorbeschikking voor de hel), in de hoop dat door het uiteenzetten van zijn bezwaren tegen deze doctrine ten overstaan van de gehele synode, hij een zodanig vooroordeel tegen de andere artikelen van het systeem kon bewerkstelligen dat hij de populaire stem aan zijn kant kon krijgen. De synode herinnerde hem er echter zeer terecht aan [...] dat de remonstranten er van werden beschuldigd om afgevallen te zijn van het gereformeerde geloof, zij waren eerst gebonden om zichzelf te rechtvaardigen, door het geven van bewijs uit de Bijbel dat hun opinies ondersteunde. De Arminianen wilden zich echter niet aan deze procedurele beslissing onderwerpen, omdat dit hun hele betoogschema vernietigde [...] zij werden dus gedwongen om zich terug te trekken. Na hun vertrek ging de synode zonder hen door."[8]

Op 14 januari 1619 werden de remonstranten uitgesloten van de beraadslagingen van de synode, die vervolgens de contraremonstranten gelijk gaf. Tweehonderd Remonstrantse predikanten werden uit het ambt gezet, waarop deze in Antwerpen de "Remonstrantse Broederschap" oprichtten.[4][5]

Dordtse Leerregels

 Zie Dordtse Leerregels voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Gereformeerden verwierpen de vrije wil van de mens, en legden hun opvattingen over de predestinatie vast in de Dordtse Leerregels, waarin de standpunten tegen de remonstranten worden weergegeven in vijf punten. Internationaal wordt er wel gesproken over de vijf punten van het calvinisme (Five points of Calvinism), waarbij men doelt op de vijf punten die behandeld worden in de Dordtse Leerregels.

De Dordtse Leerregels vormen een van de drie belijdenisgeschriften van de Nederlandse Hervormde en Gereformeerde kerken in Nederland, de Drie Formulieren van Enigheid. De andere twee zijn de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus. Tijdens diezelfde synode is de Dordtse Kerkorde vastgesteld.

Nasleep voor de remonstrantse deelnemers aan de synode[bewerken]

De dertien remonstrantse predikanten, waaronder Episcopius, werden in afwachting van nadere instructies opgedragen om in Dordrecht te blijven. Op 20 mei 1619 werden de remonstrantse predikanten, die eerder bij de synode aanwezig waren geweest, door de lekencommissarissen van de synode opgeroepen en kregen zij de opdracht zich te onthouden van domineesachtige activiteiten zoals preken, vermanen, het toedienen van de sacramenten en het bezoeken van de zieken. Bovendien kreeg Episcopius het bevel om geen brieven of boeken te schrijven waarin hij de leerstellingen van de remonstranten zou aanprijzen. De remonstrantse predikanten stemden ermee in zich te onthouden van domineefuncties in de staatskerken, maar zeiden dat het hun plicht was om hun doctrines uiteen te zetten, daar waar mensen zich maar zouden verzamelen om deze aan te horen.[9]

Op 5 juli werden zij daarop naar de vergadering van de Staten-Generaal geroepen, waar hun werd verzocht om de Acte van Cessatie te ondertekenen, die de opdracht aan hen om af te zien van het domineeschap legaliseerde. Toen zij weigerden te ondertekenen, werden zij als "verstoorders van de openbare vrede" veroordeeld. Hen werd opgedragen de Republiek te verlaten.[10][11]

Dordtse Kerkorde

 Zie Dordtse Kerkorde voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ook werd de Dordtse Kerkorde aangenomen, die nog steeds de basis vormt van het kerkrecht in veel gereformeerde kerken. In de Handelingen of Acta van de synode van Dordrecht staat welke besluiten er zijn genomen.

Officiële Nederlandse Bijbelvertaling

 Zie Statenvertaling voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Van 19 november 1618 tot 27 november 1618 heeft de Synode van Dordrecht in zeven zittingen gesproken over de mogelijkheid van een officiële vertaling (de Statenvertaling) van de Bijbel uit de oorspronkelijke talen in het Nederlands. In deze vergaderingen kwamen drie belangrijke vragen aan de orde:

  • Bestaat er een noodzaak van een nieuwe vertaling van de Bijbel? Deze vraag werd positief beantwoord.
  • Hoe een zo getrouw mogelijke vertaling in zo kort mogelijke tijd tot stand te laten komen? Maatregel: de synode heeft concrete richtlijnen voor het vertaalwerk opgesteld.
  • Door wie op welke wijze moest het vertaalwerk worden uitgevoerd? Maatregel: de synode heeft vertalers aangesteld en ook aangegeven dat er systematisch correctiewerk moest worden ingepland.

Deze Statenvertaling zou in 1637, na bijna 20 jaar gereedkomen. De synode benoemde de eerste vertalers en verzocht de Staten-Generaal om dit omvangrijke project te financieren. De Statenbijbel zou een blijvende invloed hebben op het standaard Nederlands, dat in die tijd net een bredere acceptatie verkreeg en een literaire traditie ontwikkelde. De Statenbijbel zou in de protestantse kerken tot diep in de twintigste eeuw de standaardvertaling van de Bijbel blijven. In sommige zusterkerken van de Nederlandse Hervormde Kerk, de rechtsopvolger van de oorspronkelijke Nederduitse Gereformeerde Kerk, en sommige, kleinere afgesplitste kerkgenootschappen is de Statenbijbel nog steeds in gebruik.

Alibi voor een politieke afrekening

De synode veroordeelde de religieuze doctrine van het Arminianisme als ketterij. Hierop volgde de politieke veroordeling van de staatsman Johan van Oldenbarnevelt, die de beschermer van de remonstranten was geweest. Voor de misdaad van algemene verstoring van de staat van de natie, zowel van Kerk als Staat (verraad), werd hij op 13 mei 1619 onthoofd. Als gevolg van de nederlaag van de remonstranten werd onder andere aan de jurist Hugo de Groot een levenslange gevangenisstraf opgelegd; hij wist echter met de hulp van zijn vrouw en zijn dienstmeisje in een boekenkist uit Slot Loevestein te ontsnappen. Zowel Van Oldenbarnevelt als De Groot hadden sinds 29 augustus 1618 in hechtenis gezeten.

 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Staten-Generaal_van_de_Nederlanden#Republiek_der_Verenigde_Nederlanden

https://nl.wikipedia.org/wiki/Staten-Generaal_(Nederland)

 

Synode van Dordrecht. De Arminianen zitten als aangeklaagde partij aan de tafel in het midden. Afbeelding is van de bovenzaal van het voorhuis van de Kloveniersdoelen, de plaats waar de zittingen werden gehouden.

 

Source: 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Synode_van_Dordrecht

https://en.wikipedia.org/wiki/Synod_of_Dort

STATENVERTALING TITLE PAGE

 

De Tien jaren was de periode van 1588 tot 1598 in de Tachtigjarige Oorlog, waarbij onder het militaire leiderschap van Maurits en onder het politieke leiderschap van Oldenbarnevelt een groot aantal overwinningen op de Spaanse troepen werd behaald, waardoor grote gebieden aan de Republiek der Verenigde Nederlanden konden worden toegevoegd. Parma's opmars was gestopt doordat de Spaanse koning Filips II de troepen nodig achtte in de Franse Hugenotenoorlog dat voor hem een hogere prioriteit had. De overgebleven Spaanse troepen werden uit het noorden en oosten verdreven, waarmee zogezegd, de tuin der unie gesloten werd. Na deze periode was Maurits' reputatie als groots veldheer definitief gevestigd.

 

Source:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Maurits_van_Oranje

 

Unie van Utrecht: (Jan van Nassau)

Was een Calvinist van geloof.

https://books.googleusercontent.com/books/content?req=AKW5QafmgAiLCHud5JamoxTWWPlKIruzqK6wqJ_5BH0bP7skBj6jFSBeMlLBtwA3EmYnTngSvO5-z-xcd0aZSIKYQQ_7PmeA2bu7ExE06saDD5BdequKGAVL1yDneMvLaY7lSjbS9alvQ18UAovUGWNuLH45MuZzcQ2bXwQJAWEGCcsXYPae8c4SDuVAGUR9B9o_X-g37vtJjsRRtdYvBy79JgE-LIRMRHTGeulwTpt3vknDMhJfHISbNdmZN-oKx4LBRTVYbnOUWMth7ZcoqIPeSMSsuyT3AZoFNyA9abuV5OOL8Sxz-j8

 

Source:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Unie_van_Utrecht_(1579)

 

 

 

De Unie van Utrecht

 

1579: UNIE VAN UTRECHT

 

Published 25 februari 1521 | By Pierre Rip

 

1579: Unie van Utrecht
‘De Unie van Utrecht dateert uit 1579 en is feitelijk de eerste Grondwet van ons land. Noordelijke en zuidelijke gewesten kwamen overeen samen op te treden tegen de Spanjaarden en maakten ook afspraken over staatkundige zaken. Het mooie is dat erin staat dat niemand vanwege zijn persoonlijke opvattingen of religie mag worden vervolgd. Dat beginsel is sindsdien onverkort overeind gebleven in Nederland. Het geeft aan waar Nederland voor staat. In veel landen moet het nog 1579 worden.

Bron: historischnieuwsblad 2016

 

Source:

https://www.postroute.nl/1521/02/25/1579-unie-van-utrecht/

 

 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Pacificatie_van_Gent

https://nl.wikipedia.org/wiki/Unie_van_Atrecht

https://en.wikipedia.org/wiki/Separation_of_church_and_state

 

 

Rechtsgeleerdheid

Rechtsgeleerdheid of rechtswetenschap is de wetenschap van het recht. Men moet echter bij het woord "wetenschap" als men het op de rechtsgeleerdheid wil toepassen goed onderscheid maken tussen enerzijds wetenschap, die gebaseerd is op waarneming of proefondervindelijk onderzoek, en anderzijds geleerdheid, die werkt met interpretatie en belezenheid. Rechtsgeleerdheid is meer de tweede vorm van wetenschap. Zij bestaat in belezenheid in de juridische literatuur en vaardigheid om het daarin gevondene toe te passen op de feiten. De Romeinen, die een zeer belangrijk aandeel hebben gehad in de ontwikkeling van het rechtsgeleerde denken, spraken bij voorkeur van een "ars", hetgeen men in dit geval het beste kan vertalen als "ambacht" of "kunde".

In Nederland en Vlaanderen kan men rechtsgeleerdheid studeren aan de meeste universiteiten. De universitaire studie rechtsgeleerdheid wordt in de volksmond veelal rechten genoemd. Iemand die het doctoraaldiploma (Nederland) of licentiaatsdiploma (Vlaanderen) rechten behaald heeft, mag zichzelf Master of Laws (LL.M.) noemen. Daarnaast mag de klassieke titel meester in de rechten (mr.) gebruikt worden. Bij sommige studierichtingen werd echter opgeleid tot doctorandus (drs.). Iemand die niet de masteropleiding heeft afgerond, maar wel het bachelor-deel, mag zichzelf Bachelor of Laws (LL.B.) noemen. Deze graad is enigszins vergelijkbaar met het vroegere "kandidaats-examen".

De uitdrukking rechten stamt uit het universitair onderwijs in de middeleeuwen toen men aan de juridische faculteiten zowel het Romeins recht als het canoniek recht kon studeren. Men kon dan ook de graad van doctor in de beide rechten, doctor utriusque iuris, behalen.

Zie ook

 

Modern jurisprudence began in the 18th century and was focused on the first principles of natural lawcivil law, and the law of nations. (international LAW)

 

Source:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Rechtsgeleerdheid

https://en.wikipedia.org/wiki/Jurisprudence

https://en.wikipedia.org/wiki/International_law

 

(Vader) Dirk Dirksen Auwrijn

(Moeder) Dirkje Bais

Aleid Auwrijn

+

Dirck Hillebrants de Gier

Hillegonda van Auwrijn

+

Adriaan de Cocq van Delwijnen

Christina Auwrijn

+

Otto Pieck

Volgorde kinderen:

  • Adriaan de Cock (Hillegont Auwrijn zijn vrouw weduwe in 1522 gestorven in 1538 verwante van mij)
  • Johan de Cock van Delwinen 5 decembrus 1533
  • Adriaan de Cock van Delwinen 7 juni 1551 (Gehuwd met Maria van Brakel magescheid in 1564 en Maria van Hemert 1568 op huwelijkse voorwaarden)
    Zijn vrouw Maria van Hemert 11 juni 1568
  • Johan de Cock van Delwinen 17 maii 1605
    Adriaan de Cock van Delwynen 14 julii 1646
    Johan de Cock van Delwynen 17 april 1698
    Walraven van Haeften 1) erfgenaam van sijns ooms Johan de Cok van Delwynen 10 december 1725
    Barthold van Haeften 2) erfgenaam van sijns broeders Walraven van Haeften 25 Januarii 1747
    Jan Walraven de Cock van Haeften per clausulas testament Barthold van Haeften en Margriet van Lynden in leve ehelieden 5 februari 1778
    Idem erfgenaam sijns vaders Barthold van Haeften 10 junii 1775

 

Source: https://books.google.nl/books?id=7hqnC_hkbtcC&pg=PA47&dq=Lacomblet+urkunden+bucher&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwj6h9-hmuLfAhVJsqQKHd9aDU8Q6AEIMTAB#v=onepage&q&f=false

 

 

2061. 1569 december 12

Lijst van de jaarinkomens van Nederlandse edelen:

Willem prins van Oranje 152.785 guldens

Lamoraal graaf Egmond 62.944 guldens (+ 1568)

Jan (IV) van Glijmer markies van Bergen 50.872 guldens (+ 1567)

Floris van Montmorency baron van Montigny 11.250 guldens (+ 1570)

Philips van Montmorency graaf van Horn 8.473 guldens (+ 1568)

Gachard: Correspondence de Philippe II; II p. 115-116

 

 

Hauptstaatsarchiv Düsseldorf, Reichskammergericht 4839.

https://mijngelderland.nl/search#!?timePeriods=1060&currentPage=1

Voor richter en schepenen der dingbank van Kessel ruilt.

https://bible.knowing-jesus.com/topics/God,-The-Provider 

 

Vernoemingsregels zonen
1e zoon vernoemd naar vaders vader = Henricus (opa)
2e zoon vernoemd naar moeders vader = Egon (opa)
3e zoon vernoemd naar vader oudste broer = Jacobus (oom), of vader zelf
4e zoon vernoemd naar moeders oudste broer (oom), of moeders grootvader
5e zoon vernoemd naar vaders 2e broer (oom), of favoriete broers of ooms
6e zoon vernoemd naar moeders 2e broer (oom), of favoriete broers of ooms

Vernoemingsregels dochters
1e dochter vernoemd naar moeders moeder = Joanna (oma)
2e dochter vernoemd naar vaders moeder = Elisabhet (oma)
3e dochter vernoemd naar moeders oudste zus = Maria (tante), of (Maria) moeder zelf
4e dochter vernoemd naar vaders oudste zus (tante), of vaders grootmoeder
5e dochter vernoemd naar moeders 2e zus (tante), of favoriete zusters of tantes
6e dochter vernoemd naar vaders 2e zus (tante), of favorieten zusters of tantes

 

Overige vernoemingsregels en dopen
Grootouders zijn vaak zelf aanwezig als doopgetuigen.
Als er twee kinderen in hetzelfde gezin dezelfde voorna(a)m(en) hadden, dan is de kans groot dat het oudste kind overleden is voordat de 2e is geboren.
Echter zijn er uitzonderingen, door consequent vernoemen of weinig creativiteit. Ter onderscheiding werd dan als ‘de oude’ of ‘de jonge’ toegevoegd, of kwam er een roepnaam.
Als twee kinderen uit een gezin – vlak na elkaar geboren – dezelfde doopgetuigen hadden, dan is waarschijnlijk het oudste kind jong overleden.
Als een kind kort na het overlijden van de vader werd geboren, werd deze naar hem vernoemd als eerbetoon.
Het eerste kind uit een tweede huwelijk werd genoemd naar de overleden partner van één van de partners.
Als broers en zusters als doopgetuigen worden genomen, zijn zij 11 jaar of ouder.
Een zoon of dochter geboren als onwettig kind uit een onwettige relatie, krijgt de voornaam van de vader. (Dit kan een aanwijzing opleveren voor de mogelijke vader als zijn naam niet genoemd wordt in de doop- c.q. geboorteakte).
Dopelingen kregen vaak dezelfde voornaam als één van de doopgetuigen.
Plaatsvervangers bij dopen zijn (bijna) altijd vrouwen.
Een drieling van drie jongetjes wordt vernoemd naar de Drie Koningen Caspar, Balthazar en Melchior.

Patroniem
Achternaam die is afgeleid van de (voor)naam van de vader. (b.v. Janszn = Janssen).

 

 

711.95 Utrecht NH trouwen 1630-1636
Trouwinschrijving Hendrick van Wachtendonck en Aeltgen van Asch, 14-09-1634
Aktedatum:
14-09-1634
Akteplaats:
Utrecht
Bruidegom:

Hendrick van Wachtendonck
Voornaam: Hendrick
Patroniem: Jacobs
Tussenvoegsel: van
Achternaam: Wachtendonck
Attestatie: Dordrecht
Bruid:

Aeltgen van Asch
Voornaam: Aeltgen
Patroniem: Claes
Tussenvoegsel: van
Achternaam: Asch
Huwelijksplaats:
Dordrecht
Gezindte:
Nederduits-gereformeerd (later Nederlands-hervormd)
Toegangsnummer:
711 Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen: retroacta doop- trouw- en begraafregisters
Inventarisnummer:
95
Paginanummer:
189


Vulturius

Boek VIII, bl. 22. Transcriptie van een Notariële akte waarbij Cornelius Vulturius van Dryel (Vulturius is Latijn voor De Gier), patroon en collator van de vicarie van het altaar van het Heilige kruis in de St.-Maartenskerk te Zaltbommel, voorstelt die vicarie, opengevallen door het overlijden van Johannes Huyghmanni, te vergeven aan Henri de Heusden, 1561.

 

Boek VIII, bl. 33-34. Transcriptie van een brief van Hubert van Doern te Dordrecht aan zijn neef Hubert de Gier, kanunnik van het kapittel te Zaltbommel, over de hoptiende, 13 november 1550.

 

Boek VIII, bl. 92-94. Transcriptie van een akte waarbij door tussenkomst van mr. Heynrick van Lottum, raad en stadhouder van de lenen, Gerit van Kessel, Claubout die Haesen en Ghoris Morinck, een geschil wordt beslecht tussen enerzijds Jan Spierinck en Derck de Ghier en anderzijds Gheman Schoen en Derck Helmichss van Brakel, 1483.

 

Dictionnaire généalogique et héraldique des familles nobles du royaume de Belgique (Genealogische en heraldisch woordenboek van de adellijke families van het koninkrijk België), par M. Félix Victor Goethals,.... Tome 3
...Ladislas van Gottignies, Joannes ende Hendrick van Wachtendonck, heer Jan van Lathem, schouteeth , Jacob van Cranendonck , den baron... (België - 1595)

 

Bulletin du Cercle archéologique, littéraire et artistique de Malines (Volume 16-18)
...Joannes ende Hendrick Van Wachtendonck,... (Malines, Antwerpen, België - 1797)
Verder gaan


Le troisiesme eschevin estoit


Escheuins du premier bancq, dit de lakeure, creez & astablis l'an 1464
Échevins du premier banc, dit de la keure, creez & establis l'an 1464
apres luy fut substitué nicolas de ghyer

Wethouders van de eerste bank, de la keure genaamd, creëren en vestigen het jaar 1464
na hem werd vervangen nicolas de ghyer

luy fut substitué nicolas de ghyer

Regesten

 

In de archiefwetenschap is een regest een korte samenvatting van de inhoud van een oorkonde. Meestal gaat het om middeleeuwse regesten.

 

 

Soms is het lastig om over bepaalde personen of plaatsen informatie op te zoeken. De informatie is niet altijd even toegankelijk. Daarom zijn er uit de periode 10e-16e eeuw van de belangrijkste historische gegevens korte samenvattingen gemaakt die we ‘regesten’ noemen. In totaal zijn er ruim 13.500 regesten gemaakt die voor het publiek in de studiezaal van het Gemeentearchief Roermond ter inzage liggen. Omdat het vele jaren heeft geduurd om zo’n groot aantal regesten uit te schrijven, zijn de regesten opgesplitst in delen die Res Gestae (vrij vertaald: gedane zaken) genoemd worden (Res Gestae I, II, III en IV). Vooraan in ieder Res Gestae-deel staat de bibliografie: dit is de lijst van bronnen waaraan de regesten zijn ontleend.

Ieder regest heeft een eigen nummer en bevat vier elementen:

 

  1. een datum
  2. een persoons- en/of plaatsnaam
  3. een feit of gebeurtenis
  4. verwijzing naar de bibliografie

 

De regesten bevatten niet alleen informatie over de stad Roermond maar ook over een deel van wat we nu Zuidoost-Nederland en Noordrijn-Westfalen noemen. Dat heette vroeger het Overkwartier van het graafschap (later hertogdom) Gelre, waarvan Roermond vanaf circa 1350 de hoofdstad was.

 

Toegankelijk gemaakt

Van alle personen en plaatsen die in de regesten van de delen I t/m IV genoemd worden, is een alfabetisch-lexicografische en deels chronologische index gemaakt. Hierdoor is het mogelijk om van die personen en plaatsen direct de relevante regestnummers te vinden.

 

Res Gestae I

De regesten van Res Gestae I betreffen hoofdzakelijk regesten over Roermond. Daarnaast zijn ook regesten opgenomen over de omgeving van Roermond en regesten inzake het Urkundenbuch Mörs. In dit deel staat eveneens een overzicht van (laat-) middeleeuwse maten, gewichten en geldsoorten. De regesten zijn uitgeschreven en toegankelijk gemaakt door G.W.G. van Bree.

De volgende documenten zijn te raadplegen betreffende Res Gestae I:

 

Res Gestae II

Res Gestae II betreft regesten die hoofdzakelijk gaan over de graafschappen Gelre en Zutphen, later geheten het hertogdom Gelre en graafschap Zutphen. Dit grote gebied was opgedeeld in vier kwartieren. Het zuidelijkste kwartier heette het Overkwartier van Gelre. Roermond was vanaf het midden van de 14e eeuw de hoofdstad van het Overkwartier. De 4361 regesten (incl. de A- en B-nrs.) die tezamen Res Gestae II vormen, handelen hoofdzakelijk over de jaren 800-1574 en betreffen personen, handelingen en plaatsnamen in het gebied van het Overkwartier en omstreken.

De bronnen waaraan de regesten zijn ontleend, bevinden zich merendeels in de archiefbewaarplaats van het Gemeentearchief Roermond. Een deel van de bronnen is op andere plaatsen te raadplegen, bijvoorbeeld bij andere gemeente- of streekarchieven en historische centra in de provincies. De regesten zijn uitgeschreven door G.W.G. van Bree en toegankelijk gemaakt door J.M.M.H. de Bock.

De volgende documenten zijn te raadplegen betreffende Res Gestae II:

 

Res Gestae III

Res Gestae III betreft regesten die hoofdzakelijk gaan over de schepenbank van Roermond. De schepenbank was het college van ‘schout en schepenen’ dat belast was met het bestuur en de rechtspraak. Omdat Roermond hoofdstad was van het Overkwartier, was de schepenbank tevens hoofdgerecht. Dat wil zeggen dat de schepenbanken van andere plaatsen in het Overkwartier bepaalde (rechts-)zaken voor advies aan de Roermondse schepenbank konden voorleggen. Naast regesten die betrekking hebben op het hoofdgerecht, zijn er ook regesten over historische teksten over Roermond toegevoegd. De regesten zijn uitgeschreven en toegankelijk gemaakt door G.W.G. van Bree.

De volgende documenten zijn te raadplegen betreffende Res Gestae III:

 

Res Gestae IV

De 2237 regesten ( incl. de A-, B- en C-nrs.) die tezamen Res Gestae IV vormen, handelen hoofdzakelijk over de jaren 800-1574 en betreffen personen, handelingen en plaatsnamen in het gebied van het graafschap/hertogdom Gelre en omstreken. De regesten van Res Gestae IV zijn een aanvulling op de regesten van Res Gestae II.

Voor een groot deel hebben deze regesten betrekking op het Overkwartier van Gelre.

De volgende documenten zijn te raadplegen betreffende Res Gestae IV:

 

Source:

https://www.archiefroermond.nl/nl/onderzoek/regesten-2