Ridders

1 Samuël 16:

21 And David came to Saul, and stood before him: and he loved him greatly; and he became his armourbearer.

21 Alzo kwam David tot Saul, en hij stond voor zijn aangezicht; en hij beminde hem zeer, en hij werd zijn wapendrager.

Wapendrager:
schildknaap, wapenknecht.

 

 

MINISTERIALEN


of dienstmannen. De hoogsten der onvrijen, die in een persoonlijke dienstverhouding tot hun heer stonden. Uit de ministerialen is de ridderschap voortgekomen.

 

https://books.googleusercontent.com/books/content?req=AKW5Qae8nhKXR-hbz2emakMLT7xAW4VDUTg3FMthbRLwsMKF-qvT6YU4FwDVsozbHMHIp1DTlrd-KpwZjTJ0cmVSl8LFnPaL8ZpmMYBgUW2Ol_ZA1LfOjQxe13pq897gyVlHEfDUe4qUBBa09papJLGdU3VSdUSKtPWu3DN12esjKRtQGmteX29WstuMT_PQffHYqq3aQVaSnh5hW_lTkkHhwt7J2wLNhhymNcRC05Ec6CMIEdVyxMmgGWD9QrCrAtdsMtwCkFD9B-OS7czVmwFlCL1Chj4JKw

 

ingenui et nobiles

Ewa ad Amorem

Homines Franci

allodiaal

Niet leenroerig

Vrije ridders

adel

 

Ministeriaal

Een ministeriaal was in de middeleeuwen een persoon van onvrije afkomst aan wie een belangrijke post in bestuur en leger werd toevertrouwd, zoals het beheer van domeinen en het bewaken van burchten. Zij genoten een eigen juridische status (het dienstrecht) en werden dienstmannen genoemd.

Ministerialiteit ontwikkelt zich vanaf de 11e eeuw als een aparte beroepsstand. De ontwikkeling van de ministerialiteit in de Nederlandse gebieden (Gelre, Utrecht, Holland) lijkt sterk op die van de aangrenzende Nederrijnse territoria en andere delen van het Duitse Rijk. De sporen van hun onvrije afkomst werden vanaf de 12e eeuw uitgewist.

In kleinere vestingsteden in de Duitse landen, waaronder Horstmar, Quakenbrück en Lübbecke, bestond een bijzondere groep ministerialen. Daar woonden, in opdracht van de landsheer, zgn. 'borgmannen. Een borgman, vaak iemand van lage adel, bewoonde doorgaans een borgmanshof. Dat is een versterkt en weerbaar kasteelachtig huis, dicht bij of af en toe ook weleens aan de stadsmuren. De borgmannen hadden onder andere de verdediging van de stad in het belang van de landheer tot taak. In een aantal stadjes waren er meer dan tien van zulke borgmannen met bijbehorende borgmanshuizen. Soms waren deze functionarissen de "lange arm" van de landheer in zo'n stadje. Ze versterkten de macht van hun heer door ook zitting in het stadsbestuur te nemen.

In de late middeleeuwen gingen ministerialen op in de ridderstand, het stadspatriciaat en de landadel.

Een groot deel van de ridderstand kwam voort uit de ministerialen. Als ridder dienende ministerialen kregen vaak een ridderleen. De groep van ministerialen rond een heer werd de ministerialiteit genoemd.

 

Source:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Ministeriaal

 

 

Genesis 49:
8 Judah, thou art he whom thy brethren shall praise: thy hand shall be in the neck of thine enemies; thy father's children shall bow down before thee.
9 Judah is a lion's whelp: from the prey, my son, thou art gone up: he stooped down, he couched as a lion, and as an old lion; who shall rouse him up?
10 The sceptre shall not depart from Judah, nor a lawgiver from between his feet, until Shiloh come; and unto him shall the gathering of the people be.
11 Binding his foal unto the vine, and his ass's colt unto the choice vine; he washed his garments in wine, and his clothes in the blood of grapes:
12 His eyes shall be red with wine, and his teeth white with milk.
13 Zebulun shall dwell at the haven of the sea; and he shall be for an haven of ships; and his border shall be unto Zidon.

 

De politie corpsen zijn de moderne versie van ridders met

helmen, schilden en wapens

 

Oude geschriften herkennen om te lezen.

Source:

Domicellus betekent jonker, en domicella jonkvrouw. In de Middeleeuwen was een domicellus de zoon van een heer van een heerlijkheid, die zelf geen ridder maar knape was.

 

Dominus = Heer, en tevens ridder (of priester).

Dominus de A = Heer van de heerlijkheid A.

Dominus X dominus de A = Heer X heer van A, ridder.

Domicellus de A = Jonker en erfgenaam van A, geen ridder.

Domicella de A = dochter van de heer van A.

 

Nu denk ik dat na de Middeleeuwen die titels in betekenis zijn verschoven, zodat een dominus niet meer heer van een heerlijkheid hoefde te zijn maar wel een edelman die tevens ridder was. In de 17e eeuw werd niemand meer ridder, zodat een edelman geen dominus werd maar domicellus ofwel jonker bleef. De dochter van een edelman was een domicella ofwel jonkvrouw.

 

Was deze Jacob de Cock heer van een heerlijkheid?

 

Wat de titel Senator in dit verband betekent, weet ik niet. Het wijst op een bestuursfunctie, maar het hangt van het verband af, welke functie precies.

 

Hartelijke groeten van

Marietje (do 15 mrt. 2012)

armiger (wapendrager; ridder, schildknaap)

 a nobleman entitled to bear heraldic arms

Op de St. Jansgraden volgden die van Schotschen meester, novice en Tempelheer, en deze laatste telde drie klassen (armiger, socius en eques), waarbij later de graad van eques professus werd gevoegd, dien men, zooals gezegd werd, ophelderingen gaf over de verborgenheden en de geschiedenis der vrijmetselarij.

Source:

 

1Samuel 14:
7 dixitque ei armiger suus fac omnia quae placent animo tuo perge quo cupis ero tecum ubicumque volueris
13 ascendit autem Ionathan reptans manibus et pedibus et armiger eius post eum itaque alii cadebant ante Ionathan alios armiger eius interficiebat sequens eum
14 et facta est plaga prima quam percussit Ionathan et armiger eius quasi viginti virorum in media parte iugeri quam par boum in die arare consuevit

 

1Samuel 16:
21 et venit David ad Saul et stetit coram eo at ille dilexit eum nimis et factus est eius armiger

 

1Samuel 17:
7 hastile autem hastae eius erat quasi liciatorium texentium ipsum autem ferrum hastae eius sescentos siclos habebat ferri et armiger eius antecedebat eum

 

1Samuel 17:
41 ibat autem Philistheus incedens et adpropinquans adversum David et armiger eius ante eum

 

1Samuel 31:
4 dixitque Saul ad armigerum suum evagina gladium tuum et percute me ne forte veniant incircumcisi isti et interficiant me inludentes mihi et noluit armiger eius fuerat enim nimio timore perterritus arripuit itaque Saul gladium et inruit super eum
5 quod cum vidisset armiger eius videlicet quod mortuus esset Saul inruit etiam ipse super gladium suum et mortuus est cum eo
6 mortuus est ergo Saul et tres filii eius et armiger illius et universi viri eius in die illa pariter

 

2Samuel 23:
37 Selech de Ammoni Naharai Berothites armiger Ioab filii Sarviae

 

1Chronicles 10:
4 et dixit Saul ad armigerum suum evagina gladium tuum et interfice me ne forte veniant incircumcisi isti et inludant mihi noluit autem armiger eius hoc facere timore perterritus arripuit igitur Saul ensem et inruit in eum

5 quod cum vidisset armiger eius videlicet mortuum esse Saul inruit etiam ipse in gladium suum et mortuus est

 

1Chronicles 11:
39 Sellec Ammonites Noorai Berothites armiger Ioab filii Sarviae

De vorm van de schilden waarop familiewapens worden afgebeeld verschilt per periode. Tegenwoordig gebruikt men het liefst een schild met de halfronde onderkant. 

 

[De middeleeuwse periode wordt zelf weer onderverdeeld in de vroegehoge en late middeleeuwen.

De middeleeuwse maatschappij en beschaving zijn ontstaan uit drie duidelijk te onderscheiden bronnen: de Grieks-Romeinse beschaving, het christelijk geloof – die beide op het grondgebied van het Romeinse Rijk ontstonden of zich daar verder ontwikkelden – en Germaanse tradities, die binnenvallende volkeren later meebrachten.

Kenmerkend voor deze lange periode in de westerse geschiedenis zijn vooral de fragmentatie van het politieke gezag, een overwegend agrarische economie, een samenleving verdeeld tussen een militaire adel (die eigenaar is van het land) en een tot horige gemaakte boerenklasse, en ten slotte een op religie gebaseerde denkwijze, bepaald door de christelijke kerk.]

 

 

De middeleeuwen (ca. 500 tot ca. 1500) vormen in de geschiedenis van Europa de periode tussen de oudheid en de vroegmoderne tijd.

Kenmerkend voor deze lange periode in de westerse geschiedenis zijn vooral de fragmentatie van het politieke gezag, een overwegend agrarische economie, een samenleving verdeeld tussen een militaire adel (die eigenaar is van het land) en een tot horige gemaakte boerenklasse, en ten slotte een op religie gebaseerde denkwijze, bepaald door de christelijke kerk.

 

Source:

 

Schepenen:

  • rechters en bestuurders van een zelfstandige stad.
  • Rechtsprekend college in de steden, waarvan de leden door en uit de vroedschap of op voordracht daarvan door de stadhouder werden benoemd. In de zeventiende eeuw werd in een aantal steden ook een lager rechtscollege voor zaken van minder belang opgericht om de schepenen te ontlasten. Op het platteland hadden de schepenen meestal ook een wetgevende en besturende taak.
  • Aangewezen of gekozen bestuurders en rechters in een middeleeuwse stad.

 

Constantijn de Grote

Flavius Valerius Aurelius Constantinus[4] (Naissus, 27 februari ca. 273[1][2] of 280[3] - Ancyrona, 22 mei 337), beter bekend als Constantijn (I) de Grote, was een Romeins keizer. In juli 306 werd hij door zijn troepen uitgeroepen tot imperator en Augustus. Vanaf 308 werd hij als imperator en Augustus erkend. Door allianties, militaire overwinningen en meevallers (onder meer de verdrinkingsdood van usurpator Maxentius in 312 bij de Slag bij de Milvische Brug) ging hij over een steeds groter deel van het Romeinse Rijk regeren, tot hij vanaf 324 alleenheerser werd. Maxentius wilde overigens slechts, net als Constantijn, zijn vader die augustus was geweest opvolgen.

Constantijn is vooral bekend als de eerste Romeinse keizer die het christendom zou hebben aangehangen en die de grondslag legde voor de christelijke fase van het Romeinse Rijk, dat zich verder zou ontwikkelen tot het Byzantijnse Rijk.

Door het legendarische 'visioen van Constantijn', vlak voor de Slag bij de Milvische Brug, zou Constantijn tot het christendom zijn bekeerd, maar de oudste bron hierover, een lofrede van 310 (Panegyricus VI), meldt dat Constantijn tijdens een visioen door de heidense goden Apollo en Victoria lauwerkransen kreeg aangereikt.[5] De goden voorspelden hem een grote toekomst. Het heidense visioen werd tijdens de viering van zijn vijfjarige bewind in 310 door Constantijn gebruikt om de politieke koers aan te kondigen, die uiteindelijk tot zijn alleenheerschappij zou leiden. Van een bekering is mogelijk pas midden jaren twintig sprake.[6] Tijdens zijn leven waren er al verschillende versies van het visioen.

Constantijns leven kende veel slachtoffers in eigen familie: Constantijn was verantwoordelijk voor zowel de dood van zijn schoonvader oud-augustus Maximianus, als diens zoon Maxentius. Terwijl Constantijn alles aan Maximianus te danken had.[7] Maximianus promoveerde immers Constantijns vader van pretoriaanse prefect tot caesar en augustus. Maximianus was via zijn dochters Theodora en Fausta zowel de schoonvader van zijn vader Constantius als van Constantijn zelf. Constantius had Constantijns moeder verlaten om met Maximianus' dochter te kunnen trouwen. Constantijn was onder meer ook verantwoordelijk voor de dood van zijn zoon Crispus, echtgenote Fausta en zwager augustus Licinius. Ook na Constantijns overlijden werden er verschillende familieleden vermoord om ruim baan te maken voor zijn drie zonen.

Met zijn edict van Milaan (313) beloofde Constantijn dat christenen hun religie vrij mochten belijden en dat zij herstelbetalingen zouden ontvangen voor geleden schade door christenvervolgingen.[8] Aan de christenvervolgingen maakte augustus Galerius al in 311 een einde.[9] Constantijn organiseerde kerkvergaderingen: het Concilie van Arles (314) en Concilie van Nicea (325). Hij raakte betrokken bij religieuze discussies, waar hij niet voor was opgeleid: hij was 'in de letteren weinig geschoold'.[10]

Een andere grote daad was de verplaatsing van de keizerlijke residentie naar Byzantion, dat hij zelf Nova Roma noemde, maar later naar hem Constantinopel (Κωνσταντινούπολις Kōnstantinoúpolis, "Stad van Constantijn") werd genoemd. Constantinopel was strategisch gelegen aan een kruispunt van zowel land- als zeeroutes, en dichter bij het economische zwaartepunt van het rijk. In 359 zou het officieel de hoofdstad van het Romeinse Rijk worden.

In de Byzantijnse liturgische kalender, gevolgd door de oosters-orthodoxe kerk en oosters-katholieke kerken met Byzantijnse ritus, zijn zowel Constantijn als zijn moeder Helena opgenomen als heiligen. Hoewel hij niet is opgenomen in de Latijnse lijst van heiligen, wordt hij in de westerse traditie wel "de Grote" genoemd.

In de moderne tijd worden hij, zijn bekering en zijn toestaan van het christendom echter kritischer bekeken. Constantijn wordt een politieke agenda toegedicht, al is onzeker in welke mate dit van invloed was. Men spreekt van de "Konstantinische Wende": van een groep verschillende, kleine, vervolgde, pacifistische in het Romeinse Rijk verspreide christelijke kerkjes naar een geïnstitutionaliseerde rijkskerk onder een gezag. Eén rijk, één keizer, één godsdienst. Was dienen in een leger eerst niet christelijk, nu werd het steeds meer een edele zaak, ook voor een christen.[11][12]. Dienstweigeraars werden na het Concilie van Arles geëxcommuniceerd.[13]

 

Consolidering rijksgrenzen

In 332 versloeg Constantijn de Goten en stelde door een verdrag (foedus) de Donaugrenzen veilig.[42] In 334 werden de Sarmaten verslagen. Constantijn, die op militair gebied een van de meest succesvolle Romeinse keizers was, nam ook in andere gevallen talrijke maatregelen voor de stabilisatie van de grenzen en beveiligde ook de Rijn- en Donaugrenzen verder met extra vestingen (bij Oescus aan de Donau werd een versterkt bruggenhoofd ingericht).

Legerhervormingen

 

 
Constantijn met zijn drie zonen die het rijk erfden

De reeds eerder door Diocletianus begonnen (of beter: verder doorgevoerde) legerhervorming werd onder Constantijn voltooid. Zo was er vanaf nu een echt bewegingsleger (Comitatenses) en een grensleger (Limitanei). Constantijn zorgde hiermee voor een duurzame stabilisatie van de grensgebieden, aangezien de vijandige legers nu na een inval gemakkelijker zouden kunnen worden opgevangen achter de grens.

Ook voerde Constantijn het ambt van legerleider (magister militum) in, evenals nieuwe hofambten, zoals het ambt van quaestor sacri palatii (hoofd van de kanselarij) en magister officiorum (hoofd van de ambtenarij, dat echter reeds onder Licinius bestond). De drie posten van praefectus praetorio zouden worden omgevormd tot een leidinggevende functie over de civiele administratieve districten van het rijk.

 

Source:

Willem de Ghier

I.301

I.307

I.329

I.337

I = een hoofdletter i of j

Jan de Ghier

I.400

I.404

I = een hoofdletter i of j

Heynric die Gyer (Knaap, boer) en Jan die Ghyer (Richter, boer) wonen en werken tussen Maas en Waal zijn broers.
Heynric is de vader van Gerit en Her Peter (Ridder) zie 1382 VIII pond belasting en Peter de Gier is zijn zoon. zie belasting 1382 VI pond

De drie mannen die in 1369 elk voor 8 pond zijn aangeslagen in verschillende plaatsen, kunnen broers zijn, maar dat is niet zeker. Het kunnen ook neven zijn, of andere familieleden.
Peter de Ghier die in Veld-Driel wordt aangeslagen, is hoogst waarschijnlijk wel dezelfde die een vicarie op zijn hof aldaar vestigde. 
(Marietje)*

Het land tussen Maas en Waal, eigenlijk niet meer dan een smal strookje grond tussen twee brede waterstromen. Samen met buitenpolders, slaperdijken, eendenkooien, uiterwaarden en boomrijke eilandjes maken Maas en Waal dit stukje Nederland tot een oer-Hollands stukje land. Hier delen rustzoekers en natuurgenieters de polders en uiterwaarden met ganzen en steltlopers.
Onlosmakelijk verbonden aan ons waterrijke land zijn de bouwwerken die de mens er neerzette: Fort Sint Andries had een grote strategische waarde voor de handel en de verdediging; stoomgemaal De Tuut hield het land droog en in de steenfabrieken werd klei uit de rivieren tot bakstenen gebakken. Het terrein van Bato's Erf, een voormalige steenfabriek, is helemaal teruggeven aan de natuur. Een robuust landschap waar de krachten van mens en water nog altijd samenwerken.


Deze informatie is te vinden in het boek: 
"Schatting van den Lande van Gelre voor het overkwartier en de betuwe van 1369"

Deze 3 foto's hieronder zijn gemaakt op 26-7-2012.

Item Heynric die Gyer VIII pond belasting 1369 (blz 122) te Lewen (Leeuwen) Tusghen Mase ende Wale.
Item 
Gerit die Gier VIII pond belasting 1369 (blz 207) te Rossem. (Fol. 54)
Item 
Peter die Gier VIII pond belasting 1369 (blz 222) te Velt Driele. (Fol. 57)

 

Hieruit maak ik op dat Heynric de vader is van Gerit en Peter daar er nu geen 2 Peters zijn met belasting. In 1382 is Heynric dood want hij wordt niet meer vermeld in de belasting boeken bovendien is er van Heynric al in 1335 bekend dat hij knaap is dat maakt dat hij rond 1315 geboren is. Gerit wordt eerst in Amerzoden vermeld als leenheer. Daarna wordt het vermeld dat de andere familieleden hetzelfde leen hebben gekregen. Dat maakt dat Gerrit na 1390 overleden is.

Item Ymbrecht die Geyer VIII pond belasting 1369 (blz 176) te Teyle. (Fol. 46v)
Item Maes die Geyer II pond belasting 1369 (blz 115) te Wychen. (Fol. 30v)

Item Peter die Ghier VI pond belasting 1382 Folio 49 (blz 18) gegoed te Dryele. Extrancy Dryele. (zoon van Her Peter de Ghier)
Item Gherit die Gier VIII pond belasting 1382 Folio 50 (blz 20) gegoed te Roshem. Sit. IIIIc XXVII lb.

 

Summa van Tielreweert vurscreven
IIm VIIc XCII lb.

Summa van alle Bomelreweert ende Tielreweert vurscreven
VIIIm IIIc en I lb.maken IIIIm CLI alden scilt, II lb. voer den alden scilt gerekent.

Doorgehaald:
Item van Floris van Beesde geboert bij Johan Haken tot Bomel op dertien avende, LX alde scilde.
Summa sumax van allen opboeren vuerscreven IIIIm IIc XI alden scilt
.

Dit is opboren Derich Riquijns tot Driele inden jare lxxxii circa festum Pasche.

(Alet Johan Agen I alden schilt).
(Item Boudewijn Rolofs soen III alden schilden).

 

Item Peter die Ghier VIII pond belasting 1382 Folio 69 (blz 59) gegoed te Dryele. (Her Peter de Ghier vader van Peter de Gier)

(Summa lateris Ic III½ scilt.)
(Summa lateris Ic XXXII sc.)

 

Item Hillen die Gyer 1434 VI sc. Folio 6 (blz 13) gegoed te Dryele.


Restant van desen Scattinge.
Dryele.


Item Hillen die Gyer 1434 VI sc. Folio 36 (blz 43) gegoed te Dryele.

Zegel van Hillen de Gier 1460

Obiit anno j.555 Catarina filia joannis Rodolphi
Relicta vidua Roberti de Ghier, pro cuius perpetua memoria
dati sunt tres equitis monete gelrensis (waarschijnlijk geldaanduiding) et ministratitur I LT

Obijt Robertus de ghier anno j.555

pro cuius perpetua memoria Dati fut....

Eguites monete Gelrus et m.....

xzysen..bg...........et mo..........e...................

Een kint van Jonker de Gier 8 Januari 1787

 

Gemeente Zaltbommel
Archiefnummer 198
Deelnummer 1931
Registernaam NH Begraaf 1770-1810 registratie van ontvangsten van het Weeshuis voor de verhuur van lijkkleden bij begrafenissen (DTB-1931)
Code DTB-1931
Periode register 1770-1810
Pagina 99
Diversen 08.01.1787 Een kint van jonker de Gier, 4 [stuivers].
Plaats begraven Zaltbommel
Datum begraven 08-01-1787
Overledene de Gier
Overledene geslacht onbekend 
Vader overledene de Gier

23-12-1783 Peter de Gier koopt een huis in de Gamersche straat zuidzijde te Zaltbommel voor f 5000.- van Arien Kool;
12-5-1798, Bastiaen de Gier en Hendrina Glaudemans stellen zich borg voor ,hun zoon Peter, gehuwd met Christina
van den Anker, terzake Peter’s aanstelling tot collecteur der verponding over Bommel. (Loofsignaat Zaltbommel).

15-4-1800 (huis) door Peter de Gier en Christina van den Anker weder verkocht (Loofsignaat Zaltbommel).
Bron: Nederlandse Leeuw 1943

 

 

Gecommitteerde tot de organisatie van de gewapende burgerwacht in Gelderland 1796, schepen van Zaltbommel 1798, collecteur der verpondingen van de stad en schependom Zaltbommel 1798.

 

23-12-1783: Peter de Gier koopt een huis in de Gamersche straat zuidzijde te Zaltbommel voor fl. 5000,-- van Arien Kool;

15-04-1800 door Peter de Gier en Christina van den Anker weder verkocht (Loofsignaat Zaltbommel).

 

12-05-1798: Bastiaen de Gier en Hendrina Glaudemans stellen zich Borg voor hun zoon Peter, gehuwd met Christina van den Anker, terzake Peter's aanstelling tot collecteur der verponding voer Bommel (Loofsignaat Zaltbommel).

 

Bij de volkstelling van 1810 staat als beroep vermeld 'maçon' = metselaar. Ook bij de conscriptie voor militaire dienst van zijn zoon Christianus Henricus staat bij het beroep van zijn vader metselaar vermeld. Verder is Peter de Gier zoek. Zijn overlijden in niet in de burgerlijke stand van de gemeentes in de Bommelerwaard te vinden, en bij het overlijden van zijn vrouw doen een vriend en een buurman aangifte.

 


Jaarboek te Saltbommel 19 aug 1795 nr. 4955
4 compagniën te zamen één battaillon.
De derde Compagnie "Broederschap, Kapitein Peter de Gier, Lieutenant F.de Lorme, vaandrig M. Schot.

 

30 maart 1796 nr. 551
Hage, den 29 maart 1796
Het tweede jaar der Bataafche Vrijheid

De algemene Vergadering voornoemd.
En in derzelfver naam (getekend)
Peter de Gier (Jonker). (Sebastianus de Gier is de zoon van Peter)

 

Decreeten_der_Nationale_Vergadering_repr Peter de Gier 1796 (jan 2011)

Equites

(d.i. het Latijnse woord voor “ruiters”, enkelvoud eques voor “ruiter”) is de naam voor de leden van de ridderstand in het Oude Rome.

Deze bestond oorspronkelijk uit burgers van wie het financieel vermogen groot genoeg was om hun dienstplicht met eigen paard (inclusief verzorging en personeel) te kunnen vervullen. Als maatschappelijke groep vormden zij hiërarchisch de tweede stand, na de senatorenstand. Door de geleidelijke uitbreiding en de evolutie van de taak van het leger, trad hun militaire functie op de achtergrond, maar hun betekenis als stand van de burgerij nam evenredig toe. Het was namelijk aan senatoren verboden zich op actieve wijze in te laten met commerciële en financiële zaken, en daarom bleef deze door de expansie van Rome steeds winstgevender sector voorbehouden aan de equites. Geleidelijk aan vormden zij aldus een invloedrijke groep ondernemers en financiers, die onder meer de belastingpacht in handen hadden.

In zijn strijd tegen de senaat probeerde Gaius Gracchus de equites als politieke machtsgroep aan zijn zijde te krijgen, door een wet die bepaalde dat de rechtspraak over afpersingen in de provincies uitsluitend door ridders zou worden uitgeoefend, in plaats van door senatoren (lex iudiciaria). Dit hield in dat stadhouders eventueel zouden terechtstaan voor bankiers met grote financiële belangen in de ambtsgebieden der beklaagden, terwijl de praktijken der belastingpachters slechts door collega's berecht zouden kunnen worden.

Bijzonder typerend voor de politieke invloed van de equites was ook het terugroepen van Lucullus. In de keizertijd werden de voornaamste posten in de bestuursdienst door leden van de ridderstand bekleed.

 

Source:

 

 

0010   Doop-, trouw- en begraafregisters (RBS / Retroacta Burgerlijke Stand) van dorpen en steden werkgebied RAR), 1598 - 1817

 

3198   Doop-, trouw-, begraaf- en lidmatenregisters van de Bommelerwaard, (1303) 1590 - 1810 (1949)

3198-1937 RK Overlijden (obituarium kapittel Sint Maartenskerk 1303-1569) (DTB-1937)

 

3033 Archief van de familie Beckering Vinckers, 1874 - 1967 ( Regionaal Archief Rivierenland )

 

 
 
Hendrick Wachtendonck, van Bruidegom Utrecht 06-01-1605
Hendrick Wachtendonck, van Bruidegom Utrecht 14-09-1634
Henrick Jacobss Wachtendonck, van Ontvanger 17-02-1665

 

Hillebrant die Ghier (Driel en Zaltbommel) in the 14th sentence from down to up 

Johan van Wachtendonck in the 12th sentence from down to up

Source: 

 

Landdagen en andere landelijke bijeenkomsten van Staten en steden in Gelre en Zutphen 1423-1584

 

 

 

Details van document 39

Nummer 39
Datum 20-03-1579
Documenttype aanwijzing 
Plaats Arnhem 
Vergadering 18-03-1579
Archief archief archieffonds vormcode inv. nr.folio druk pdf
Gelders archief OA Arnhem Afschrift 473315-15v pdf
Gelders archief OA Arnhem Afschrift 4691312-312v Van Hasselt IV, nr. 30 pdf 
 
Incipit
Durchluchtigste hochgeboeren furst genedigster heer, onsen onderdenigen und willigen dienst ende wes wij sunst vermogen, zij u.f.d. yder tijt voir ain bereit, und dairna voegen u.f.d. toe weten, hoe dat wij achtervolgende derselver schrivent in dato den XVIII en februarij op eijnen generalen alhier gehaldenen lantdach afgeferdicht ende deputert hebben heren Frederick van Boeijmer der rechten doctoren van wegen der bannerheren, van wegen des quartiers Nijmegen Gerhart van Oij, heer tot Oij, borchgreve tot Nijmegen; Arndt van Bonenborch genant van Hoontstein, heren tot Ubbergen
 
Explicit 
tot nuth ende wolfaren des algemeynen vaderlantz to helpen raitzslagen ende resolviren, biddende seer dienstlick dat u f.d. denselven als onse eijgene personen gelove willen geven.
Durchluchtigste hochgeboren furst genedigster heer, wij bidden die Almechtige Got wil u f.d. in gelucksalige regierong lange erhalden und gefrissen, uith Arnhem ende mitter selver stat secretsegel (dat wij ditmail hierto gebruicken) befesticht den XX en marty anno 79.
 
Regest
Bannerheren, ridderschap en steden schrijven Matthias dat zij op een generale landdag de volgende afgevaardigden voor de Staten Generaal hebben benoemd, te weten Frederik van Boeijmer van wegen de bannerheren, van wegen het kwt. Nijmegen Gerhart van Oij, heer tot Oij, burggraaf van Nijmegen; Arndt van Bonenborch genant van Hoontstein, heer tot Ubbergen; Johan van Genth, heeren tot Oijen en Dijden; Adriaan die Cock van Delwijen, heer tot Wadenoijen, ridderschappen; Johan Kolffken burgermeester; Johan Mewss meester van sint Nicolaas; Johan van den Haeve secretaris van Nijmegen voor zichzelf en ook voor Tiel; Matthijs Jacobss ende Hillebrant die Ghier namens Zaltbommel; namens het kwt. Roermond Johan van Wijttenhorst heer tot Horst, drost vann Kessel; Adolf van Ghoir tot Caldenbroick; Johan van Stalbergen doctor en drost van Kriekenbeek ridderschappen; Matthijs van Loeven ende Rembolt Houffsleger, gezanten van Venlo en mede namens andere steden van he kwt. Roermond; namens het kwt. Zutphen Mauris Rijperda; Dirk van Keppel riddershcappen; Gadert Barner burgermeester; Johan Kreinck raadsvriend en Johan Overcamp secretaris van Zutphen; Gijsbert van Broekhuizen afgezanten van Doesburg ende Doetinchem; namens het kwt. Arnhem Koenraad van Meckeren ende Hendrik van Steenbergen ridderschappen, Karel van Gelre burgemeester van Arnhem; Zweer van Hoeckelum burgemeester van Harderwick en mede namens Elburgh, Wageningen en Hattem.

 

Source:

 

Geschiedenis der stad Aalst

  • 1873

Source:

 

Codex diplomaticus Neerlandicus

  • 1853

Source: 

Oudste kameraars-rekening der stad Utrecht (1380)

  • 1853

Source:

De rekeningen der grafelijkheid van Holland onder het Henegouwsche Huis

  • 1875
  • rondtrekkende koopman, markskramer

Source:

 

 

Wil men echter alleen op historische getuigenissen afgaan, dan waren
de Friezen, de Bataven, de Kaninefaten, de Tubanten, de Brukteren,
de Menapiërs en de Nerviërs de voornaamste volkstammen, die Neder-
land en ten deele België het eerst hebben bewoond.
Al die stammen, zoo even genoemd. behoorden tot de bolkerengroep
der Germanen.
Waarschijnlijk waren de Friezen, ongetwijfeld hethoofdvolk, ook de
oudste bewoners.

Saliërs, Saksen, Franken

Tusschen de Maas en den Rijn lag het graafschap, sedert de 11 de eeuw

Hertogdomm Limburg, Maastricht was voor een gedeelte een bezitting van
den Bisschop van Luik, voor een ander deel een ander zickzelve staande rijks-
stad of rijksleen.

Reinoud I, graaf van Gelder en Jan I, Hertog van Brabant, dat door den slag van Woerdingen werd beslist. (1286)
Floris (Zuid Holland)

Jan van Heusden en Jan van Kuik, Eduard I, Koning van Engeland.
Deze verplaatste bij een verdrag, in 1.295 met Quy van Dampierre, graaf van Vlaanderen, gesloten,
den stapel der Engelsche wol van Dordrecht (brugge en Mechelen) (1.293) oorlog tusschen Engeland en Frankrijk
losbarstte sedert 1296 bij Philips IV of den schoone koning van Frankrijk, aan.
Deze verbintenis deed Floris den dood.
Eduard, die reeds met het vermoeden omging, dat de graaf zijn onechten zoon Witte van Haamstede (op Schouwen) liever
tot opvolger had dan zijn zoon Jan, uit wettigen echt gesproten, die met 's konings dochter Elisabeth was verloofd,
besloot nu Floris ten valte brengen.

Margareta van Bourgondië oom Jan van Beieren 1417

 

Source:

Geschiedenis van het vaderland

  • 1874

Nerviërs

De Nerviërs (LatijnNervii), waren een Belgische volksstam die ten tijde van de verovering door Julius Caesar in het noorden van Frankrijk en het zuiden van België woonde, tussen Schelde en Samber. De stam beheerste een belangrijke sector van de grote handelsweg van Keulen naar Amiens (de Chaussée Brunehaut).

 

Woongebied van de Nerviërs

Caesar noemt als buurvolkeren: de Viromandui (Vermandois), de Atrebates (Arras), de Atuatuci en de Remi (Reims).[1] Tacitus vermeldt dat de Nerviërs in zijn tijd prat gingen op hun 'Germaanse' afkomst, als het ware om zich te distantiëren van de 'makke' Galliërs. Ook Caesar zegt dat de meeste Belgae afkomstig waren van de Germanen, dat wil zeggen van over de Rijn kwamen. De Griekse geograaf Strabo schrijft dat de Nerviërs een Germaans volk waren, maar aan de Treveri grensden. Waarschijnlijk verwisselde hij de Nerviërs met de Eburonen.[2] Onderzoekers hebben sporen van hun Germaans dialect menen terug te vinden in een reeks toponiemen in hun woongebied, vooral in de Belgische provincie Henegouwen.

De Gallo-Romeinse, zeer uitgestrekte civitas Nerviorum omvatte waarschijnlijk ook de woongebieden van andere, meer noordelijk en oostelijk te situeren stammen, waarvan Caesar zegt dat zij afhankelijk waren van de Nerviërs: Ceutrones, Levaci, Geidumni, enz.[3] Dit Romeinse administratieve gebied werd vermoedelijk begrensd door de Rupel in het noorden, de Schelde in het westen, de civitas Tungrorum in het oosten en de civitates Remorum en Ambianorum in het zuiden. Dichte bossen maakten dat in het oosten en het zuiden de grenzen onduidelijk waren.

Voor de Romeinse tijd kenden de Nerviërs vier oppida: Asse, Elewijt, Binche en Blicquy.[4] De Romeinen gaven de voorkeur aan één civitas (administratieve hoofdplaats). Zij wezen Bagacum Nerviorum (Bavay) hiertoe aan. Tijdens de late keizertijd werd na de val het Gallische keizerrijk, die in 275 tot rampzalige invallen van de Franken had geleid, de hoofdplaats naar Cameracum (Kamerijk) verplaatst. De naam van het gebied werd gewijzigd in civitas Cameracensium. De grenzen bleven ongeveer bewaard in die van het middeleeuwse bisdom Kamerijk.

De Nerviërs en Caesar

In 57 v.Chr. trachtten de Nerviërs, o.l.v. Boduognatus, Caesar tegen te houden aan de Sabis.[5] Enkele jaren later, in 54 v.Chr., slaagde de stam er bijna in het legioen van Quintus Tullius Cicero, dat in hun grensgebied overwinterde, uit te schakelen[6] met represailles als gevolg.[7] Voor de grote opstand van Vercingetorix leverden ze volgens Caesar 6000 man.[8]

Caesar leed in de slag aan de Sabis (de huidige rivier de Selle) zware verliezen, hetgeen hem ertoe noopte een aantal details mee te delen over deze volksstam, die overeenkomen met wat hij in zijn inleidend hoofdstuk vertelde over de Belgen in het algemeen: zij lieten geen Romeinse handelaars toe binnen hun gebied die wijn of andere luxegoederen zouden invoeren en voerden vaak oorlog met de Germanen; het waren woeste en dappere kerels, die zich niet met Rome wilden inlaten.[9]

Caesar heeft een interessante uitweiding over de 'hagen', die typisch blijken te zijn geweest voor het Nervisch gebied (Frans en Belgisch Henegouwen, Waals-Brabant) waar hij in 57 v.Chr. doorheen trok. Die hagen zoomden de velden en de wegen af en hinderden de opmars van Caesar.[10] De Romeinse veldheer kent er een militaire functie aan toe: de Nerviërs hadden geen noemenswaardige ruiterij en streden vooral te voet, waarbij zij door hun hagen in het voordeel waren. In elk geval wijzen deze hagen erop dat langs de grote baan Amiens-Keulen de bossen plaats hadden gemaakt voor cultuurgronden. Zijn beschrijving is best toepasbaar op de 'kanten' of houtwallen rondom de akkers, zoals ze tot voor enkele tientallen jaren haast overal te zien waren.

Source:

 

DE NERVIËRS

 

De Nerviërs besloegen de landen ten oosten der Schelde tot over de Samber; zij paalden ten noorden aan de Menapërs en de Ambivarieten ; ten oosten aan de Eburonen en Aduatieken, ten zuiden aan het  gebied van de Trevieren, de Veroroanduren en de Atrebalen. Al deze gewesten komen later onder de benamingen van Brabant ,het  land van Aalst, en Henegouwen voor.

De hoofdplaats van de  Nerviërs was Baganum of Bagacum  Nerviorum , of  eigenlijk  Bagacum, het hedendaagse Bavay , juist over de grens in Frankrijk nabij  Valenciennes .

 

In de zevende eeuw, omvatte het voormalige bisdom van Kamerijk, of het grondgebied van de Nerviërs,  zes  kantons:

 

1. Cameracensis  pagus, Cambresis, die de stad van Camaracum  nu Cambrai of Kamerijk

2. Hainou pagus (henegouwen)  , met Malbodium of Castri  locus nu Maubeuge;

3. Fanomartensis pagus , kanton waarvan Fanomartis of  Famars de hoofdstad werd later Valenciennes:

4. Fania of les Fagnes een streek volledig bedekt met bossen

5. Carbonaria Sylva, wat kolenwoud betekent, is een uitloper van het Ardeense woud;

6. De Brachbantensis pagus of voormalige Brabant, begrensd in het westen en noorden door de Schelde, in  het oosten door de Dijle, en in het zuiden door de Haine. Het gedeelte van Gent, op de rechteroever van de Schelde behoorde tot Brabant. Verdere plaatsen waren de volgende : Condatum (Gondé), aan de Haine en de Schelde, Antonium (Antoing), Luitosa (Leuze), Sunniarum (Soignies, 665); Merrebechi (Meerbeek, bij Ninove), Ticlivinni (Dickelvenne, a. d. Schelde, 750); Nivialcha, Niviella (Nivelles, 7de eeuw). Ook (lambron (730), Scorisse (822), Baceroth (Baesrode of Bachere, 822); Malinas (Mechelen, 753), Vilvorde (779). In de negende eeuw nog Alost, Flithersala (Vlierzele), Gisingazele (Gyzenzele), Gaugiaco (Goick). Aan 'l einde der 9de eeuw : Liniacum (Lennick), Wambacis (Wambeeck), Tobacis (Tubise of Tubeck) , Itturna (Ittre) , Rosbacen (Rebeke) , Hanuaria (Henntiyères), Bolarium (Baulers), Ville-sur-Haine , ook in Hannonia genoemd, Holthem (Hauthem)'.

Deze  werden  allemaal opgenomen in het bisdom van Kamerijk, in de zevende, achtste en negende eeuw.

 

Enkel Caesar vernoemt een aantal kleinere stammen,  we kunnen enkel op hem voortgaan en enkel de woonplaats aan de hand van wat Ceasar liet schrijven gissen. Walckenaer  plaats de Levaci tussen Sint Lievens Esse en Asse, de Geïduni ten zuiden van de Schelde in de buurt van Gent en Deinze, de Pleumoxii rond Pommerceus, nabij Bergen, de Grudii in de nabijheid van Oudenaarde en Grotenberge; de Centrones in de buurt van Dendermonde en Brussel. In werkelijkheid is deze plaatsbepaling   gebaseerd op de gelijkenis tussen  de  oude en de moderne namen en op de tekst van  een onvoldoende  aantal antieke auteurs. Met andere woorden het is en blijft gissen.

 Source: http://users.telenet.be/ericvdd/de%20nerviers.html

 

De Nerviërs, waren een Belgische volksstam die ten tijde van de verovering door Julius Caesar in het noorden van Frankrijk en het zuiden van België woonde, tussen Schelde en Samber. De stam beheerste een belangrijke sector van de grote handelsweg van Keulen naar Amiens.

 

 

Karel V was een Habsburgs keizer die over het grootste Europese rijk regeerde sinds dat van Karel de Grote. Hij was landsheer van de gewesten die de latere Nederlandse Republiek zouden vormen. In de Nederlandse historiografie heeft Karel V relatief weinig aandacht gekregen. De meeste aandacht ging uit naar zijn opvolger Filips II als heer der Nederlanden.

 

Rijksdag van Augsburg (1530)

De Rijksdag van Augsburg werd in i.530 georganiseerd door Keizer Karel V, in de hoop te komen tot één christelijke waarheid door alle meningen aan te horen. Dit omwille van de reformatie die was begonnen door Maarten Luther in i.517.

Luthers naaste medewerker Melanchthon stelde de Confessio Augustana op voor de reformatorische beweging. Deze confessio was gematigd van toon omdat Melanchthon en consorten hoopten op een verzoening.

Te Augsburg kwam het echter niet tot een verzoening en het Edict van Worms werd vernieuwd.

De Rijksdag eiste het herstel van het bisschoppelijk gezag en de teruggave van kerkelijke goederen die door de reformatoren waren geconfisqueerd. Enkel de katholieke standen ondertekenden het besluit van de Rijksdag. Om de uitvoering van dit besluit tegen te gaan sloten de protestanten in i.531 het Schmalkaldisch Verbond tegen de keizer.

Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Rijksdag_van_Augsburg_(1530)

 

augsburgse confessie:

 

"Sceaux armoriés des Pays-Bas et des pays avoisinants" digitaal

 

Op de website www.archive.org zijn de vier delen van Sceaux armoriés des Pays-Bas et des pays avoisinants van J.Th. de Raadt gedigitaliseerd te raadplegen.

De volledige titel van de boeken luidt officieel:
Raadt, J.Th. de, Sceaux armoriés des Pays-Bas et des pays avoisinants (Belgique-Royaume des PaysBas-Luxembourg-Allemagne-France). Recueil historique et héraldique, 4 volumes, Bruxelles 1899-1903

 

Hier volgen vier aparte links naar de vier opeenvolgende delen:

 

Antiquitates illustrissimi Ducatus Brabantiae

  • 1708

 

Alterius sexus in oppido sunt collegia, inprimis Beginarum, circa Annum i260. attribuente quodam Walterode de Ghier & Gertrude conjugibus Terram Boudemaers hof appellatum, ubi aedem Sacrari in Curia Beginatus permisit suis litteris Anno i266.

 

Source: 

Google vertalen:

In de stad van een ander geslacht vakbonden, met name om te beginnen rond het jaar i 260. toeschrijven van een aantal van  Walterode (Wouter) de Ghier & Gertrude echtgenoten Boudemaers Hof genaamd het heiligdom van het heiligdom in de Senaat, leed zijn brief Beginatus het jaar i 266.

 

Alterius sexus in oppido sunt = Het geslacht van de stad

collegia = hoge scholen

inprimis Beginarum = met name geïnteresseerd

circa Annum = Elk jaar ongeveer/rond i260

attribuente quodam = toeschrijven sommige

Conjugibus = echtgenoten

Terram = grond

appellatum = beroep

ubi aedem Sacrari in Curia Beginatus = Bij het bouwen van een heiligdom in de rechtbank Beginatus

permisit suis litteris Anno i266. = toegestaan ​​zijn brieven in het jaar i266.

Nicolas de Ghier (Ghyer)

Recherche des antiquitez et noblesse de Flandres

 

Willam de Ghier

Oudste kameraars-rekening der stad Utrecht (1380)

Jan en Wouter de Ghier

Bouc van der audiencie

Hillebrant de Ghier

Iets over de eerste hervormde predikanten in Zalt-Bommel

Mijn oudste gevonden directe voor ouder is Heynric van Ghyr /Heynric de(n) Ghyr. (zie reden hier onder)

Klooster der Kruisheren te Roermond, i.331-784  (1331-1784)

Kruisherenklooster

Het dankt zijn ontstaan (1422) aan een kapel, de Corneliskapel.
Het Broederschap van de Heilige Cornelis was o.a. officieel belast met de geestelijke zorg voor het garnizoen, 
maar ook kwamen vele burgers naar het klooster om er te biechten en religieuze bijstand te ontvangen. 
Het klooster werd mei 1784 gesloten door Joseph II.

 

Nr. 349.

I.331 october 16
Reinald, graaf van Gelre, belooft Dirk VIII, graaf van Kleef, betaling van 5-000 mark oude Brabantse penningen,
4 denarien voor 1 oude koningsgroot Tournoois van Frankrijk gerekend, binnen zekere termijnen.


Veertig borgen w.o.:

Otto, heer van Kuik, Jacob van Mirlar de Jonge, Arnt van Wachtendonc, Wouter van VoshemHeynric van Ghyr.


Lacomblet III nr. 257

 

Bron: https://www.roermond.nl/organisatie/BS/Arch/docs/regesten/Res%20Gestae%20215tm503versie2015.pdf

 

Source:

 

 

Nr. 338.

I.366 januari 21
Johan van Meurs, ridder, oorkondt dat Bovo heer van Friemersheim, zijn vrouw Lisebet en
zoon Henric na rade van verwanten en vrienden hem burcht en heerlijkheid Vrymerssem
heeft verpand voor 11800 oude gouden schilden. Pandnemer stelt borgen o.a.: Arnt van
Randenrode, Arnd van Wachtendonk, Johan van Rheydt, Jacob van Milendonk, Johan van
Broekhuizen, Johan van Wickrath, Johan van Mirlaar, ridders, Henric voogd van Neersen,
Dirk van Eyl, knapen.  

Bron: 

 

Nr. 351.

I.369 mei 19
Henric van der Straten, ridder, vordert Arnold heer van Wachtendonk en Sander van Vossem,
ridders, de schuldbrief van graaf Johan van Kleef t.b.v. Herman van Boedberg en diens
moeder over te geven, die zij in bewaring hebben, daar graaf Adolf van Kleef de zaak heeft
afgelost.
Kleve-Mark, I.368-394 nr. 7

Bron: 

 

Borgen: zijn in dit verband mensen die voor iemand anders borg staan, om zekerheid te geven dat die persoon zijn belofte zal nakomen.

W.o: dat betekent in dit verband waar onder. of onder wie.

Het kan zijn dat de oorspronkelijke oorkonde in het Latijn is en dat daarom alle namen beginnen met `de', wat Latijn is van `van'. Maar een Latijnse vertaling van `de' is er niet, en zo zou de getuige De Gyer er kunnen staan als De Gyer. Dan heeft iemand daarvan weer een Nederlandse vertaling gemaakt en zo de naam Van Gyer verzonnen. Als het zo is gegaan, zou deze Hendrik van Gyer dus inderdaad wel Hendrik de Gyer kunnen zijn. Hij leefde wel in dezelfde tijd als de echte Hendrik de Gyer.

 

Nr 396
Reinald hertog van Gelre geeft, met toestemming van zijne gemalin Alianora, aan een Karthuizer klooster, dat toestemming van zijn gemalin Alianora,
aan een Karthuizer klooster, dat hij begonnen was te timmeren in eenre stede gheheyten Monichusen bi Arnhem, 500 pond kleine penningen des jaars,
uit zijne tijzen in het Nieuwbroek op de Veluwe(*) 24 Julij i.342.
Int jaer ons Heren M. CCC. twee ende viertich, op S. Jacobs auont des Apostels.
De oorspronkelijke perkamenten brief No. 263 is een vidimus, geeven door Jan proost van Arnhem en Jan van den Polle, Kanonik van den dom te Keulen,
Uitgegeven in Lindeborn, Hist. Episc. Davent. p. 179, in de Kerkel. Hist. en Oudenheden der 7 Verenigde Provincien, deel VI. bl. 512. en elders.

 

 

 
 
  • Gelre, graafschap, later hertogdom, en Zutphen, graafschap (vorstendom) 1494
    - regerende vorsten, zie ook Gulik, Willem hertog van - en Maria van Gelre,
    hertogin van Gulik; zie ook Philips (de Schone), aartshertog van
    Oostenrijk en koning van Castilië; zie ook Karel (de Stoute), hertog van
    Bourgondië; zie ook Maximiliaan, aartshertog van Oostenrijk, roomskoning
    en keizer; zie ook Karel V, keizer; zie ook Philips II, koning;
    zie ook Anthoin, hertog van Lotharingen, als pretendent-vorst, 1733
  • - - Reinald II (van Gelre) (1326-1343)                   330,332,335A,338,339,343,
                                                                                    346A,347A,349-351,354,358,
                                                                                    360,360A,360B,362,363,368
                                                                                    368A,369,371A,381,383A,388

Ghyr (Ghoor?), Heynric van                                      349

  • Kleef, graven, hertogen                                       142A,164C,170A,253,633,1579
    - Dirk VIII graaf van                                               347,349,375
  • Kuik, heren van                                                     475,528,608
    - Otto heer van                                                      296,340,349,385
  • Mirla(a)r (Meyrlaer, Mierlaar, Mirlaer, Mirlair, Mirle, Myerlar) zie ook Milendonk
    - Jacob, heer van - en Milendonk, ridder            346,349,400A,427C,494
  • Zwartbroek (Swartenbroek, Svartbruck) 469
    - schepenen van                                                   348,349,377
  • Vossem (Voscheyn, Vosheym, Vossum, Voysheym)
    - Wouter van -, ridder                                           338,346,349
  • Wachtendonk (-donck, Geisseren, Geseren, Wachteldunc) 1579
    Wachtendonk (naamsvarianten zie hierboven)
    - Arnold van -, ridder                                            338,349,371A,388A, 396B,398A,
                                                                                   427C,429A,494
 

 

Heynric die Gyer (Knaap, boer) en Jan die Ghyer (Richter, boer) wonen en werken tussen Maas en Waal zijn broers.
Heynric is de vader van Gerit en Her Peter (Ridder) zie I.382 VIII pond belasting en Peter de Gier is zijn zoon. zie belasting I.382 VI pond

De drie mannen die in I.369 elk voor 8 pond zijn aangeslagen in verschillende plaatsen, kunnen broers zijn, maar dat is niet zeker. Het kunnen ook neven zijn, of andere familieleden. 
Peter de Ghier die in Veld-Driel wordt aangeslagen, is hoogst waarschijnlijk wel dezelfde die een vicarie op zijn hof aldaar vestigde. 
(Marietje)*

Het land tussen Maas en Waal, eigenlijk niet meer dan een smal strookje grond tussen twee brede waterstromen. Samen met buitenpolders, slaperdijken, eendenkooien, uiterwaarden en boomrijke eilandjes maken Maas en Waal dit stukje Nederland tot een oer-Hollands stukje land. Hier delen rustzoekers en natuurgenieters de polders en uiterwaarden met ganzen en steltlopers.
Onlosmakelijk verbonden aan ons waterrijke land zijn de bouwwerken die de mens er neerzette: Fort Sint Andries had een grote strategische waarde voor de handel en de verdediging; stoomgemaal De Tuut hield het land droog en in de steenfabrieken werd klei uit de rivieren tot bakstenen gebakken. Het terrein van Bato's Erf, een voormalige steenfabriek, is helemaal teruggeven aan de natuur. Een robuust landschap waar de krachten van mens en water nog altijd samenwerken.


Deze informatie is te vinden in het boek: 
"Schatting van den Lande van Gelre voor het overkwartier en de betuwe van 1369"

Deze 3 foto's hieronder zijn gemaakt op 26-7-2012.

 

Item Heynric die Gyer VIII pond belasting I.369 (blz 122) te Lewen (Leeuwen) Tusghen Mase ende Wale.
Item Gerit die Gier VIII pond belasting I.369 (blz 207) te Rossem. (Fol. 54)
Item 
Peter die Gier VIII pond belasting I.369 (blz 222) te Velt Driele. (Fol. 57)

Hieruit maak ik op dat Heynric de vader is van Gerit en Peter daar er nu geen 2 Peters zijn met belasting. In 1382 is Heynric dood want hij wordt niet meer vermeld in de belasting boeken bovendien is er van Heynric al in 1331 oktober 16 bekend dat hij knaap is dat maakt dat hij rond 1315 geboren is. Gerit wordt eerst in Amerzoden vermeld als leenheer. Daarna wordt het vermeld dat de andere familieleden hetzelfde leen hebben gekregen. Dat maakt dat Gerrit na 1390 overleden is.

 

Item Ymbrecht die Geyer VIII pond belasting I.369 (blz 176) te Teyle. (Fol. 46v)
Item Maes die Geyer II pond belasting I.369 (blz 115) te Wychen. (Fol. 30v)

 

Item Peter die Ghier VI pond belasting I.382 Folio 49 (blz 18) gegoed te Dryele. Extrancy Dryele. (zoon van Her Peter de Ghier)
Item Gherit die Gier VIII pond belasting I.382 Folio 50 (blz 20) gegoed te Roshem. Sit. IIIIc XXVII lb.

Source: 

 

Summa van Tielreweert vurscreven
IIm VIIc XCII lb.

Summa van alle Bomelreweert ende Tielreweert vurscreven
VIIIm IIIc en I lb.maken IIIIm CLI alden scilt, II lb. voer den alden scilt gerekent.

Doorgehaald:
Item van Floris van Beesde geboert bij Johan Haken tot Bomel op dertien avende, LX alde scilde.
Summa sumax van allen opboeren vuerscreven IIIIm IIc XI alden scilt
.

Dit is opboren Derich Riquijns tot Driele inden jare lxxxii circa festum Pasche. 

(Alet Johan Agen I alden schilt).
(Item Boudewijn Rolofs soen III alden schilden).

Item Peter die Ghier VIII pond belasting 1382 Folio 69 (blz 59) gegoed te Dryele. (Her Peter de Ghier vader van Peter de Gier)

  

(Summa lateris Ic III½ scilt.)
(Summa lateris Ic XXXII sc.)

Item Hillen die Gyer  I.434 VI sc. Folio 6 (blz 13) gegoed te Dryele.
Restant van desen Scattinge. 
Dryele. 
Item Hillen die Gyer I.434 VI sc. Folio 36 (blz 43) gegoed te Dryele.

 

Bron: Jan die Ghyer I.339 richter tusschen Maze ende Wael.

 

Nr 349 Regestenlijst te Roermond

I.331 oktober 16 Cnapen Heynric den Ghyr

Op 27 maart I.335 wordt Heynric die Ghyer vermeld als knape bij de manschap van Heer Heynric van der Lecke, ridder.
Als je van deze informatie uitgaat dan is hij ca I.315 geboren. Dat maakt Henrik ouder dan Peter dus een voorvader of verwante van mij.
Heynric  wordt ook vermeld in I.369 als belasting plichtige te Lewen (Leeuwen) Tusghen Mase ende Wale waar hij Peter  en Gerit  de Gier VIII pond moeten betalen. Omdat Jan die Ghyer niet meer vermeld word in 1369 zou het zelfs kunnen betekenen dat hij de vader is van Heynric.


Als je kijkt hoe de namen zijn gespeld zou je gaan denken dat 
Heyndric die Ghyer, Jan die Ghyer en Peter die Gier, Gerit die Gier alle 4 van 2 families komen , maar in die tijd werden de meeste dingen fonetisch opgeschreven dus dit bewijst nog steeds niets. Ze kunnen ook broers en/of verwanten van elkaar zijn. Ze zijn ook allemaal verspreid over het gebied en hebben belangrijke functies.

 

Source: 

 

 

257 Graf Reinald v. Geldern und Zütphen verspricht dem Grafen Dietrich VIII. v. Cleve Zahlung einer schuld von 5000 Mark unter stellung von Bürgen. - 1331, den 16 October.

Heren Arnt van Wachtendonc, here Wouter van Roshem, heren Rinquin den Koc, riddere, Heynric den Ghyr, cnapen.

 

Source:

DENARIE

De denarie was een Romeinse munt met de waarde van 4,5 gram zilver. De munt droeg het beeld van de keizer, en werd voor de belasting gebruikt, (Matt.22:19; Mc.12:15; Luc.20:24). De Romeinse denarie en de Griekse drachme waren in koopkracht aan elkaar gelijk. De munt werd waarschijnlijk rond 211 v. Chr. ingevoerd, tijdens de tweede Punische Oorlog ten tijde van de Romeinse Republiek. Het woord denarius komt van denarius nummus, wat munteenheid van tien betekent, want zijn waarde was aanvankelijk 10 as. Dat kwam overeen met ruim een halve kilo brons (540 g). Aangezien de waarde van brons tot zilver zich in die tijd verhielden als 1:120, woog de denarie 4,5 g. Rond 140 v. Chr. was het zilver relatief veel meer waard geworden en de denarie werd gerevalueerd tot 16 as i.p.v. 10. De nieuwe denari�n werden op de voorzijde voorzien van het teken X als monogram voor XVI.


Vertaalkwesties
De Denarie en de Drachme worden in de NV vertaling met "schelling" vertaald.
De Statenvertaling vertaalt Denarie en Drachme met "penning", behalve in Hand.19:9, daar wordt het vertaald met "zilverstuk".

Bron: http://www.lachairoi.be/index.htm?matenomrekenen.htm&B

 

Brabant

Brabant,

1. hertogdom in de Nederlanden, ontstaan rond het jaar 1000, toen het graafschap Leuven uitgebreid werd met enkele omliggende graafschappen.

De omvang hiervan kwam ongeveer overeen met die van de huidige Belgische provincies Vlaams- en Waals- Brabant. De grote uitbreiding ontstond toen graaf Godfried I (1095-1140) in 1106 hertog van Neder- Lotharingen werd. Vanuit deze positie verwierf hij het grote markgraafschap Antwerpen (globaal de huidige Belgische provincie Antwerpen en de Nederlandse provincie Noord-Brabant). De titel "hertog van Brabant" ontstond daarna in de loop van de 12e eeuw.

In de 13e eeuw werden Maastricht en het hertogdom Limburg aan Brabant toegevoegd.

Het wapen van Brabant is een gouden leeuw op een zwart schild. Dit wapen kwam reeds tijdens de regering van Godfried III (1142-1190) op de munten voor, toen zijn zoon Hendrik I regent was tijdens de tweede kruistocht van zijn vader.

De vroegst dateerbare Brabantse munten zijn penningen die geslagen werden te Leuven en te Antwerpen tijdens de regering van Godfried I. De Brabantse penningen uit de 12e eeuw, meestal Leuvense penningen genoemd, werden langzamerhand een belangrijke rekeneenheid.

Ze zijn over het algemeen iets zwaarder dan de penningen uit Friesland en Utrecht, bisdom uit dezelfde tijd, maar zijn beduidend lichter dan de zware Keulse penning waarvan het gewicht maar weinig onder dat van het Karolingische voorbeeld lag; Karolingische muntslag. In de 13e eeuw daalde het gewicht van de Brabantse penning ook verder en tegen het einde van de eeuw werden veelvouden geslagen: sterlingen en dubbele sterlingen.

In de 14e eeuw werd de Brabantse sterling of brabantinus (1/3 groot) van Jan III (1312-1355) een belangrijke muntsoort naast de Vlaamse leeuwengroot. De brabantinus werd veel geïmiteerd door kleinere heren.

Rond 1330 begon men in Brabant, evenals in Vlaanderen, de Florentijnse gulden na te volgen. Deze imitatie was daarmee de eerste gouden muntsoort die in de Nederlanden geslagen werd de Karolingische tijd.

In de tweede helft van de 14e eeuw kwam het Brabantse muntwezen sterk onder de invloed van het Vlaamse, wat onder andere blijkt uit de muntovereenkomst in 1384 tussen hertogin Johanna (1355-1406) en de Bourgondische hertog Philips de Stoute, graaf van Vlaanderen (1384-1404). De zogenaamde rozebekers die volgens deze overeenkomst geslagen werden, dragen in Vlaanderen de namen van Philips en Johanna, en in Brabant de namen van Johanna en Philips.

Na de dood van Johanna volgde Philips' tweede zoon Antoon haar op in Brabant. In 1430 erfde hertog Philips de Goede het land en verenigde Brabant met de Bourgondische Nederlanden. Bij de unificatie van de muntslag in 1433, werd de Vlaamse groot als Bourgondische groot de basis van het nieuwe stelsel.

De Brabantse groot, ter waarde van 2/3 Bourgondische groot, bleef echter nog lange tijd als rekeneenheid in gebruik. Muntjes beneden de kwart groot werden nog volgens de oude gewestelijke stelsels geslagen.

Zo kon de duit van 6 mijten Vlaams ( = 9 mijten Brabants) negenmanneke genoemd worden.

Zie verder Bourgondië, Bourgondische Nederlanden en Zuidelijke Nederlanden.

De Bourgondische hertogen en hun opvolgers hebben tot aan 1794 de Brabantse titels op hun munten gevoerd.

2. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog hebben de "Vrije Staten van Brabant" zelfstandig te Antwerpen gemunt (1584-1585).

3. In de loop van de Tachtigjarige Oorlog werd het noorden van het hertogdom door de Republiek veroverd en bij de Vrede van Munster (1648) formeel afgestaan. Deze gebieden werden onder de namen Staats-Brabant en het Land van Overmaze als Generaliteitslanden rechtstreeks door de Staten-Generaal bestuurd.

Na de Franse Revolutie werd in 1796 het voormalige Staats-Brabant onder de naam Brabant opgenomen in de Bataafse Republiek. Eind 1798 gaf dit nieuwe gewest recepissen uit ter inwisseling van de in 1795 ontvangen Franse assignaten.

Deze recepissen golden ook als vergoeding van de schade ten gevolge van allerlei vorderingen sinds 1794.

 

Urkundenbuch der Stadt Braunschweig.

Im Auftrage der Stadtbehörden hrsg. von Ludwig Hänselmann 

de Gyr, Ghir, in der Altftadt, Albert, -brecht, -breycht, Schwager Hennings v. Stöckheim (vor 1 328) 1329. 31 : 190''- '^ 213"
234.7. ^of..

Bron: 

 

Abb.A.Uk - 29

1398 September 14 {ipso die Exaltationis sancte crucis}
Permalink der Verzeichnungseinheit

Der Knappe Ludolph van Herze verkauft mit Willen seines Bruders Herman van Herse, Knappen, seine Hufe Saatland zu Borchen, die derzeit sein vollschuldiger Mann Henke de Hegere bebaut, mit Zustimmung des Edelherrn Bertold van Buren als Lehnsherrn dem Knappen Albert van Haxthusen für bezahlte 20 rheinische Gulden. Beiden Seiten bleibt die Ablösung der Hufe nach vorheriger Kündigung zwischen Michaelis und Martini zu Weihnachten für 20 Gulden vorbehalten. Als Bürgen verpflichten sich die Knappen Gyr van dem Calenberge und Herman van Sunreke, dem Käufer einen etwaigen Schaden auf Mahnung binnen 14 Tagen mit Geld oder in Pfändern, die man tragen oder treiben kann, zu ersetzen. Der Verkäufer, sein Bruder, der Lehnsherr und die beiden Bürgen siegeln. (Regest)

 

Bron:

Van Adam tot Noach

Genesis 5

1 Dit is het boek van Adams geslacht. Ten dage als God den mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods.
2 Man en vrouw schiep Hij hen, en zegende ze, en noemde hun naam Mens, ten dage als zij geschapen werden.
3 En Adam leefde honderd en dertig jaren, en gewon een zoon naar zijn gelijkenis, naar zijn evenbeeld, en noemde zijn naam 
Seth.
6 En Seth leefde honderd en vijf jaren, en hij gewon Enos.
9 En Enos leefde negentig jaren, en hij gewon Kenan.
12 En Kenan leefde zeventig jaren, en hij gewon Mahalal-el.
15 En Mahalal-el leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Jered.
18 En Jered leefde honderd twee en zestig jaren, en hij gewon Henoch.
21 En Henoch leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Methúsalach.
24 Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg. (Hij stierf niet) (Hebreeën 11:5)
25 En Methúsalach leefde honderd zeven en tachtig jaren, en hij gewon Lamech.
29 En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft!
32 En Noach was vijfhonderd jaren oud; en Noach gewon 
Sem, Cham en Jafeth.  (Gomer)

Noach tot Abraham

Genesis 10
21 Voorts zijn
 Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber (Hebreeuwer), broeder van Jafeth, de grootste.
22 Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.
24 En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.
25 En Heber werden twee zonen geboren; des enen naam was Pelegwant in zijn dagen is de aarde verdeeld
en zijns broeders naam was Joktan.
Gen 11:18.
En Peleg leefde dertig jaren, en hij gewon Rehu.
Gen 11:20.
En Rehu leefde twee en dertig jaren, en hij gewon Serug.
Gen 11:22.
En Serug leefde dertig jaren, en gewon Nahor.
Gen 11:24.
En Nahor leefde negen en twintig jaren, en gewon Terah.
Gen 11:26.
En Terah leefde zeventig jaren, en gewon Abram, Nahor en Haran.
Gen 11:29.
En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.
Van Abraham tot Jezus.


Geslacht register van JEZUS/Yahushua tot zijn moeder en zijn vader יהוה:

Mattheüs 1
Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.
Abraham 
(1) gewon Izak, en Izak (2) gewon Jakob, en Jakob (3) gewon Juda, en zijn broeders;
3 En Juda (4) gewon Fares en Zara bij Thamar; en Fares (5) gewon Esrom, en Esrom (6) gewon Aram;
4 En Aram (7) gewon Aminadab, en Aminadab (8) gewon Nahasson, en Nahasson (9) gewon Salmon;
5 En Salmon (10) gewon Booz (11) bij Rachab, en Booz gewon Obed bij Ruth, en Obed (12) gewon Jessai;
6 En Jessai (13) gewon David, den koning; en David, den koning(14) gewon Salomon bij degene, die Uria's vrouw was geweest;
7 En Salomon (1) gewon Roboam, en Roboam (2) gewon Abia, en Abia (3) gewon Asa;
8 En Asa (4) gewon Josafat, en Josafat (5) gewon Joram, en Joram (6) gewon Ozias;
9 En Ozias (7) gewon Joatham, en Joatham (8) gewon Achaz, en Achaz (9) gewon Ezekias;
10 En Ezekias (10) gewon Manasse, en Manasse (11) gewon Amon, en Amon (12) gewon Josias;
11 En Josias (13) gewon Jechonias (14) , en zijn broeders, omtrent de Babylonische overvoering.
12 En na de Babylonische overvoering gewon Jechonias Salathiël, en Salathiël (1) gewon Zorobabel;
13 En Zorobabel (2) gewon Abiud, en Abiud (3) gewon Eljakim, en Eljakim (4) gewon Azor;
14 En Azor (5) gewon Sadok, en Sadok (6) gewon Achim, en Achim (7) gewon Elihud;
15 En Elihud (8) gewon Eleazar, en Eleazar (9) gewon Matthan, en Matthan (10) gewon Jakob;
16 En Jakob (11) gewon Jozef (12), den man (vader) van 
Maria (13) , uit welke geboren is Yeshua (14), gezegd HaMashiach.
17 Al de geslachten dan, van Abraham tot David, zijn veertien geslachten; en van David tot de Babylonische overvoering, zijn veertien geslachten; en van de Babylonische overvoering tot Christus, zijn veertien geslachten.
18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest.
19 Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten.
20 En alzo hij deze dingen in den zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen hem in den droom, zeggende: Jozef, gij zone Davids! wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; want hetgeen in haar ontvangen is, dat is uit den Heiligen Geest;
21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
22 En dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden, hetgeen van den Heere gesproken is, door den profeet, zeggende:
23 Ziet, de maagd zal zwanger worden, en een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten Emmanuël; hetwelk is, overgezet zijnde, God met ons.
24 Jozef dan, opgewekt zijnde van den slaap, deed, gelijk de engel des Heeren hem bevolen had, en heeft zijn vrouw tot zich genomen;
25 En hij had geen gemeenschap met haar, totdat zij dezen haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en heette Zijn naam JEZUS.

Genesis 3

15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen.

Raiders of the Lost Book - Ep 2 - By Michael Rood (uitleg stamboom van Jezus).

Jozef de stiefvader van Jezus/Yahushua zijn geslachtsregister is:

Lukas 3

Geslachtsregister van Jezus
23 En Hij, Jezus, begon omtrent dertig jaren oud te wezen, zijnde (alzo men meende) de zoon van Jozef, den zoon van Heli,
24 Den zoon van Matthat, den zoon van Levi, den zoon van Melchi, den zoon van Janna, den zoon van Jozef,
25 Den zoon van Mattathías, den zoon van Amos, den zoon van Naüm, den zoon van Esli, den zoon van Naggai,
26 Den zoon van Maáth, den zoon van Mattathías, den zoon van Semeï, den zoon van Jozef, den zoon van Juda,
27 Den zoon van Johannes, den zoon van Rhesa, den zoon van Zorobábel, den zoon van Saláthiël, den zoon van Neri,
28 Den zoon van Melchi, den zoon van Addi, den zoon van Kosam, den zoon van Elmódam, den zoon van Er,
29 Den zoon van Joses, den zoon van Eliëzer, den zoon van Jorim, den zoon van Matthat, den zoon van Levi,
30 Den zoon van Simeon, den zoon van Juda, den zoon van Jozef, den zoon van Jonan, den zoon van Eljakim,
31 Den zoon van Meleas, den zoon van Maïnan, den zoon van Mattatha, den zoon van Nathan, den zoon van David,
32 Den zoon van Jesse, den zoon van Obed, den zoon van Boöz, den zoon van Salmon, den zoon van Nahasson,
33 Den zoon van Aminádab, den zoon van Aram, den zoon van Esrom, den zoon van Fares, den zoon van Juda,
34 Den zoon van Jakob, den zoon van Izak, den zoon van Abraham, den zoon van Thara, den zoon van Nachor,
35 Den zoon van Saruch, den zoon van Ragau, den zoon van Falek, den zoon van Heber, den zoon van Sala,
36 Den zoon van Kaïnan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noë, den zoon van Lamech,
37 Den zoon van Mathusala, den zoon van Enoch, den zoon van Jared, den zoon van Maláleël, den zoon van Kaïnan,
38 Den zoon van Enos, den zoon van Seth, den zoon van Adam, den zoon van God.
 
 

Geslacht register van Marita

 

Adam (930)1- 930 TR.  Eva (Heva) Seth (912) 130-1042 TR.  Azura Enos (905) 235-1140 TR.  Noam Kaïnan/Kenan/Cainan (910) 325-1235 TR.  Mualeleth Maláleël/Mahalal-el (895) 395-1290 TR.  Dinah Jared/Jered (962) 460-1422 TR.  Baraka Enoch 622 TR.  Edna (dr v Danel) Mathusala/Methúsalach (969) 687-1656 TR.  Edna (dr v Azrial) Lamech (777) 874-1651 TR.  Ashmua Noë/Noach (950) 1056-2006 TR.  Naamah (dochter van Enoch) Jafeth: Gomer/Zebulon ??? TR.  Adataneses (moeder = Naamah) Gomer.

 

 

Heynric de Gyer (Knaap) i (iesus) 311 – 382
Her Peter (Ridder) den zoon van i (iesus) 331 – 400
Peter Her Petersz den zoon van i (iesus) 390 – 420
Hillen Petersz (Knaap) den zoon van i (iesus) 400 – 461 ca. i (iesus) 420
Peter Hillebrantsz den zoon van i (iesus) 448 – 505 TR. Heilwich ca. i (iesus) 460 – 483
Hillebrant Petersz den zoon van i (iesus) 480 – 536 TR. Alit (Aleit, Aleyd) ca. i (iesus) 488 – 524
Dirk Hillebrantsz den zoon van i (iesus) 515 – 585 TR. Bertha (de) Man ca. i (iesus) 520 – 557
Hillebrant Dirksz den zoon van i (iesus) 545 – 618 TR. Lijsbeth (Claes) Corstiaans ca. i (iesus) 550 – 615
Peter (Pieter) Hillebrantsz den zoon van i (iesus) 590 – 642 TR.  Anneken Adrijaen Cornelis (Geertruijd?) ca. i (iesus) 606 – 646
Claes Petersz den zoon van i (iesus) 637 – 683 TR. Hilleke Willemse (Stoffels de Rou) ca. i (iesus) 637 – 683
Petri (Petrus) Claeszn den zoon van i (iesus) 673 – 743 TR. Margriet Wouterse van Delwijnen i (iesus) 679 – 741
Wouter (Walteri) Petersz den zoon van i (iesus) 708 – 781 TR. Anna Maria van Wachtendonck(*) i (iesus) 714 – 788
Peter (Wouters) de Gier den zoon van i (iesus) 754 – 821 Dorothea(e) (Theodorae) van Nes (Es) i (iesus) 757 – 802
Nicolaas de Gier den zoon van i (iesus) 782 – 828 Agnes Baars i (iesus) 792 – 835
Peter de Gier (Baars) den zoon van i (iesus) 822 – 865 Maria van Nes i (iesus) 836 – 906
Hillebrand de Gier den zoon van i (iesus) 864 – 952 Maaike van IJzendoorn i (iesus) 866 – 915
Petrus de Gier den zoon van i (iesus) 895 – 985 Maria Elisabeth van Loey i (iesus) 891 – 945
Joseph Hildebrand (Sjef) den zoon van i (iesus) 926 – 1002 (Tiny) Hubertina Josepha Brands i (iesus) 927 – 1010
Maria Rita Geretrud Petra dochter van i (iesus) 968

(*) Vader = Willem van Wachtendonck  Moeder = Arnolda de Cock (van Delwijnen)

verzameling van oorkonden

No. 396. Reinald hertog van gelre geeft, met toestemming van zijne gemalin Alianora, aan een Karthuizer klooster, dat hij begonnen was te timmeren in eenre stede gheheyten Monichusen bi Arnhem, 500 pond kleine penningen des jaars, uit zijne Tijnzen in het nieuwbroek op de veluwe (*)

24 Julij I342

Heinr. Ghyr 1335 Die ehemaligen Cistercienserinnen - Klöster im Herzogtum Cleve Von R. Scholten blz 92

Bron:

 

  • Ghyr Eine Luneburgische familie, deren Wappen von Meding, II. N. 275 beschreibt

Neues allgemeines deutsches adels-lexicon im Vereine mit mehreren Historikern herausgegeben
von Prof. Dr. Ernst Heinrich Kneschke. Dritter Band [Eberhard - Graffen.]
Leipzig, Verlag von Friedrich Voigt. 1861

  • Ghyr. Altes, Längst erloschenes, Lüneburgisches Adelsgeschlecht, welches 1338 noch bl"hte.
    v. Meding, II. S. 189 und 190.
  • Gijr [Ghier, Gyeere, Vulture, Vultureus] Abrah., Clivensis; 1554b; 663,26

 

1339 des woensdaghes na zunte Lucyen daghe van Jan die Ghyer

Nicolaus de Ghier 1609 Placet Jurisdictie KLOOSTER  (gestolen) 

Officialaat / Kerkelijke rechtbank

Placet:

Bekrachtiging van een pauselijk stuk door een regering.

 

Schenking: 

 

schenking (mv: schenkingen)

De overeenkomst om waarbij de ene partij, de schenker, uit zijn eigen vermogen de andere partij, de begiftigde, verrijkt zonder dat de begiftigde een tegenprestatie verschuldigd is.

Schenking is een species van het begrip gift. Een gift is iedere handeling, dus ook andere (rechts)handelingen dan een overeenkomst, die er toe strekt een ander ten koste van het vermogen van de handelende persoon te verrijken.

Categorie 
Regeling 
Wetsartikel7:175
Synoniemenovereenkomst van schenking, gift, schenken

 

We krijgen graag geschenken en zeker met feestelijke gebeurtenissen (onze verjaardagen, die van de Goedheiligman, Kerstmis et cetera) gebeurt dat dan ook vaak. Het geven van dergelijke geschenken is een schenking.

Uiteraard kennen we de term schenking minstens net zo goed in een andere context: het geven van een geldsom aan bijvoorbeeld kinderen, kleinkinderen of een goed doel.

Wij bekijken de schenking in juridisch opzicht, want ook dat is er. De schenking is namelijk een bijzondere overeenkomst. We bekijken wat een schenking is, wat de regels zijn en hoe een schenking ongedaan kan worden gemaakt.

Schenking

Volgens de wet, is schenking een overeenkomst die ervoor zorgt dat de schenker ten koste van zijn eigen vermogen de begiftigde verrijkt. De schenker krijgt daar niets voor terug.

In tegenstelling tot wat velen denken, is schenking een overeenkomst. Er vindt dus een aanbod tot schenking plaats én een aanvaarding daarvan. Dat is ook logisch: anders schenkt u uw buurman uw kapotte wasdroger en uw vuilnis.

Het aanbod tot schenking wordt wel gemakkelijk geacht te zijn aanvaard: zodra uw buurman erachter komt dat u hem een kapotte wasdroger wil schenken en hij wijst dat aanbod niet direct af, heeft hij het (stilzwijgend) aanvaard.

Een schenking wordt normaal gesproken gedaan bij leven, maar het is in sommige gevallen mogelijk om de schenking pas te laten plaatsvinden na overlijden.

Schenking ongedaan maken

Het komt regelmatig voor dat degene die een schenking heeft gedaan, daar achteraf spijt van heeft. In beginsel is dat spijtig, want ‘pacta sunt servanda’: overeenkomsten moeten worden nagekomen, dus ook een schenkingsovereenkomst. Toch zijn er meer dan voldoende mogelijkheden om een schenking van tafel te krijgen.

Zo kan een schenking worden aangegaan onder een ontbindende voorwaarde of een opschortende voorwaarde. Treedt een ontbindende voorwaarde in, dan kan de schenking ongedaan worden gemaakt.

Om de schenking ongedaan te maken, kan eventueel tevens gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid te schenking te vernietigen.

Vernietiging schenking

Er kan gebruik worden gemaakt van de ‘normale’ wilsgebreken om de schenking ongedaan te maken: bedrogbedreigingmisbruik van omstandigheden en dwaling. Slaagt een beroep op een van de wilsgebreken, dan vindt vernietiging van de overeenkomst plaats.

Juist misbruik van omstandigheden is daarbij van belang, want in het geval van een schenking, moet de begunstigde aantonen dat er geen sprake is van misbruik van omstandigheden, in plaats van dat de schenker moet aantonen dat er wel sprake van is. Er is dus sprake van een zogenaamde ‘omgekeerde bewijslast’. Die omgekeerde bewijslast geldt niet, indien de schenking bij notariële akte is vastgelegd óf indien het omkeren van de bewijslast tegen de redelijkheid en billijkheid in gaat.

Tevens is een schenking vernietigbaar wanneer de schenker ziek was en de schenking wordt gedaan aan zijn verzorger/verpleger of zijn geestelijk verzorger. Ook wanneer de schenking plaatsvindt terwijl de schenker in een bejaardenhuis of psychiatrische inrichting wordt behandeld, is zij gemakkelijk vernietigbaar wanneer ze aan medewerkers/leidinggevenden van die inrichting wordt gedaan. Deze regels bestaan uiteraard om misbruik van een gemakkelijk beïnvloedbaar schenker te voorkomen. Verjaring van deze mogelijkheid tot vernietiging gebeurt na drie jaar.

Ten slotte is een schenking gedurende één jaar na ontdekking vernietigbaar indien:

  • De schenking bepaalde verplichtingen voor de begunstigde inhield, die hij niet nakomt;
  • De begiftigde een (poging tot een) misdrijf pleegt tegen de schenker of zijn naasten;
  • De begiftigde verplicht is om in het onderhoud van de schenker bij te dragen, maar hij dit niet doet.

Schenking en overlijden

De wet bevat veel regels over het overlijden van een van beide partijen tijdens (het proces van) de schenking. Denk daarbij aan onder meer:

  • Schenkingen die pas na het overlijden van de schenker moeten worden uitgevoerd;
  • Schenkingen die vernietigd moeten worden na overlijden van de schenker;
  • Een nog openstaand aanbod van een schenking, waarbij de schenker reeds is overleden;
  • Situaties waarin de (toekomstig) begunstigde is overleden.

Het verdient aanbeveling om in dergelijke specifieke gevallen een jurist te raadplegen om advies op maat te verkrijgen.

De schenking in fiscaal opzicht

Bij het doen van een schenking, gelden ook fiscale regels. Het is van belang om daar rekening mee te houden en ervoor te zorgen dat u niet ongewild te veel belasting betaalt. Er gelden schenkingsvrijstellingen (die regelmatig veranderen). Op de website van de Belastingdienst, kunt u meer vinden over de fiscale gevolgen van de schenking die u wilt doen of gaat ontvangen.

Wilt u gaan schenken om juist belasting te ontwijken, dan is het verstandig om met een fiscalist contact op te nemen om te bezien wat de meest gunstige manier is om uw schenking vorm te geven.

Schenking – Conclusie

De schenking is wettelijk gezien ‘gewoon’ een overeenkomst, al heeft de wet er wel een aantal extra regels aan verbonden. Die gaan voornamelijk over een bescherming van de gemakkelijk beïnvloedbare schenker, over schenking bij overlijden en over het vernietigen van een schenking.

Heeft u vragen of conflicten rondom een schenking, dan is het verstandig, gezien de specifieke regelgeving, om een jurist in te schakelen. Besluit u dat te doen, doe dat dan tijdig, aangezien er korte verjaringstermijnen gelden en u van een begunstigde die het geld heeft uitgegeven (de ‘kale kip’) niet meer kunt plukken.

 

 

Protokol van opdrachten, testamenten, huwelijksvoorwaarden enzovoort

(ook wel geloftesignaat of loofsignaat genoemd)

 

3. Hendrik de Gier Hillebrants, + 20-6-1624 begraven in de St. Maartenskerk te Zaltbommel 54), schepen in de hooge bank van Driel 1608-23, collator van de vicarie van de H. Maagd en Johannes de Dooper in de kerk te Driel,

tr. voor schepenen van Driel op 23-9-1618 Beatrix Aerts de Cock;

zij tr. 2e Dirk Fonck, schepen van Driel, (zn. van Dirk Fonck en Catherina Dirk Claasdr.). 7-5-1629

Koop van Hendrik de Ghier, in dato 8-5-1622, betaald door Dirk Fonck gehuwd met diens weduwe. (Loofsignaat Driel).

5-5-1625 Belofte aan Beatrix Aerts de Cock wed. Henrick de Ghier, broeder van Aert de Cock schepen van Driel. (Loof signaat Driel) . 1951655 Comp. de erven van wijlen Hendrik de Gier en wijlen diens vrouw Beatrix de Cock. (Dingsignaat Driel).

12-3-1634 Beleend met Het Huis to Driel Dirk Dirks Vonck en zijn huisvrouw Beatrix de Cock (Leenakt.en kwartier van Nijmegen).

 

1. 20 jun 1624

2. Schepen in de hoge bank van Driel

3. Collator van de vicarie van de H. Maagd en Johannes de evangelist in de kerk te Driel

4. Trouwt voor schepenen van Driel.

6. 7-mei-1629 Koop van Hendrick de Ghier in dato 8-mei-1622, betaald door Dirk Fonck gehuwd met diens weduwe (loofsignaat Driel)

7. 19-mei-1655 Comp. de erven van wijlen Hendrik de Gier en wijlen diens vrouw Beatrix de Cock (Dingsignaat Driel)

8. 12-3-1634 Beleend met Het Huis te Driel Dirk Dirks Vonck en zijn huisvrouw Beatrix de Cock (Register leenakten, kwartier Nijmegen). AdG: bedoeld zal zijn het huis Teisterbant in het dorp zelf.

Hendrik trouwde op 2 december 1618 in Driel (Kerkdriel) met Beatrix Aerts de Cock.

 

Huwelijk van Hanrick de Ghyer en Baetken Aert de Cockdr 24 september (1)618 Driel

Kerk-Avezaath_Huis_Teisterbant

Het koningshuis moet protestant blijven anders zijn de Ridder regels niet meer aan de orde en de eerste kamer zou dan ook niet meer kunnen bestaan.

Mijn familie zijn geen ridders meer omdat ze Katholiek zijn gebleven.

 

31 maart 2001

Dossier Maxima in het nieuws

Koninklijk Huis
blijft protestants

 

Van onze redacteuren
DEN HAAG – Het Nederlandse Koninklijk Huis blijft protestants. Eventuele kinderen van prins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta zullen hervormd gedoopt worden. Máxima verdiept zich in het protestantisme. Het paar zal begin volgend jaar in het huwelijk treden.

 

Prins Willem-Alexander gaf gisteren duidelijkheid over hoe hij en zijn rooms-katholieke vrouw hun eventuele kinderen godsdienstig zullen opvoeden. „Zij zullen gedoopt worden in de Hervormde Kerk. De Oranjes worden niet rooms-katholiek.” Of hun huwelijksdienst een protestants dan wel een oecumenisch karakter krijgt, staat nog niet vast. De goedkeuringswet zal daarover duidelijkheid geven.

 

Koningin Beatrix maakte de verloving gisteravond tijdens een toespraak via radio en televisie bekend. Ze sprak lovend over Máxima. Haar zoon en de Argentijnse waren zich er volgens de Koningin van bewust „dat veel mensen in ons land begrijpelijke aarzelingen voelen over hun liefde. Die gevoelens hebben zij zorgvuldig meegewogen bij het nemen van hun beslissing.” Ze vroeg Máxima nu rust en tijd te gunnen om Nederland beter te leren kennen.

Omstreden
De regering zal het parlement goedkeuring voor het huwelijk vragen. De prins heeft in de afgelopen tijd, waarin het omstreden verleden van Maxima's vader centraal stond, geen moment overwogen de troon op te geven voor de vrouw van zijn keuze. Een dergelijke vraag is volgens hem niet aan de orde geweest.

Jorge Zorreguieta zal het huwelijk van zijn dochter niet bijwonen. Hij heeft dat besluit genomen na gesprekken met minister van Staat Van der Stoel. De regering had daarop aangedrongen, omdat zijn aanwezigheid een goede entree van zijn dochter in de Nederlandse samenleving in de weg zou staan. De moeder van Máxima komt ook niet naar de bruiloft. Of haar broers en zusje aanwezig zullen zijn, is nog niet zeker.

Máxima nam gisteren tijdens een persbijeenkomst afstand van het verleden van haar vader. „Over mijn vaders deelname aan die toenmalige regering wil ik in alle eerlijkheid zeggen dat ik spijt heb dat hij zijn best gedaan heeft voor de landbouw in een verkeerd regime. Hij had de beste intenties en ik geloof in hem. We weten allemaal, hoe fout dat regime was. Als Argentijnse heb ik daar veel spijt van.”

Wat er tijdens het regime-Videla in Argentinië is gebeurd noemde ze „vreselijk. Ik verwerp sinds lang de Videla-dictatuur, de verdwijningen, de martelingen, de moorden en alle verschrikkelijke feiten uit die tijd. Daardoor heb ik begrip voor de grote zorgen die Nederlanders hebben over een moeilijke periode in mijn land.”

Máxima zei vanwege haar achtergrond als Argentijnse geleerd te hebben hoe belangrijk het is „om waarden als democratie, rechtvaardigheid, mensenrechten en vrijheid te omarmen. In dat opzicht heb ik grote bewondering voor Nederland en de manier waarop het deze waarden uitdraagt.”

Goed gevoel
Premier Kok zei een goed gevoel te hebben over de afloop van de kwestie-Zorreguieta. De reacties van de politieke partijen waren overwegend positief. Vooral de afwezigheid van de vader bij het huwelijk heeft hun instemming.

De Tweede Kamer is tevreden over de manier waarop de regering het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander heeft aangekondigd.

Dr. ir. J. van der Graaf, studiesecretaris van de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk, viel op dat Máxima afstand nam van het regime-Videla. „Tegelijkertijd zei ze er spijt van te hebben dat haar vader zijn best heeft gedaan voor landbouw in een verkeerd regime. Dat begrijp ik niet helemaal.”

 

Source:

'

 

"Jouw voorouders behoorden in de Middeleeuwen en de 16e en 17e eeuw tot de ridderschap, maar zijn blijkbaar in de 18e eeuw afgezakt tot dagloner, schoenmaker en schipper. Hoe kon dat gebeuren? Ik denk dat ze door inteelt verzwakt waren". (29 juli 2012)


Tot ver in de 18e eeuw behield de familie een behoorlijk sociaal niveau, en toen ging het snel bergafwaarts. In die tijd werd er geen onderscheid meer gemaakt tussen ministriale en niet-edele vrije ridderschap, maar werd de hele ridderschap als adel beschouwd. Maar dat betekende niet dat de rijkdom van al deze families gelijk was. Binnen de ridderschap bestonden grote verschillen in welvaart. (30 juli 2012).

Jouw voorvaders stammen volgens mij af van de homines franci, militaire boeren in het Nederlandse rivierengebied, die daar door de Frankische koningen Pepijn de Korte of Karel de Grote zijn neergezet om de grond te bewerken en te verdedigen tegen de Friezen. Aangezien ze het geluk hadden dat ze niet onder de immuniteit van een kerk of klooster raakten, konden ze hun vrijheid bewaren en hun welvaart opbouwen. Onder immuniteit van een kerk of klooster viel je niet meer onder het gewone landrecht. Het bracht wel bescherming mee, maar ook beperking van je handelingsbekwaamheid. (1 augustus 2012) (Marietje)*

Teisterbant is een gebied of landstreek, waar éen of meer graven regeerden namens de Frankische koning
Waar Teisterbant precies lag en hoe ver het zich uitstrekte, is niet bekend. In elk geval hoorden Driel en omringende dorpen ertoe.
(1 augustus 2012) (Marietje)*

 

De vertaling `Frankische edelman' is onjuist, want ook al hadden deze mensen het hoogste weergeld van alle standen in het Amorland, het waren geen edelen maar Frankische boeren/soldaten die koninklijke bescherming nodig hadden, omdat ze door de inheemse bevolking als een vijandige bezettingsmacht werden gehaat. Na een paar generaties zijn ze wel in die bevolking opgegaan en hebben zich als vrije boeren ontwikkeld, vaak herenboeren. In de veertiende eeuw hebben velen van hen hun grond aan de hertog van Gelre geschonken en als leen teruggekregen. Op die manier konden zij als leenman in de Gelderse ridderschap opklimmen. Dat zal ook met Pieter de Gier en zijn voorouders het geval zijn geweest. Een jonker was de zoon van een ridder die zelf geen ridder maar knape was.

 

Ik heb nog wel nagedacht over het verval van jouw voorgeslacht tijdens de Republiek, zodat het later niet meer tot de ridderschap werd gerekend. Een van de oorzaken kan lichamelijke verzwakking door inteelt zijn geweest, maar een andere oorzaak was waarschijnlijk het feit dat ze Rooms-katholiek zijn gebleven. In de zeventiende eeuw besloten de vier kwartieren van de Gelderse ridderschap dat de Rooms-katholieke leden moesten uittreden uit de ridderschap, zodat dit een zuiver protestants college werd. Dat is ook gebeurd, het laatst in het Kwartier van Arnhem (de Veluwe). Jouw voorgeslacht woonde in het Kwartier van Nijmegen (de Betuwe) en is toen dus ook uit de ridderschap getreden. Het was heel moeilijk om dan toch het oude sociale niveau te bewaren.

 

(28 juli 2016) (Marietje)*

 

Ridderschap (instituut)

 

De Ridderschap was in de Republiek der Verenigde Nederlanden het college waarin de edelen van een gewest verenigd waren. De zeven gewestelijke ridderschappen werden in 1795 (Franse bezetting van de Nederlanden) opgeheven, maar koning Willem I stelde ze in 1814 opnieuw in als openbaar lichaam. Deze werden in 1850 bij het in werking treden van de door Thorbecke opgestelde provinciewet opgeheven. Een aantal ridderschappen is echter als particuliere organisatie blijven bestaan. Een ridderschap moet niet worden verward met een ridderorde.

 

In de Republiek der Verenigde Nederlanden kenden alle zeven gewesten een eigen ridderschap. Het lidmaatschap van een of meerdere van deze ridderschappen was voor edellieden een prestigieuze zaak. Men moest uiteraard van adel zijn maar ook grondbezit, met name het bezit van een riddermatig goed zoals een borg, ridderhofstad of havezate was voldoende voorwaarde voor lidmaatschap.

In de Staten bracht de ridderschap "de eerste stem" uit. Dat betekende dat in bijvoorbeeld de Staten van Holland de edelen bij monde van hun voorzitter, de landsadvocaat, tevens raadpensionaris, één enkele stem uitbrachten terwijl de 18 Hollandse steden ieder ook één stem hadden.

In Friesland bracht de ridderschap geen stem uit terwijl de elf steden en dertig grietenijen wel stemgerechtigd waren. Het bezit van een state of stins bracht hier dan ook geen lidmaatschap van een ridderschap.

Tijdens de Republiek moesten leden van de ridderschap de gereformeerde religie belijden. katholieke en doopsgezinde edelen werden uitgesloten van alle openbare functies. Aan een vrouw met een rol in het bestuur werd nog niet gedacht.

De ridderschappen hebben tot 1795 in deze vorm bestaan. De Bataafse republiek maakte, geïnspireerd als zij was door de egalitaire beginselen van de Franse Revolutie, een einde aan de voorrechten van de adel. Tegen die tijd waren de ridderschappen - waarin door het ontbreken van een landsheer die ingezetenen in de adelstand verhief en concentratie van steeds meer ridderhofsteden in dezelfde hand, steeds minder edelen zitting hadden - vrijwel uitgestorven.

De patriot Joan Derk van der Capellen tot den Pol wilde in de late 18e eeuw ook een stem in de ridderschap van Gelderland verwerven door een stemgevende havezate, Appeltern, met stem en al in een huurkoop van een tante over te nemen. In tegenstelling tot de stadhouder Willem V erkenden de Staten een dergelijke aanspraak niet.

Rijke burgers die een nieuwe borg met gracht lieten aanleggen visten eveneens achter het net. De edelen wilden hun ridderschappen exclusief houden. Echter het bezit van grond waarop ooit een ridderhofstede stond, gaf soms wel degelijk recht op lidmaatschap van de ridderschap.

 

Gelderland

Gelre en Gelderland zijn een lappendeken van feodale gebieden en territoria geweest. Zo waren er tot aan de regering van keizer Karel V  (dit is een leugen) Karel van Gelre was de laatste feodale heerser in de Nederlanden. Dit kwam omdat het huidige koningshuis aan de macht kwam via het VATICAAN en omdat Willem III Koning van Engeland werd en na de 80 jarige oorlog geregeld had dat het voor de Nederlanden betekende het dat de Republiek officieel erkend werd als soevereine staat door Spanje en de andere belangrijke Europese landen). vier kwartieren met de Ridderschap van Veluwe, de Ridderschap van Nijmegen, de Ridderschap van Roermond en de Ridderschap van Zutphen. De Gelderse baanderheren die het derde lid van de Statenvergadering waren, vormden een eigen college. In Gelderland beschikte de ridderschap na 1584 over één lid met één stem in de Statenvergadering.

In het graafschap Zutphen was het lidmaatschap van de ridderschap verbonden aan het bezit van een havezate of riddermatig goed. Een stemgevende havezate moest verdedigbaar zijn en een bepaalde omvang hebben. In de praktijk betekende dat dat er een slotgracht moest zijn. Na de afzwering van Philips II werden alleen nog gereformeerde havezate bezitters toegelaten. De ridderschap vormde samen met de steden (hoofdstad Zutphen en de kleine steden Doesburg, Doetinchem, Lochem en Groenlo) het bestuur van wat men de Staten van het kwartier Zutphen noemde.

De heerlijkheid Borculo kende, voordat het in 1616 Gelders werd, een eigen ridderschap. De Ridderschap van Borculo stond de landsheer, de heer van Borculo, bij in het besturen en was een college dat rechtszaken in hoger beroep behandelde. De ten zuiden van de Achterhoek gelegen heerlijkheid, later graafschap, Bergh heeft ook een eigen ridderschap gehad. De Borculose ridders werd de toegang tot de Zutphense ridderschap ontzegd.

In Spaans en Oostenrijks Gelre bestond tussen 1543 en 1795 een ridderschap. De edelen moesten over een "huis met voorhof" of over jachtrechten beschikken en uiteraard katholiek zijn. Lange tijd hebben de baanderheren ook hier een college met een derde stem in de Staten gevormd.

De verovering door Frankrijk in 1795 maakte een einde aan Oostenrijks Gelre dat rond Roermond lag. Desondanks werd nog op 29 maart 1800 een lid in de nu machteloze en overbodige ridderschap opgenomen.

 

Source:

 

Willem van Oranje

Hij begon zijn loopbaan in dienst van de Rooms-Duitse keizer Karel V. Meningsverschillen met Karels opvolger Filips leidden uiteindelijk tot de Tachtigjarige Oorlog.

 

WILLIAM OF ORANGE
He started his career in the service of the Roman-German emperor Charles V. Disagreements with Charles's successor Philip eventually led to the Eighty Years' War.

 

Source: 

 

 

Founding

Sealing of the Bank of England Charter (1694), by Lady Jane Lindsay, 1905

 

England's crushing defeat by France, the dominant naval power, in naval engagements culminating in the 1690 Battle of Beachy Head, became the catalyst for England rebuilding itself as a global power. England had no choice but to build a powerful navy.[citation needed] No public funds were available, and the credit of William III's government (William of Orangewas so low in London that it was impossible for it to borrow the £1,200,000 (at 8% per annum) that the government wanted.

To induce subscription to the loan, the subscribers were to be incorporated by the name of the Governor and Company of the Bank of England. The Bank was given exclusive possession of the government's balances, and was the only limited-liability corporation allowed to issue bank notes.[14] The lenders would give the government cash (bullion) and issue notes against the government bonds, which can be lent again. The £1.2 million was raised in 12 days; half of this was used to rebuild the navy.

As a side effect, the huge industrial effort needed, including establishing ironworks to make more nails and advances[clarification needed] in agriculture feeding the quadrupled strength of the navy, started to transform the economy. This helped the new Kingdom of Great Britain  England and Scotland were formally united in 1707 – to become powerful. The power of the navy made Britain the dominant world power in the late 18th and early 19th centuries.[15]

The establishment of the bank was devised[clarification needed] by Charles Montagu, 1st Earl of Halifax, in 1694. The plan of 1691, which had been proposed by William Paterson three years before, had not then been acted upon.[16] 58 years earlier, in 1636, Financier to the king, Philip Burlamachi, had proposed exactly the same idea in a letter addressed to Sir Francis Windebank.[17] He proposed a loan of £1.2 million to the government; in return the subscribers would be incorporated as The Governor and Company of the Bank of England with long-term banking privileges including the issue of notes. The royal charter was granted on 27 July through the passage of the Tonnage Act 1694.[18] Public finances were in such dire condition at the time[19] that the terms of the loan were that it was to be serviced at a rate of 8% per annum, and there was also a service charge of £4,000 per annum for the management of the loan. The first governor was Sir John Houblon, who is depicted in the £50 note issued in 1994. The charter was renewed in 1742, 1764, and 1781.

 

Source:

 

Willem the Silent / Willem de Zwijger

William I, Prince of Orange (24 April 1533 – 10 July 1584), also known as William the Silent or William the Taciturn (translated from Dutch: Willem de Zwijger),[1][2] or more commonly known as William of Orange (Dutch: Willem van Oranje), was the main leader of the Dutch Revolt against the Spanish Habsburgs that set off the Eighty Years' War (1568–1648) and resulted in the formal independence of the United Provinces in 1581. He was born in the House of Nassau as Count of Nassau-Dillenburg. He became Prince of Orange in 1544 and is thereby the founder of the branch House of Orange-Nassau and the ancestor of the monarchy of the Netherlands. Within the Netherlands, he is also known as Father of the Fatherland (Dutch: Vader des Vaderlands).

A wealthy nobleman, William originally served the Habsburgs as a member of the court of Margaret of Parma, governor of the Spanish Netherlands. Unhappy with the centralisation of political power away from the local estates and with the Spanish persecution of Dutch Protestants, William joined the Dutch uprising and turned against his former masters. The most influential and politically capable of the rebels, he led the Dutch to several successes in the fight against the Spanish. Declared an outlaw by the Spanish king in 1580, he was assassinated by Balthasar Gérard (also written as "Gerardts") in Delft in 1584.

 

Source:

 

Willem van Oranje

Zie Willem van Oranje (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Willem van Oranje.

 

Willem van Oranje
1533–1584
Periode 1544–1584
Voorganger René van Chalon
Opvolger Filips Willem 
Periode1544–1584
Voorganger–Opvolger Maurits 
(Filips II)
 Periode1559–1567
(Filips II) 
Periode1559[1]/61[2] – 1567
(Staten-Generaal)
Periode1572–1584
Voorganger Maximiliaan van Hénin-Liétard (Filips II, tot 1573)
Opvolger Joost de Soete (Utrecht)
Maurits van Nassau (tot 1589 alleen in Holland en Zeeland) 
Periode1580–1584
Voorganger George van Lalaing (Filips II, tot 1581)
 

 

Willem (slot Dillenburg, 24 april 1533  Delft, 10 juli 1584), prins van Oranje, graaf van Nassau-Dillenburg, beter bekend als Willem van Oranje of onder zijn bijnaam Willem de Zwijger en in Nederland vaak Vader des vaderlands genoemd, was aanvankelijk stadhouder (plaatsvervanger) voor de regerend heer der Nederlanden. Hij begon zijn loopbaan in dienst van de Rooms-Duitse keizer Karel V. Meningsverschillen met Karels opvolger Filips leidden uiteindelijk tot de Tachtigjarige Oorlog.

Deze oorlog had als eindresultaat dat de Noordelijke Nederlanden in 1648, bij de Vrede van Münster, internationaal erkend werden als onafhankelijke staat. In kronieken, brieven en documenten uit de 16e eeuw wordt soms gesproken over 'de Opstand'. Ook in de hedendaagse literatuur wordt het begin van de Tachtigjarige Oorlog veelal weer aangeduid met 'de (Nederlandse) Opstand'.[3]

De lijfspreuk van de prins was Je maintiendrai ('Ik zal handhaven'). Aan het eind van zijn leven breidde de prins deze uit: Je maintiendrai l'honneur, la foy, la loi de Dieu, du Roy, de mes amis et moy ('Ik zal de eer, het geloof, de wet van God, van de koning, van mijn vrienden en mij handhaven'). De oorspronkelijke lijfspreuk ("Je maintiendrai Chalon") was afkomstig van Oranjes erflater René van Chalon, die deze later wijzigde in "Je maintiendrai Nassau".

 

Source:

 

 

1648: Vrede van Münster : einde van de 80 jarige vrijheidsstrijd van de Nederlanden.

 

Een Spanjaard en zes Nederlanders tekenen de Spaans / Nederlandse vrede in het raadhuis van Münster In de Nederlanden begon in 1568 onder leiding van Willem van Oranje een opstand tegen de Spaanse koning. De oorzaken van de opstand waren ondermeer de vervolging van de protestanten, de armoede en werkloosheid en het centraliseren van de macht onder Filips II. 80 Jaar duurde deze oorlog met een onderbreking van 12 jaar. In de eerste helft van de zeventiende eeuw was er niet alleen oorlog in de Nederlanden; ook in het Duitse keizerrijk (het Heilige Roomsche Rijk) woedde een allesvernietigende oorlog die 30 jaar zou duren. Hierbij waren ook de Fransen en de Zweden bij betrokken. Vanaf 1641 werden in Münster onderhandelingen gestart om onder andere vrede tot stand te brengen tussen de Spanjaarden en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Op 15 mei 1648 werd de Vrede van Münster getekend die een eind maakte aan de 80 jarige oorlog. Dit vredesverdrag was één van de elf verdragen die samen de Vrede van Westfalen vormden. Voor de Nederlanden betekende het dat de Republiek officieel erkend werd als soevereine staat door Spanje en de andere belangrijke Europese landen.

 

Source: 

 

 

NOS NIEUWS  KONINGSHUIS  10-11-2018, 06:46

 

DE PROTESTANTEN HEBBEN BIJ KONING WILLEM-ALEXANDER EEN STREEPJE VOOR

 

ANP

  •  

    Piet van Asseldonk

    redacteur Koninklijk Huis

 

In het weekend zijn publieke optredens van de koning eerder uitzondering dan regel. Een blik op zijn agenda leert dat. Toch is hij vanavond in Dordrecht aanwezig bij de start van de manifestatie Ode aan de Synode.

Als koning van alle Nederlanders bezoekt Willem-Alexander bijeenkomsten en gebedshuizen van allerlei in Nederland actieve kerkgenootschappen, maar vaak en nadrukkelijk is hij te gast bij de protestantse geloofsgemeenschap van ons land. Zo woonde hij een jaar geleden in Utrecht de landelijke viering van 500 jaar Reformatie bij. Een paar maanden daarvoor nog bezocht de koning in het Duitse Wittenberg de kerk waar de grondlegger van het protestantisme, Maarten Luther, in 1517 zijn kerkhervorming begon.

Koning Willem-Alexander woont de landelijke viering 500 jaar Reformatie bij in de Domkerk. ANP

De protestantse 'voorkeur' van Willem-Alexander is niet zo verwonderlijk. De koning is lid van de PKN (Protestantse Kerk Nederland) en de opkomst van het protestantisme in onze gewesten staat via de Tachtigjarige Oorlog, met de Oranjes in een hoofdrol, aan de wieg van Nederland als onafhankelijk land.

Dit jaar herdenken wij dat de Tachtigjarige Oorlog 450 (i.568 +80 = i.648) jaar geleden begon. De Synode van Dordrecht, die 400 jaar geleden van start ging, was de historische protestantse kerkvergadering die zowel voor het kerkelijke als politieke leven van ons land van grote betekenis is geweest. Niet in de laatste plaats omdat deze synode de opdracht gaf om de eerste officiële Nederlandse vertaling van de Bijbel te laten maken, de Statenvertaling.

Uit deze Statenbijbel die zijn stempel heeft gedrukt op de Nederlandse taal zal koning Willem-Alexander vanavond "een bij de gelegenheid passende passage voorlezen".

Belijdenis des geloofs

De taal van de Bijbel is Willem-Alexander niet vreemd. In 1997 werd hij op 29-jarige leeftijd via een publieke "belijdenis des geloofs" officieel lid van de Nederlandse Hervormde Kerk. Die fuseerde in 2004 met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden tot de PKN.

In de jaren voor zijn belijdenis was de koning lid van een bijbelkring. Geen wonder dan ook dat hij een paar jaar geleden het eerste exemplaar in ontvangst nam van de Bijbel in Gewone Taal en vorig jaar nog een exemplaar van de Bijbel in het Sranantongo, een in Suriname veel gesproken taal, kreeg aangeboden.

Een trouwe kerkganger is Willem-Alexander niet. Meermaals heeft hij gezegd "overtuigd gelovig, maar niet zo kerkelijk" te zijn. Dat hoeft ook niet, want in 1815 werd de grondwettelijke bepaling dat "de koning de Hervormde Godsdienst belijdt" geschrapt.

Dat heeft niet verhinderd dat alle Nederlandse koningen tot nu toe protestant waren en de vermoedelijke troonopvolger Amalia protestants gedoopt is. Eenkennig in kerkelijke zaken is Willem-Alexander evenmin. Hij is getrouwd met een katholiek gebleven vrouw en steeds meer leden van de Oranjefamilie bekeerden zich in de voorbije decennia tot de Rooms-Katholieke Kerk.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima bezochten vorig jaar de paus in Vaticaanstad ANP

Als staatshoofd van een land dat godsdienstvrijheid hoog in het vaandel voert moet de koning uiteraard alle gelovigen en kerken aandacht geven. Dat, volgens het CBS, voor het eerst in de geschiedenis de helft van de Nederlanders niet religieus meer is, doet daar niets aan af.

Tijdens zijn koningschap bracht Willem-Alexander dan ook, om maar een enkel voorbeeld te noemen, een staatsbezoek aan het Vaticaan (een primeur) en bezocht hij synagogen en moskeeën. Maar de protestantse wortels van de koning en zijn familie blijven een rol spelen.

 

Source:

 

 

26 sep 2017

Op dinsdag 31 oktober vindt in de Utrechtse Domkerk in de Nationale Viering '500 jaar reformatie' plaats. Koning Willem-Alexander is hierbij aanwezig.

Het mythische beeld van Maarten Luther die op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen spijkerde aan de deur van de slotkerk te Wittenberg wordt vaak gezien als het begin van de reformatie: een vernieuwingsproces dat kerk en wereld heeft veranderd en leidde tot de geboorte van het protestantisme. De Nationale Viering in de Domkerk sluit aan bij het wereldwijde jubileum.

In de viering staat de Protestantse Kerk in Nederland, samen met gasten van andere kerkgenootschappen en religies, stil bij de betekenis van de reformatie en het protestantisme voor Nederland.

Ds. René de Reuver, algemeen secretaris van de Protestantse Kerk, gaat samen met ds. Mirjam Kollenstaart voor in deze viering. De Reuver: “De gang van het evangelie door Nederland is de rode draad in de liturgie. Willibrord bracht het evangelie naar Nederland. Luther actualiseerde dit evangelie. Al eeuwenlang klinkt dit evangelie in ons land. Wij vertrouwen erop dat het evangelie voor eeuwig zijn weg in Nederland blijft vinden.”

Om deze gang van het evangelie door Nederland te symboliseren is aan de officiële genodigden van deze viering gevraagd of zij iemand mee willen nemen die voor hen gestalte geeft aan het doorgeven van het geloof van generatie op generatie.

Aan de viering werken mee:

  • Voorganger: Ds. Mirjam Kollenstaart-Muis
  • Preek: Ds. René de Reuver
  • Gebed: Ds. Mirjam Kollenstaart-Muis, ds. René de Reuver, mgr. Van den Hende
  • Declamatie: Ds. Elsbeth Gruteke
  • Orgel: Sietze de Vries
  • Trompet: Diederik Hijlkema
  • Mondharmonica: Hermine Deurloo
  • Koor: Sonante Vocale
  • Orkest: Orchestra ‘Van Wassenaer’
  • Koor: Voices of Worship

De viering is live te volgen via visie.eo.nl (31 oktober 19.00 uur). Een compilatie wordt uitgezonden op zondag 5 november om 9.16 uur op NPO2.

Beeld: RVD / Frank van Beek

Source: 

 

SYNODE VAN DORDRECHT

Synode van Dordrecht. De Arminianen zitten als aangeklaagde partij aan de tafel in het midden. Afbeelding is van de bovenzaal van het voorhuis van de Kloveniersdoelen, de plaats waar de zittingen werden gehouden.

De Synode van Dordrecht (ook wel de Synode van Dordt genoemd) was een door de Nederduits Gereformeerde Kerk belegde kerkvergadering die van 13 november i.618 tot 29 mei i.619 duurde en uit 180 zittingen bestond. De synode kwam in opdracht van de Staten-Generaal in Dordrecht, de oudste stad van Holland, bijeen om te proberen een eind te maken aan de godsdienstige controverse in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden tussen remonstranten (Arminianen) en contraremonstranten (Gomaristen), een conflict dat zich in voorafgaande jaren tot een splijtzwam in de Nederlandse maatschappij en politiek had ontwikkeld. De remonstranten en contraremonstranten waren het vooral oneens over de predestinatieleer, maar ook over de betekenis van de belijdenis en de kerkorde.

De afgevaardigden aan de synode waren 37 predikanten, 19 ouderlingen, 5 professoren in de theologie van universiteiten uit de Republiek, 18 commissarissen-politiek van de Staten uit de diverse gewesten en 25 waarnemers van buiten de Republiek (uit Engeland, Duitsland en Zwitserland). Allen hadden stemrecht. Veruit de meeste afgevaardigden hingen de leer van de contraremonstranten aan. De aanwezige remonstranten waren geen volwaardige deelnemers, maar gedaagden. De zittingen vonden plaats in een bovenzaal van de Kloveniersdoelen. Er werd bijna iedere dag vergaderd. De voertaal was Latijn.

De remonstrantse standpunten werden door de synode verworpen. De volgens de synode juiste leer werd verwoord in de Dordtse Leerregels. Enkele honderden remonstrantse predikanten werden uit de Republiek verbannen. Johan van Oldenbarnevelt, de tot dan machtigste politicus van de Republiek en sympathiserend met de remonstranten, werd twee maanden vooraf aan de synode gearresteerd en vlak voor het einde ervan onthoofd. De rechtsgeleerde Hugo de Groot werd op dezelfde dag gearresteerd en kreeg een levenslange gevangenisstraf, maar wist uiteindelijk in een boekenkist te ontsnappen.

Als een van de belangrijkste besluiten van de synode wordt het verstrekken van een opdracht beschouwd om een zo getrouw mogelijke vertaling van de Bijbel uit te geven. Dit resulteerde in de uitgave van de Statenbijbel. De uitkomst van de synode leidde direct tot de oprichting van de Remonstrantse Broederschap. De Synode van Dordrecht was de eerste internationale protestantse kerkvergadering en de enige gedurende het ancien régime.

Achtergrond

In 1604 vond aan de universiteit van Leiden een heftig debat plaats tussen de hoogleraren in theologie Jacobus Arminius (1560-1609) en Franciscus Gomarus (1563-1641). Volgens Arminius zou God alle ware gelovigen in genade aanvaarden. Gomarus daarentegen verkondigde dat die toelating door God was voorbeschikt. Hij stelde dat het geloof het gevolg was van Gods genade. Als dat andersom was, dan zou volgens Gomarus God afhankelijk worden van het menselijke handelen, iets dat hij voor onmogelijk hield. Arminius vond daarnaast dat Gods Woord (de Bijbel) van groter belang was dan de catechismus en de teksten over de belijdenis. Alle mensen die naar Gods Woord luisterden, zouden van Arminius toegelaten kunnen worden tot de protestantse kerk. Gomarus wilde geen ruimte geven aan alle gelovigen. Volgens Gomarus was dat een paapse opvatting. De volgelingen van Arminius werden arminianen genoemd en die van Gomarus gomaristen. Doordat de gomaristen voortdurend verkondigden dat de arminianen terug wilden naar een 'paapse traditie' koos veel protestants kerkvolk de kant van de contraremonstranten.

De besluiten van de synode waren nauw gerelateerd aan de politieke intriges die zich het Twaalfjarig bestand, een pauze in de Tachtigjarige Oorlog hadden voorgedaan. De remonstranten waren een groot voorstander van de wapenstilstand. Zij wilden de oorlog het liefst met diplomatiek overleg beëindigen. Maurits wilde de oorlog echter op het slagveld beslissen. De contraremonstranten waren eveneens die mening toegedaan en vooral om die reden steunde de stadhouder deze stroming.

Na de dood van Arminius hadden zijn volgelingen bezwaren tegen de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de leer van Johannes Calvijn, Theodorus Beza, en hun volgelingen ingebracht. Deze bezwaren werden uiteengezet in een document dat de Remonstrantie van 1610 wordt genoemd. Daarin werd gepleit voor tolerantie voor de verschillende godsdienstige opvattingen. Vanwege deze remonstrantie zijn de Arminianen bekend komen te staan als remonstranten. Zij onderwezen dat de uitverkiezing plaatsvindt op basis van een voorzienbaar geloof, de mogelijkheid tot vergeven van de zonden van de gehele wereld (universele verzoening), een niet onwederstandelijke genade en de mogelijkheid deze genade te kunnen verliezen. Hun tegenstanders binnen de calvinistische kerk, de Gomaristen, kwamen als contrast tegen de remonstranten later bekend te staan als contraremonstranten.

De remonstrantse Arminianen werden gezien als bereid om compromissen met Spanje te sluiten. De contraremonstrantse Gomaristen waren daar niet toe bereid. In hun ogen en ook in die van Maurits van Oranje en zijn aanhangers werd het Arminianisme als een vorm van politiek verraad beschouwd; in 1617-8 werd er in de Republiek een pamflettenoorlog over deze kwestie gevoerd; François van Aerssen drukte hierin het standpunt uit dat de Arminianen voor koning Filips IV van Spanje werkten.[1]

De contraremonstanten wensten vervolgens hun eigen kerken, waar de remonstranten niet welkom waren. Dat leidde tot grote onrust in de Republiek, waardoor een burgeroorlog dreigde. Op 23 juli 1617 bezocht Maurits in 's-Gravenhage de Kloosterkerk die sinds kort in contraremonstrantse handen was. Daarmee was de toon gezet. Landsadvocaat Van Oldenbarnevelt gaf op 4 augustus 1617 via zijn 'Scherpe Resolutie' de lokale overheden de mogelijkheid om eigen legers te formeren om verdere onrust tegen te gaan. De Staten deden vervolgens een dringend beroep op de Staten-Generaal om een nationale synode bijeen te roepen om opnieuw een eenheid in de Republiek te bewerkstelligen. Ook Maurits kwam in actie. Hij beschouwde de stadslegers als een gevaar voor zijn eigen positie en installeerde contraremonstrantse bestuurders in steden waar de remonstranten de macht hadden. Op die manier kon hij de eigen legertjes laten opheffen.

Met de planning voor een Nationale Synode werd in maart 1618 aangevangen door de Hollandse raadpensionaris Adriaan Pauw.[2] Voor die tijd was er al een debat geweest over de vraag of er nu een nationale synode moest komen, zoals de contraremonstranten wensten, of dat een provinciale synode, alleen voor het graafschap Holland, zou volstaan. Dit was het standpunt van de remonstranten. Deze beslissing werd in 1617 uitgewerkt, met externe input van de Engelse ambassadeur Dudley Carleton.[3] Uiteindelijk werd ervoor gekozen om een nationale synode te houden. Als vergaderruimte werd gekozen voor de bovenzaal van de Kloveniersdoelen omdat die zaal makkelijker te verwarmen was dan een groot kerkgebouw.

Reeds eerder waren er in Dordrecht provinciale synodes bijeengekomen. Ook had men er in 1578 een Nationale Synode georganiseerd. Om die reden wordt de bijeenkomst van 1618-1619 soms de tweede Synode van Dordrecht genoemd. Alvorens met de eerste zitting van de synode te beginnen, vond er op 13 november 1618 een kerkdienst plaats in de Grote Kerk te Dordrecht.

Doel van de synode

Protestantisme

in Nederland

..Geschiedenis
..Stromingen
..Denominaties en verenigingen

Het voornaamste doel van de Synode van Dordrecht was tot een uitspraak te komen in het voortslepende geschil tussen de remonstranten en contraremonstranten, een geschil dat zich toespitste op de predestinatieleer, en het vastleggen van geloofsbelijdenissen.[4][5] Zo werd de Nederlandse Geloofsbelijdenis geautoriseerd en licht gewijzigd.

Er wordt wel beweerd dat de uitkomst van de synode al vaststond nog voor zij was begonnen. Volgens Frederick Calder "werd veroordeling [van de Remonstrantse doctrines] al bepaald nog voor de nationale synode was bijeengekomen."[6] Aan de andere kant gaven de theologische formuleringen van de Dordtse Synode, afgezien van de veroordeling van de Arminianen, geen steun aan alle eisen van de Gomaristen. De meer extreme standpunten van Nederlandse calvinisten werden in gedetailleerde debatten gemodereerd.[7]

Gang van zaken

Voorzitter van de synode was dominee Johannes Bogerman uit Leeuwarden. Bogerman was een tegenstander van de remonstranten en een orangist. De remonstranten werden niet als gelijkwaardige partij, maar als beklaagden opgeroepen.

Simon Episcopius (1583-1643) was de woordvoerder van de 14 remonstranten, die vóór de synode waren opgeroepen. Bij de opening van de synode vroeg Episcopius om te mogen spreken.

"Episcopius [...] drong er op aan dat hem werd toegestaan te mogen beginnen met een weerlegging van de calvinistische leerstellingen, in het bijzonder die van de reprobatieleer (voorbeschikking voor de hel), in de hoop dat door het uiteenzetten van zijn bezwaren tegen deze doctrine ten overstaan van de gehele synode, hij een zodanig vooroordeel tegen de andere artikelen van het systeem kon bewerkstelligen dat hij de populaire stem aan zijn kant kon krijgen. De synode herinnerde hem er echter zeer terecht aan [...] dat de remonstranten er van werden beschuldigd om afgevallen te zijn van het gereformeerde geloof, zij waren eerst gebonden om zichzelf te rechtvaardigen, door het geven van bewijs uit de Bijbel dat hun opinies ondersteunde. De Arminianen wilden zich echter niet aan deze procedurele beslissing onderwerpen, omdat dit hun hele betoogschema vernietigde [...] zij werden dus gedwongen om zich terug te trekken. Na hun vertrek ging de synode zonder hen door."[8]

Op 14 januari 1619 werden de remonstranten uitgesloten van de beraadslagingen van de synode, die vervolgens de contraremonstranten gelijk gaf. Tweehonderd Remonstrantse predikanten werden uit het ambt gezet, waarop deze in Antwerpen de "Remonstrantse Broederschap" oprichtten.[4][5]

Dordtse Leerregels

 Zie Dordtse Leerregels voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Gereformeerden verwierpen de vrije wil van de mens, en legden hun opvattingen over de predestinatie vast in de Dordtse Leerregels, waarin de standpunten tegen de remonstranten worden weergegeven in vijf punten. Internationaal wordt er wel gesproken over de vijf punten van het calvinisme (Five points of Calvinism), waarbij men doelt op de vijf punten die behandeld worden in de Dordtse Leerregels.

De Dordtse Leerregels vormen een van de drie belijdenisgeschriften van de Nederlandse Hervormde en Gereformeerde kerken in Nederland, de Drie Formulieren van Enigheid. De andere twee zijn de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus. Tijdens diezelfde synode is de Dordtse Kerkorde vastgesteld.

Nasleep voor de remonstrantse deelnemers aan de synode[bewerken]

De dertien remonstrantse predikanten, waaronder Episcopius, werden in afwachting van nadere instructies opgedragen om in Dordrecht te blijven. Op 20 mei 1619 werden de remonstrantse predikanten, die eerder bij de synode aanwezig waren geweest, door de lekencommissarissen van de synode opgeroepen en kregen zij de opdracht zich te onthouden van domineesachtige activiteiten zoals preken, vermanen, het toedienen van de sacramenten en het bezoeken van de zieken. Bovendien kreeg Episcopius het bevel om geen brieven of boeken te schrijven waarin hij de leerstellingen van de remonstranten zou aanprijzen. De remonstrantse predikanten stemden ermee in zich te onthouden van domineefuncties in de staatskerken, maar zeiden dat het hun plicht was om hun doctrines uiteen te zetten, daar waar mensen zich maar zouden verzamelen om deze aan te horen.[9]

Op 5 juli werden zij daarop naar de vergadering van de Staten-Generaal geroepen, waar hun werd verzocht om de Acte van Cessatie te ondertekenen, die de opdracht aan hen om af te zien van het domineeschap legaliseerde. Toen zij weigerden te ondertekenen, werden zij als "verstoorders van de openbare vrede" veroordeeld. Hen werd opgedragen de Republiek te verlaten.[10][11]

Dordtse Kerkorde

 Zie Dordtse Kerkorde voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ook werd de Dordtse Kerkorde aangenomen, die nog steeds de basis vormt van het kerkrecht in veel gereformeerde kerken. In de Handelingen of Acta van de synode van Dordrecht staat welke besluiten er zijn genomen.

Officiële Nederlandse Bijbelvertaling

 Zie Statenvertaling voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Van 19 november 1618 tot 27 november 1618 heeft de Synode van Dordrecht in zeven zittingen gesproken over de mogelijkheid van een officiële vertaling (de Statenvertaling) van de Bijbel uit de oorspronkelijke talen in het Nederlands. In deze vergaderingen kwamen drie belangrijke vragen aan de orde:

  • Bestaat er een noodzaak van een nieuwe vertaling van de Bijbel? Deze vraag werd positief beantwoord.
  • Hoe een zo getrouw mogelijke vertaling in zo kort mogelijke tijd tot stand te laten komen? Maatregel: de synode heeft concrete richtlijnen voor het vertaalwerk opgesteld.
  • Door wie op welke wijze moest het vertaalwerk worden uitgevoerd? Maatregel: de synode heeft vertalers aangesteld en ook aangegeven dat er systematisch correctiewerk moest worden ingepland.

Deze Statenvertaling zou in 1637, na bijna 20 jaar gereedkomen. De synode benoemde de eerste vertalers en verzocht de Staten-Generaal om dit omvangrijke project te financieren. De Statenbijbel zou een blijvende invloed hebben op het standaard Nederlands, dat in die tijd net een bredere acceptatie verkreeg en een literaire traditie ontwikkelde. De Statenbijbel zou in de protestantse kerken tot diep in de twintigste eeuw de standaardvertaling van de Bijbel blijven. In sommige zusterkerken van de Nederlandse Hervormde Kerk, de rechtsopvolger van de oorspronkelijke Nederduitse Gereformeerde Kerk, en sommige, kleinere afgesplitste kerkgenootschappen is de Statenbijbel nog steeds in gebruik.

Alibi voor een politieke afrekening

De synode veroordeelde de religieuze doctrine van het Arminianisme als ketterij. Hierop volgde de politieke veroordeling van de staatsman Johan van Oldenbarnevelt, die de beschermer van de remonstranten was geweest. Voor de misdaad van algemene verstoring van de staat van de natie, zowel van Kerk als Staat (verraad), werd hij op 13 mei 1619 onthoofd. Als gevolg van de nederlaag van de remonstranten werd onder andere aan de jurist Hugo de Groot een levenslange gevangenisstraf opgelegd; hij wist echter met de hulp van zijn vrouw en zijn dienstmeisje in een boekenkist uit Slot Loevestein te ontsnappen. Zowel Van Oldenbarnevelt als De Groot hadden sinds 29 augustus 1618 in hechtenis gezeten.

 

 

'

Synode van Dordrecht. De Arminianen zitten als aangeklaagde partij aan de tafel in het midden. Afbeelding is van de bovenzaal van het voorhuis van de Kloveniersdoelen, de plaats waar de zittingen werden gehouden.

 

Source: 

STATENVERTALING TITLE PAGE

 

De Tien jaren was de periode van 1588 tot 1598 in de Tachtigjarige Oorlog, waarbij onder het militaire leiderschap van Maurits en onder het politieke leiderschap van Oldenbarnevelt een groot aantal overwinningen op de Spaanse troepen werd behaald, waardoor grote gebieden aan de Republiek der Verenigde Nederlanden konden worden toegevoegd. Parma's opmars was gestopt doordat de Spaanse koning Filips II de troepen nodig achtte in de Franse Hugenotenoorlog dat voor hem een hogere prioriteit had. De overgebleven Spaanse troepen werden uit het noorden en oosten verdreven, waarmee zogezegd, de tuin der unie gesloten werd. Na deze periode was Maurits' reputatie als groots veldheer definitief gevestigd.

 

Source:

 

Unie van Utrecht: (Jan van Nassau)

Was een Calvinist van geloof.

     

    Source:

     

     

     

    De Unie van Utrecht

     

    1579: UNIE VAN UTRECHT

     

    Published 25 februari 1521 | By Pierre Rip

     

    1579: Unie van Utrecht
    ‘De Unie van Utrecht dateert uit 1579 en is feitelijk de eerste Grondwet van ons land. Noordelijke en zuidelijke gewesten kwamen overeen samen op te treden tegen de Spanjaarden en maakten ook afspraken over staatkundige zaken. Het mooie is dat erin staat dat niemand vanwege zijn persoonlijke opvattingen of religie mag worden vervolgd. Dat beginsel is sindsdien onverkort overeind gebleven in Nederland. Het geeft aan waar Nederland voor staat. In veel landen moet het nog 1579 worden.

    Bron: historischnieuwsblad 2016

     

    Source:

     

     

     

     

    Rechtsgeleerdheid

    Rechtsgeleerdheid of rechtswetenschap is de wetenschap van het recht. Men moet echter bij het woord "wetenschap" als men het op de rechtsgeleerdheid wil toepassen goed onderscheid maken tussen enerzijds wetenschap, die gebaseerd is op waarneming of proefondervindelijk onderzoek, en anderzijds geleerdheid, die werkt met interpretatie en belezenheid. Rechtsgeleerdheid is meer de tweede vorm van wetenschap. Zij bestaat in belezenheid in de juridische literatuur en vaardigheid om het daarin gevondene toe te passen op de feiten. De Romeinen, die een zeer belangrijk aandeel hebben gehad in de ontwikkeling van het rechtsgeleerde denken, spraken bij voorkeur van een "ars", hetgeen men in dit geval het beste kan vertalen als "ambacht" of "kunde".

    In Nederland en Vlaanderen kan men rechtsgeleerdheid studeren aan de meeste universiteiten. De universitaire studie rechtsgeleerdheid wordt in de volksmond veelal rechten genoemd. Iemand die het doctoraaldiploma (Nederland) of licentiaatsdiploma (Vlaanderen) rechten behaald heeft, mag zichzelf Master of Laws (LL.M.) noemen. Daarnaast mag de klassieke titel meester in de rechten (mr.) gebruikt worden. Bij sommige studierichtingen werd echter opgeleid tot doctorandus (drs.). Iemand die niet de masteropleiding heeft afgerond, maar wel het bachelor-deel, mag zichzelf Bachelor of Laws (LL.B.) noemen. Deze graad is enigszins vergelijkbaar met het vroegere "kandidaats-examen".

    De uitdrukking rechten stamt uit het universitair onderwijs in de middeleeuwen toen men aan de juridische faculteiten zowel het Romeins recht als het canoniek recht kon studeren. Men kon dan ook de graad van doctor in de beide rechten, doctor utriusque iuris, behalen.

    Zie ook

     

    Modern jurisprudence began in the 18th century and was focused on the first principles of natural lawcivil law, and the law of nations. (international LAW)

     

    Source:

     

    (Vader) Dirk Dirksen Auwrijn

    (Moeder) Dirkje Bais

    Aleid Auwrijn

    +

    Dirck Hillebrants de Gier

    Hillegonda van Auwrijn

    +

    Adriaan de Cocq van Delwijnen

    Christina Auwrijn

    +

    Otto Pieck

    Volgorde kinderen:

    • Adriaan de Cock (Hillegont Auwrijn zijn vrouw weduwe in 1.522 gestorven in 1.538 verwante van mij)
    • Johan de Cock van Delwinen 5 decembrus 1.533
    • Adriaan de Cock van Delwinen 7 juni 1.551 (Gehuwd met Maria van Brakel magescheid in 1564 en Maria van Hemert 1568 op huwelijkse voorwaarden)
      Zijn vrouw Maria van Hemert 11 juni 1.568
    • Johan de Cock van Delwinen 17 maii 1.605
      Adriaan de Cock van Delwynen 14 julii 1.646
      Johan de Cock van Delwynen 17 april 1.698
      Walraven van Haeften 1) erfgenaam van sijns ooms Johan de Cok van Delwynen 10 december 1.725
      Barthold van Haeften 2) erfgenaam van sijns broeders Walraven van Haeften 25 Januarii 1747
      Jan Walraven de Cock van Haeften per clausulas testament Barthold van Haeften en Margriet van Lynden in leve ehelieden 5 februari 1.778
      Idem erfgenaam sijns vaders Barthold van Haeften 10 junii 1.775

     

    Source:

     

    2061. 1569 december 12

    Lijst van de jaarinkomens van Nederlandse edelen:

    Willem prins van Oranje 152.785 guldens

    Lamoraal graaf Egmond 62.944 guldens (+ 1568)

    Jan (IV) van Glijmer markies van Bergen 50.872 guldens (+ 1567)

    Floris van Montmorency baron van Montigny 11.250 guldens (+ 1570)

    Philips van Montmorency graaf van Horn 8.473 guldens (+ 1568)

    Gachard: Correspondence de Philippe II; II p. 115-116

     

     

    Hauptstaatsarchiv Düsseldorf, Reichskammergericht 4839.

    Voor richter en schepenen der dingbank van Kessel ruilt.

     

    Vernoemingsregels zonen
    1e zoon vernoemd naar vaders vader = Henricus (opa)
    2e zoon vernoemd naar moeders vader = Egon (opa)
    3e zoon vernoemd naar vader oudste broer = Jacobus (oom), of vader zelf
    4e zoon vernoemd naar moeders oudste broer (oom), of moeders grootvader
    5e zoon vernoemd naar vaders 2e broer (oom), of favoriete broers of ooms
    6e zoon vernoemd naar moeders 2e broer (oom), of favoriete broers of ooms

    Vernoemingsregels dochters
    1e dochter vernoemd naar moeders moeder = Joanna (oma)
    2e dochter vernoemd naar vaders moeder = Elisabhet (oma)
    3e dochter vernoemd naar moeders oudste zus = Maria (tante), of (Maria) moeder zelf
    4e dochter vernoemd naar vaders oudste zus (tante), of vaders grootmoeder
    5e dochter vernoemd naar moeders 2e zus (tante), of favoriete zusters of tantes
    6e dochter vernoemd naar vaders 2e zus (tante), of favorieten zusters of tantes

     

    Overige vernoemingsregels en dopen
    Grootouders zijn vaak zelf aanwezig als doopgetuigen.
    Als er twee kinderen in hetzelfde gezin dezelfde voorna(a)m(en) hadden, dan is de kans groot dat het oudste kind overleden is voordat de 2e is geboren.
    Echter zijn er uitzonderingen, door consequent vernoemen of weinig creativiteit. Ter onderscheiding werd dan als ‘de oude’ of ‘de jonge’ toegevoegd, of kwam er een roepnaam.
    Als twee kinderen uit een gezin – vlak na elkaar geboren – dezelfde doopgetuigen hadden, dan is waarschijnlijk het oudste kind jong overleden.
    Als een kind kort na het overlijden van de vader werd geboren, werd deze naar hem vernoemd als eerbetoon.
    Het eerste kind uit een tweede huwelijk werd genoemd naar de overleden partner van één van de partners.
    Als broers en zusters als doopgetuigen worden genomen, zijn zij 11 jaar of ouder.
    Een zoon of dochter geboren als onwettig kind uit een onwettige relatie, krijgt de voornaam van de vader. (Dit kan een aanwijzing opleveren voor de mogelijke vader als zijn naam niet genoemd wordt in de doop- c.q. geboorteakte).
    Dopelingen kregen vaak dezelfde voornaam als één van de doopgetuigen.
    Plaatsvervangers bij dopen zijn (bijna) altijd vrouwen.
    Een drieling van drie jongetjes wordt vernoemd naar de Drie Koningen Caspar, Balthazar en Melchior.

    Patroniem
    Achternaam die is afgeleid van de (voor)naam van de vader. (b.v. Janszn = Janssen).

     

     

    711.95 Utrecht NH trouwen 1630-1636
    Trouwinschrijving Hendrick van Wachtendonck en Aeltgen van Asch, 14-09-1634
    Aktedatum:
    14-09-1634
    Akteplaats:
    Utrecht
    Bruidegom:

    Hendrick van Wachtendonck
    Voornaam: Hendrick
    Patroniem: Jacobs
    Tussenvoegsel: van
    Achternaam: Wachtendonck
    Attestatie: Dordrecht
    Bruid:

    Aeltgen van Asch
    Voornaam: Aeltgen
    Patroniem: Claes
    Tussenvoegsel: van
    Achternaam: Asch
    Huwelijksplaats:
    Dordrecht
    Gezindte:
    Nederduits-gereformeerd (later Nederlands-hervormd)
    Toegangsnummer:
    711 Burgerlijke stand gemeente Utrecht en van de voormalige gemeente Zuilen: retroacta doop- trouw- en begraafregisters
    Inventarisnummer:
    95
    Paginanummer:
    189


    Vulturius

    Boek VIII, bl. 22. Transcriptie van een Notariële akte waarbij Cornelius Vulturius van Dryel (Vulturius is Latijn voor De Gier), patroon en collator van de vicarie van het altaar van het Heilige kruis in de St.-Maartenskerk te Zaltbommel, voorstelt die vicarie, opengevallen door het overlijden van Johannes Huyghmanni, te vergeven aan Henri de Heusden, 1561.

     

    Boek VIII, bl. 33-34. Transcriptie van een brief van Hubert van Doern te Dordrecht aan zijn neef Hubert de Gier, kanunnik van het kapittel te Zaltbommel, over de hoptiende, 13 november 1550.

     

    Boek VIII, bl. 92-94. Transcriptie van een akte waarbij door tussenkomst van mr. Heynrick van Lottum, raad en stadhouder van de lenen, Gerit van Kessel, Claubout die Haesen en Ghoris Morinck, een geschil wordt beslecht tussen enerzijds Jan Spierinck en Derck de Ghier en anderzijds Gheman Schoen en Derck Helmichss van Brakel, 1483.

     

    Dictionnaire généalogique et héraldique des familles nobles du royaume de Belgique (Genealogische en heraldisch woordenboek van de adellijke families van het koninkrijk België), par M. Félix Victor Goethals,.... Tome 3
    ...Ladislas van Gottignies, Joannes ende Hendrick van Wachtendonck, heer Jan van Lathem, schouteeth , Jacob van Cranendonck , den baron... (België - 1595)

     

    Bulletin du Cercle archéologique, littéraire et artistique de Malines (Volume 16-18)
    ...Joannes ende Hendrick Van Wachtendonck,... (Malines, Antwerpen, België - 1797)
    Verder gaan


    Le troisiesme eschevin estoit


    Escheuins du premier bancq, dit de lakeure, creez & astablis l'an 1464
    Échevins du premier banc, dit de la keure, creez & establis l'an 1464
    apres luy fut substitué nicolas de ghyer

    Wethouders van de eerste bank, de la keure genaamd, creëren en vestigen het jaar 1464
    na hem werd vervangen nicolas de ghyer

    luy fut substitué nicolas de ghyer

    Regesten

     

    In de archiefwetenschap is een regest een korte samenvatting van de inhoud van een oorkonde. Meestal gaat het om middeleeuwse regesten.

     

     

    Soms is het lastig om over bepaalde personen of plaatsen informatie op te zoeken. De informatie is niet altijd even toegankelijk. Daarom zijn er uit de periode 10e-16e eeuw van de belangrijkste historische gegevens korte samenvattingen gemaakt die we ‘regesten’ noemen. In totaal zijn er ruim 13.500 regesten gemaakt die voor het publiek in de studiezaal van het Gemeentearchief Roermond ter inzage liggen. Omdat het vele jaren heeft geduurd om zo’n groot aantal regesten uit te schrijven, zijn de regesten opgesplitst in delen die Res Gestae (vrij vertaald: gedane zaken) genoemd worden (Res Gestae I, II, III en IV). Vooraan in ieder Res Gestae-deel staat de bibliografie: dit is de lijst van bronnen waaraan de regesten zijn ontleend.

    Ieder regest heeft een eigen nummer en bevat vier elementen:

     

    1. een datum
    2. een persoons- en/of plaatsnaam
    3. een feit of gebeurtenis
    4. verwijzing naar de bibliografie

     

    De regesten bevatten niet alleen informatie over de stad Roermond maar ook over een deel van wat we nu Zuidoost-Nederland en Noordrijn-Westfalen noemen. Dat heette vroeger het Overkwartier van het graafschap (later hertogdom) Gelre, waarvan Roermond vanaf circa 1350 de hoofdstad was.

     

    Toegankelijk gemaakt

    Van alle personen en plaatsen die in de regesten van de delen I t/m IV genoemd worden, is een alfabetisch-lexicografische en deels chronologische index gemaakt. Hierdoor is het mogelijk om van die personen en plaatsen direct de relevante regestnummers te vinden.

     

    Res Gestae I

    De regesten van Res Gestae I betreffen hoofdzakelijk regesten over Roermond. Daarnaast zijn ook regesten opgenomen over de omgeving van Roermond en regesten inzake het Urkundenbuch Mörs. In dit deel staat eveneens een overzicht van (laat-) middeleeuwse maten, gewichten en geldsoorten. De regesten zijn uitgeschreven en toegankelijk gemaakt door G.W.G. van Bree.

    De volgende documenten zijn te raadplegen betreffende Res Gestae I:

     

    Res Gestae II

    Res Gestae II betreft regesten die hoofdzakelijk gaan over de graafschappen Gelre en Zutphen, later geheten het hertogdom Gelre en graafschap Zutphen. Dit grote gebied was opgedeeld in vier kwartieren. Het zuidelijkste kwartier heette het Overkwartier van Gelre. Roermond was vanaf het midden van de 14e eeuw de hoofdstad van het Overkwartier. De 4361 regesten (incl. de A- en B-nrs.) die tezamen Res Gestae II vormen, handelen hoofdzakelijk over de jaren 800-1574 en betreffen personen, handelingen en plaatsnamen in het gebied van het Overkwartier en omstreken.

    De bronnen waaraan de regesten zijn ontleend, bevinden zich merendeels in de archiefbewaarplaats van het Gemeentearchief Roermond. Een deel van de bronnen is op andere plaatsen te raadplegen, bijvoorbeeld bij andere gemeente- of streekarchieven en historische centra in de provincies. De regesten zijn uitgeschreven door G.W.G. van Bree en toegankelijk gemaakt door J.M.M.H. de Bock.

    De volgende documenten zijn te raadplegen betreffende Res Gestae II:

     

    Res Gestae III

    Res Gestae III betreft regesten die hoofdzakelijk gaan over de schepenbank van Roermond. De schepenbank was het college van ‘schout en schepenen’ dat belast was met het bestuur en de rechtspraak. Omdat Roermond hoofdstad was van het Overkwartier, was de schepenbank tevens hoofdgerecht. Dat wil zeggen dat de schepenbanken van andere plaatsen in het Overkwartier bepaalde (rechts-)zaken voor advies aan de Roermondse schepenbank konden voorleggen. Naast regesten die betrekking hebben op het hoofdgerecht, zijn er ook regesten over historische teksten over Roermond toegevoegd. De regesten zijn uitgeschreven en toegankelijk gemaakt door G.W.G. van Bree.

    De volgende documenten zijn te raadplegen betreffende Res Gestae III:

     

    Res Gestae IV

    De 2237 regesten ( incl. de A-, B- en C-nrs.) die tezamen Res Gestae IV vormen, handelen hoofdzakelijk over de jaren 800-1574 en betreffen personen, handelingen en plaatsnamen in het gebied van het graafschap/hertogdom Gelre en omstreken. De regesten van Res Gestae IV zijn een aanvulling op de regesten van Res Gestae II.

    Voor een groot deel hebben deze regesten betrekking op het Overkwartier van Gelre.

    De volgende documenten zijn te raadplegen betreffende Res Gestae IV:

     

    Source:

    De Grondwet
    De Grondwet is de belangrijkste wet van een staat. Deze wet bepaalt welke personen en instellingen de macht in een staat uitoefenen en hoe dat gebeurt. De Nederlandse Grondwet regelt bijvoorbeeld de rol van het staatshoofd en van de ministers, de bevoegdheden van rechters en de taken van de gemeenten en provincies. Bovendien stelt de wet vast welke invloed en macht de Nederlandse burgers hebben. Andere wetten mogen niet in strijd zijn met de Grondwet.

    De Grondwet opent met de rechten die burgers hebben in hun verhouding tot de staat: de grondrechten. Het gaat hier niet om rechten die de burgers onderling – ten opzichte van elkaar – hebben, maar om de rechten die burgers de vrijheid geven om hun leven in te richten zonder dat de staat zich met hun opvattingen en levenskeuzes bemoeit. De staat mag vrijheden als de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting alleen beperken als het echt nodig is. Die noodzaak kan er bijvoorbeeld zijn als iemand een bedreiging vormt voor anderen. In zo’n geval mag de staat ingrijpen, maar dat moet dan wel volgens de wet gebeuren.

    1798
    Eeuwenlang is het gebruikelijk dat rechten per gebied verschillen en afhangen van iemands positie in de samenleving. Eind achttiende eeuw groeit het besef dat elke burger dezelfde rechten hoort te hebben en dat iedere instantie die macht uitoefent zich aan de wetten moet houden. In Nederland wordt dit in 1798, ten tijde van de Bataafse Republiek (1795-1806), vastgelegd in de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk. Die regeling is in feite de eerste grondwet van Nederland en wordt daarom ook wel de ‘oergrondwet’ genoemd. In 1815 wordt onder koning Willem I de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden opgesteld, die nog steeds geldt. Veel ideeën uit de grondwet van 1798 komen terug in de versie van 1815.

    1848
    Er zijn verschillende grote Grondwetsherzieningen geweest. In 1848 breken er in verschillende Europese landen revoluties en rellen uit, ook in Nederland. Dit verontrust Koning Willem II. Hij vraagt de liberale staatsman Johan Rudolph Thorbecke de Grondwet zo te wijzigen dat de macht van de koning wordt ingeperkt en de ministers en het parlement meer macht krijgen. Met deze wijziging legt Thorbecke het fundament voor het parlementair stelsel en de verdere bestuurlijke inrichting van het land. De ‘Grondwet van 1848’ wordt daarom ook wel gezien als het begin van de Nederlandse democratie.

    Twintigste eeuw
    In 1917 wordt voor alle mannen het kiesrecht ingevoerd. Vrouwen krijgen dan passief kiesrecht: ze mogen zich verkiesbaar stellen. In 1919 verwerven ze ook het actief kiesrecht en in 1922 kunnen vrouwen voor het eerst naar de stembus. Na 1945 is de dekolonisatie reden voor nieuwe herzieningen. In 1983 volgt een algehele herziening en worden sociale grondrechten en een algemene bepaling tegen discriminatie toegevoegd. Artikel 1 luidt vanaf dan: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. Sinds 2010 wordt geprobeerd om ook het verbod op discriminatie wegens ‘handicap of seksuele gerichtheid’ aan artikel 1 toe te voegen, als vastlegging van waar maatschappelijke overeenstemming over is.

    Deze wijziging zou aansluiten bij eerdere besluiten zoals de invoering van het homohuwelijk in 2001. Het voorstel voor deze Grondwetswijziging is in 2020 nog in behandeling. De Grondwet kan minder gemakkelijk worden gewijzigd dan andere wetten, en het proces kost veel tijd.

     

    Source:

     

    De Grondwet van 1814

    Op 29 maart 1814 keurde een 'Grote Vergadering representerende de Verenigde Nederlanden' het door een commissie ontworpen Grondwet goed. Deze ontwerp-Grondwet was gemaakt door een commissie onder leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp.

    Van de uit 600 leden bestaande vergadering van notabelen zouden er 474 leden in Amsterdam verschijnen. Van hen stemden slechts 26 leden, vooral katholieken, tegen, zodat het ontwerp met ruime meerderheid werd aangenomen.

    De Grondwet, die ruim een jaar van kracht zou zijn, voerde een centralistische monarchie in, waarin de vorst veel en de Staten-Generaal weinig macht had. Tevens waren vrijheid van godsdienst en enige burgerlijke rechten vastgelegd. Na de vereniging van Noord- en Zuid-Nederland in 1815 kwam er een nieuwe Grondwet.

     

    Source:

     

    Deuteronomy 30:

    And shalt return unto the Lord thy God, and shalt obey his voice according to all that I command thee this day,

    thou and thy children, with all thine heart, and with all thy soul;

    That then the Lord thy God will turn thy captivity,

    and have compassion upon thee,

    and will return and gather thee from all the nations, whither the Lord thy God hath scattered thee.

     

    10 If thou shalt hearken unto the voice of יְהֹוָה

    thy אֱלֹהִים (elohiym / Judge / God),

    to keep His commandments and His statutes

    which are written in this סֵפֶר (cepher / book) of the תּוֹרָה (Torah / law),

    and if thou turn unto יְהֹוָה thy אֱלֹהִים with all thine heart, and with all thy soul.

     

    17 But if thine heart turn away, so that thou wilt not hear,

    but shalt be drawn away,

    and worship other gods, and serve them;

     

    Jeremiah 31:

    33 But this shall be the covenant

    that I will make with the house of Israel;

    (No Judah mentioned)

    After those days, saith יְהֹוָה

    I will put my law in their inward parts,

    and write it in their hearts;

    and will be their אֱלֹהִים

    and they shall be my עַם (am / Nation / people).

     

    Acts 17:

    26 And hath made of one blood all nations of men

    for to dwell on all the face of the earth,

    and hath determined the times before appointed,

    and the bounds of their habitation;

     

    Jeremiah 31:

    1 At the same time, saith יְהֹוָה

    will I be the אֱלֹהִים / elohiym (Judge)

    of all the families of יִשְׂרָאֵל (Israel)*,

    and they shall be my Nation /people.

    * (No Judah mentioned)

     

    Deuteronomy 30:

    11 “This command I am giving you today

    is not too difficult for you to understand,

    and it is not beyond your reach.

    14 No, the message is very close at hand;

    it is on your lips and in your heart so that you can obey it.

    15 “Now listen!

    Today I am giving you a choice between life and death,

    between prosperity and disaster.

     

    Psalm 59:

    12 For the sin of their mouth and the words of their lips

    let them even be taken in their pride:

    and for cursing and lying which they speak.

     

    Isaiah 51:

    4 Hearken unto me, my people; and give ear unto me,

    O my nation:

    for the תּוֹרָה / Towrah / LAW shall proceed (to come forth) from me,

    and I will make my judgment to rest for a light of the people.

     

    Deuteronomy 30: 

    1 And it shall come to pass, when all these things are come upon thee, the blessing and the curse, which I have set before thee, and thou shalt call them to mind among all the nations, whither the Lord thy God hath driven thee,

    And shalt return unto the יְהֹוָה thy אֱלֹהִים and shalt obey His voice according to all that I (Moses) command thee this day,

    thou and thy children, with all thine heart, and with all thy soul;

    That then the Lord thy God will turn thy captivity, and have compassion upon thee, and will return and gather thee from all the nations, whither the Lord thy God hath scattered thee.

    If any of thine be driven out unto the outmost parts of heaven, from thence will the Lord thy God gather thee, and from thence will he fetch thee:

    And the Lord thy God will bring thee into the land which thy fathers possessed, and thou shalt possess it; and he will do thee good, and multiply thee above thy fathers.

    And the Lord thy God will circumcise thine heart, and the heart of thy seed, to love the Lord thy God with all thine heart, and with all thy soul, that thou mayest live.

    And the Lord thy God will put all these curses upon thine enemies, and on them that hate thee, which persecuted thee.

    And thou shalt return and obey the voice of the Lord, and do all his commandments which I command thee this day.

    And the Lord thy God will make thee plenteous in every work of thine hand, in the fruit of thy body, and in the fruit of thy cattle, and in the fruit of thy land, for good: for the Lord will again rejoice over thee for good, as he rejoiced over thy fathers:

    10 If thou shalt hearken unto the voice of יְהֹוָה thy אֱלֹהִים (elohiym / Judge / God),

    to keep His commandments and His statutes

    which are written in this סֵפֶר (cepher / book) of the תּוֹרָה (Torah / law),

    and if thou turn unto יְהֹוָה thy אֱלֹהִים with all thine heart, and with all thy soul.

    11 For this commandment which I command thee this day, it is not hidden from thee, neither is it far off.

    12 It is not in heaven, that thou shouldest say, Who shall go up for us to heaven, and bring it unto us, that we may hear it, and do it?

    13 Neither is it beyond the sea, that thou shouldest say, Who shall go over the sea for us, and bring it unto us, that we may hear it, and do it?

    14 But the word is very nigh unto thee, in thy mouth, and in thy heart, that thou mayest do it.

    15 See, I have set before thee this day life and good, and death and evil;

    16 In that I command thee this day to love the יְהֹוָה thy אֱלֹהִים to walk in his ways, and to keep his commandments and his statutes and his judgments, that thou mayest live and multiply: and the Lord thy God shall bless thee in the land whither thou goest to possess it.

    17 But if thine heart turn away, so that thou wilt not hear,

    but shalt be drawn away,

    and worship other gods, and serve them;

    18 I denounce unto you this day, that ye shall surely perish, and that ye shall not prolong your days upon the land, whither thou passest over Jordan to go to possess it.

    19 I call heaven and earth to record this day against you, that I have set before you life and death, blessing and cursing: therefore choose life, that both thou and thy seed may live:

    20 That thou mayest love יְהֹוָה thy אֱלֹהִים and that thou mayest obey His voice, and that thou mayest cleave unto him: for he is thy life, and the length of thy days: that thou mayest dwell in the land which the יְהֹוָה sware unto thy fathers, to אַבְרָהָם (Abraham) to Isaac, and to Jacob, to give them.

     

    Landdagen en andere landelijke bijeenkomsten van Staten en steden in Gelre en Zutphen 1423-1584

     

     

     
     
    English | Nederlands

    Details van document 39

     

    Landdagen en andere landelijke bijeenkomsten van Staten en steden in Gelre en Zutphen 1423-1584


    Details van document 39
    Nummer 39
    Datum 20-03-1579
    Documenttype aanwijzing
    Plaats Arnhem
    Vergadering 18-03-1579
    Archief
    archief archieffonds vormcode inv. nr. folio druk pdf
    Gelders archief OA Arnhem Afschrift 4733 15-15v pdf
    Gelders archief OA Arnhem Afschrift 4691 312-312v Van Hasselt IV, nr. 30 pdf


    Incipit (Begint)

    Durchluchtigste hochgeboeren furst genedigster heer, onsen onderdenigen und willigen dienst ende wes wij sunst vermogen, zij u.f.d. yder tijt voir ain bereit, und dairna voegen u.f.d. toe weten, hoe dat wij achtervolgende derselver schrivent in dato den XVIII en februarij op eijnen generalen alhier gehaldenen lantdach afgeferdicht ende deputert hebben heren Frederick van Boeijmer der rechten doctoren van wegen der bannerheren, van wegen des quartiers Nijmegen Gerhart van Oij, heer tot Oij, borchgreve tot Nijmegen; Arndt van Bonenborch genant van Hoontstein, heren tot Ubbergen
    Explicit tot nuth ende wolfaren des algemeynen vaderlantz to helpen raitzslagen ende resolviren, biddende seer dienstlick dat u f.d. denselven als onse eijgene personen gelove willen geven.
    Durchluchtigste hochgeboren furst genedigster heer, wij bidden die Almechtige Got wil u f.d. in gelucksalige regierong lange erhalden und gefrissen, uith Arnhem ende mitter selver stat secretsegel (dat wij ditmail hierto gebruicken) befesticht den XX en marty anno 79.


    Regest

    Bannerheren, ridderschap en steden schrijven Matthias dat zij op een generale landdag de volgende afgevaardigden voor de Staten Generaal hebben benoemd, te weten Frederik van Boeijmer van wegen de bannerherenvan wegen het kwt. Nijmegen

     

    Gerhart van Oij, heer tot Oij, burggraaf van Nijmegen; Arndt van Bonenborch genant van Hoontstein, heer tot Ubbergen; Johan van Genth, heeren tot Oijen en Dijden; Adriaan die Cock van Delwijen, heer tot Wadenoijen, ridderschappen; Johan Kolffken burgermeester; Johan Mewss meester van sint Nicolaas; Johan van den Haeve secretaris van Nijmegen voor zichzelf en ook voor Tiel; Matthijs Jacobss ende Hillebrant die Ghier namens Zaltbommel;

     

    namens het kwt. Roermond

    Johan van Wijttenhorst heer tot Horst, drost vann Kessel; Adolf van Ghoir tot Caldenbroick; Johan van Stalbergen doctor en drost van Kriekenbeek ridderschappen; Matthijs van Loeven ende Rembolt Houffsleger, gezanten van Venlo en mede namens andere steden van het kwt. Roermond;

     

    namens het kwt. Zutphen

    Mauris Rijperda; Dirk van Keppel riddershcappen; Gadert Barner burgermeester; Johan Kreinck raadsvriend en Johan Overcamp secretaris van Zutphen; Gijsbert van Broekhuizen afgezanten van Doesburg ende Doetinchem; namens het kwt. Arnhem

    Koenraad van Meckeren ende Hendrik van Steenbergen ridderschappen, Karel van Gelre burgemeester van Arnhem; Zweer van Hoeckelum burgemeester van Harderwick en mede namens Elburgh, Wageningen en Hattem.

    Source:

     

    18-03-1460. Hilliin die Ghier en Eghen Eghensz. de jonge, schepenen van Driel, oorkonden, dat Johan van Rossem overdraagt aan Gherit, heer tot Culenborch etc., de helft van de Achterste Weert onder Rossem, een waard daarbij, de Alemsche waard en nog een waard daarbij, alsmede de Ossenweide.Wij Hilliin die Ghier ende Egen Eghens soen die Jonge scepen in Driel tughen dat
    voer ons comen is Johan van Rossem ende heeft vercoft ende opgedraghen voer dusent gouden
    aude Vrancrijcsche schilde goet ende gheve die hij ghiede dat hem betaelt zijn die
    een helfte van eenen weerde geheiten den Achtersten Weert wolcken alingen weert
    voersz. gelegen is inden gericht van Rossem buijten dijcx tusschen die erfnisse tgericht
    van Herwairden aen d’een sijde ende die erfnisse geheiten Goedertte aen d’ander sijde
    voert eenen weert gelegen inden gericht voirsz. buijten dijcx tusschen die erfnisse
    geheiten Goedertte ende den Alemschen Weert voert eenen weert geheiten den
    Alemschen Weert voersz gelegen aldaer tusschen die gebuer van Alem ende der
    killen voert eenen weert daer t’eijnden aen streckende gelegen aldaer tusschen den
    abt van Sunt Truijden ende der killen voersz. voert noch eenen weert geheiten die
    Ossenweijde gelegen aldaer inden gericht voersz tusschen die voirsz. kille ende die
    beemdden Gherit heeren tot Culenborch ther Leck ten Weerde ende tot Ewijck in
    eenen eijgendom sonder dijck ende sonder thijns erflick te besitten Ende Johan van
    Rossum voersz verteech op alle dit vercofte goet voersz hij geloefde daer op doen the
    verthien alle die ghene die daer op mit recht vertijen zullen hij geloefde oick the
    waren Gherit heren tot Culenborch voirsz. alle dit vercofte goet jaer ende dach
    als recht is tegen alle die ghene die then recht comen willen Ende alle voerplicht
    af te doen van allen den selven vercoften goede voersz. In oerconde onder litteren Gegeven
    int jaer ons heren dusent vierhondert ende tsestich opten achtienden dach inder
    maent geheiten meerte

     

    Origineel met de zegels van de beide oorkonders (A. drie vogels 2-1; B. balk met adelaar in aan de balk aansluitend vrijkwartier).
    Transcriptie gebaseerd op het afschrift in Inv. no. 1787, fol. 351.Bron: Heren en Graven van Culemborg, inv. 6123-2 (R. 1607)

    Zegel van Hillen die Ghier 18-03-J.460

     

    Source:

    http://www.bankvandriel.nl/lijst.php?l=2

     

    Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde, groep Gelderland

     

    Schatting van den lande van Gelre

    voor het Overkwartier en de Betuwe van I 369

    Source:

    https://ia902706.us.archive.org/14/items/schattingvanden00ducgoog/schattingvanden00ducgoog.pdf

     

    Geschiedenis der stad Aalst

     

    Naamlijst van de bekende schepenen der stad aalst

    tot het einde der 13de eeuw

     

    Allod - Allod

     

    In de wet van de Middeleeuwen en vroegmoderne tijd en vooral binnen de Heilige Roomse Rijk, een allod (Oud Nederfrankisch allōd ‘Landgoed in eigendom’, van alle ‘Volledig, volledig’ en ōd 'landgoed', Middeleeuws Latijn allodium), ook allodiaal land of allodium,[1] is een landgoed in land waarover de allodiale landeigenaar (allodiair) het volledige eigendom en recht had op vervreemding.

    Omschrijving

    Historisch gezien zijn de houders van allods een soort soeverein.[2] Allodiaal land wordt beschreven als territorium of een staat waar de houder bij de gratie van god en de zon het recht op het land claimde.

    Om deze reden waren ze historisch gelijk aan andere vorsten ongeacht de grootte van hun territorium of welke titel ze gebruikten. Deze definitie wordt bevestigd door de veelgeprezen Jurist Hugo Grotius, de vader van internationaal recht en het concept van soevereiniteit. "bezitters van allodiaal land zijn soeverein" omdat allodiaal land van nature vrij, erfelijk is, geërfd van hun voorvaderen, soeverein is en wordt vastgehouden door de genade van God. [3]

    Deze vorm van eigendom betekende dat de landeigenaar geen feodale plichten verschuldigd was aan iemand anders. Een allod kon vrijelijk worden geërfd volgens de gebruikelijke wetten van het land. Om te beginnen waren de inkomsten uit allodiale landgoederen niet eens aansprakelijk belastingen betaald aan alle andere vorsten, waaronder de territoriale vorsten (Landesfürsten).

    Op al deze manieren verschilde de allod van leengoederen, die slechts ambtstermijn waren van feudatoria (Lehnsmänner) of hun vazallen (Vasallen​Algemene suzereiniteit in een leengoed bleef bij de feodale heer, die van zijn vazallen bepaalde diensten konden verlangen die varieerden van vazal tot vazal. Ook werd het eigendom van een leengoed opgesplitst, zodat een heer het had dominium directum en zijn huurder in honorarium had dominium utile (Duitse nutzbares Eigentum​Een allodiair daarentegen had een volledig eigen belang - of dominium plenum (volles Eigentum) - in zijn allod. Dit kwam ook tot uiting in het gelijktijdige synoniem voor een allod, Erbe en Eigen (losjes "erfenis en eigendom"). Borough-eigenschappen waren meestal allodiaal van aard. Evenzo bezaten kerkelijke instellingen (bijv. Abdijen en kathedralen) allodiale landgoederen.

    De omvorming van een leengoed in een eigendom - een bekend proces in de 19e eeuw - wordt genoemd stemrecht​Het eigendom van vrijgelaten leengoederen bleef echter beperkt tot de rechten van de voormalige feudatoria. Alleen de algehele heerschappij van de feodale heer over het landgoed werd ingetrokken, terwijl de rechten van de feodatie onaangetast bleven. Zo'n vrijgemaakt leengoed werd analoog aan het opleggen van (Familienfideikommiss​vaak werd het expliciet omgezet in een vergoeding staart (Fideikommissgut).

    Opkomst en historische ontwikkeling

    De allod als een vorm van eigendom werd opgericht onder de Germaanse stammen en volkeren, voordat het onderdeel werd van het feodale systeem. Land dat oorspronkelijk door de hele gemeenschap gemeenschappelijk werd gehouden, werd overgedragen aan één persoon. De vrije mannen van de Germaanse volkeren verdeelden of loten om het land in de landen die ze hadden veroverd en in bezit hadden genomen. Dit gaf aanleiding tot het wezenlijke karakter van de allodiale nalatenschap: een eigendom in vrij bezit dat wordt toegewezen en gegarandeerd door de wil van het hele volk of door de volkswet (Volksgesetz​De landeigenaar was onafhankelijk van alle superieuren en vrij van eigendomsrechtbeperkingen.

    In veel regio's werden alleen allodiaries als vrijen geteld, d.w.z. degenen die alle gemeenschappelijke, openbare rechten en plichten genoten. Ze dienden als territoriale assemblee (Landesgemeinde​De allodiaries van de vroege middeleeuwen zijn een van de groepen waaruit de adel sprong in de tijd. Ze zagen zichzelf als gelijkwaardige partners van de territoriale heren, omdat ze naast hen deelnamen als leden van de territoriale vergadering en niet hun vazallen waren. De vrijheden in verband met allodiale landgoederen (belastingvrijstelling, jachtrechten, enz.) Werden in de meeste staten alleen uitgeoefend door de adel - ook al moesten ze zich na 1500 steeds meer ondergeschikt maken aan de territoriale vorsten (als onderdeel van de oprichting van een staat) - die, politiek en economisch, de meest invloedrijke groep landeigenaren bleef. De term ‘allod’ komt alleen voor in de Frankische regio en de getroffen gebieden legaal door Frankische stammen. Na de Slag bij Hastings in 1066 waren er helemaal geen allods meer in Engeland (hoewel Lundy werd later geacht niet te zijn in Engeland) en, in Frankrijk, bestonden allodiale landgoederen voornamelijk in het zuiden. In Duitsland waren de allodiale landgoederen voornamelijk eigendom van de adel in het zuiden. Er waren veel heren die hun machtige positie vestigden op uitgestrekte allodiale landgoederen in de oostelijke Alpenlanden en de land van de Boheemse Kroon​De koning als overste heeft nooit heerschappij uitgeoefend over het hele rijk.

    Een allodiale nalatenschap zou ook kunnen worden gecreëerd wanneer een heer afstand deed van zijn rechten ten gunste van zijn vazal. Ontbost land werd door de vorsten als allodiaal beschouwd. Omgekeerd werden vrije territoriale heren soms door de keizer gestraft door hun allodiale land in leengoederen om te zetten.

    De verschillen tussen de twee vormen van middeleeuws eigendom - het leengoed en de allod - werden in de loop van de tijd kleiner. Ten eerste waren vazallen uiterlijk vanaf de 17e eeuw niet langer verplicht om diensten te verlenen, en vazallenrechten op erfenis werd veel sterker in de vroegmoderne tijd, en, ten tweede, de territoriale vorsten waren in staat om in de 16e eeuw vrije mensen te dwingen om regelmatig belasting te betalen. In de 19de eeuw, feodale wet werd uiteindelijk in de meeste landen geleidelijk afgeschaft Europese landen grotendeels te wijten aan de Napoleontische oorlogen en de invloed van de Napoleontische code​Het integreerde de ius commune systeem van eigendom als een volledig recht in rem​Terwijl in Frankrijk de regime féodal werd in 1789 met een pennenstreek beëindigd onder de revolutionaire wetgevende macht, in Duitsland werd pas in het midden van de 20e eeuw de feodale wet formeel afgeschaft in 1947 door Allied Control Council wet. In het grootste deel van Schotland werd het feodale systeem in het begin van de 21e eeuw afgeschaft; allodiale ambtsperiode bestaat nog steeds in Shetland en Orkney.

    Zie ook

    Literatuur

    • Otto Brunner: Land en Herrschaft. Grundfragen der territorialen Verfassungsgeschichte Österreichs im Mittelalter. 5e editie, Rohrer, Wenen, 1965 (ongewijzigde reprografische kopie van de 5e editie: Wissenschaftliche Buchgesellschaft, Darmstadt, 1984, ISBN 3-534-09466-2).

    Referenties

     

    © 2021

    Basis of this page is in Wikipedia. Text is available under the CC BY-SA 3.0 Unported License. Non-text media are available under their specified licenses. Wikipedia® is a registered trademark of the Wikimedia Foundation, Inc. wikinlnl.top is an independent company and has no affiliation with Wikimedia Foundation.

     

    Source:

     

     

    Allodiaal eigendom en erfelijk bezit

    Let op: Spelling van 1914 Zie GRONDPOLITIEK.

     

    Gokken met grond: grondpolitiek in Nederland

    Posted on 30 March 2012 by 

     

    Gepubliceerd in: Lokaal Bestuur
    Geschreven door: Kirsten Verdel

    Veel gemeenten bedrijven grondpolitiek. Dat houdt in dat de gemeente grond koopt en uitgeeft om de regie in eigen hand te houden. Zo kan sterk worden gestuurd in het type woningbouw en bedrijven dat binnen gemeentegrenzen gevestigd kan en mag worden. Dat klinkt goed, maar in veel gemeenten is grond aangekocht met hoge verwachtingen over verkoopprijzen, die door de economische crisis niet langer waargemaakt kunnen worden. De te verwachten winst is op voorhand door veel gemeenten echter al uitgegeven, waardoor nu zeven gemeenten onder toezicht van het Rijk staan en nog eens 25 gemeenten datzelfde lot boven het hoofd hangt. Naar schatting hebben Nederlandse gemeenten rond de 4,5 miljard euro verloren door grondspeculaties. Lokaal Bestuur sprak met PvdA’ers uit Apeldoorn en Tynaarlo, twee gemeenten die in de problemen zijn gekomen. 


    Wie: Fokko Spoelstra 
    Wat: voormalig wethouder 
    Waar: Apeldoorn 

    U bent begin februari afgetreden als wethouder. Wat is er gebeurd? 
    ‘Een jaar geleden werd een wel heel serieus tekort verwacht op de exploitatie van het grondbedrijf. In februari 2011 is er daarom op initiatief van de PvdA-fractie een interpellatie geweest. De fractie vermoedde dat de voormalig wethouder grondzaken van de VVD zijn zaakjes niet op orde had. Er werd een motie van afkeuring ingediend en een raadsenquête gestart. Tien maanden lang werden mensen gehoord, openbaar en niet openbaar. In de eindrapportage stonden heftige conclusies over de vraag hoe Apeldoorn de grondpolitiek vanaf 1998 heeft vormgegeven. Niet alleen het zittende college, maar ook colleges van jaren geleden bleken fouten te hebben gemaakt. Bij de conclusies over het beleid zaten ook politieke doodzondes, zoals het bewust onjuist en onvolledig informeren van de raad. Het huidige college, waar ik onderdeel van uitmaakte, heeft uitgelegd zich niet in dat ‘bewust’ onjuist en onvolledig informeren van de raad te herkennen. In ieder geval niet als college: het is één wethouder geweest, die zijn collega’s in het college niet heeft ingelicht. Maar wij vonden dat we de verantwoordelijkheid uiteindelijk toch als college behoorden te dragen, dus restte ons niets anders dan af te treden.’

    Wat is er precies misgegaan sinds 1998? 
    ‘Nou, het was misschien al iets eerder. Er heerste een grenzeloos optimisme. Het inwoneraantal van Apeldoorn zou stijgen van 155.000 naar minstens 170.000. Het daarmee gepaard gaande planoptimisme was op zich niet erg, maar er werden wel erg veel gronden verworven en veel kosten op die gronden bijgeboekt. Er werd voor rond de 50 miljoen euro aan grond gekocht. De te verwachten winst bij verkoop werd meteen al ingezet om andere projecten te financieren of gereserveerd voor gemeentelijke voorzieningen. Nu zien we echter dat door de markt de prijzen gigantisch gedaald zijn en dat daarnaast de verwachting over de groei van het aantal inwoners scherp bijgesteld is. In het zwartste scenario moet er 200 miljoen euro afgeboekt worden. Voor een stad als Apeldoorn is dat heel veel geld. Vorig jaar hebben we daar al 70 miljoen voor opgehoest, maar er is dus nog een groot gat.’

    Had het voorkomen kunnen worden? 
    ‘In de tijd dat de gronden werden verworven kón je niet zoveel anders. De oude wet ruimtelijke ordening maakte het bijna onontkoombaar. Als je bijvoorbeeld regionale bedrijventerreinen aan wilde leggen, dan moest je wel gronden verwerven. Wat we níet hadden moeten doen is alle kosten daarop bijboeken en de te verwachten winst al nemen terwijl die nog niet gerealiseerd was.’

    Dat lijkt overal zo te zijn gebeurd? 
    ‘Niet overal. Bij de CLB-masterclass finances heb ik ook gemeenten gehoord die voorzichtiger zijn geweest. Maar veel gemeenten hebben winsten ingeboekt en voor structuurversterking in de stad gebruikt. Er zijn in Apeldoorn nieuwe gebouwen en instellingen neergezet, zaken waar de stad de komende 40 jaar wat aan heeft.’

    Wat is de rol van de PvdA geweest in Apeldoorn? 
    ‘De VVD heeft hier sinds 1994 grondzaken in haar portefeuille. Hun mantra was altijd ‘het gaat goed, het komt goed.’ Maar het moet gezegd: de aankopen zijn wel door het college en de raad geaccordeerd, de PvdA draagt daar dus ook verantwoordelijkheid voor. Maar de PvdA-fractie was wel de partij die met de interpellatie kwam. En wij benadrukken nu dat de pijn geleden moet worden, terwijl anderen zeggen: gewoon doorschuiven naar de toekomst, verliezen niet nu nemen.’

    Hoe ziet de toekomst er uit? 
    ‘We doen nu veel afboekingen. Het moet wel heel gek met de economie gaan wil dat niet tot sluitende exploitatie en op termijn wellicht weer tot winst leiden. Het hangt sterk af van de inschatting van de groei van de gemeente. Apeldoorn is een twijfelgeval. In het westen zal in 2040 veel vraag naar woningen zijn, aan de randen van het land zal krimp zijn en Apeldoorn zit daar een beetje tussenin. Welke kant het opgaat is dus nog ongewis.’

    Er is al flink geschrapt in het aantal te bouwen woningen? 
    ‘Ja, er werd eerst gedacht dat er 8000 extra woningen tot 2020 nodig waren. Dat is nu teruggebracht tot 3900. Die halvering komt door de nieuwste inschattingen van de provincie Gelderland, die zien veel plannen voor woningbouw langskomen. Wij dachten dat veel inwoners van Zutphen naar Apeldoorn zouden komen en zij dachten juist dat veel inwoners van Apeldoorn naar Zutphen zouden verhuizen! Dus de provincie zag op regionaal niveau behoorlijke overprogrammering en stond dat niet toe in de bestemmingsplannen.’

    Heb je tips voor andere gemeenten? 
    ‘Ja, als je het probleem nog niet onderkend hebt: download ons rapport! (www.apeldoorn.nl, trefwoord: enquêtecommissie) Kijk kritisch naar je grondbedrijf: is er met scenario’s gewerkt? Wat zijn de risico’s? En handel tijdig, anders kom je snel in hele grote problemen. Er is echter niet één slimme oplossing, maar wees wel realistisch: schat niet in dat het morgen wel allemaal goed komt. Het is ingewikkelde materie. Ook binnen het artikel 12-systeem waarbij gemeenten onder toezicht van het Rijk worden gesteld is dit niet op te lossen, want andere gemeenten betalen voor gemeenten die geldproblemen hebben en dat zijn er met de grondpolitiek teveel. Er moet ook landelijk actie ondernomen worden.’

    Wie: Henk Kosmeijer 
    Wat: wethouder 
    Waar: Tynaarlo 

    Sinds wanneer doet Tynaarlo aan grondpolitiek? 
    ‘Op het moment dat we woningbouw willen in een bepaald gebied, starten we meteen de procedure wet voorkeursrecht gemeenten, die gemeenten als eerste in gelegenheid stelt om gronden aan te kopen. Grondeigenaren zijn dan verplicht grond als eerste aan de gemeente aan te bieden. In 1998 is de gemeente Tynaarlo ontstaan. Een van de voorlopers daarvan was de gemeente Eelde en die hanteerde dat beleid ook al enige jaren. Door de grondpolitiek hebben we als gemeente maximale regie in het bepalen van welk type woningen we gaan bouwen en in welke dichtheid.’

    Hoe is dat bevallen? 
    ‘In het verleden is er behoorlijk winst op geboekt. We werken nu gelukkig samen in het stedelijk netwerk Groningen-Assen, dat functioneert op het gebied van woningbouwafspraken en bedrijfslocaties: daarbinnen moeten we nu kijken of we niet in staat zijn overproductie c.q. overaanbod aan gronden voor bedrijventerreinen en woningbouw terug te schroeven. We hebben afgesproken dat de totale productie tot 2025 van 55.000 naar 25.000 terug gebracht zal worden. Dat doet enorm veel pijn bij ontwikkelaars en gemeente. Het betekent dat een groot aantal locaties niet meer bebouwd zal worden.’

    Meer dan een halvering? 
    ‘Tja. De prognoses destijds gaven aan dat er sprake was van een groeiregio. Dat is nog steeds zo, alleen is de groei minder sterk dan destijds was ingeschat. Dat heeft onder andere te maken met oude, pre-Verdonk immigratiecijfers. En met demografische ontwikkelingen die anders uitpakken dan verwacht.’

    Hoe groot is het probleem precies? 
    ‘In de totale regio is het risico aan grondposities een half miljard euro. Maar dat hoeft niet allemaal afgeboekt te worden. Het totale risicoprofiel van onze gemeente schatten we tussen de 10 en de 15 miljoen. Daar staat overigens ongeveer een gelijke winst in het verleden tegenover. Elk jaar werd er iets meer afgeroomd dan wat de werkelijke rente in de markt zou doen. Dat had alles te maken met te verwachten stijgingen van grondprijzen. We kenden in de gemeente vanaf 1998 tot 2005 de situatie dat de gemiddelde waarde van woningen met 10% steeg, waarmee navenant ook de grondprijs omhoog ging. We vonden het reëel een deel van die stijging terug te brengen op de begroting. Dat geld werd niet op een spaarrekening gezet, maar geïnvesteerd in onze samenleving.’

    Welke fouten zijn er gemaakt, landelijk en/of lokaal? 
    ‘Het regeringsbeleid heeft er toe geleid dat de hele woningmarkt op slot is gegooid. Niemand koopt nog een huis als je eigen huis nog niet verkocht is, iedereen wacht op iedereen. Een andere groep met problemen zijn huurders die nu geen hypotheek kunnen krijgen. Ook die groep is dus niet in staat tot de markt toe te treden. Achteraf gezien lijkt het makkelijk: je had niet aan actieve grondpolitiek moeten gaan doen. Dan hadden alle ontwikkelaars nu de pijn gehad. Maar we hadden geen keus: we kunnen beter zelf regie voeren dan overgeleverd zijn aan ontwikkelaars.’

    Is in Tynaarlo ook vooruitgelopen op te verwachten winsten? 
    ‘Ja, maar dat speelt maar een beperkte rol. Wij bouwen bijvoorbeeld een wijk van 1250 woningen waar één groot bestemmingsplan op zit. Tegenwoordig maak je al voor pakweg tien woningen een plan, zodat je veel makkelijker bij kunt sturen. Verkaveling, wegenstructuur, twee-onder-een-kap woningen, hoogbouw, vrijstaande kavels, daar kan tussentijds zoveel aan veranderen dat bij één groot bestemmingsplan de boel meteen op slot zit als er door veranderende omstandigheden andere wensen zijn. Maar destijds kon het wel. Wát we ook maar aanboden, alles vond gretig aftrek. We kregen nota bene geld van het Rijk om de productie woningen aan te moedigen. Het was dus common sense om woningbouwproductie te stimuleren. Er waren aanjaagteams in de regio om toch vooral bestemmingsplannen te hebben zodat er gebouwd kon worden. En besef ook: als we 1250 woningen willen bouwen en daar grond voor moeten kopen, dat kan simpelweg niet uit onze lopende begroting betaald worden, dat is een te groot risico. Je moet dus een voorziening treffen voor het geval de woningmarkt instort…’

    Verwacht je dat grondexploitatie op korte termijn weer winstgevend kan worden voor gemeenten? 
    ‘Ja, als we deze bittere pil nu slikken.’

    Welke tips zouden andere gemeenten kunnen gebruiken? 
    ‘Houd niet al je plannetjes overeind. Als je tien plannen hebt met ieder 100 woningen, breng ze dan niet alle tien terug naar 50 woningen, maar schrap complete plannen. En probeer samen te werken met andere gemeenten. Enne.. koop staatsloten.’

    TOP 9 TIPS
    – Boek eventuele verliezen direct af, schuif die niet voor je uit
    – Laat onderzoek doen naar het functioneren van het grondbedrijf
    – Wees terughoudend met het nemen van voorschotten op mogelijke winsten
    – Wees transparant
    – Als er bezuinigd moet worden: geen kaasschaafmethode maar hele plannen schrappen
    – Werk samen met andere gemeenten en de provincie
    – Werk met scenario’s
    – Schat de risico’s vooraf al in
    – Maak kleine bestemmingsplannen

    Share this:

     

    Source:

     

    Allodium

     

    Een allodium was tijdens het ancien régime een onroerend goed dat geen leengoed was en waarover bij erven geen belasting hoefde te worden betaald. Een andere benaming is zonneleen of eigengoed.

    Toelichting

    Het duidt op een uitzonderlijke vorm van grondbezit, waarover het bezitsrecht absoluut is. In de meest beknopte definitie zei men in oude wetteksten dat boven een allodium alleen nog God en de zon stonden, vandaar de naam zonneleen. Iedere vorm van vruchtgebruik of rechtspleging binnen het betrokken grondstuk behoorde toe aan de bezitter.

    Vele allodia, allodiale goederen, vinden hun oorsprong in een rijks- of koningsgoed, dat door de vorst wegens bewezen diensten aan een trouwe vazal werd geschonken en waarbij het statuut van allodium ten eeuwigen dage werd gewaarborgd. Ook het stichtingsgoed van de meeste middeleeuwse abdijen en kerken was doorgaans allodiaal, om de immuniteit van de stichting te waarborgen.[1]

    Een allodium mag niet verward worden met een leengoed. Bij een leengoed verwerft men slechts het vruchtgebruik over het betrokken goed en blijft, in hedendaags Nederlands, het naakte eigendom steeds bij de leenheer. Een leengoed is overigens niet (altijd) ontheven van de omringende jurisdictie. Vele landsheerlijke allodia hebben nochtans de basis gevormd voor een allodiaal leenhof. Daarin werd het leengoed geadministreerd, dat de bezitter (een graaf of hertog) als allodiaal goed had verworven en verder aan vazallen in leen gaf.

    Allodia zijn veelal grondstukken met beperkte oppervlakte. Er bestaan nochtans ook allodiale graafschappen, bijvoorbeeld het Vrijgraafschap Bourgondië. Dit zijn landsheerlijke entiteiten waarover de vorst in uiterste totaliteit afstand had gedaan van de rechtspleging en de begunstigde in wezen niet leenhuldeplichtig meer was aan de koning. In een dergelijk graafschap bestaat er bijgevolg geen feodale hiërarchie meer: er heerst een graaf, die in wezen aan niemand nog rekenschap is verschuldigd. De betrokken graaf kan ook niet in feodale gradatie stijgen, bijvoorbeeld naar markgraaf of hertog: er is geen behoefte aan een gelaagde hiërarchie en bovendien bezat de koning zelfs niet meer het recht er een titel te verlenen.[2]

    Een bijzondere vorm van allodium was het opgedragen leen, ook genoemd fief de reprise.

    Etymologie

    Het begrip allodium is een in het Nederlands overgenomen latinisering van het Oudfrankische alōd.[3] In het Oudgermaans duidt het versterkende voorvoegsel al op ‘gans, volledig’, het alles omvattende. Het tweede woorddeel ōd zou staan voor ‘rijkdom, eigengoed’[4]). Het geheel werd verlatijnst met het typerende achtervoegsel -ium.

    Een goed voorbeeld hiervan is de dorpsnaam Eigenbrakel, die in het Frans Braine-l'Alleud heet. Alleu(d) is de Franse verbastering van het Frankische alōd, en eigen- is hiervan de latere Nederlandse vertaling, zoals ook in Eigenbilzen. Terwijl het naburige Braine-le-Comte (Nederlandse naam: 's-Gravenbrakel) een heerlijk goed was dat aan de graaf toekwam.

    Bronnen, noten en/of referenties
    1.  J.W. Koten, Grond(land)rechten in vroegere tijden (1), in Ons Erfgoed 16 (2008), p. 4. Vergelijk met A.R. Lewis, The Development of Southern French and Catalan Society 718-1050, Austin, 1965.
    2.  (en) A.R. Lewis, The Development of Southern French and Catalan Society 718-1050, Austin, 1965.
    3.  s.v allodium, in J. Vercoullie, Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Gent, 1925. Vergelijk met J.W. Koten, Grond(land)rechten in vroegere tijden (1), in Ons Erfgoed 16 (2008), p. 9. Gearchiveerd op 22 oktober 2020.
    4.  Zie Kleinood voor een bespreking van deze uitgang.

     

     

    Source:

     

    Koningsgoed

    Koningsgoed is onroerend goed dat ten behoeve van een Frankische koning werd geëxploiteerd. De zeggenschap over een rijks- of koningsgoed viel in het Frankische Rijk rechtstreeks onder de koning. Vele allodiale goederen vinden hun oorsprong in een koningsgoed, dat door de koning wegens bewezen diensten aan een persoon werd gegeven. Dit in tegenstelling tot leengoederen waarbij men slechts het vruchtgebruik over de betrokken goederen verwerft en de "blote eigendom" bij de leenheer blijft. Grond kon door de koning of Keizer in gebruik worden uitgegeven als heerlijk goed of als allodiaal goed. Bij heerlijke goederen kwamen rechtsvormen in aanmerking als leenrecht, dienstrecht, hofrecht. Bij allodiale goederen was er eerder sprake van pacht of erfpacht. Bij allodiale goederen was het bezitsrecht absoluut. Bij de Staatsregeling van 1801 werd in Nederland het leenrecht afgeschaft en alle leenroerige goederen werden als allodiaal beschouwd.

    In het Karolingische rijk was het feodale stelsel van groot belang en landbouw was daarin de belangrijkste economische drager. In dit stelsel kwamen domaniale goederen (koningsgoederen of domeinhoven) voor, die door een elitegroep (ministerialen of homines Franci) werden beheerd. Men kreeg een domeinhof met de bijbehorende horige boeren, als men zich trouw aan de koning had betoond. Dit systeem bleef bestaan tot in de 13e eeuw. In het hofstelsel werd dit hofland of domeinland niet uitgegeven, maar hoorde bij een curtis, wik, of predium, een centrale hof, dat door een villicus, een hofmeier namens de koning, werd beheerd. De homines Franci worden in de negende eeuw beschreven als militaire kolonisten, die door de Frankische koningen op het koningsland werden geplaatst met als opdracht dit land te ontginnen, te bebouwen en te verdedigen. De castella met de daarbij behorende militaire territoria werden over het algemeen, na aftocht van de Romeinen, tot koningsgoed van de Frankische koningen. De castella en andere koningsgoederen vormden de belangrijkste materiële infrastructuur van de koninklijke huishouding in het Heilige Roomse Rijk. In een agrarische maatschappij moest de koning steeds onderweg zijn om zijn gezag daadwerkelijk te effectueren. De meeste paltsen ("villa regia" of "curtis regia"), hoven en andere centra binnen het koningsgoed lagen aan de grote, onder koninklijke bescherming staande, doorgaande land- en waterwegen van interregionaal belang en op de raakpunten van verschillende landschapstypen. Het is de vraag of de rechten die zijn afgeleid uit de koninklijke rechten, kunnen worden opgevat als "allodiaal" goed dat nooit tot het domein heeft behoord. Door schenking en overdracht kwamen koningsgoederen in de loop van de tijd in handen van instellingen die een verlengstuk waren van het rijksgezag. Rijkssteden zijn meestal op koningsgoed ontstaan. Ze stonden ze niet onder een andere vorst, maar direct onder de keizer: ze waren "rijksonmiddellijk".

     

    Source:

     

    Koningsvrijen

     

    Koningsvrijen waren een bevolkingsgroep in de Karolingische tijd en daarna. Ze komen in de literatuur voor onder de naam Köningsfreie, heermannen, hostolenses, bargaldi, liberti of liberi, agrarii milites en homines franci.[1]

    Koningsvrijen waren boeren die ook krijgsdienst deden. In ruil daarvoor kregen ze tegen betaling van een koningstijns fiscaal land om te verbouwen. Ze waren verplicht dit land te verdedigen. Ze komen vooral voor aan de grenzen van het Rijk. Ze genoten bescherming van de koning en hadden bewegingsvrijheid door het hele Rijk. Koningsvrijen waren geen volvrijen, ook geen edelen. Koningsvrijen kwamen voor in geheel West-Europa.

    In Nederland kwamen de 'koningsvrijen' of homines franci voor in het Gelderse rivierengebied. Zij waren in de 8ste eeuw, de periode van Karel Martel en Pepijn de Korte, als vrije mensen elders uit het Frankische Rijk neergezet in het grensgebied met de Friezen. Ter bescherming tegen de inheemse boeren genoten zij bepaalde voorrechten. Een klein deel van deze koningsvrijen viel onder het Sticht van Utrecht waar ze door de bisschop aangezien werden als dienstlieden. In Gelre vielen de koningsvrijen onder het publiek recht waardoor zij hun vrijheid konden handhaven. Na enkele generaties werden zij opgenomen in de ridderschap.[2].

    Een aparte categorie koningsvrijen zijn de 'maalmannen' die door de bisschoppen op bedreigde plekken waren gezet. Zij betaalden erftijns aan de bisschop. Een klein deel van de maalmannen bestond van oorsprong uit koningsvrijen die aan de bisschop afgestaan waren. Het grootste deel bestond uit van oorsprong bisschoppelijke voogdijvrijen. In Nederland kwamen ze van de 9de tot de 11de eeuw voor in de omgeving van Zutphen en Hengelo.

    Heinrich Schmidt nam begin jaren zeventig aan dat alle inwoners van Friesland sinds de 9de eeuw koningsvrijen waren.[3] Deze stelling is niet houdbaar gebleken.[4] Dat werd in 2012 door de historicus Paul Noomen nog eens bevestigd.[5]

    De rechten en plichten van de koningsvrijen zijn rond 800 opgetekend in de Ewa ad Amorem.[6] De Ewa bestaat uit een ouder deel met het karakter van een volksrecht en een jonger deel uit de tijd van Karel de Grote of Lodewijk de Vrome. Het oude volksrecht werd aangepast aan de wetten van het Karolingische Rijk.[7] Onder andere werden de weergelden van de homines franci (koningsvrijen) geregeld. Het weergeld voor een koningsvrije bedroeg 600 solidi. Dat was driemaal zo hoog als van een ingenui (vrije), zesmaal zo hoog als dat van een lidi (halfvrije) en twaalfmaal zo hoog als van een servi (horige). De Ewa betrof het grensgebied van de Betuwe, het Land van Maas en Waal en Teisterbant.[8]

    Het feit dat er voor koningsvrijen extra weergeld betaald moest worden geeft aan dat het geen edelen waren. In het Frankisch recht stond de edelman boven de wet en was er geen weergeld verschuldigd. Een edelman beschermde zichzelf.[9]

    De Karolingische standencultuur kende binnen de geboortestanden de edelen, vrijen, minder-vrijen en onvrijen. In het Midden-Nederlandse rivierengebied stonden daar de homines franci boven als aanzienlijkste stand.[10]

     

    Source:

     

    Dit hieronder is niet de waarheid maar ter informatie toch hier aan toegevoegd.

    de Ridders van Malta

     

     

    Orde van Malta of de Maltezer Orde

     

    de Maltezer Orde of de Orde van Malta, door de eeuwen heen, tussen soevereine staten èn het Vaticaan, de Orde van Malta of anders gezegd : de Maltezer Orde 

     

    de ridders van de middeleeuwse kruistochten

    Of nog anders : de ridders van de middeleeuwse kruistochten. De Orde is opgericht in wat wel genoemd wordt “Het Heilige Land” ofwel Palestina, aanvankelijk als een kloosterorde, monnikenorde met als doelstelling de zieken te verzorgen rond het jaar 1048. Overigens was ridder of monnik in die jaren, zie onze pagina’s over Bonifatius, St.Maarten en St.Nicolaas niet altijd zo omschreven, als we dat nu zouden begrijpen. Er is ook wel enige romantiek overheen gegaan, althans, in de beschrijvingen, maar check het zelf even op je Malta vakantie.

    Onder de hoede van de Paus

    In 1113 kreeg de orde de goedkeuring van de Paus, de doelstelling was ietwat verbreed tot de bescherming van de pelgrims, waarmee toch echt geen verbandmiddelen als verdediging mochten baten, meer de kale wapens. Het een gaat soms niet zonder het ander, tenslotte kunnen de huidige soldaten ook niet zonder de ziekenbroeders.

    Maar al snel werd het beschermen toch wel uitgebreid tot participeren in de strijd.
    De oprichter, de vermoedelijke Italiaan Gérard, protegé van de meer bekendere Godfried van Bouillon, overleed in 1120, opgevolgd door de “Grootmeester(s)” ( “Grandmaster” ) door de eeuwen heen tot en met nu, van de Orde der Maltezers. Engels : Order of Malta ofwel Knight of Malta, cq. de ridders van Malta. Hoewel aanvankelijk de meeste invloed in Sicilië werd uitgeoefend.
    Over Godfried van Bouillon leest u op onze België pagina méér.

    Van Jeruzalem naar Cyprus en Malta

    Na de val van Jeruzalem vestigden de Ridders zich op Cyprus, rond 1310 op Rhodos, tussen Cyprus en (18km van) westelijk Turkije, waar ze bleven tot de slag met Turkse strijdkrachten in 1523 daar een eind aan maakte..
    Met dank aan de Koning van Sicilië, Karel V, verkregen ze het eiland Malta, hetgeen ook hun afhankelijkheid van Sicilië aangaf, waaronder een symbolische belastingplicht plicht. Daarbij zal het u niet zijn ontgaan, dat Malta zo tussen Italië en Afrika een wel heel strategische positie inneemt, een betrouwbare groep daar positioneren kan zo z’n voordeel hebben.

     

    Huis van Bourbon is ook betrokken bij de Orde van Malta

    Het ( koninklijk ) Huis van Bourbon ( verspreid over europa ) was hier ook betrokken en schafte in 1798 de militaire activiteit van de Ridders af in relatie tot Sicilië.

    De Nederlandse Prinses Irene en haar 4 kinderen vormen een Nederlandse tak van dit ( Franse )  Huis van Bourbon. De Nederlandse tak heet ‘de Bourbon de Parme’. En de eerste zoon, Prins Carlos is als oudste ook Hertog van ( het Italiaanse – ) Parma, wat onder Milaan te vinden is. Hij is overigens ook grootmeester van de Constantijnse Orde van Sint-Joris, door zijn vader Carlos Hugo her-opgericht.

    Door Napoleon verjaagd van Malta

    Maar, dan hebben we het ook al over de invloed van Napoleon in Europa, en natuurlijk, op weg naar Egypte, was toch in de buurt, vond Napoleon het tijd om de Orde van Malta te verjagen rond dat jaar 1798, al kwam het eiland Malta na het Waterloo van Napoleon onder de controle van Engeland.

    De leiding van de Maltezer Orde had een toevluchtsoord gevonden in, natuurlijk, de regio Messina en Catania, en bivakkeert tegenwoordig in Rome en staat nu bekend als de “onafhankelijke militaire orde van Malta” en ondersteunt wereldwijd medisch werk, inclusief diplomatieke vertegenwoordiging(?) over de wereld en is vertegenwoordigd bij de Verenigde Naties (..).

    Een beetje simpel uitgedrukt : een soort Jan zonder Land, maar mèt een wereldwijde invloed, zoals er wel meer organisaties min of meer buiten ons dagelijkse gezichtsveld uitermate actief zijn.

    de Maltezers van Malta en het kruis

    Doordat Spanje lange tijd in Italië als bezetter actief was, had het nauwe banden met de Orde. Ten gevolge van de ouderdom, de macht, de onbekende connecties hangt er een mystieke sfeer rond de orde, mede gesymboliseerd door het teken van de orde van Malta :  het Maltezer kruis.

    Maar let op : wel oud maar niet verouderd, de orde is ook actief op het internet : Orde van Malta : Ordina di Malta , in de Italiaanse taal, hoewel, u kunt ook kiezen voor de Franse , Engelse en Duitse taal. De site heeft als subtitel : ” The sovereign Military Hospitaller Orde of Saint John of Jerusalem of Rhodes and of Malta”, al gedurende eeuwen de naamgeving.

    Saint John of Sint Jan van Malta

    En de herkomst van de naam Saint John ? De beschermheilige van de Orde van Malta is Johannes de Doper, vandaar. Johannes of Jan de Doper ( 7 voor Christus tot ca. 29 na Christus functioneerde als de aankondiger van Jezus Christus, Johannes was de enige zoon zoals vermeld in het Bijbelse Evangelie: de boeken van de priester Zacharias ( afstammeling van hogepriester Aäron ) en diens echtgenote Elisabeth en wordt als “Jahja” ook in de Koran vermeld.

    We kennen de opera Salomé, we kennen de Sint- Jansprocessies, de Sint Jansvuren, in Rome de Sint- Jan van Lateranen basiliek en dus ook via de Orde van Malta komt de naam van Sint Jan steeds weer in beeld.

    Gelofte van armoede en de Maltezer RidderOrde op Malta

    Gegeven de samenstelling van de orde : Europese edelen, priesters en niet adellijke leden maar wel met enige macht en aanzien, zal het met die armoede wel meevallen.
    Sedert de reformatie is een min of meer vergelijkbare organisatie te zien zoals de Johannieter Orden, actief in de meeste Europese landen.

     

    Source: